„En was je er blij mee?”
Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben, van het Woord des Leves. (Want het Leven is geopenbaard en wij hebben het bezien en wij getuigen en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij de Vader was en ons is geopenbaard). Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben en deze onze gemeenschap, ook zij met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij. Joh. 1 : 1 - 4
2.1 Gemeenschap
Was je er blij mee, toen je eindelijk kreeg watje zo graag wilde? En denk je er nu veel aan? Het doet er niet toe waar ik op doel. Het kan je goede rapport zijn of dat schitterende kado, misschien wel datje nu een vriend hebt of een vriendin. Of ben je nog niet tevreden en mis je iets? Gaat het helemaal niet zo goed? Ben je ziek of zo? Hoe het ook met je gaat, of het nu voorspoed is bij je of tegenspoed, als je geluk alleen te maken heeft met aardse vreugde en als je verdriet een aards verdriet is, dan mis je nog alles. Dan gaat het helemaal niet goed met je of dan gaat het nog slechter dan je dacht. En weetje waar de apostel Johannes over schrijft? Over de „ware" blijdschap. Lees vers vier maar eens van het bovenstaande gedeelte. Johannes schrijft aan mensen die al iets van die echte blijdschap kennen, de blijdschap in de Heere, die het verstand niet kan begrijpen. Toch schrijft hij ook voor die mensen over de blijdschap, want hij gunt hen er nog meer van. Maar ook al ken jij misschien nog niets van die vreugde, je mag toch meeluisteren want het staat in de Bijbel en Die is ook aan jou geschreven. Wat voor blijdschap hebben Gods kinderen? En hoe ervaren ze dat? Dan moet je een vers terug. In vers drie staat dat. Het gaat daar over „gemeenschap" met elkaar en met de Vader en Zijn Zoon, Jezus Christus., , Gemeenschap" is een innig gevoel van verbondenheid, vriendschap. Gods kinderen houden dus van elkaar en vinden daar blijdschap in. Maar wat nog meer blijdschap geeft is de gemeenschap met God. Ze wéten dan door het geloof dat ze kinderen van God zijn. Zij gaan - als het goed is - dagelijks met Hem om en zij ontmoeten de Heere in Zijn Woord. Door de Heilige Geest worden ze vertroost, als ze zo'n verdriet hebben van de zonde. Ja, ze hebben ook verdriet. Als ze de Heere kwijt zijn geraakt en Zijn gemeenschap niet voelen. Maar als ze daarna weer eens Gods vriendelijk Aangezicht mogen zien, als de Heere hen bemoedigt en zegt dat Hij hun zonden ook kan vergeven en wil vergeven, dan is het weer echt blijdschap in hun hart. Dat is pas blijdschap. En daarvoor schrijft Johannes zijn brief. Hij hoopt dat er steeds meer van die blijdschap gevonden wordt.
Hij schrijft opdat hun blijdschap vervuld wordt, voller wordt En dat is dan ook het doel van iedere prediking. Als je naar de kerk gaat heb je aan de verkondiging zelf niet genoeg. Het is zelfs niet genoeg als je verblijd wordt onder de prediking omdat jij ook nog kunt zalig worden. De ware blijdschap is alleen in het proeven van de gemeenschap met de Heere. Dan geeft de Heilige Geest getuigenis in het hart, zo zegt de apostel in hoofdstuk 5 vers 10. Heb je in vers drie het woord , , verkondigen" zien staan? Weetje wat dat betekent? Dat Johannes die blijdschap in de Heere Jezus mag aanbieden. Hij brengt een goede boodschap over, ook aan ons. Hij getuigt niet alleen, dat is ons verzekeren dat hij het zelf heeft meegemaakt hij houdt het de gemeente ook voor omdat hij het hen ook graag gunt. Sterker nog, de Heere gunt het aan zondige mensen om met Hem gemeenschap te hebben. Hoe is het mogelijk! Mensen onder elkaar, dat is te begrijpen, maar met de Heere Zelf. En toch is het waar. Gods kinderen mogen wel eens verblijd zingen
„Hij is het Die ons Zijne vriendschap biedt".
2.2 Leven
In vers 1 staat vier keer „hetgeen".
„Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben" enz. De apostel zegt het steeds sterker. Eerst heeft hij het over „horen" dan over„z/e/? ", vervolgens over „aanschouwen" en tenslotte over„tasten". De apostel schrijft dus niet zomaar wat Nee, hij staat er helemaal achter. Hij heeft de Heere Jezus zelf meegemaakt en de blijdschap in het geloof heeft hij samen met de andere discipelen — daarom zegt hij „ wij" — geproefd. Hij weet waar hij het over heeft en juist daarom probeert hij met de uiterste krachtsinspanning over te brengen wie de Heere wil zijn voor mensen die geen blijdschap hebben.
De verzen 1, 2 en 3 zijn eigenlijk één zin. De apostel onderbreekt zichzelf in vers 2 en neemt in vers 3 de draad weer op. Om dat duidelijk te maken hebben de statenvertalers in vers drie het woordje „dan" schuin gedrukt tussen gevoegd. Mooi grieks is het niet om zo plotseling af te breken en weer opnieuw te beginnen Maar denk je dat Johannes dat belangrijk vindt? Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Het gaat om belangrijker zaken.
Het grote wonder is voor hem wat we in vers twee en drie vinden. De Heere Jezus was bij de Vader, maar is toch naar deze lage aarde gekomen om mensen het Leven te geven. Ja, Hij is Zelf het Leven. Hij maakt immers mensen die dood zijn weer levend in de wedergeboorte? Hij is het Woord des Levens. Wat betekent dat? „Woord des Levens" laat zien dat Christus het Woord is en het Leven geeft. Een levendscheppend Woord dus. Zo schiep de Heere toch ook de hemel en de aarde? Door het woord dat Hij sprak? Hij sprak en het was er. In Joh. 1 : 3, 4 en Hebr. 1 : 3 zien we dat verder uitgelegd. De Heere Jezus was ook aanwezig bij de schepping. Door Hem, door middel van Hem ook, zijn de hemel en de aarde geschapen en dus niet alleen door God de Vader. De Heere Jezus kan dus inderdaad genoemd worden het „Woord des Levens". Hij kan dan geven het eeuwige leven. En de Heere Jezus was er dus al voor Zijn geboorte in Bethlehem. Hij was er van den beginne. Anders had Hij ook niet kunnen meewerken in de schepping van de wereld.
2.3 Vragen
1. In het bovenstaande gedeelte zijn verschillende woorden kursief gedrukt Maak eens een lijst van deze woorden en zet er het versnummer achter. Kun je over elk van deze woorden nog iets meer zeggen of schrijven?
2. Wat zou de apostel bedoelen met „gemeenschap met ons" (vers 3)? En hoe wordt dat woord gebruikt in H.C. zondag 21 vr. 55? Kun je samenvatten wat daar staat?
3. De apostel Johannes verkondigt Hij gunt het dus aan zijn lezers. Zou de Heere het ook aan jou willen geven? (zie Dordtse Leerregels III/IV art 8).
4. „Gemeenschap met God" heeft alles te maken met wat Gods kinderen voelen of ervaren. Je kunt zeggen dat zij de Heere kennen bij ondervinding — denk aan ons woord „bevindelijk". Kun je er iets van zeggen wat ze dan ondervinden? (zie ook Dordtse Leerregels I art 12).
5. De gemeenschap waar Johannes over schrijft, heeft op twee manieren met het Heilig Avondmaal te maken. Welke twee zijn dat? (zie 1 Kor. 10 : 16, 17).
6. Wat wordt bedoeld met „gemeenschap" in Hand. 2 : 42 en 2 Kor. 8 : 4?
7. Is „blijdschap" een wezenlijk kenmerk van het geloof? Of is er ook geloof zonder blijdschap?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 1983
Daniel | 32 Pagina's