JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN VREEMDELING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN VREEMDELING

2 minuten leestijd

Ik ben een vreemdeling op aarde (Psalm 119 : 19a)

„Ik ben een vreemdeling op aarde", dat is de belijdenis en de beleving van de dichter van Psalm 119.

Hij is begenadigd. Hij heeft zich leren kennen als iemand die in Adam van God is afgeweken, maar door de Heere is opgezocht. Vanaf dat ogenblik heeft hij het op aarde niet meer naar zijn zin. Hij is wel in de wereld, maar niet van de wereld. Hij voelt zich op aarde als een vreemdeling in een vreemd land.

Natuurlijk betekent dat niet dat hij wereldvreemd is. Deze wereld heeft echter al zijn glans voor hem verloren. Hij ziet uit naar het ogenblik dat hij niet meer behoeft te zondigen. Hij verlangt naar het ogenblik dat hij het hemelse Vaderland mag binnengaan.

Het is bij hem net zo als bij de aartsvaders, zoals we dat lezen in Hebreeën 11. Deze allen zijn in het geloof gest )rven en hebben beleden dat zij gasten en vreemdelingen op aarde waren.

En degenen die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk dat zij een vaderland zoeken, dat zij begerig zijn naar een beter, naar het hemelse Vaderland.

Een gast en vreemdeling is iemand die weet dat hij hier maar voor korte tijd is. Het is iemand die rekening houdt met de dood. Het is iemand die zich gebonden weet aan Gods instellingen. Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

Geve de Heere ons jongens en meisjes, zo'n leven als deze dichter. Dat is een leven dicht bij God.

Als wij het op aarde nog zo goed naar onze zin hebben, denken wij niet aan onze dood. Dan zijn wij geen vreemdeling. Dan denken we er niet aan dat we op doorreis zijn.

Menigmaal geeft dit een vervreemding van de kerk. Maar als God ons te sterk wordt, dan wordt onze belijdenis en onze beleving:

„Ik ben, o Heer, een vreemd'ling-hier beneên, Laat Uw geboon op reis mij niet ontbreken."

Jongens en meisjes, is dat bij jullie ook al zo?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1983

Daniel | 32 Pagina's

EEN VREEMDELING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 februari 1983

Daniel | 32 Pagina's