Zorg Voor je lichaam
Als je zo tussen de 12 en 16 jaar oud bent (en voor deze leeftijdsgroep is dit stukje met name bestemd), krijg je steeds meer aandacht voor je lichaam. Je gaat als het ware beseffen datje een lichaam hebt. Als kind ben je je daar meestal niet zo van bewust. Dat wordt anders in de puberteit, zoals de periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid over het algemeen wordt genoemd.
In de puberteit treden er allerlei veranderingen op in je lichaam. Zo is goed merkbaar datje je lichamelijk ontwikkelt van kind tot volwassen man of vrouw. Je gaat steeds meer (of soms steeds minder) aandacht aan je uiterlijk besteden. Je groeit ook veel sneller dan voorheen. Dat kan wel eens lastig zijn, omdat je armen en je benen zo lang worden, dat je als het ware niet weet waar je ze laten moet. Overigens is dit iets wat langzamerhand vanzelf weer beter wordt.
Meisjes gaan steeds meer aandacht aan hun uiterlijk besteden. Je krijgt te maken met roken, alkohol-en druggebruik. Lichamelijke prestaties gaan een rol spelen: sport wordt belangrijk. Misschien probeer je jezelf te bewijzen: met sport vind je het fijn om de eerste te zijn. In een groep neemt de één nog grotere risiko's dan de ander: wie het meeste durft, die heeft ook het meeste aanzien in de groep. Dat „durven" vaak neerkomt op het nemen van onverantwoorde risiko's wordt op de koop toe genomen.
Wat zegt de Bijbel over de zorg voor ons lichaam?
Alle hierboven genoemde zaken hebben in meerdere of mindere mate met je lichaam te maken. Wellicht komen er wel eens vragen in je op hoe je hier allemaal tegenover moet staan. Bij het zoeken naar een antwoord is het allereerst noodzakelijk om na te gaan of de Bijbel ons ook op dit punt iets te zeggen heeft. Zegt de Bijbel iets over de zorg voor ons lichaam?
Mogelijk antwoordje met: ja natuurlijk. Maar in de praktijk wordt er toch wel eens een ander antwoord gegeven. Dan wordt gedacht: wat in de Bijbel staat en wat in de kerk gezegd wordt, gaat alleen over geestelijke zaken. Het lichaam is van veel minder belang, zo redeneert men verder. Wat ik met mijn lichaam doe, doet er niet zo veel toe, als het met mijn ziel maar goed is. Je voelt wel aan dat deze gedachtengang niet juist is. Het is wel gemakkelijk om zo te redeneren, wantje kan op deze manier een heleboel dingen goedpraten.
Wat Paulus zegt
Deze verkeerde manier van denken is lang niet nieuw. De mens heeft altijd al zo willen denken. Zo ook in de tijd van Paulus. We kunnen dat opmaken uit een brief die Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe.
In Korinthe was onder andere door het zendingswerk van Paulus een christen-gemeente ontstaan, voornamelijk bestaande uit niet-Joden, uit heidenen. Voor hun bekering leidden deze heidenen een heel ander leven. Zij deden veel dingen waarvan de Bijbel zegt dat het grote zonden zijn. Met name hadden veel mannen omgang met een vrouw, die niet hun eigen vrouw was.
Nu was Paulus ter ore gekomen dat er ook in de christengemeente nog steeds sprake was van hoererij (1 Kor. 5:1). Daarom gaat Paulus verderop in de brief hier dieper op in. Ook de Korinthiërs dachten dat er een scheiding was tussen geest en lichaam. In de „geest" waren zij bekeerd, maar wat ze verder met hun lichaam deden, werd minder belangrijk gevonden. Vandaar dat hoererij min of meer geaksepteerd werd. Paulus gaat hier fel tegen in en zegt dat hoererij een ergerlijke zonde is. Het is ook in dit verband dat hij spreekt over het lichaam als een tempel van de Heilige Geest. 1 Kor. 6:19: Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, ...." En in vers 20 voegt hij er aan toe: ... zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.'
Uit deze en andere teksten (b.v. 1 Kor. 6:15) blijkt wel dat er geen onderscheid gemaakt mag en kan worden tussen „geest" en „lichaam". De Bijbel heeft ons niet alleen wat te zeggen over „geestelijke zaken" maar heeft de hele mens op het oog.
Overigens is het een mooi beeld dat Paulus gebruikt. Realiseer je maar eens wat de tempel was: het was de plaats waar God op aarde wilde wonen. Aan de tempel in Jeruzalem werd dan ook de uiterste zorg besteed.
Als de Bijbel dan ook ons lichaam vergelijkt met een tempel, dan betekent dat nog al wat! Zo behoort ook óns lichaam de plaats zijn waar God op aarde wil wonen.
Andere voorbeelden
Er zijn ook nog andere plaatsen in de Bijbel waar iets gezegd wordt over de zorg voor ons lichaam. Denk bijvoorbeeld aan de Tien Geboden en aan veel andere oudtestamentische wetten. Deze laatste hebben hun direkte geldigheid voor ons verloren, maar we kunnen er toch veel uit leren over de zorg voor ons lichaam.
Toch blijft het moeilijk om een rechtstreeks antwoord te vinden op onze vragen. Neem nu bijvoorbeeld het roken. Een rechtstreeks antwoord op de vraag of roken verantwoord is of niet zullen we niet kunnen vinden in de Bijbel. Naar wij kunnen aannemen was roken een onbekend verschijnsel in de tijd van de Bijbel, zodat alleen om deze reden al de Bijbel er niet over spreekt. Maar nemen wij het beeld van de tempel over, dan betekent dat wij voor ons lichaam moeten zorgen op een zelfde goede wijze als er voor een tempel werd gezorgd. Dit houdt zeker ook in dat wij aan ons lichaam niet nodeloos schade mogen toebrengen. Omdat van roken wel vast staat dat het schadelijke effekten heeft op ons lichaam, betekent dat, dat we het roken zo veel mogelijk moeten beperken, of liever nog maar helemaal moeten nalaten.
Gaat het over stoer gedrag, dan geldt ook hiervoor wel degelijk dat we ons lichaam niet nodeloos in gevaar mogen brengen. Natuurlijk kunnen we ons lang niet altijd onttrekken aan gevaarlijke situaties. Dat hoeft niet en dat mag ook niet. De grens tussen wat wel en niet verantwoord is, is niet altijd precies aan te geven. Maar je moet er maar eens op letten: bij het zichzelf nodeloos in gevaar begeven zit vaak iets van egoïsme, je doet het voor jezelf en niet voor een ander.
Er zijn een heleboel dingen die in dit verband aan de orde zouden kunnen komen. Een aantal onderwerpen is al eens eerder in Daniël besproken, andere zullen bij leven en welzijn nog wel eens volgen. Het belangrijkste is dat wij beseffen dat God in zijn Woord een bepaalde levensstijl, een bepaalde manier van leven van ons vraagt. En deze manier van leven heeft betrekking op de hele mens, inklusief de omgang met ons eigen lichaam.
Even belangrijk is het om te leren dat wij Gods instellingen niet meer kunnen houden. Ons behoud kan dan ook niet liggen in het voldoen aan Gods gebod, maar alleen in het geloof in de Heere Jezus. Dan zijn Gods geboden ook geen ondragelijke lastmeer, maar aangename regels voor een leven naar Gods wil. Dan is het te begrijpen wat de Heere Jezus bedoelt als hij zegt: Mijn juk is zacht en mijn last is licht.
W. G. van Dorp, arts
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 januari 1983
Daniel | 34 Pagina's