BESTUDEERDE KEUZE
Naar aanleiding van de vraag iets te vertellen van mijn persoonlijke ervaringen met de medische studie, teneinde (a.s.) medische studenten daarmee enige verheldering te verschaffen, zou ik het volgende willen vertellen.
Ik heb van 1968-1976 de genees-kunde-studie gedaan aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De wijze waarop ik hiertoe ben gekomen is niet erg sensationeel te noemen. Weliswaar heb ik bewust gekozen voor deze studierichting, maar niet vanuit een soort inspiratoire roeping. Het is meer een kwestie van smaak geweest. In de examenklas van het voortgezet onderwijs zette ik alle mogelijke studies eens op een rijtje en kwam daarbij tot de konklusie dat de medische studie mij wel het meest zou liggen, gezien mijn belangstelling voor de biologie, als ook voor „het verschijnsel" mens.
De overgang van een agrarischbeschermd milieu naar een onbeschermd-zelfstandig leven in een rumoerige stad was natuurlijk een enorme verandering, waar bij komt dat je in deze periode emotioneel sterk bezig bent met het zoeken naar
een eigen volwassen identiteit. Dit moet niet onderschat worden! Ik had echter het geweldige voorrecht te wonen op een adres, waar ook „ de vreze des Heeren" in huis woonde.
Het belang hiervan kan ik niet genoeg beklemtonen, maar achteraf zie je dit nog beter, en waardeer je het ook meer.
De medische studie op zich heb ik met genoegen gevolgd. Het was meestal wel keihard werken. Bijna elk uur van de dag zat vol, en dat maanden aan één stuk; je psychische uithoudingsvermogen werd wel op de proef gesteld. Toch kon ik wekelijks nog tijd vindén om mezelf met andere dingen bezig te houden: kerkgang, catechisatie, studentenkring e.d.
Tijdens de eerste studiejaren kwam ik met de pré-klinische vakken (anatomie, fysiologie, pathologie, etc.) weinig in aanraking met levensbeschouwelijke konfliktsituaties. Een uitzondering is de evolutieleer in de biologie, die je echter gevoegelijk aan je laars kunt lappen: het is slechts een theorie. In emotioneel opzicht is nog vermeldenswaard het werken op de snijzaal: het met mes en pincet ontleden van een lijk van een medemens. Dit laat zich natuurlijk wel begrijpen. Bovendien leer je de mens in je groepsgenoten op de snijzaal, ook eens van een andere kant kennen.
Dit was niet altijd bepaald verheffend!
Dood voor de dood.
In de volgende jaren van de studie — de klinische fase — werd ik vaker en intensiever gekonfronteerd met medisch-ethische probleemgebieden, zoals antikonceptiemethodes, abortus provocatus, euthanasie, en niet in de onbelangrijkste plaats de sensitivity training.
Het zou nu te ver voeren om deze zaken uitvoerig te behandelen. Ik wil echter wel benadrukken dat gebondenheid aan Gods Woord en een gedurig gebed om Gods wil in al deze dingen te mogen weerstaan je ervoor bewaart om goed te noemen hetgeen de Heere kwaad noemt. Dit geldt uiteraard ook op alle andere levensterreinen.
Alléén met God, in de erkenning van Zijn goedheid, is de medische studie naar behoren te volgen en af te ronden. En dan wil Hij na de studie wel tonen, datje beroepskeuze, die ik in het begin aanduidde als een kwestie van smaak, een door Hem bestuurde keuze is geweest. Ook al zijn nu, in de dagelijkse huisartsenpraktijk, de problemen niet van de lucht. Maar waar de Heere een weg aanwijst, geeft Hij ook innerlijke vrede in het bewandelen van deze weg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1983
Daniel | 30 Pagina's