Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast
Een gesprek met ds. J. van Haaren over dogmatiek en prediking.
- Dominee, wat moeten we onder dogmatiek verstaan?
Ik kan verwijzen naar de omschrijving van ds. Kersten: de dogmatiek is de stelselmatige beschrijving van de inhoud en het onderlinge verband van de in Gods Woord geopenbaarde waarheden.
Het gaat dus om een bundeling van kerkelijke dogma's die geordend zijn volgens een bepaald systeem, zodat je een overzichtelijk geheel krijgt.
- Wanneer spreken we van een dogma en hoe ontstaat zo'n dogma?
Een dogma is een uitspraak van de kerk, door Gods Geest geleid, ten aanzien van de leer. Het ontstaan van een dogma hangt samen met de opkomst van allerlei dwalingen. De kerk veroordeelt die dan aan de hand van de Schrift
Die taak heeft de kerk ook, want zij behoort volgens 1 Tim. 3:15 „een pilaar en vastigheid der waarheid" te zijn. Denk maar aan de remonstranten. Toen stelden de vaderen van Dordt de bekende vijf Artikelen op. En dat werd toen gelijk een belijdenisgeschrift
- Zou u ook een toelichting op het begrip, , prediking" willen geven?
In de prediking gaat het om de uitlegging en de toepassing van het Woord van God. Een predikant moet zich daarom bij een gekozen schriftwoord twee zaken afvragen: wat is de bedoeling van de Heilige Geest maar ook: wat heeft dit tekstgedeelte ons vandaag te zeggen. Het gaat er in de prediking om alle mensen een boodschap mee te geven, bekeerden en onbekeerden. Ik meen dat er juist ook voor onbekeerden gepreekt moet worden.
- Heeft dogmatiek iets met prediking tem ake
Dat heeft er alles mee te maken. Het is onmogelijk zuiver te preken, zonder met de leer rekening te houden. De dogmatiek berust immers op een rechte exegese. Denk maar aan Titus 1:9. Daar staat over de opziener der gemeente dat hij „vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is, opdat hij machtig zij, beide om te vermanen en om de tegensprekers te weerleggen".
- Hoe verhouden dogmatiek en exegese (bijbeluitleg) zich tol elkaar en tot de prediking? Welke is belangrijker voor de prediking?
Wat het laatste betreft: ze zijn beide even belangrijk. Je kunt ze niet losmaken van elkaar, 't Zijn geen tegenstrijdigheden. De exegese betreft de uitleg van het Woord, maar als ik een tekst uitleg, speelt de zuivere leer altijd een rol. Je zou bijna kunnen spreken van dogmatische exegese die, als het goed is, gelijk is aan schriftuurlijke exegese. In de prediking moet de Boodschap prevaleren ('t belangrijkste zijn), maar wel dogmatisch omlijnd.
- Calvijn waarschu wt ergens voor alle buiten sporigheden, waarbij je ontrouw wordt aa de zuivere uitleg van het Woord Gods. Di gevaar is zeker niet denkbeeldig. Zou u zich kunnen voorstellen dat je, en als gemeentelid, èn als predikant, de Bijbel of een bepaalde tekst mei je „dogmatische bril" gaat lezen en uitleggen?
Ik denk bijvoorbeeld aan de roomse kerk met al haar dogmatische stellingen die ze zegt aan het Woord te ontlenen. Je ziet het eigenlijk bij alle dwalingen. Bekend is het gezegde: iedere ketter heeft zijn letter.
Maar jullie bedoelen vooral onze eigen kring. Ook daar komt dat voor. Bijvoorbeeld bij de bijbelse uitspraak dat God geen lust heeft aan de dood van de goddeloze. Sommigen lezen daan aan de dood van de „uitverkoren" goddeloze. Dat staat er echter niet Dan doe je de boodschap van Gods Woord geweld aan. Je past het aan naar eigen gedachte.
n? Een ander voorbeeld is de uitdrukking „een uit een stad en twee uit een geslachf' in Jer. 3 : 14. Daar wordt niet bedoeld dat God er slechts één uit een stad of twee uit een geslacht zal aannemen (Dus met de uitleg dat er maar héél weinig mensen zalig worden). Daar wordt juist de ruimte van het evangelie getoond: l is er maar één uit een stad of twee uit een stad, dan wil God nog Zijn genade betonen. Dat is God niet te min. Hier zie je het belang van een nauwkeurige exegese!
- U leest dus vóór het woordje„ wereld" in de tekst: , Alzo liefheeft God de wereld gehad... (Joh. 3:16), niet het woordje „uitverkoren", zoals door sommigen gedaan wordt ?
Daar staat „kosmos" in het grieks. Dat is de geschapen wereld met de mens erbij. Die wereld mèt de mens erbij wil God terug.
„Uitverkoren wereld" is dus te simpel, 't Is waar: Gods Woord onbevangen lezen, is het moeilijkste wat er is. Je moet jezelf met al je opgedane kennis thuislaten.
- Kunt u een voorbeeld geven uit uw eigen - , , preekpraktijk", dat u bij de voorbereiding n tot een bepaalde „ontdekking" kwam?
t Een paar kleinigheidjes. In Joël 2:23 werd in mijn bijbeltje gesproken over de „Leraar der gerechtigheid". Het eerste is natuurlijk geen ketterij, maar het tweede heeft toch een heel andere betekenis. Ook in Openbaring 14:15 kwam ik zoiets tegen. In veel Bijbels staat daan „want de ure om te maaien is nu gekomen". Ook hier is waarschijnlijk een drukfout ingeslopen: et woordje „nu" moet „u" zijn.
(En nu kwam de voorzitter van de GBS even om de hoek: dat„u" moet gelezen worden als „voor u"; zo hebben we dat dan ook in de GBS-bijbel weergegeven en ook de eerst genoemde fout hebben we natuurlijk gecorrigeerd).
Daarom is het zo belangrijk dat een predikant de grondtalen kan lezen (En nu kwam de docent naar voren) Het curatorium heeft dat
op de theologische school dan ook min of meer verplicht gesteld.
Er valt nu ook wat meer nadruk op dan in het verleden vooral wat betreft het hebreeuws.
- Houdt u van dogmatische preken?
Als je schriftuurlijk preekt, moetje de boodschap vanuit de tekst overbrengen. Die moet aan het hart van de hoorders gelegd worden. Zelfs over een dogmatische tekst moetje zo preken. Denk bijvoorbeeld aan de tekst „Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof...." (Rom. 5 : 1). Dan betrek je de dogmatiek wat meer bij de prediking. Ik denk ook aan de catechismuspreken. Die zijn toch wel in 't bijzonder dogmatisch gekleurd. Maar ook daar is het steeds: atnutu, of wat baat u.... 't Gaat steeds om die persoonlijke toepassing. Er moet dus niet alleen — dogmatisch verantwoord — gepreekt worden wat de weg des levens is, maar veel meer: oe kom ik op die weg. Zelfs het bestrijden van dwalingen— en dat lijkt misschien wel erg dogmatisch — kan zo nuttig zijn, want die dwalingen komen immers van binnenuit Luther zei eens: ls je m'n buik opensnijdt dan komt de Paus eruit 't Gaat dus minder om de dwaling en de bestrijding ervan, en meer om de verklaring hoe die zaken ook in ons hart kunnen leven.
- Er zijn mensen die menen, dat in één preek „alles gezegd moet worden". Dogmatisch gezien is dat misschien wel aantrekkelijk, maar wij hebben de indruk, dat dit niet anders kan, dan door de tekst geweld aan doen. Hoe denkt u hierover?
Dat is wel een hele toer, hoor. Het kan gewoon niet je moetje uiteraard beperken tot de tekst of de perikoop die je tot uitgangspunt gekozen hebt Van daar diep je dan allerlei
zaken uitdie ermee te maken hebben. Je moet altijd „tekstueel" preken. En dan heb je al zo'n rijk terrein, datje soms niet eens kunt klaar komen. Dat is ook niet erg. Een andere keer laatje dan op „een vergeten aspekt" wat meer de nadruk vallen.
- Er is in de kerkgeschiedenis heel wat strijd geweest rond bepaalde dogmatische opvattingen. Vaak werden die geschillen uitdrukkelijk in de preek aan de orde gesteld. Horen dogmatische geschillen op de kansel thuis?
Dat kan nodig zijn ter waarschuwing. Denk aan de catechismusvraag over de paapse mis.
Die stond er oorspronkelijk niet in. Frederik de Wijze vond die vraag toch nodig, 't Was de tijd van het Concilie van Trente en daar werd het „ana-thema" (weest vervloekt) uitgesproken tegen ieder die de roomse leer van de transsubstantiatie loochende.
Zo moet ook de gemeente vandaag gewaarschuwd worden. Niette pas en te onpas, maar aan de hand van de tekst En het moet ook in het belang van de gemeente zijn Als je weet dat een bepaalde zaak ergens moeilijk ligt moetje niet „de knuppel in het hoenderhok werpen". Wel moetje de gemeente opvoeden - door duidelijke schriftuitleg — als er bepaalde misvattingen zijn. Ik zal een voorbeeld geven. Je moet iemand die de verkeerde kant oprent niet tegemoet rennen, want dan ontstaat een frontale botsing. Beter is het achter hem aan te rennen, hem dan aan zijn te jasje te trekken en hem zo om te laten buigen de goede richting uit
- Wordt er in ons kerkverband over bepaalde dogmatische punten verschillend gedacht en kan dat?
Al onze predikanten ondertekenen de drie formulieren van enigheid en beloven dan niets anders te zullen leren dan daarin geschreven staat. Denk je ergens anders over, dan moetje dat langs de kerkelijke weg aan de orde stellen. En zo zijn wij ook gebonden aan de uitspraken van onze eigen synoden. Over al die zaken zijn onder ons ook geen verschillen.
Natuurlijk zijn erwel nuances mogelijk, zeker over die zaken die niet in de konfessie verwoord zijn.
Ik denk aan een bijbels voorbeeld: Petrus, Johannes en Paulus legden ieder andere aksenten in hun prediking. Bij Petrus ligt dat aksent op de hoop, bij Johannes op de liefde en bij Paulus op het geloof. Zo vulden ze elkaar juist aan. Zo zijn er ook onder ons liggingsverschillen, vaak samenhangend met de eigen geloofservaringen.
Over middelmatige dingen kan ook verschillend gedacht worden. En om een konkreet voorbeeld te noemen: r is enig verschil van inzicht over de vraag of er nog beloften voor het volk Israël zijn, bijvoorbeeld de vraag of Israël nog eens tot bekering zal komen. Denk aan de bekende zin uit Rom. 12:26: En alzo zal geheel Israël zalig worden". Maar over die kwestie dachten Calvijn en B rakel ook al verschillend.
- Bent u het eens met de uitspraak van de Generale Synode van 1945 dat de algemen genade niet uit Christus' verdienste voort vloeit, maar uit Gods Voorzienigheid? In dertijd hadden afgevaardigden als ds. Fraanje en de bekende ouderling Roest daa toch ook wat moeite mee. Is dat misschien nog zo?
Die uitspraak moetje zien in het rechte licht De synode sprak uit dat Christus tijdelijke en eeuwige zegeningen alleen voor Zijn volk verworven heeft. Daar ben ik het roerend mee eens. Men nam stelling tegen bepaalde misvattingen. Zo stelde Kuyper bijvoorbeeld dat Christus wél de aardse zegeningen voor iedereen verworven heeft. Doorredenerend kun je dan stellen dat ook het uitstel van straf voor de duivel door Christus verworven is. Onze ouden zeiden: de een krijgt de tijdelijke weldaden uit Gods rechterhand en de ander uit Gods linkerhand. Ze zijn natuurlijk wel gevolg van Christus tussenkomst in de Raad des Vredes. Ik zal een beeld gebruiken: als een boer in 't vooijaar zijn akker bemest, dan doet hij dat voor de tarwe die hij gaat zaaien. Het onkruid groeit van die mest echter ook beter, maar het was daar niet voor bedoeld. Zo maakt bijvoorbeeld dr. Owen onderscheid tussen het gevolg en de vrucht van Christus verdienste. Je mag dus de algemene genade nooit losmaken van Christus.
Sommigen hadden toen moeite met de formulering van de uitspraak, mede gelet op de twisten daarover. De zaken werden door sommigen veel te logisch uitgewerkt Ik denk niet dat je de hele geloofsleer volkomen logisch kunt weergeven. Dan ontstaat ér kortsluiting. Dat zag je zowel bij Kuyper als bij Steenblok.
In de uitspraak had — achteraf gezien — daarom wellicht beter de band met Christus verwoord kunnen worden. Dat zou latere misvatting voorkomen hebben. De gedachten achter het synodebesluit worden door iedereen onderschreven. Daarom heeft niemand er vandaag echt moeite mee.
- Bent u een supra-of infralapsariër en kunt u aangeven wat dit verschil voor invloed heeft (kan hebben) op de prediking?
Ik zou het zo willen zeggen: ik ben kontra-e remonstrant en preek supra ais de tekst supra - is en infra als de tekst infra is. Op de Synode - van Dordrecht kwamen beide gevoelens voor tegenover die van de remonstranten. Men r heeft geen van beide gevoelens veroordeeld. Voor beide zijn bijbelse argumenten aan te voeren Het ging toen over de orde in Gods besluiten. Is die orde: uitverkiezing - schepping-val(supralapsarisme), of is het schepping-val - uitverkiezing (infralapsarisme)? Het spreken over een bepaalde orde in Gods beluiten is natuurlijk een moeilijke zaak. Het is feitelijk een gefingeerd iets.
Een te ver doorgevoerd supralapsarisme leidt gemakkelijk tot een te veel voor op stellen van de uitverkiezing en tot lijdelijkheid. Een te ver doorgevoerd infralapsarisme kan leiden tot remonstrantisme. Ik word dus liever niet in een bepaald vakje gestopt
Je mag er nooit een systeem van maken Als
er in de tekst gij wilt tot Mij niet komen, dan ben ik infra. En staat er: gij kunt tot Mij niet komen, dan ben ik supra. 'tls een spanningsveld. En dat moet je laten staan. Dat is 't mooie van de prediking.
- In de loop van de kerkgeschiedenis zijn ero dogmatisch terrein tal van begrippen en onderscheidingen bij gekomen. Dat was vaak nodig ter verduidelijking, maar kan het ook niet het gevaar inhouden dat bepaalde zaken te ver uit elkaar worden gehaald? Stel dat een dominee over de roeping gepreekt heeft en dan zegt: Gemee te, u wordt allen geroepen van Gods wege tenminste uitwendig. Is er zo niet het gevaar dat de klem van de prediking wordt weggenomen?
Dat laatste zal ik nooit zeggen. Ik weet immers niet wie er uit-of in wendig door God geroepen worden. Als predikant ben ik „de stem des roepende in de woestijn".
Dogmatisch is die onderscheiding juist want de uitwendige roeping behoort niet tot de orde des heils en de inwendige wel. Calvijn zegt dat God aan de uitwendige roeping de krachtdadigheid van de Geest onthoudt 't Is evenwel één boodschap. Christus nodigt ieder hartelijk tot de bruiloft En zij die niet komen, bieden weerstand.
- U probeert dus heel de gemeente aan te spreken. Hoe doet u dat?
Ik gebruik bijvoorbeeld liever niet de term „volk des Heeren". Daar heb ik me vroeger wel schuldig aan gemaakt maar ik heb gemerkt dat vele kleinen in de genade zich daar niet bij durven rekenen en zich daarom ook niet aangesproken voelen, 'k Ga daarom p liever uit van bepaalde eigenschappen van het geestelijk leven. Die durven ze dan niet ontkennen en zo worden ze dan wel aangesproken. Juist de bekommerden moeten komen tot een opwassen in de genade en kennis van onze Heere Jezus Christus.
- Gaat het bij kerkelijke twisten over bepaalde uitdrukkingen die niet rechtstreeks in de Bijbel voorkomen vaak niet om een woordenstrijd? We denken bijvoorbeeld aan de gebeurtenissen in ons kerkelijk leven rond 1950 en 1953. Zo werd bijvoorbeeld ds. Kok door de classis Barneveld in 1948 verboden te zeggen, dat elke hoorder van het evangelie mag pleiten op de beloften van het evangelie Hij heeft dat toen ook beloofd.
Toch schrijft Erskine: „De roeping van hei Evangelie geeft u een recht van toegang en een volmacht om op de belofte te pleiten". Een wat ondeugende vraag: bent u het met Erskine eens of met de uitspraak van de classis Barneveld?
Die uitspraak van Erskine is echt Schots. Persoonlijk houd ik niet van die onderscheiding van een recht van toegang en een vol-
macht om op de belofte te pleiten. Het Evangelie biedt genade om niet aan. Die aanbieding komt tot ieder. Zegt de Heere niet „Wendt u naar Mij toe en wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God en niemand meer!"
Met dat Woord mag je terugkeren tot God en zeggen: „Heere, U hebt het toch Zelf gezegd. Wilt U geven wat U eist" En als je dat pleiten wilt noemen.... Ik zeg lieven wordt werkzaam met Gods Woord.
Het omgekeerde is namelijk datje er niet werkzaam mee bent Dus dat je Gods nodigingen naast je neerlegt Een neutrale houding is er niet Je kunt vóór of óver de boodschap van het Evangelie vallen.
- Zei ook Ledeboer niet: toon je gedoopte voorhoofd maar aan de Heere?
Jazeker, God wil dat wij werkzaam zijn met ; Zijn Woord en met de doop. Hij vraagt ons antwoord. Op zijn minst moetje vragen of de : Heere je de genade wil schenken, waarvan de 1 doop gewaagt.
-Aan ds. A. Vroegindewey vroeg Rik Valkenburg eens welk dogma hem het meest aantrok. Het antwoord luidde: , , Ik vind e dogma erg belangrijk, maar het Evangeli boeit mij meer Ik moet dienstknecht zijn van het Evangelie". Denkt u er ook zo over?
Ik geloof niet datje die twee kunt uitspelen. Ik ben zeker geboeid door het Evangelie, maar de dogmatiek is ook boeiend. Ik geef het al een aantal jaren op de C.G.O.-kursus en ik moet zeggen dat de dogmatiek niet alleen maar een dorre leer is, het is één brok leven. De Schrift gaat er namelijk door leven als 't goed is.
- Hebt u nog een slotopmerking aan onze jongeren?
Ik zou graag het belang van de catechese voor onze jongens en meisjes willen onderstrepen. God wil de verstandelijke waarheid gebruiken om deze bevindelijk te leren verstaan, 't Geloof gaat niet buiten het verstand om. Het begint bij het gehoor. De dichter zong ervan: maak in'Uw Woord mijn gang en treden vast Opdat ik mij niet van Uw paan moog' keren.
en e Dominee, ondanks uw schaarse tijd trok u ruimschoots tijd uit voor dit vraaggesprek. Onze hartelijke dank namens alle lezers van Daniël.
Barneveld/ Almelo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1983
Daniel | 30 Pagina's