EEN VERRASSENDE NALEZING
Onbekend maakt onbemind Mogelijk heb je je nog nooit verdiept in geschriften van predikers uit reeds lang vervlogen jaren. Misschien denk je bij het horen daarover alleen aan ellenlange bijna niet te begrijpen zinnen en aan hopeloos ouderwets taalgebruik, dat je in januari 1983 onmogelijk kan aanspreken. Zeg dat echter niet te gauw. 'k Wil je nu wat vertellen over een onlangs verschenen boek waarvan zulke dingen beslist niet gezegd kunnen worden. Het heet „Een verrassende nalezing" en is geschreven in de vorige eeuw door Wulfert Floor, een landbouwer uit Driebergen, 'k Hoop datje na het lezen van dit artikel het boek zelf zult openslaan en de verrassende inhoud daarvan je tot zegen mag zijn
De schrijver
Wulfert Floor (1818-1876) groeide op in Driebergen. Daar hadden zijn ouders een boerderij. Reeds jong luisterde hij graag naar kinderen Gods die de dienst van Koning Jezus met heel hun hart aanprezen. Dan had hij er verdriet over dat hij zo'n zondig en onbekeerlijk hart bezat en hunkerde hij er naar om die Koning te mogen leren kennen. In zijn gemis en benauwdheid zocht hij troost in het Woord van God, die hij daarin ook op rijke wijze mocht vinden. Eens werd hij rijk vertroost tijdens het lezen van Jesaja 51, waar staat „Alzo zullen de vrijgekochten des Heeren wederkeren en met gejuich tot Sion komen; en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vreugde en blijdschap zullen zij aangrijpen, treuring en zuchting zullen wegvlieden". Hij kon er niets aandoen. Vreugde golfde doorhem heen. Weg was alle treurnis. Er was enkel liefde in zijn hart. Vol verwondering bleef hij enige tijd zitten, de handen in aanbidding gevouwen op zijn bijbeltje. Sinds die tijd ging in Wulferts hart steeds meer de begeerte ontstaan anderen uit de heilgeheimen van Gods Woord te onderwijzen. Een opleiding daartoe heeft hij nooit genoten, maar aan zelfstudie deed hij des te meer. Avond aan avond zat hij gebogen over de Statenbijbel met kanttekeningen en over de rijke schriftverklaringen van de mannen der reformatie en nadere reformatie. De Heere gaf hem inzicht en wijsheid om ook anderen op de weg des levens te onderwijzen. Er kunnen immers zoveel aanvechtingen van de satan en geestelijke duisternissen zijn waarin een mens zonder het licht van Gods Woord totaal onder zou gaan.
Zo rond 1845 begon Floor te oefenen, d. w.z. in het openbaar Gods Woord uit te leggen. Aanvankelijk deed hij dat op zijn boerderij, later ook op diverse plaatsen in de Hervormde Kerk. Wel had hij op 20-jarige leeftijd belijdenis des geloofs gedaan in de Chr. Afgescheiden Gemeente van Driebergen waartoe hij behoorde, maar met de antihervormde en kerkistische geest die daar soms heerste, kon hij niet instemmen. Hij meende er geestelijke hoogmoed in te zien en daar was hij ontzettend bang voor, niet het minst in het eigen leven. Floor zocht de gemeenschap der heiligen en die ervoer hij ook onder de prediking van de hervormde predikanten ds. Eijkman en ds. De Klerck te Neerlangbroek en ds. Detmar te Ede. Overigens verblijdde hij zich over de zuivere prediking die er in afgescheiden kringen vaak was. Floor heeft zijn oefeningen naderhand uitgeschreven en vele daarvan zijn in druk uitgegeven. Onlangs heeft een van zijn drie nog in leven zijnde kleinkinderen het initiatief genomen tot uitgave van een bundel van 25 oefeningen die tot nog toe alleen maar in handschrift aanwezig was. Prof. dr. C.
Graafland schreef een voorwoord in deze bundel die de naam „Een verrassende nalezing" meekreeg, 'k Wil je graag op enkele gedeelten daarvan wijzen ter kennismaking.
Te jong voor de dienst des Heeren?
't Zou kunnen dat je het niet hardop zegt, maar wei heimelijk denkt: mijn bekering kan nog wel wat wachten. Luister dan:
„Is iemand ooit te jong om geborgen te worden voor verwoestende en vermoordend vijanden? Is iemand ooit te jong om brand en watersnood te ontvluchten? Zo is het ook hier. De helse verdoemenis zal uw eeuwige woonplaats zijn, indien gij tot uw dood onbekeerd blijft. De boze zielemoorderzalu eeuwig pijnigen als gij buiten Christus sterft Buigt, wat ik u bidden mag, buigt toch vroe uw knieën voor de vriendelijke Heere Jezus Roept Hem uit tot Koning over uw ziel en dient Hem in het openbaar en in het verborgen, opdat het u eeuwig welga" (blz. 18/19).
Zegje misschien „Ik kan me niet bekeren? " „Hoe weet gij dat gij onmachtig zijt? Hebt gij dat door ondervinding geleerd? Of heb gij het van anderen geleerd en horen zeggen? Hebt gij het beproefd om tot Jezus te komen Is het wel ooit uw hartelust en keus geworden om de Heere te dienen? Indien dit zo zijn mag, dan is Jezus de machtige om Zijn krachtin uw onmacht te volbrengen. Zeg he dan maar niet tegen de mensen: Ik ben onmachtig. Maar zegt het in uw binnenkamer tegen Jezus" (blz. 21).
Misschien zegje: ja dat is wel zo, maar moet ik dan niet eerst verbroken van hart zijn? Luister dan:
„Als wij op deze wijze spreken: k zou wel door de Heere aangenomen worden als ik maar zo slecht niet was. De Heere zou mij wel genade bewijzen, als mijn hart maar wa beter was. God wil wel andere zondaren zalig maken, die zo erg niet zijn als ik. Maar ik heb te veel zonden, ik heb er te lang in voortgegaan, ik ben niet genoeg verbroken, ik kan geen tranen genoeg over mijn zonden storten, enz. Dit alles is waarlijk vals koopgeld. Het is valse munt, waarmee wij niet mogen komen op de markt van vrije genade. Wij bedroeven er de Geest mee en maken de waarachtige God tot een leugenaar" (Rom. 4 : 5, blz. 89).
Het aannemen van Jezus
Misschien vraag je je af: wat is het verschil tussen het ware aannemen van de Heere Jezus en het schijngeloof? Luister dan:
„Deze dierbare Jezus grijpen zij door het geloof aan, net zoals Hij Zich aan zondaren aanbiedt in het Evangelie. Namelijk als Hogepriester, Profeet en Koning. De geveinsde en bij na-christen wil Hem graag als Hogepriester alleen hebben, omdat hij alleen maar van de schuld der zonden vrij wil zijn. Opdat zijn ziel bij zijn dood maar mocht behouden worden. Als Profeet en t Koning begeert hij Hem nochtans niet, omdat hij een grote vijand is van nederige ? onderwerping aan de wil van Koning Jezus" (blz. 29/30).
Bespreking van „Een verrassende nalezing”, 25 oefeningen van Wulfert floor. geb. 307 blz. Uitg. Den Hertog. Houten/Utrecht Prijs tot 31 januari ƒ 34, 50; daarna ƒ 47, 50
Bovendien benadrukt Floor dat de zaligmakende kennis van Christus nooit zonder t zelfmishagen is. Hoor maan
„Die Christus tot hun Alles bezitten, die hebben bij bevinding leren kennen datzezelf niets zijn. En dat dus zulk een Jezus hen te pas komt. En dat ze werk voor die Jezus hebben, namelijk dat ze onbetaalbare schulden hebben die ze nog dagelijks, ja elk uur vergroten" (blz. 29), en:
„Immers, hierin bestaat waarlijk ons groot onheil dat wij nog zo blind zijn voor de t-kennis Gods. En ook zo'n duister gezicht hebben in de toestand onzer ziel. Ach, wat is die dierbare Heere Jezus ons in veel opzichten nog een onbekende Jezus, Die wij weinig kennen en ook weinig liefhebben" (blz. 22).
De ontvangen genade ontkennen
Onlangs ontmoette ik iemand die zei dat het zo moeilijk was de ruimte die je in Christus mocht zien tijdens het bijbellezen voor het werk Gods te houden. Vooral als je nog maar pas op de weg des levens bent Je denkt dan gauw dat dat te groot voor je is.
Floor zegt daar het volgende van:
„Men moet deze kinderlijke staat niet al te laag opvatten, denkende dat het een zekere eigenschap van zulke kinderen in Christus is, om gestadig aan hun staat te twijfelen, en voor de toekomst onzeker te zijn.
Geenszins. God geeft het somtijds aan dezulken, om met volle vrijmoedigheid te ge-s loven dat God hun deel is, voor tijd en
eeuwigheid. Ja, soms kunnen zij in hun kinderlijke eenvoudigheid met alle vrijmoedigheid en op gezonde gronden, hun staat vaststellen. Terwijl vaders in Christu soms nog benauwd zijn voor dat nare zielsen zelfbedrog. Hoewel het waar is, dat vaders in deHeere, doorgaans meer van hu aandeel van de gelukzaligheid verzekerd zijn, dan kinderen in de Heere.
Ja, hoewel het waar is, dat de kinderen doorgaans in twijfel verkeren, zo is dit nochtans helemaal geen regel.
Ik ken wel vaders in Christus, die nog menigmaal zodanig door de vijand bestreden worden, dat ze niet zelden vrezen dat z nog nimmer hun voet op de enge weg ten hemel gezet hebben.
Ik ken ook kinderen in Christus, die bij tijden en stonden met vrijmoedigheid moge geloven, dat ze deel aan Jezus hebben. Ook verheug ik mij, als ik Gods werk door dezulken hoor erkennen, en als ze roemen i het kruis van Jezus" (blz. 95).
Ook op een andere wijze kan iemand geschonken genade ontkennen:
„Dan sluiten wij ons binten de genade. Omdat wij niet beter zijn; omdat wij zoveel zondigen; omdat wij niet eerbiediger bidden kunnen en meer andere zieleplagen meer.
Daarom achten wij ons onbekeerd. Is dat niet een teken dat wij aan onze eigen gerechtigheid nog lang niet gestorven zijn, en dat wij nog veel te veel rust zoeken in onz gestalte? Komt, laat ons dan met al de plagen van ons hart vluchten naar die Bloedfontein van Hem, waar de profeet van zeg
Dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem noemen zal: E HEERE ONZE GERECHTIGHEID(Jer. 23:6)"(blz. 32).
Jezus' nodiging
Dit artikel wil ik besluiten met het slot van de oefening over 1 Thess. 5:19. Oordeel dan zelf of Floor ook voor ons geen verrassende boodschap heeft Zo ja, lees en herlees deze oefeningen, juist als je jong bent.
„Nu dan, vliedt tot Jezus en behoudt uw zielen. Vliedt tot Jezus en Hij zal u eenmaal verlossen van alle ongerechtigheid. En u Zijn Vader heerlijk voorstellen, zijnde een gemeente zonder vlek of rimpel.
Is er mogelijk een bekommerde ziel in ons midden, die onder de ongezonde zwarigheid gebukt gaat, of Christus hem wel bedoelt in Zijn liefelijke nodiging, daar hij zich een bijzonder hard, onboetvaardig en gans ellendig monster van zonde bevindt te zijn, die reeds lang op de weg der goddeloosheid is voortgegaan?
Ik zeg tot troost van de zodanige: ezus nodigt zulken die tot nog toe zonder C hristus geleefd hebben, vervreemd van het burgerschap Israëls, vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld, (Efeze 2 : 12).
Jezus nodigt zulken, die verduisterd zijn in het verstand, vervreemd van het leven Gods, door de onwetendheid die in hen is, en de verharding huns harten, (Efeze 4 : 18). Jezus nodigt zulken, waar geen oog medelijden mee heeft, en die geworpen liggen op de vlakte des velds, om de walgelijkheid van hun ziel, (Ezech. 16:5).
Jezus nodigt zulken, die tienduizend talenten schuld hebben, en geen penning om te betalen.
Ga dan toe tot de troon der genade met volle vrijmoedigheid, want gij zult voorzeker niet n van de hand gewezen worden.
Ik acht het te hard gedacht, en te hard gesproken van de Heere Jezus, als wij zeggen n gelijk Esther: k zal tot de koning gaan, wanneer ik dan omkom, zo kom ik om, (Esther 4 : 16).
Immers, Jezus is Ahasveros niet. En er is ook gans geen reden om voor omkomen te vrezen, als wij het tot Jezus wenden met alle zielsellende. Nee, gij zult en gij kunt bij Jezus niet omkomen. Maar integendeel, Hij zal. u reinigen, leren, leiden, vertroosten e - bewaren. En eenmaal, als gij uw loop hier zult geëindigd hebben, en uw hoofd in het e stof zult neerleggen, dan zal Hij u opnemen in de eeuwige vreugde" (blz. 90/91).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 1983
Daniel | 30 Pagina's