„Er is kracht in Christus’ bloed”
Een gesprek met ds. C. Harinck over vragen rond wedergeboorte geloof en bekering
Dominee, wat zou u het meest wezenlijke kenmerk van de bekering willen noemen?
Deze vraag kan het beste beantwoord worden door te wijzen op het griekse woord voor bekering: metanoia, dat is verandering van gemoed of gezindheid. De vrucht van de bekering is een zich afkeren e van de zonde en een zich ds. toekeren naar God.
Kunt u iets zeggen over de relatie tussen geloof wedergeboorte en bekering?
Er is inderdaad een relatie. Die kan ik het best duidelijk ens maken door over alle drie iets A.) te zeggen. De wedergeboorte zijn is een daad van God. De ziel d, , wordt uit de dood tot het leven gebracht Het is een werk, dat God zonder ons in ons werkt De zondaar doet hierin niets. te) Op de wedergeboorte volgt het n t zich bekeren. We lezen in de p-Vijf Artikelen: „De wil wordt, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar van God be-zins wogen zijnde, werkt hij ook zelf." De droefheid over de o'n zonde brengt altijd werkzaam-, heden voort En wat het geloof betreft: om echt berouw te ). hebben, moet je in de barm-e hartigheid van God geloven en ren, moet je hopen op Gods genade. Dit is vooral door Calvijn benadrukt in zijn In-hts stitutie. „Dat echter de boet-" vaardigheid niet alleen terstond volgt op het geloof, maar
ook daaruit geboren wordt, moet buiten geschil zijn. De grond van alle daden van de bekering is de leer van de vergeving van zonden", aldus Calvijn.
Zolang je God alleen als rechter ziet, zul je bij Hem wegvluchten. Zodra de mens geloof dat er bij God vergeving is, zal hij zich tot Hem bekeren.
Over geloof, bekering en wedergeboorte is door velen soms heel verschillend geschreven (en gestreden). Zo stelt bijvoorbeeld W. a Brakel dat het geloof aan de wedergeboorte vooraf gaat, wel niet in tijd, maar in orde. Ds. G. H. Kersten zag die orde precies andersom. Wat is het verschil en is dit wezenlijk?
Brakel en bijvoorbeeld ook de Erskines stellen, dat er geen leven is dan in de vereniging met Christus en dat er geen vereniging met Christus is dan door het geloof. Ds. Kersten en vele anderen (bijvoorbeeld ook Comrie) benadrukken, dat de mens eerst geestelijk levend gemaakt moet worden, voordat hij daden van geloof kan beoefenen. Zij zien de wedergeboorte echter tevens als een Christus ingeplant worden. „In de wedergeboorte wordt de zondaar van Adam afgesneden en Christus ingeplant", is een veel door hen geponeerde stelling. Dit verschil in opvatting vind ik echter niet zo belangrijk Ze maken geen van allen verschil in tijdsvolgorde. Ze vallen samen, 't Is wèl belangrijk om geen tijdsverschil te stellen tussen wedergeboorte en geloof. Een man als Abraham Kuyper heeft dat wel gedaan: je kunt al lang wedergeboren zijn voordatje het merkt en tot geloof komt Het kan ook anders en dat vind je in onze kringen wel: een mens kan wedergeboren zijn, maar aan geloof is hij nog niet toe. Hier vergeten we dat het geloof „de mens metterdaad wordt meegedeeld en ingestort" in de wedergeboorte. Men maakt dan een sterke scheiding tussen wedergeboorte en geloof. Niet zelden wil men de mens een tijd zonder enige hoop of geloof zien. In wezen is dit dezelfde theorie als die van Kuyper, alleen in een andere vorm. Al is het geloof echter zwak en al wordt het bestreden, het is er vanaf het eerste moment!
Brakel schrijft in zijn Redelijke Godsdienst over de eerste daad van het geloof of het begin van de bekering: „Men behoeft die tijd niet te weten en men kan ze ook niet weten". Hoe moeten we dat verstaan?
Het tijdstip van de wedergeboorte is bij de meesten van Gods kinderen niet bekend. Ze kunnen wel met de blindgeborene zeggen: één ding weet ik: dat ik blind was en dat ik nu zie. Laat ik een voorbeeld geven Wanneer er ergens brand is, weten we niet altijd hoe en op welk tijdstip de brand is ontstaan. Maar dat is ook niet zo belangrijk Er is brand en daar twijfelt niemand aan. Zo moeten we ons ook niet te zeer pijnigen over het tijdstip van de wedergeboorte. We moeten wel onszelf onderzoeken of we de vruchten kennen.
Behoort het besef dat we gezondigd hebben tegen een heilig en rechtvaardig God tot de algemene overtuigingen of is dit een vrucht van het geloof?
Ook een heel belangrijke vraag, hoor! De overtuiging van zonde door de Heilige Geest is een bijbels en noodzakelijk werk. Zonder deze overtuiging zal niemand Christus begeren. Maar bekend is ook het gezegde: alle overtuiging is nog geen overbuiging. Vooral de schotse predikanten en vele Puriteinen en eigenlijk ook Van der Groe noemen het werk der wet voorbereidingen tot de wedergeboorte. Bij deze predikanten bemerk je een vrees om de overtuigde zondaar te spoedig zalig te spreken. Er kan, zoals Calvijn ook ergens
zegt, inderdaad sprake zijn van wettische overtuigingen, waardoor men als in de voorhof van de hel is geweest, terwijl men nooit kwam tot de boetvaardigheid van het • Evangelie. Echte boetvaardigheid en echte overtuiging gaat altijd gepaard met de hoop op Gods genade.
U kunt zich in genoemde „ oude schrijvers" wel terugvinden?
Ja hoor. Zeker bij de Schotten. Van der Groe schijnt weieens hard. Als hij bijvoorbeeld opmerkt, datje dat en dat wel beleefd kunt hebben, maar dat je dan nog voor eeuwig verloren kunt gaan. Weet je wat bij deze prediking wel het geval is? Er staat altijd een rijke Christus tegenover.
Hoe diep gaat het zondebesef in de waarachtige bekering?
'k Zou willen zeggen: diep genoeg om Christus nodig te hebben. Om aan alles van de wet en jezelf te wanhopen en naar Christus te hongeren en te dorsten.
Brakel schrijft, dat het zijn ervaring was, dat de meeste mensen bekeerd worden tussen hun 14e en 25e jaar, vooral daar, waar ze van jongsaf onder een krachtige bediening zijn geweest. Is dat ook uw ervaring?
Mijn ervaring is, dat God op alle leeftijden roept en bekeert Maar de meesten van Zijn kinderen worden in de jeugd tot bekering gebracht De Bijbel leert ons, dat Timothéus en Obadja in hun jeugd tot bekering kwamen. We lezen ook van Zachéus, Paulus en Lydia, die op middelbare leeftijd tot bekering kwamen. We lezen ook dat Abraham al 75 jaar was en Manasse 60 jaar toen ze bekeerd werden. Dit bewijst dat God op alle leeftijden mensen bekeert Toch geldt vooral: zoek God in je gezonde dagen!
Als jongeren (en ouderen natuurlijk ook) met de vraag zitten of de Heere wel in hun leven is begonnen, welke raad zou u dan willen geven?
Die vraag ontmoeten we heel dikwijls: is de Heere met mij begonnen of ben ik er zelf aanbegonnen? Wanneer lopers in de loopbaan steeds terugzien of ze wel een goede start hebben gemaakt, zullen zij de prijs niet behalen! Zij moeten het doel voor ogen houden. Het is vruchtbaarder te zeggen: ik moet Christus vinden of anders voor eeuwig verloren gaan. 'k Zou tot onze jongens en meisjes willen zeggen: denk er veel aan hoe vreselijk het is om te vallen in de handen van een levende God. Maar denk ook veel aan de rijkdom van Gods genade. In Christus is ruimte en bij Hem is de schuldige welkom! Rust niet buiten Christus. Indien je wist dat de Heere met je begonnen was, zou je daar je rustplaats van maken. Het is beter dat de Heere dit voor ons verborgen houdt zodat we naar Christus worden uitgedreven.
Vraagt bekering een passieve of een aktieve houding van ons?
Bekering vraagt een aktieve houding. God roept ons op tot bekering. Christus beveelt ons: ndien uw rechterhand u ergert, houw ze af, indien uw linkeroog u ergert, ruk het uit Tegelijktijd is het nodig om ons af te vragen uit welke bron onze aktiviteit komt. Is de Geest uit de hoogte (Jesaja 32 : 15) over ons uitgestort? Want pas dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden.
U waarschuwt in uw boek over de bekering voor het vangen van het werk van de Heilige Geest in een systeem. Wat bedoelt u daarmee?
Kun je de Heilige Geest — menselijkerwijs gesproken — tegenstaan in je leven als je er een eigen bekeringsschema op nahoudt?
'k Merk in dat boek inderdaad op, dat we ons niet moeten verbeelden er alles van te weten. Iedere keer weer blijkt dat we er niets van weten. Mensen van wie wij hoge verwachtingen hadden, stellen ons teleur. En wat we een beetje sceptisch bekeken, blijkt een blijvend werk van God te zijn. De Heere leidt soms mensen tot bekering en tot Christus langs vreemde wegen.
Alhoewel er een bijbelse orde is, die we mijns inziens moeten zoeken binnen het raam van de drie stukken van de Heidelberger Catechismus, moeten we toch zien dat de Heere niet met iedereen dezelfde weg gaat. Wij mogen van de weg der bekering geen menselijk systeem maken en alles wat daarvan afwijkt wegwerpen. Wij moeten m.i. veel meer letten op de vruchten van geloof en bekering.
Je kunt mensen ontmoeten die zeggen: dominee, u spreekt over het door de wet veroordeeld en vervloekt worden en dat daaruit behoefte aan Christus ontstaat. Ik weet hier niet van af, maar ik weet wel dat ik als een arme zondaar Jezus' voeten natgemaakt heb met mijn tranen. Dan zou ik willen zeggen: al mis je dan de verschrikkingen van de wet je bent toch gekomen waar God een mens hebben wil: als een verloren, boetvaardige zondaar aan de voeten van Jezus. Er zijn ook andere voorbeelden, hoor. Mensen, die onder de vloek van de wet lopen en nu en dan hoop hebben. In de regel trekt de Heere Zijn kinderen evenwel op een liefelijke wijze. De mensen, die vooral de vloek van de wet kennen, zeggen dan: ik ken die liefelijke trekkingen niet Terwijl de ander zegt: ik ! ken de verschrikkingen van de wet niet zo Het gaat er maar om waar een en ander ons brengt
Sommigen hebben een bekeringssysteem opgebouwd, dat men tot in de details ontleedt. Daar kan ik me niet in vinden. En om nog even konkreet te antwoorden op de vraag: je kunt jezelf inderdaad toesluiten voor het werk van de Heilige Geest door jezelf een bepaald schema voor te stellen. Men draait dan in een cirkel rond, zonder ooit tot Christus te komen.
Th. Avink stelt in een van zijn Praktikale Verhandelingen dat ieder mens voldoende grond heeft in de algemene roeping en aanbieding. Wordt er wellicht niet te vaak iets „ bijzonders" verwacht?
De grond van ons komen tot God en tot Christus om van God genade te ontvangen en door Christus aangenomen te worden, is de aanbieding van de zaligheid en van Christus in de prediking van het Evangelie.
De mens kan niet komen of gaan op grond van iets dat hij/zij in zichzelf bezit De zondaar komt tot God en gaat tot Christus omdat de Heere in het Evangelie zondaren roept en nodigt. En de grond van de Evangelienodiging en de prediking is de algenoegzaamheid van Christus' offerande. Wij zoeken graag naar iets buiten het naakte Woord des Heeren. Een goede gestalte, een opmerkelijke gebedsverhoring,
enz. Maar we moeten komen met lege handen, alleen hopende op het Woord van het Evangelie.
Kan de prediking van invloed zijn op de (wijze van) bekering en het geloofsleven?
Zeer zeker! De hoorders en vooral de geestelijk bekommerden onder hen richten zich naar de prediking: „de dominee zegt het zo en daarom moet ik het zo beleven". Dit leert ons de hoge belangrijkheid van de zuivere prediking van Wet en Evangelie. Hoe men geestelijk gebakerd wordt, is van groot belang.
Als de prediking niet geheel zuiver is of Christus „onder een deksel" gepredikt wordt, worden er dan — weer menselijkerwijs gesproken — minder mensen bekeerd?
De Heilige Geest werkt meestal van twee zijden. Petrus werd op de Pinksterdag aangegord met kracht uit de hoogte om te prediken en in het hart van de hoorders werkte de Heilige Geest verslagenheid door middel van die prediking. De Heere kan een mens bekeren onder een onzuivere prediking, maar de Heilige Geest eert gewoonlijk de rechte prediking door deze te gebruiken tot bekering van mensen. De Erskines zijn er helemaal scherp in. Als ze spreken over een prediking waarin geen aanbod van genade is, zeggen ze niét dat daar „niet geheel zuiver" gepredikt wordt, maar daar is volgens hen helemaal geen
Evangelie. Een zuivere prediking is heel belangrijk. En om nog even een verband te leggen met de vorige vraag: het kan bijvoorbeeld gebeuren, dat door een wettische prediking mensen ook op een meer wettische wijze tot bekering komen.
Wij zijn wat beducht voor een „opgedrongen geloofsbeslissing" zoals je dat bijvoorbeeld bij toernees van Billy Graham ziet. Wat is het verschil met de keuze die Mozes het volk voorhield? En moet de gemeente in de prediking ook zo voor de keus gesteld worden?
Jozua en Mozes, en ook Elia hebben het volk opgeroepen om te kiezen: Kiest u
heden wie gij dienen zult. In de rechte prediking zal deze oproep aanwezig zijn. Een hoorder zal iets met het Evangelie moeten doen. Of verwerpen öf aannemen. Hierover is dan ook geen onduidelijkheid. Maar de wijze, waarop deze oproep tot kiezen en bekering door o.a. Billy Graham gedaan wordt, wijs ik toch af. Daar is sprake van een opdringen van Christus aan de mens in een emotionele sfeer en er wordt geen aandacht besteed waarom de zondaar Christus nodig heeft De echte keus geschiedt niet in de emotie van het ogenblik. Zij komt vaak na veel strijd tot stand.
U wilt Graham niet zien in de lijn van een opwekkingsprediker als Spurgeon en een man als Ryle?
Beslist niet! Al gaat Spurgeon in zijn opwekken misschien wel eens wat ver, zowel hij als Ryle zijn zonder meer bijbels en calvinistisch. En dat is Billy Graham niet. Die zegt, dat, als je zelf niet wilt God ook niets voor je kan doen. Dat is remonstrants.
Bekering is in de eerste plaats iets van het innerlijk leven, maar heeft het ook niet met het uiterlijk, maatschappelijke leven te maken?
Zeker. Bekering werkt ook door in je dagelijkse leven en in het maatschappelijk leven. Ik meen dat Smytegelt ergens opmerkt dat hij aan zijn dienstbode kon merken dat zij tot bekering was gekomen, omdat ze haar werk veel nauwgezetter deed. Echte genade maakt van ons betere huisvaders, huismoeders, ijveriger arbeiders en barmhartiger verpleegsters.
Dominee wilt u tenslotte nog iets aan de jongelui kwijt?
Graag. We lezen over bekering in de Bijbel en we horen over bekering in de kerk. De vraag is: hoe word ik nu tot God bekeerd?
Hoe kom ik aan boetvaardigheid? Hoe kom ik aan schuldbesef en hoe kom ik aan geloof? Ik kan mezelf deze dingen toch niet geven?
Als ik zou zeggen dat je deze dingen eerst zelf moet voortbrengen voordat je tot God of Christus mag gaan, zou dat jullie terecht ontmoedigen. Maar nu mag ik zeggen — volgens Handelingen 5:31 — dat Christus ook gemaakt is tot een Vorst en Zaligmaker om bekering te géven. De profeet Jesaja zegt zo dikwijls dat Christus de blinden het gezicht geven zal en de oren der doven zal openen. Zo lezen we bijvoorbeeld in Jesaja 43 : 8: Breng voort het blinde volk, hetwelk ogen heeft en de doven die oren hebben." Wij mogen ook tot God en Christus gaan om van Hem bekering, opening van onze ogen en geloof te vragen. In deze arbeid, die vooral op je knieën moet gebeuren, mag je je vinger bij Gods Woord leggen en zeggen: Heere, hier staat het toch." Vergeet verder nooit dat een verloren zoon en dochter bij God welkom is. Hoeveel kracht er ook mag zijn in je zonden om je te verdoemen, er is altijd meer kracht in Christus' bloed om je te behouden. Want: , Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen, om de zondaren zalig te maken".
Tenslotte bedanken we ds. Harinck nogmaals hartelijk voor de fijne middag in de pastorie. Vooral voor alles wat hij ons heeft meegegeven en we bij dezen graag aan onze lezers doorgeven. We kunnen verder niet nalaten om het door ds. Harinck geschreven boek over de bekering (nogmaals) van harte bij jullie en u allen aan te bevelen.
Barneveld/Almelo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 december 1982
Daniel | 28 Pagina's