HOE GOD HET BEOORDEELT!
Markus 10: 21a: En Jezus hem aanziende, beminde hem en ziede tot hem: Een ding ontbreek u.
De geschiedenis van de rijke jongeling is een voorval uit Jezus omwandeling op aarde, dat ons tot nadenken moet aanzetten, omdat blijkt, dat het oordeel van Jezus over iemands leven zo geheel anders is, dan wij zouden kunnen vermoeden. Hoewel de uitkomst ons bekend is, blijkt het toch het onderzoek waard.
Het betreft een jongere man, die waarschijnlijk ongetrouwd was en veel goederen ter beschikking had. Het was niet alleen een rijke jonge man, maar daarbij ook, gezien zijn positie, een aanzienlijk mens. Hij was immers naar Lukas' beschrijving ook een overste, d.w.z. een lid van het kollege, dat de synagoge beheerde. We mogen veronderstellen, dat hij dus ook een trouw bezoeker was van de synagoge en dagelijks met de voorn aamsten van het godsdienstig leven omging.
De levensopenbaring van de rijke jongeling
Daarbij had hij nog aantrekkelijke godsdienstige opvattingen ook, want in tegenstelling tot de Sadduceeën van die dagen met hun liberale opvattingen, was hij nog rechtzinnig ook. Hij geloofde heel duidelijk in het eeuwige leven. Daarbij had hij een voorbeeldige levenswandel. Hij leefde zich niet uit met zijn vele goederen, maar zoals later blijkt, hij leefde er wel „in". Hij was velen van ons ver vooruit. Hij dacht duidelijk verder. Hij zocht de plaatsen van vermaak niet, maar met al zijn goederen had hij toch geen rust. Onder zijn dure pak klopte een onrustig hart. De diverse uitleggingen der wet gaven hem ook geen bevrediging. Met zijn vele goederen, waarmee hij alles kon „maken en breken" en zijn stipte levenswandel bleek hij nog geen rust te hebben.
De wettische godsdienst maakt onzeker
Trouwens, is er iets onzekerders, dan een wettische godsdienst? Daar kom je nooit mee klaar. Met de diverse uitleggingen van de wet zou het ons tot een kloosterleven leiden, maar ook dan blijft de onrust. Deze kwam tot Jezus en dat wilde ook toen heel wat zeggen. Daar moeten de discipelen mee verblijd geweest zijn in tegenstelling tot de kinderen, die tot Jezus kwamen, zoals in dit verband vermeld wordt.
Hij komt met zijn nood voor de dag. Deze nood deed hem op de knieën voor Jezus vallen. Het was voor hem echte nood. Ook wij zouden zeggen, dat het „echt" was en hij kwam er precies mee op de plaats, waar hij zijn moet. Da is ons oordeel!
Wat moet ik doen?
Uit zijn spreken klinkt echte hoogachting voor Jezus: Goede Meester. Ook dat was geen alledaagse benadering. De vraag zelf geeft wel moeilijkheden: Wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve? „Doen" en „beërven" sluiten elkaar eigenlijk uit. Een erfenis is een vrije wilsbeschikking van de erflater en daar kan men niets voor doen.
Maar toch een begrijpelijke vraag, die ook op de pinksterdag gesteld werd en later door Saulus van Tarsen en nog later door de stokbewaarder. Het doen zit ons in het bloed en vooral bij deze jonge man had het zijn leven en denken altijd beziggehouden. Maar bij deze jongeling blijkt in het bijzonder uit het vervolg, dat zonden en schuld geen inhoud voor hem hadden. Het was niet de verslagenheid van de pinksterlingen. Maar dat openbaart zich pas in de vrucht. Laten we voorlopig oppassen met ons oordeel. Laat het maar aan Jezus over.
Het zondige „ik"
Uit de „vrucht" blijkt ons, dat zijn zondige „ik" recht overeind blijft staan. Hij buigt niet en doe geen belijdenis en komt niet in hopeloze verlegenheid door zijn verlorenheid bij God. Jezus gaat hem eerlijk behandelen en ontdekt hem eigenlijk aan zichzelf.
Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God. Goed bij God kan alleen God zijn.
Deze rijke jonge man moet Hem leren erkennen, zoals Hij is. (Opmerkelijk is, dat in het vervolg van het onderhoud „goede" in de aanspraak ontbreekt).
Maar de Heere trekt hem onder de volle eis van Gods wet, maar dan ook zo, dat hij moet zien, dat God er achter staat. Alleen door de wet is de kennis der zonde.
De Heere stuurt hem niet weg, ondanks zijn misvatting, maar geeft ingrijpend eerlijk onderwijs. De Heere houdt hem zelfs de tweede tafel der wet voor, waarin hij meende staande gebleven te zijn. In dit onderhoud laat de Heere hem daarin zien naar de diepte, waar het om gaat. Wij kunnen zo ongemerkt de tafels ook ontkoppelen, terwijl de diepte van de eenheid der wet de liefde is. Daarover gaat Jezus' oordeel. Zo beoordeelt Hij!
Oordeel en liefde
In het oordeel Gods gaat het om de liefde, dat wil zeggen, de liefde tot God en de liefde tot de naasten. Maar dan ook zo, dat het gepaard gaat met een waarachtige liefde tot Zijn wet. Juist als we door genade God leren kennen, zoals Hij is, dan krijgt die wet zoveel inhoud. De glans van Gods majesteit en heerlijkheid komt ons daarin tegen en al is het, dat die wet ons veroordeelt, toch is er een liefde tot die wet en een begeerte om die wet te doen. De rijkdom van het evangelie zal nooit gekend worden, als we geen ernst leerden maken met Gods wet. Maar deze jonge rijke man zag niet, wat hij zien moest. Hij had een bijzondere aantrekkelijke levensstijl. Van overspel gruwelde hij, hij had niemand gedood. Ondanks zijn vele goederen kon hij toch zeggen er eerlijk aan gekomen te zijn. Hij had altijd zijn vader en moeder geëerd En ondanks het feit, dat hij alle geboden betracht had, had hij toch geen rust. Hoewel hij naar de wet handelde, toch had hij geen rechte wetskennis. Maar zoals hier in aanraking komen met de wet en wetsbetrachter, zo is het eigenlijk ook met degene, die naar Gods Woord zijn leven richt zonder de diepte van het woord te-verstaan. Het is eigenlijk de geestelijke nood van ons allen van nature.
Leven bij het Woord en met het Woord en toch het Woord niet verstaan. Wat is dan de ontdekking van Gods Geest nodig om alles te zien, zoals we het zien moeten. God beoordeelt het geheel anders dan wij.
Hoe beoordeelt God ons?
Jezus beminde hem, zo staat er. De uiterlijke betrachting is de Heere ook lief en blijkt voor Jezus ook aantrekkelijk te zijn, maar het is niet genoeg. Een ding ontbreekt u. En wat dat ene ding is, dat is begrijpelijk, namelijk de waarachtige liefde tot God en de naasten. Dan gaat het niet meer over medemenselijkheid, hoe aantrekkelijk die ook kan zijn. Het is nog aantrekkelijk als in onze samenleving nog zulke staaltjes van naastenliefde ervaren worden, maar... Een ding ontbreekt U.
Door Jezus weggezonden
Ga heen, zo getuigt Jezus. Een ingrijpend woord, als we door Jezus weggezonden worden. Ga heen!.... Het is om opstandig te worden ook Het blijkt voor de discipelen in het vervolg van deze geschiedenis ook onverteerbaar. Wie kan dan zalig worden?
Nu was er een, die er alles voor over scheen te hebben en wel uU de vooraanstaande kringen van die dagen. Daar konden Jezus en de Zijnen in de toekomst gemak van hebben. Ga heen.... Toch is dit een beslissend moment. Een alleszeggend moment. Het kriterium, waar alles om draait. Want Jezus stuurt hem niet weg in de buitenste duisternis, maar met een opdracht. Eerst verkopen wat hij heeft en het de armen geven en dan terug komen. Niet alleen wegsturen dus, maar met een opdracht. Nu moet het openbaar komen, zoals in het leven van Ruth, van Mozes en van ieder van Gods kinderen het ook openbaar komt! Het is het kriterium in het leven van ieder kind van God, alles loslaten, alles verliezen. Liefde is immers de vervulling van de wet.
Wie kan dan zalig worden?
Het lijkt zo onmogelijk. Zo bovenmenselijk. Dat is het ook als we op onszelf zien. Het is lichter, dat een kemel gaat door het oog van een naald. Wie kan dan zalig worden? Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want alle dingen zijn mogelijk bij God.
Daartoe heeft God Zijn Zoon gezonden op deze aarde. Bij de ontmoeting met het Woord van God in de prediking, maar ook bij het lezen van Gods Woord zien we altijd tweeërlei reaktie. Hier viel een donkere schaduw, die van de dood, de eeuwige dood: hij ging bedroefd weg. Met alle wetsbetrachting en opofferende vroomheid bedankte hij ervoor. Hij kon niet en wilde niet.
Was hij juist op dit moment maar aan de voeten van Jezus neergevallen om te vragen: Leer mij naar Uw wil te handelen, of Heer, ai maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend. Was hij maar neergeknield om - niet meer op te staan, tenzij de Heere hem opraapte. Hij ging weg, verkocht alles niet en kwam dus niet terug om het kruis op te nemen en Hem te volgen. God zond Zijn Zoon om onmogelijke dingen mogelijk te maken. Christus is immers het einde der wet, zo schrijft Paulus aan de gemeente te Rome. De kanttekening schrijft zo eenvoudig bij die tekst: Dat is het oogmerk, waarom de wet door Mozes is gegeven, opdat de mensen tot kennis hunner zonden gebracht zijnde tot Christus hun toevlucht zouden nemen. Deze aanzienlijk rijke jonge man vluchtte juist weg van het Leven.
God oordeelt anders! God peilt de diepte! God kent het hart, maar vergeet niet Wie hetzei: Een ding ontbreekt U!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 1982
Daniel | 28 Pagina's