OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST
Als wij op een stille herfstdag op de begraafplaats vertoeven, waar het vallend blad ook op de grafzerken neervalt, dan is daar de intense stilte van het stille graf, waar niemand Gods lof zingt, waar ook niemand meer vraagt naar de dingen van dit tijdelijke leven. „Gedenk dat mijn leven een wind is", zegt de zwaarbeproefde Job.
Al dwalend tussen de grafstenen gaan onze gedachten uit naar die grote opstandingsmorgen, wanneer de bazuinen zullen klinken: „Waakt op, gij die in stof woont". Het luchtruim zal dan opgerold worden zoals men een tentdoek oprolt, en de heerlijkheid van de Zoon des mensen zal gezien worden. „Wie zal dan vluchten voor die majesteit, wie zal dan buigen voor die heerlijkheid? "
Dan zal al het aards rumoer, het tumult der volkeren verstommen, dan zal alle tijdverdrijf dat hier maar kinderspel was, ophouden, en de ganse schepping die nu om onze zonde zucht, zal haar adem inhouden, als de heilige engelen op bevel van Vorst Immanuël zullen uitgaan, vaardig op het Woord van Zijn mond.
Gaan uw gedachten in de stille ziekenkamer, door genade, ook uit met heilig verlangen naar die grote dag, waarop alle zonde, ziekte en pijn zal worden weggedaan? Of zoals Guido de Brés zijn verlangen uitsprak: „Wij verwachten die grote dag, met groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus onze Heere."
Of verschrikt u het uitzicht op die grote dag? Nu is het nog genadetijd! Eens stond Mozes tussen de Heere en het schuldige volk, dat de dood verdiende. Toen gebood de Heere dat Aaron met het wierookvat vol reukwerk tussen de doden en de levenden door moest gaan, opdat de plaag op zou houden. Zo doet de Heere nog, Hij laat het wierookvat der verzoening voor doodschuldigen doorgaan tussen doden en levenden, om met het woord van Paulus te nodigen: „Wij bidden u van Christus' wege, laat u met God verzoenen, want Hem die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem".
Als de vroeg gestorven Ralph Erskine achter de schapen van zijn kudde aandringt gelijk een herder, dan zegt hij: „De beloften vliegen als het ware rond uw hoofd en oren, vliegen er dan nu ook geen in uw hart, hebt gij dan geen gebruik, o mens, van enige er van? " Indien iemand dorst heeft, die kome tot Mij, zegt de Heere Jezus, en drinke van het water des levens om niet.
Aan alle zieken en eenzamen wensen wij dat verborgen leven der genade toe, zodat u elke dag uw kruis mag dragen in Zijn kracht.
In het bijzonder geve de Heere u stilheid, mevrouw Berkhout, nu u na een beenamputatie op uw hoge leeftijd, weer thuis mag zijn. „Zij sloegen 't oog op God, zij liepen als een stroom Hem aan". Dat de Heere uw sterkte mag zijn. (Mevr. Berkhout, Bej.huis Marckenburg, 9e verdieping, kamer 916, Spijkenisse.)
De vrouwenvereniging uit Naaldwijk heeft een langdurig zieke, een moeder met nog vier jonge kinderen, die het geestelijk heel moeilijk heeft. Mag ook zij op uw post rekenen? (Mevr. Lock, J. Tuningstraat 36, 2671 SX Naaldwijk). De Heere die al uw noden weet, mevrouw Lock, is een liefderijk Heelmeester.
Memento Mori! Op de vele grafstenen valt ons het leeftijdsverschil op van jong en oud. Soms oude verweerde grafzerken, of eenvoudige grafstenen op de dodenakker, met hoge ouderdom. Maar ook van hen die als een sierlijke bloem werdén afgesneden, nog in de bloe van het leven stierven. Er zijn ook witte paaltjes, waar alle gegevens op ontbreken, soms rus daar „een zuigeling van weinig dagen", waar David van getuigde: „Ik zal wel tot hem gaan, maar hij zal tot mij niet wederkomen", of zoals van prins Abia gezegd werd „omdat in hem iets goeds was voor de Heere."
Daar zijn ook naamlozen onder hen die nimmer het levenslicht aanschouwden, waarvan gezegd mag worden:
Uw mogendheid heeft sterkte willen gronden, Uit kinderen, ja, uit zuigelingen monden.
De afgewentelde grafsteen in Arimathea's hof getuigde dat de Levensvorst de dood heeft overwonnen, zodat Hij nu waakt over het stof van hen die in Christus ontslapen zijn tot de grote opstandingsmorgen: „Ik ben de Opstanding en het Leven, die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1982
Daniel | 28 Pagina's