Het staat in de sterren...
KORT VERHAAL
Na een wat schichtige blik om zich heen bukt Willemiek zich en pakt haastig een tijdschrift uit het rek. Ze vist twee gulden uit haar portemonnee en bergt de drie dubbeltjes die ze terugkrijgt zorgvuldig op. Als ze zich omdraait om weer naar buiten te gaan, botst ze bijna tegen een mevrouw op.
„O, pardon", mompelt ze.
„Dag Willemiek", klinkt een bekende stem. Met een kleur als vuur kijkt Willemiek op. „Eh, o.. d.. dag juf', stamelt ze verward. Juffrouw Bergsma kijkt haar leerling uit 3b wat verbaasd na. Wat doet dat kind raar. 't Was alsof ze schrok.
„Kan ik u helpen, mevrouw? " vraagt een verkoopster.
„Ja ik wilde graag de nieuwe Burda van u. Ik heb al gezocht, maar ik kan hem niet vinden." Terwijl de verkoopster het handwerkblad voor haar opzoekt, laat juffrouw Bergsma haar ogen over de onderste rijen tijdschriften gaan. Hm, het geijkte. Story, Panorama, Privé, tientallen stripboeken en helemaal onderaan de sexbladen. Haar blik blijft even rusten op het titelblad van één der tijdschriften. Bah, te vies om naar te kijken. Ineens schiet het door haar heen: Willemiek zal toch niet.... Ze deed zo verschrikt.
Die Sterne
Met de handen onder haar hoofd zit Willemiek hardop duitse woordjes te leren. Stork is niet gierig in het geven van huiswerk. Twee bladzijden woordjes en een les vertalen. Ze pakt het themaboek en zoekt de les op. Bah, een verhaaltje over de ruimtevaart Waardeloos natuurlijk. Vluchtig leest ze hem even door. Het lijkt mee te vallen. Een astronaut vertelt zijn belevenissen. Niet moeilijk zo te zien.
„...und als ich die milionen Sterne sah, die mit...." Sterren! Willemiek schiet ineens rechtop. Zou Bergsma gezien hebben welk tijdschrift ze in haar tas moffelde? Wie weet hoelang ze al in de winkel was. Nou ja, wat dan nog. Ze trekt vanonder haar atlas het tijdschrift te voorschijn en bladert het door. De pagina met de horoskoop weet ze blindelings te vinden.
Jammer dat Karin verhuisd is, daar mocht ze het altijd van lezen. Ze weet het nog goed van de eerste keer. Dat zal nu een maand of vier, vijf geleden zijn.
„Jij bent toch in oktober geboren hè? Dan bof je deze week, meid. Kijk, hier staat het." Nieuwsgierig had ze meegelezen: „Deze week hebben de Schorpioenen een buitenkansje. Wacht maar rustig af en houdt de post in de gaten"
Met een ongelovig lachje had ze het tijdschrift teruggegeven.
„Allemaal onzin."
„O ja? " had Karin snibbig geantwoord, „je zult het zien, 't komt bijna altijd uit hoor! Ik kijk altijd eerst naar de horoskoop en dan lees ik pas de rest Wil je het meenemen? Ik heb het uit 'k Moet het wel terug hebben." Aarzelend had ze het blad aangepakt, maar thuis op haar kamer had ze het gretig doorgebladerd. Het duurde niet lang of ze was er in verdiept. De rubriek, , Helstaat in de sterren" had ze zo vaak gelezen, dat ze hem al gauw uit haar hoofd kende. Toen ze twee dagen later uit school thuiskwam, lag er een pakje op tafel.
„Voor jou", had moeder gezegd, „je hebt een prijs gewonnen met de puzzel."
„Zie je wel, " had Karin triomfantelijk gezegd, toen ze het haar de volgende dag vertelde, „zie je wel dat het uitkomt!"
Voor de zoveelste keer leest Willemiek de horos kooprubriek. Dan bladert ze het tijdschrift van achter naar voren nog eens door. Ze heeft alle verhalen gelezen en de foto's bekeken. Ook de foto's uit de sexfilm die zoveel suksessen boekt. Smerig eigenlijk zulke dingen. Goed dat vader en moeder niet weten dat ze dit blad leest Als Willemiek aan haar ouders denkt voelt ze dat ze een kleur krijgt net als vanmiddag in de tijdschriftenkiosk. Volgende week koopt ze er beslist geen. Ze zal ermee ophouden, echt! Maar als het een week later is, zit ze weer verdiept in de nieuwe horoskoop. „Schorpioenen, opgelet! Jullie...."
Watermannen hebben deze week tegenslag
„Ik werd vandaag achtervolgd door allerlei ongelukjes".
Vader, moeder en Willemiek zitten gezellig aan de koffie. De afwas is gedaan en voordat Willemiek naar boven gaat om haar huiswerk te maken, drinken ze samen een kopje koffie.
Mevrouw Van Wijk vertelt wat er gebeurd is. „Ik kan er nu om lachen, maar 't was vervelend genoeg. Vanmorgen stootte ik een volle emmer sop om in de keuken. Het kostte me meer dan een kwartier eer ik de natte troep had opgeruimd. Tien minuten later brak ik een engels kopje en vanmiddag bleef ik in de schuur aan een spijker haken. Resultaat? Een flinke scheur in m'n rok. Ze zeggen wel: drie keer is scheepsrecht Nou dat klopt gelukkig wat die tegenslag betreft, er zijn geen ongelukjes meer bijgekomen." „Watermannen hebben deze week tegenslag", flapt Willemiek eruit Meteen krijgt ze een kleur als een boei.
Vader en moeder kijken haar verwonderd aan.
„Wat zegje nou voor onzin? " vraagt meneer Van Wijk verbaasd Willemiek kan het puntje van haar tong wel afbijten.
„Eh, nou... ik", hakkelt ze. En dan: „Ubent toch 29 januari jarig, dan ben je volgens de horoskoop een Waterman. Dat is een sterrenbeeld", verduidelijkt ze.
„Je wilt toch niet zeggen dat je aan zulke nonsens geloof hecht" zegt moeder. „Waar haal je die gekheid vandaan? " Nu zit Willemiek helemaal met een kleur tot in haar haren.
„Nou, dat las ik ergens in een of ander tijdschrift."
„Dat zal me het tijdschrift dan ook wel zijn, " smaalt vader. Maar dan ernstig: „Als jij zo graag de toekomst wilt weten, dan raad ik je een ander „Tijdschrift' aan. Daarin lees je helder en duidelijk wat eenmaal komen zal.
En dat alles zonder leugens en bedrog." Willemiek kijkt even op, recht in vaders ernstige ogen. Ze begrijpt heel goed welk „Tijdschrift" hij bedoelt Zal ze het vertellen van Karin en dat ze al weken lang zelf dat blad koopt en.... Nee, ze zal nog één week wachten. Als zaterdag de voorspelling in de horoskoop niet uitkomt zal ze geen tijdschrift meer kopen, dan stopt ze er echt mee. „Ik ga naar boven", zegt ze zacht „ik heb een berg huiswerk om „u" tegen te zeggen."
Wat een snertbegin!
Het is zaterdagmorgen. Met een zucht van genot draait Willemiek zich nog eens om in haar warme holletje. Heerlijk! Geen nijdig rinkelende wekker, geen gejacht om op tijd te zijn. Als ze bijna weer zal wegsoezen, schiet het als in een flits door haar heen: „Je ongeluksdag is zaterdag 30 oktober."
Van wegdommelen is geen sprake meer. Ze is klaarwakker en als ze op haar wekkertje kijkt 2 'et ze dat het pas kwart voor zeven is. Wat een snertbegin van je vrije dag.
Zaterdag is je ongeluksdag
„U kunt even naar haar toe hoor, " zegt een vriendelijke stem. „Loopt u maar mee." Meneer en mevrouw Van Wijk gaan met de verpleegster de lange gang door naar één van de vele ziekenkamers. Daar wacht hen een witjes uitziende Willemiek met een dik omzwachtelde linkerarm en een grote pleister op haar ene wang. Ze doet een mislukte poging om te lachen.
„Als de arm goed gezet is, mag ze maandag al naar huis, " stelt de verpleegster hen gerust „U kunt wel een kwartiertje blijven, " voegt ze er aan toe.
Wat onwennig nemen vaderen moeder ieder een stoel en gaan aan weerszijden van het bed zitten.
„Heb je veel pijn? " vraagt moeder bezorgd.
„Nu niet meer, ik kan alleen niet lachen, want dan voel ik m'n wang."
„We zijn zo geschrokken, " zegt moeder en pakt Willemieks hand. Vader legt de zijne er overheen.
„De Heere heeft je bewaard, kind. Het had zoveel erger kunnen zijn. Als die auto... Ik moet er niet aan denken."
Willemiek zegt niets. In haar dreunt en dreint maar één zin! „Zaterdag is je ongeluksdag, zaterdag is je ongeluksdag!" „Heb je de Heere al gedankt dat het tot hiertoe zo is afgelopen? " Weer zwijgt Willemiek
„Zullen we het dan samen doen? " dringt vader zachtjes aan.
Even kijkt Willemiek opzij naar het andere bed. Moet dat nou zo nodig? Maar vader heeft zijn handen al gevouwen en in een eenvoudig gebed, dat recht uit zijn hart komt dankt hij God voor Diens bewarende hand. De mevrouw naast Willemiek bidt ook mee.
Na het amen blijft het even stil. Dan zegt ze: „Wat zullen wij het goed kunnen vinden samen, Willemiek. Wij hebben immers allebei reden om de Heere te danken. Jij omdat je er zo goed van bent afgekomen en ik omdat ik na een zware heupoperatie vandaag voor het eerst weer heb gelopen. God is goed! Onthoud dat maar, kind. Goed voor slechte mensen."
Meneer en mevrouw Van Wijk hebben verrast geluisterd. Wat fijn dat Willemiek naast deze vrouw ligt
Drie dubbeltjes terug
Het is een week later. Wat onhandig door haar „gipsarm" vist Willemiek twee gulden uit haar portemonnee. Met het tijdschrift onder haar gezonde arm geklemd betaalt ze bij de kassa. De drie dubbeltjes die ze
terugkrijgt, mikt ze los in haar tas. Gauw naar huis, gauw kijken wat de sterren te vertellen hebbend Jammer dat ze de voorspelling van vorige week heeft gemist Het blad was uitverkocht
Niets? Niemand?
De weken vliegen voorbij. Willemiek denkt amper meer aan het ongeval dat haar op die „ongelukszaterdag" overkwam. Ze wordt al onverschilliger wat de godsdienst betreft Van haar zakgeld heeft ze een sterrenbeeld als hangertje gekocht Ze draagt het iedere dag. Ze zorgt er wel voor dat vader en moeder het niet in de gaten krijgen. Wat als een spelletje begon, is nu bittere ernst geworden. De waarschuwingen van vader slaat ze in de wind, de tranen van moeder deren haar niet Mag ze dat tijdschrift niet in huis hebben? Haar een zorg. Ze leest het wel in de winkel of de kiosk. De rest interesseert haar toch niet en de horoskoop heeft ze gauw genoeg bekeken. Willemiek zit totaal in de ban van het bijgeloof. De sterren bepalen haar levenslot ze wordt er helemaal door beheerst Niets kan haar uit die ban bevrijden. Niemand kan die duivelse banden verbreken. Niets? Niemand?
Alleen op God vertrouwen
Vanaf de galerij, haar ellebogen op de rand van de ballustrade, bekijkt Willemiek de mensen die de kerk binnenkomen, 't Wordt weer goed vol vanmorgen zo te zien. Veel zin om te gaan had ze niet maar vooruit Je hóéft niet te luisteren, da's nogal gemakkelijk. Ze is het niet van plan ook. Voor haar hoeft het allemaal niet meer. Als de dominee de beginpsalm opgeeft, zingt ze niet mee. Het dringt niet eens tot haar door wat er gezongen wordt „Het ruime hemelrond vertelt met blijde mond, Gods eer en heerlijkheid!"
Het voorlezen van de wet en het bijbelgedeelte gaan langs haar heen. Van het grote gebed hoort ze alleen het amen. Met opzet sluit ze haar oren en hart toe.
Hé? ! Wat zegt hij nou in zijn voorrede? Dat we alleen op God moeten vertrouwen? Dat heeft ze haar leven lang al gehoord, dat is zo'n dooddoener, maar dat andere! Dat ...„en allen die hun vertrouwen stellen op iets buiten de Heere, op horoskopen, op de loop der sterren, op wat waarzeggers beweren en voorspellers zeggen, die zullen bedrogen uitkomen."
„Dat heeft vader hem voorgezegd", flitst het door haar heen.
„Hierover willen wij vanmorgen spreken. U vindt onze tekst in Jesaja 47 vers 13, dit gedeelte: .... laat nu opstaan, die de hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzèggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen."
Wilt U het licht maken!
Het is al heel laat als Willemiek haar bedlampje uittrekt De poging om zich in slaap te lezen is mislukt het boek boeide niet Nu zal ze het zo maar proberen. Maar het lukt haar niet de slaap wil niet komen en haar gedachten blijven rondtollen in haar hoofd. „.... en laat ze u verlossen van de dingen, die over u komen zullen."
Als felle hamerslagen beuken de woorden op haar hart Ze kan ze niet kwijt wat ze ook probeert
Toen vader onder het koffiedrinken over de preek begon, had ze uiterlijk onverschillig haar schouders opgehaald.
„U zult hem wel een tip gegeven hebben." Ze had goed gezien hoe zeer deze woorden hem deden. Als Willemiek hier weer aan denkt gooit ze de dekens van zich af. Poeh, wat is het warm! Vader had zo ernstig gesproken, ze had het nog nooit zó gehoord. „Willemiek, sluit toch je oren en je hart niet voor Gods Woord. Het was niet voor niets dat je vanmorgen in Zijn huis kwam. Toe, vraag maar om licht 't is zo donker bij je vanbinnen, zo aardedonker. Er is vanmorgen op de deur van ieders hart geklopt maar op die van jou in 't bijzonder, kind."
Van haar onverschillige houding was niet veel overgebleven. De zondag was verder verlopen zoals altijd. Over de preek is niet meer gesproken. Toen ze naar boven ging en wel te rusten zei, had ze moeder — voor 't eerst sinds weken — weer een zoen gegeven. Voor de zoveelste keer draait Willemiek zich om.
„Vraag maar om licht 't is zo donker bij je." Ze houdt het niet langer uit in bed. Voorzichtig om geen leven te maken knielt ze neen „Heere, ik weet het niet meer, helpt U mij als 't U belieft en wil het licht maken. Amen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1982
Daniel | 28 Pagina's