IRISKOPIE EEN OMSTREDEN ZAAK
Wanneer iemand lichamelijke klachten heeft, zal hij in veel gevallen een dokter raadplegen. Hij verwacht dan dat deze hem vertelt wat hij precies mankeert. Om dit na te gaan heeft de arts een groot aantal onderzoeksmethoden tot zijn beschikking. Soms kan hij na een gesprek met de patiënt en een beperkt lichamelijk onderzoek al een antwoord geven. In een aantal gevallen is uitgebreider onderzoek noodzakelijk. Dan kan het bloed of de urine onderzocht worden, of moeten er röntgenfoto's gemaakt worden.
Dit is echter niet de enige manier om te weten te komen wat voor kwaal iemand heeft. Een andere manier is om naar een bepaald gedeelte van beide ogen van de patiënt te kijken. De methode waarmee men op deze wijze de aard van een ziekte probeert vast te stellen wordt iriskopie genoemd.
Wat houdt iriskopie in? En hoe moeten wij er tegenover staan? Op deze vragen zal ik een antwoord proberen te geven.
Wat is iriskopie?
In het nederlands zouden we het woord iriskopie kunnen omschrijven als: het bekijken van het regenboogvlies. Dit is nu precies wat een iriskopist (dat is iemand die iriskopie bedrijft) doet: hij bekijkt het regenboogvlies, het gekleurde gedeelte van ons oog rond de pupil. Op deze manier zou hij te weten komen wat voor ziekte iemand heeft. Want, zo zegt een iriskopist, afwijkingen van vrijwel alle organen in het menselijk lichaam zijn zichtbaar in dat regenboogvlies door middel van licht of donker gekleurde vlekjes, of door aanwezigheid van bepaalde tekens en vormveranderingen. Organen die rechts in ons lichaam zitten, worden vertegenwoordigd in de rechter iris (= regenboogvlies); links gelegen organen in de linker iris en midden in het lichaam gelegen organen in beide irissen. Ieder orgaan heeft z'n eigen plekje in één of beide irissen. Ontstaat er een ziekte, dan is er een afwijking te zien in dat speciale deel van het regenboogvlies. Is de ziekte genezen, dan verdwijnt of verandert dat teken weer.
Niet alleen wordt gekeken naar vlekjes en bepaalde figuren, ook is het totale aspekt(zeg maar de kleur) van het regenboogvlies van belang. Op grond hiervan wordt de patiënt ingedeeld in een bepaalde „groep". Behoor je tot de ene groep, dan heb je veel kans op het krijgen van ziekten van de longen, behoor je tot een andere groep dan heb je weer meer kans op aandoeningen van de nieren of de blaas. Zo zijn er vijf verschillende groepen met ieder hun kenmerkende afwijkingen.
De meeste iriskopisten kijken niet alleen naar het regenboogvlies, maar ook naar andere delen van het oog. Daarnaast vindt ook een gesprek met de patiënt plaats, waarin de klachten naar voren komen, evenals behandelingen die men eventueel al heeft ondergaan.
Het is wel van belang te vermelden dat ook een „gewoon" arts veel in het oog kan zien, bijvoorbeeld of iemand bloedarmoede of geelzucht heeft. Maar voor de gewone arts is juist het regenboogvlies heel weinig interessant.
Iriskopie wordt gerekend tot de „niet-universitaire geneeskunde". Dit wil zeggen dat de methode niet wordt onderwezen op de universiteiten waaraan men moet studeren om arts te worden. Wil men iriskopist worden dan moet men óf bij een iriskopist in de leer gaan óf gaan studeren aan bijvoorbeeld een Akademie voor Natuurgeneeswijzen. In plaats van niet-universitair worden ook wel andere aanduidingen gebruikt, zoals „alternatief', „niet-officieel", „paranormaal" en , , natuur"(geneeswijze).
Verschillende meningen
Er zijn mensen die een warm voorstander zijn van de iriskopie. Zij vinden dat de methode goed werkt, dat er niets bijzonders of magisch in de methode zit en dat er principieel geen bezwaren tegen aan te voeren zijn. Toch zijn er zeker wel vraagtekens bij de iriskopie te plaatsen. We moeten ons zelfs afvragen of er geen ernstige bedenkingen tegen de methode zijn. Laten we proberen deze bezwaren eens op een rijtje te zetten:
1. De hele theorie zoals die door de iriskopisten wordt gehanteerd kan medischwetenschappelijk (misschien beter gezegd: door de artsen) niet of nauwelijks bevestigd worden.
In de eerste plaats is nooit aangetoond dat er verbindingen zijn tussen de verschillende organen in het menselijk lichaam en het regenboogvlies, terwijl men tegenwoordig toch echt wel veel weet over de opbouw van het menselijk lichaam.
In de tweede plaats zijn er verschillende onderzoekingen gedaan naar het werkelijk vóórkomen van die vlekjes in'het regenboogvlies, maar door niet-iriskopisten zijn die vlekjes nooit gevonden. Het is niet al te moeilijk om bijvoorbeeld in een ziekenhuis een aantal patiënten mét blindedarmontsteking te vergelijken met een groep patiënten zónder blindedarmontsteking. Maar deze vergelijkingen leverden niets op. De mensen met blindedarmontsteking hadden niets méér zichtbaar in het oog dan de mensen zonder blindedarmontsteking.
2. Zoals eerder is gezegd heeft de iriskopist ook een gesprek met degene die hem raadpleegt. Uit dit gesprek kan al heel veel naar voren komen over de aard van de ziekte. Het is dan ook bijzonder moeilijk na te gaan of de aard van de ziekte vastgesteld wordt uitsluitend en alleen door het kijken naar de iris of dat ook de informatie van de patiënt een (belangrijke) rol speelt.
3. Iriskopie is een zeer oude methode. Maar reeds vanaf het begin hebben de meeste beoefenaars van de iriskopie veel binding gehad met het okkultisme, het gebruik van de geheime krachten in de natuur. Hierbij moet je dan denken aan spiritisme, tovenarij, sterrenwichelarij, het gebruik van de wichelroede, enz. Kortom, zaken waarvan de Bijbel zegt dat daarbij duivelse machten een rol spelen en waar wij ons verre van dienen te houden.
Ook in deze tijd zijn er iriskopisten die niet alleen van de iriskopie zelf gebruik maken, maar ook bijvoorbeeld van de astrologie (de sterrenwichelarij), dit geldt overigens niet voor alle iriskopisten. Er zijn ook christenen bij die de methode gebruiken ten nutte van hun naaste.
4. Er zijn maar weinig geschriften waarin wordt geprobeerd een bijbels standpunt in te nemen ten aanzien van een aantal alternatieve geneeswijzen, waaronder de iriskopie. Er is één boek waar ik met name op wil wijzen. Het boek heet , , Het domein van de slang" en is geschreven door dr. W. J. Ouweneel. Hij behandelt in dit boek ook de iriskopie en komt tot de ondubbelzinnige uitspraak: „De diagnose is 100% waarzeggerij" (pag. 231). Dit is een uitspraak, gebaseerd op redelijke argumenten na grondig onderzoek van de verschillende gegevens. Deze uitspraak kunnen we dan ook niet zo maar naast ons neerleggen.
Geoorloofd of niet?
Mag je nu gebruik maken van de diensten van een iriskopist of niet? Het antwoord hierop is niet eenvoudig en eigenlijk niet in een paar zinnen te geven. Laat ik toch proberen om in enkele woorden mijn mening weer te geven. Op het eerste gezicht is de iriskopie een methode van onderzoek die verschillende voordelen biedt. Immers, het onderzoek is niet pijnlijk, niet lastig en kan in korte tijd worden uitgevoerd. Maar deze voordelen zeggen mij niet zo veel, omdat ik vooralsnog van mening ben dat de methode in feite niet werkt, of in ieder geval niet „zo maar" werkt. Ik baseer deze mening op de resultaten van de eerder genoemde onderzoeken.
Daarnaast kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de diagnose die iriskopisch gesteld wordt, nog al eens vaag is of zelfs voor velerlei uitleg vatbaar is. Wat ik niet kan uitsluiten is dat de methode in een aantal gevallen wel (goed) werkt. Maar dan komt er iets bij, iets wat misschien intuïtie is, maar wat mogelijk ook heldervoelendheid of zelfs helderziendheid genoemd moet worden. Is inderdaad van deze twee laatstgenoemde zaken sprake, dan moeten wij wel zeer voorzichtig worden. Want zien wij dan de achtergrond van de iriskopie, waarin vaak okkulte machten en krachten een rol hebben gespeeld, dan komen we op een terrein waarvan Gods Woord zegt dat we daar geen gebruik van mogen maken.
Ja, zal iemand zeggen, kan dan iriskopie niet gezien worden als een bijzondere gave van de Heilige Geest? Op bijbelse gronden kan ik dit niet geheel uitsluiten maar ik acht het toch wel onwaarschijnlijk. Er zijn meerdere argumenten om aan te nemen dat deze „extra-ordinaire" gaven van de Heilige Geest alleen geschonken zijn aan de mensen in de eerste christengemeenten, met name ten behoeve van de ongelovigen: om deze ongelovigen te bewegen tot het geloof. Daarbij komt dat iriskopie als zodanig niet in de Bijbel vermeld wordt.
Al met al ben ik van mening dat men niet zomaar gebruik mag maken van de diensten (gaven? ) van een iriskopist. De spreuk „baat het niet, het schaadt ook niet" gaat hier zeker niet op. Wij kunnen ons beter laten leiden door de uitspraak van de apostel Johannes in zijn eerste zendbrief: „....maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn".
Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1982
Daniel | 28 Pagina's