DE GAVEN VAN GRETUS LEEUWENHOEK
De redaktie van Daniël heeft mij, in verband met het thema van dit nummer, een boek ter recensie aangeboden, dat geschreven is door Jo van Dorp-Ypma. De titel van dit 218 pagina's tellende boek (uitgegeven bij Callenbach, Nijkerk) luidt Geliefde zoon. He werk is verlucht met mooie zwart/wit-tekeningen van Anton Pieck.
Deze roman handelt over het leven van Gretus Leeuwenhoek die onder de naam „Boertje van Hoenkoop" grote bekendheid verkreeg als kruidendokter. Aan het eind van zijn loopbaan geeft Gretus door middel van een brief een uiteenzetting, ook wel een zelfverdediging te noemen, van zijn doen en laten. Deze brief is bestemd voor zijn zoon, Teunis Leeuwenhoek, die als wetenschappelijk gevormd man de arbeid van zijn vader steeds kritisch heeft gadegeslagen.
De inhoud
In de eerste (korte) brief die vader Gretus Leeuwenhoek aan zijn zoon Teunis schrijft, wordt uiteengezet waarom hij na de dood van zijn vrouw niet direkt naar Amerika (waar Teunis inmiddels woont) overkomt Het is niet om „ de praktijk", want die heeft hij nu aan de kant gedaan De zoon is echter al zeven jaar weg „en dan groei je zo'n beetje van elkaar af'. De belangrijkste reden is overigens: „Het is om dat andere, zou ik wel zeggen Kijk eens, ik heb veel zieke mensen geholpen, maar ik geloof eigenlijk, dat jij er zo'n beetje op neerkeek, datje daarom al vóór de laatste oorlog uit ons 1 and bent weggegaan, doet het niet? En ik zou er nooit meer over kunnen praten. En ik kan het niet afschaffen of uitdoen zoals je een ouwe jas uitdoet". Als Gretus er over nadenkt hoe het begonnen is, komt hij tot de konklusie dat hij veel te schrijven heeft. Eindelijk heeft hij daarvoor nu de tijd. In de daaropvolgende (onwaarschijnlijk lange) brief aan zijn zoon komen we zijn levensgeschiedenis dan ook te weten. Gretus had zijn „gave" ontdekt toen hij t kleuter was en zijn zusje Nelia op haar sterfbed lag: „Weetje, toen ik in die bedstee keek, zag ik de zieke Nelia zonder licht liggen. Altijd, nu nog, zie ik om alle blote delen van een mens een licht, bij kinderen zilverwit, bij grote mensen gekleurd. Aan dat licht kun je veel van de ziekten zien. Jij kan dat natuurlijk niet wetenschappelijk verklaren. Ik ook niet, ik weet alleen, dat het bestaat, en dat dit de eerste keer was, dat ik een mens zonder licht zag".
De jongensjaren van Gretus verliepen net als van iedere boerenjongen. In het laatste jaar van zijn schooltijd vertelt Gretus aan Teun Spek, een strijker, dat hij „het licht" om zijn schoolmeester had zien wegvallen, waarop Teun Spek hem vertelde dat de meester al vijf jaar last had van zijn hart en dat Teuns broer al eens gezegd had dat de meester kruidenthee van valeriaan en kamille moest nemen, maar dat de meester dat niet wilde. Hierdoor begon Gretus voor 't eerst na te denken over kruiden. In dezelfde tijd had Gretus' moeder namelijk veel last van reumatiek Vandaar dat Gretus kontakt zocht met Jaap Spek, de broer van Teun. Met adviezen en kruiden kwam Gretus weer thuis. Het zou inderdaad wat beter gaan met moeder. Na verloop van zo'n vier jaar werd ze echter plotseling minder. En weer is Gretus' gang naar het huisje van Jaap Spek Wederom geeft deze het een en ander, maar deelt Gretus ook eerlijk mee: „Jij en ik weten, Gretus Leeuwenhoek, dat jouw moeder gauw uit de tijd zal zijn; ik ben een keer bij haar binnen geweest, en jij ziet
haar elke dag, maar je weet, dat daar geen kruiden voor zijn". Ook vertelt Jaap dat zijn moeder Gretus nog gebakerd heeft en dat deze gezegd had: „Jaap, die zoon van Teunis Leeuwenhoek is met de helm geboren. Als ik er niet meer ben, moet jij dat jonchie in de gaten houwen".
De gesprekken met Jaap Spek gaven Gretus een draai in zijn leven, waardoor hij „het boertje van Hoenkoop" werd. Na de dood van moeder begon hij kruidenboeken te verslinden. Als na enige tijd Jaap Spek zelf zeer slecht komt te liggen, laat deze Gretus bij zich roepen en zegt hem dat hij alle kruiden en boeken mag overnemen, want kruidendokter moest Gretus Leeuwenhoek worden, dat stond voor Jaap Spek vast Dat zou Gretus dan ook worden, nadat hij een vrouw gevonden had. Toen er eenmaal één patiënt over de dam gekomen was, kwamen er meer. Het spreekt vanzelf dat dit gauw op het dorp en in de contreien bekend werd. Op aanraden van de notaris aanvaardde hij dokter Verheul (die zelf geen praktijk meer kon hebben: door de drank afgetakeld) voor het tekenen van de recepten. Aan het boerenbedrijf werd steeds minder gedaan, want de kaaskamer (de wachtkamer) kwam steeds voller te zitten.
Tussen de (kruiden)bedrijven door schrijft Gretus aan zijn zoon ook veel over de gebeurtenissen in het gezin: de relatie met zijn vrouw, het sterven van hun oudste zoontje, de geboorte van Teunis, zijn ouderlingschap, enz. Vooral over de negatieve houding van student Teunis krijgen we meer te horen. Zo wordt de geschiedenis verteld die Gretus en Teunis van elkaar deed verwijderen. Teunis kwam namelijk met een meisje thuis, Elly Schultz (geen boerendochter; een halve Duitse), over wie Gretus en zijn vrouw zich niet bijzonder konden verheugen. Dat kwam mede door de omstandigheid dat Gretus het meisje als patiënte had en bemerkte dat hij voorgelogen werd. Teunis echter was zwaar verliefd en liet zich in die tijd - door de omgang met Elly - beïnvloeden door de ideeën van Hitier. Na zijn eindexamen vluchtte Teunis naar Amerika. Waarom? Er was een kind gestorven dat bij Gretus medicijnen gehaald had en, zo werd gezegd, het een had met het ander te maken. Een onderzoek moest ingesteld worden. Teunis, die er bang voor was dat zijn vader na enige tijd tegen de lamp zou lopen en daarmee de naam van de familie zou verspelen, wilde voorgoed weg zijn. Vooral ook omdat het hele geval bij Elly thuis dik opgeblazen werd: het kind zou met boerenwormkruid vergiftigd zijn. Gretus bleek echter nooit dat kruid meegegeven te hebben. Hij kan dat bewijzen, daar hij altijd èn de bezoeken én de medicijnen van de patiënten noteerde. Teunis was inmiddels weg.
Elly zou in de bezettingstijd omkomen. Teunis trouwde in Amerika met ene Gladys en kreeg een kind. Dokter Verheul stierf in het laatste oorlogsjaar. Gretus en zijn vrouw gingen echter door met het werk. Pas toen zijn eigen vrouw overleed, zette Gretus de praktijk aan de kant Aan het eind van deze brief schrijft hij o.a.: „Ik ben al in de zestig, Teunis, zoveel tijd heb ik niet meer. Ik verlang naar jou, ik verlang om je vrouw te zien, met wie je gelukkig bent en ik verlang naar je kind, straks naar je twee kinderen, zo God belieft. Kun je echter niet aanvaarden, dat je vader het boertje van Hoenkoop was, telegrafeer dan ook. Ik zal het je niet kwalijk nemen". Uit de laatste bladzijden van het boek blijkt dat vader Gretus inderdaad welkom was en dat hij zo de laatste levensjaren kon doorbrengen bij zijn zoon, schoondochter en kleinkinderea
Beoordeling
Tot zover het verhaal. Ik zou nu kunnen ingaan op diverse verteltechnische aspekten van dit boek en daarover een oordeel vellen, maar dat doen we op deze plaats niet gezien het thema van dit Daniël-nummer. Wel wil ik nog even kwijt dat ik de vormgeving (twee korte brieven en een zeer lange brief) niet al te
best vind. Op deze wijze komen we weinig of niets te weten van de gedachten en gevoelens van zoon Teunis en daardoor weten we ook niet precies waarop zijn (al of niet wetenschappelijke) argumenten tegen het werk van zijn vader gegrond zijn Dat zouden kritische lezers graag willen weten, neem ik aan.
In het boek wordt namelijk een positief standpunt ingenomen ten aanzien van de buitengewone gaven van Gretus en diens werkzaamheden als kruidendokter. Dat kan ook eigenlijk niet anders, want het gehele gebeuren (op de laatste twee pagina's na) wordt bezien door de ogen van Gretus.
Uit het verhaal valt dus op te maken dat Gretus Leeuwenhoek de gave bezat van het zien van aura's. Een aura is een soort kleurenspel, dat bepaalde okkultisten om of nabij personen met wie zij in aanraking komen, beweren te „zien" en dat een afspiegeling zou vormen van de karaktereigenschappen, de gemoeds-en gezondheidstoestand van deze personen. Zo heeft de befaamde nederlandse paragnost Gerard Croiset eens gezegd dat hij rond elk mens kleuren kan waarnemen die hij door lange ervaring in verband wist te brengen met het karakter van de desbetreffende persoon. Overigens ontdekte hij dat in de astrologie die kleuren sedert eeuwen al precies zo uitgelegd werden.Dr. W. J. Ouweneel heeft in zijn zeer lezenswaardige publikatie over okkultisme en mysticisme, Het domein van de slang, in dit verband gezegd: „Het verrassende is nu dat de kleuren die een paragnost bij een persoon waarneemt, treffend schijnen overeen te komen met de kleuren die een astroloog vaststelt op grond van de horoskoop van die persoon. Als dit bevestigd zou kunnen worden, wijst dit er eens te meer op dat de astrologie rechtstreeks uit het antieke okkultisme is voortgekomen. Ik bedoel dat in die zin dat antieke okkultisten ervaringen, opgedaan met aura-waarnemingen, vervolgens op de planeten hebben geprojekteerd. Hoe dit ook zij, ook de astrologie is een gebied waarvan de Schrift ons uitdrukkelijk verboden heeft dat te betreden omdat we er met machten der duisternis in aanraking komen".
Dat er aan de gave van Gretus Leeuwenhoek bedenkelijke kanten zitten, lezen we echter nergens in het boek van Jo van Dorp-Ypma. Voor een „christelijk roman" vind ik het op z'n minst bedenkelijk We willen niet beweren dat mensen geen bijzondere gaven kunnen bezitten. Wel dat het bezit van supernormale gaven zeer gevaarlijk kan zijn, niet het minst wanneer die gaven verbonden worden met diverse christelijke noties. Zo weten okkultisten vaak de massa zand in de ogen te strooien door (maar al te graag) de Bijbel te citeren.
Verder wordt in Geliefde zoon gesuggereerd dat het normaal is wanneer men „het met de helm op geboren worden" relateert aan het bezitten van een bijzondere gave. Met de uitdrukking „hij is met de helm op geboren" wordt bedoeld het vlies dat bij de geboorte het hoofd van sommige kinderen omgeeft en waaraan een hardnekkig, wijdverbreid volksgeloof bijzondere eigenschappen toeschrijft Nu zal het zeker wel eens zijn voorgekomen dat iemand, met de helm geboren, een bepaalde gave had. We mogen echter nooit op basis van één of slechts enkele konstateringen een ver strekkende konklusie trekken. Zoiets noemen we in de leer van de mondelinge kommunikatie een ongeoorloofde generalisatie.
Ten slotte moet nog aandacht besteed worden aan Gretus Leeuwenhoek in zijn kwaliteit van kruidendokter. We weten allemaal dat de homoeopathie de laatste decennia een steeds belangrijker wordende positie heeft ingenomen naast de gewone geneeskunde. De homoeopathie is een geneeswijze die een ziektebeeld behandelt met een middel dat bij de gezonde mens gelijkende ziekteverschijnselen veroorzaakt
Hoewel het begrip homoeopathie een paar keer genoemd wordt in het boek, mogen we de hoofdfiguur Gretus Leeuwenhoek toch niet zonder meer een homoeopaat noemen. Hij komt namelijk naar voren als iemand die uitsluitend met kruiden werkt en de fy totherapie (de kruidengeneeskunde) is nu eenmaal iets anders dan de homoeopathie. Daarom vind ik het op z'n minst verwarrend als de schrijfster het begrip homoeopathie in haar verhaal gebruikt.
Dat in Geliefde zoon zo positief alles wat met kruiden te maken heeft, benaderd wordt, is overigens niet vreemd, wanneer we bedenken dat de vanouds zo hoogstaande medische ethiek vandaag aan de dag volkomen ingestort lijkt (ik denk aan abortus provocatus en euthanasie, het te gemakkelijk toedienen van valium en librium, de stroom van antibiotica, e.d.). Anderzijds moeten we ervoor oppassen alles wat kruiden betreft afgodisch te verheerlijken. Er is immers veel kaf onder het koren. Ouweneel stelt het in Het domein van de slang heel scherp: „De hele terug-naar-denatuur-beweging met haar nadruk op macrobiotisch voedsel, bepaalde vormen van natuurgeneeswijzen en yoga-oefeningen, is niet los te denken van de geweldige opkomst van
het moderne okkultisme - en is helaas één van de terreinen waar ook veel christenen erg gevoelig voor blijken te zijn!"
Daar het niet-natuurwetenschappelijk karakter van de kruidengeneeskunde nog geen reden is haar finaal af te wijzen, heb ik niet zo veel moeite met Gretus Leeuwenhoek als kruidendokter, te meer niet daar Gretus niet schroomt diverse patiënten door te sturen naar een „gewone" dokter, wanneer hem dat beter voorkomt Maar nogmaals, we moeten op het gebied van de kruidendokterij voorzichtig zijn. Daartoe laat ik nog een keer Ouweneel aan het woord: „Men moet ernstig waarschuwen voor al degenen die de geneeskunst onbevoegd uitoefenen en voor genezers wier praktijk wel toegelaten wordt maar die geen universitaire geneeskundige studie met sukses gevolgd hebben. Dit is al de minste voorzorgsmaatregel die men moet nemen, zodat men niet in handen valt van allerlei kwakzalvers die helaas een gewillig oor vinden bij de vele mensen die (al of niet terecht) in hun vertrouwen in de gangbare geneeskunde geschokt zijn en graag zich tot de (bonafide of malafide) kwakzalver wenden. Naast het aspekt van de zwendel en de kwakzalverij is daar ook altijd het gevaarlijke aspekt van de suggestie, van mogelijke okkulte beïnvloeding en van het valse vertrouwen dat veel mensen liever aan allerlei twijfelachtige geneeswijzen schenken (of het nu een materialistische huisarts dan wel een milde, meelevende kwakzalver betreft!) dan aan de almachtige God".
Het zal duidelijk zijn dat ik niet zo enthousiast ben over de wijze waarop Jo van Dorp-Ypma een en ander in haar Geliefde zoon gepresenteerd heeft Zij heeft (wellicht ongewild) een te ongenuanceerd beeld gegeven wat makkelijk voorkomen had kunnen worden, als de kritische zoon Teunis een aktieve rol in het hele gebeuren had gekregen. Bovendien is het jammer dat de schrijfster niet duidelijk naar voren weet te brengen dat de Heere alle middelen die aangewend worden ter genezing van een ziekte, zal moeten zegenen, wil het wel zijn. We behoren immers niet te doen als een Asa, die in zijn krankheid niet de Heere, maar uitsluitend de medicijnmeesters zocht (zie 2 Kron. 16 : 11-14); zowel voor het geestelijke als het lichamelijke zal steeds het gebed tot die grote Medicijnmeester voorop behoren te staan: Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel" (Jak. 5 : 16).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 november 1982
Daniel | 28 Pagina's