DE ZONDE TEGEN DE HEILIGE GEEST
Graag vragen we jullie aandacht voor het vraagstuk van de zonde tegen de Heilige Geest.
In Jeremia 7:16 lezen we: Gij dan, bid niet voor dit volk en hef geen geschrei noch gebed voor hen op en loop Mij niet aan, want Ik zal u niet horen."
Het volk is druk met hun godsdienstige plechtigheden. Lees maar vers 18: „De kinderen lezen het hout op en de vaders steken het vuur aan en de vrouwen kneden het deeg, om geheelde koeken te maken voor de Melècheth des hemels en andere goden drankofferen te offeren"
Wat een ontzettende helse solidariteit! Wat eendracht en samenwerking van gehele huisgezinnen, om Hem, de Heere verdriet aan te doen.
Voor hen mag Jeremia zelfs niet meer bidden.
Dan is er in het O.T. ook nog sprake van de zonde met opgeheven hand, waarvoor geen zoenoffer ingesteld was; iets dat zeker aan de zonde tegen de Heilige Geest doet denken.
Numeri 15 : 30 vermeld: Maar de ziel, die iets gedaan zal hebben met opgeheven hand, hetzij van inboorlingen of van vreemdelingen, dié smaadt de Heere en die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden van haar volk"
„Met opgeheven hand" wil zeggen: de hand of gebalde vuist uitdagend ten hemel geheven.
Dat zijn alleen zulke zonden, waarbij de zondaar er zich ten volle bewust is dat ze in strijd zijn met de Wet, en zijn diepe weerzin daartegen tegelijk openbaart Zo'n zonde kan geen voorwerp zijn van hogepriesterlijk medelijden, want het zou een gemis aan afschuw tegen deze zonde inhouden.
Calvijn zegt er dit van: „Tegen de Heilige Geest zondigen degenen, die de goddelijke Waarheid, door welker glans en klaarheid zij alzo beschenen worden, dat zij geen onwetendheid voorwenden kunnen, nochtans met voorbedachte boosheid wederstaan, om die te weerstaan."
De farizeeërs en de zonde tegen de Heilige Geest
Om door te dringen tot de eigenlijke betekenis van de zonde tegen de Heilige Geest, moeten we eerst stil staan bij Mattheüs 12:22-32. De Heere Jezus had uit een bezetene, die stom en blind was, de duivel geworpen. De schare was in vervoering gebracht De farizeeërs echter erkenden dit wonder niet als een werk van God Want dan hadden zij Christus moeten erkennen. Loochenen konden zij het wonder echter evenmin. Toen hebben zij, in hun satanische haat en hoogmoed, dit werk van God, welbewust, tegen beter weten in, uit vijandschap tegen Christus, toegeschreven aan satan. Hij werpt de duivel uit, zo lasterden zij, doorBeëlzebul de overste der duivelen.
De Heere Jezus nam hun deze redenering uit de hand, ontmaskerde hun sluwheid. Hij wees er ook op dat een lastering tegen de Heilige Geest onvergeeflijk is. Deze zonde vindt plaats als het werk van God, uit welbewuste vijandschap tegen Christus, op rekening van satan wordt gezet, als Christus voor een bode van satan uitgemaakt wordt
De Heere Jezus zegt niet, dat de farizeeërs de zonde tegen de Heilige Geest al bedreven hebben. Hij laat dat nog enigszins in het midden, maar vast staat toch wel dat dit in het algemeen de zonde is: het toeschrijven aan de duivel, wat alleen Gods en Christus' werk is door de Heilige Geest En dat te doen in volkomen, helse bewustheid.
Immers, dat kan ook nog verschillend plaat hebben. Ook onverschillige mensen, althans zeer koele mensen, die wel naar de kerk gaan, hebben wel eens een neiging, de draak te steken of de spot te drijven, met hetgeen de kinderen Gods elkaar vertellen of met hetgeen zij beleven. Zij spreken d an ook wel eens van duivelswerk. Maar dan begrijpen zij het werk van God in de mens niet. De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes zijn.
De zonde tegen de Heilige Geest kan alleen op kerkelijk erf bedreven worden
Het gaat echter bij de zonde tegen de Heilige Geest om mensen die niet onverschillig zijn, en die op hun wijze, zelfs wel godsdienstig kunnen zijn of althans geweest zijn. Die de Bijbel op hun duimpje kennen; een zekere overtuiging in hun binnenste omdragen. Die heel goed weten, waar het heen moet en toch met verbeten woede zich er tegen verzetten. Die verklaren, dat de Heilige Geest de geest uit de afgrond is; dat de Waarheid de leugen is; dat Christus de satan zeifis. De vorst der duisternis kan een mens zover krijgen, dat hij volkomen bewust helledienaar in plaats van hemeldienaar geworden is.
En het is nu juist het beangstigende, dat de zonde niet voorkomt onder de heidenen, en onder degenen, die bij het Woord Gods niet werden opgevoed, maar dat die ban onder onze gelederen valt.
Ook daarom is het nodig er met elkaar over te spreken. Want de opvoeding onder het Woord Gods moet toch bij ons de een of de andere uitwerking hebben. Het Evangelie Gods is toch öf een reuke des doods ten dode öf een reuke des levens ten leven.
Men heeft wei eens gezegd: „Hier heb je de uitverkiezing!" Ja, zeker! Maar hier heb je tegelijk iets anders, namelijk 's mensen eigen schuld en verantwoordelijkheid
Wat nu betreft de zonde tegen de Heilige Geest, dan hoor je mij niet zeggen, dat het met ons uitlopen zal óf op de verheerlijking van de Geest óf op de lastering van de Geest. Je kunt ook verloren gaan, zonder dat het tot die uitersten kwam.
Wanneer een mens onbekeerd blijft onder de prediking van Gods Woord, dan is hij tot alles in staat Vooral dan, als de Heere hem geheel loslaat.
De zonde tegen de Heilige Geest
Ik zeg niet dat je zo maar altijd konstateren kan: Hier heb je nu de zonde tegen de Heilige Geest". Toch kun je het soms in haar openbaarde trekken aanvoelen. In dit opzicht zijn Hebr. 10:26 en 6 : 4-6 leerzaam, waar gesproken wordt over het afvallig worden.
Hebr. 10 : 26: Indien wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft daar geen slachtoffer over voor de zonde".
Ik kan opzettelijk zondigen, bijvoorbeeld uit begeerlijkheid des vleses; omdat mijn vlees toch weer die zondige weg uit wil, ook al ben ik gewaarschuwd, niet de zonde tegen de Heilige Geest noemen. Aan het dierbare bloed van Christus dacht ik op dat ogenblik niet Of dit was heel ver op de achtergrond. Deze zonde is ook afschuwelijk voor God en het zal in verbrijzeling van het hart tranen kosten eer het „Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven", weer troostend in het hart dringt
Maar toch is dit iets heel anders dan wanneer iemand kennis van de Waarheid heeft en daarna toch willens en wetens gaat zondigen, met de satanische bedoeling om Christus Zelf naar de kroon te steken en het bloed der verzoening onrein te achten. Want dat is wel de zonde tegen de Heilige Geest.
Is er afval der heiligen?
InHebreeënó:4-6 lezen we: Wanthetis onmogelijk, degenen die eens verlicht geweest zijn en de hemelse gaven gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn en gesmaakt hebben het goede woord Gods en de krachten der toekomende eeuw, en afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven de Zoon Gods wederom kruisigen en openlijk te schande maken."
Deze tekst heeft heel wat moeite gebaard. Zij die leren dat er een afval der heiligen is, hebben zich natuurlijk op deze tekst beroepen.
In elk geval moet hier over afval gespro-
ken worden en over mensen die onmogelijk vernieuwd kunnen worden tot bekering. Dat zijn echt geen dingen om ons gerust te stellen.
Het gaat er hier feitelijk slechts om dat de afval met hart en ziel, na aanvankelijk grote verlichting door de Geest, ook de onvergeeflijke zonde is. Hier worden zeker wel heel sterke dingen gezegd. Maar het betreft niet de uitverkorenen. Zij kunnen wel vallen, maar niet blijvend afvallen. Niet omdat zij van zichzelf van een ander gehalte zijn dan hun medemens, maar omdat de Heere niet laat varen de werken Zijner handen. Niemand zal ze rukken uit Zijn hand.
De bewuste afval
De tijdelijke val van een kind van God, hoe droevig ook, is toch iets anders dan de bedoelde en bewuste afval van hen die schijnbaar eerst meeleefden Hebreeën 6 kan ons leren dat er mensen zijn bij wie het heel ver kan gaan. Zo ver wel eens, dat we vaak het onderscheid niet meer kunnen zien tussen schijn en werkelijkheid Ze zijn verlicht geweest in het verstand Hebben een helder inzicht gekregen in de heilswaarden van de Heilige Schrift, zodat velen zelfs jaloers op hen waren.
Ze hebben hemelse gaven gesmaakt , zoals Bileam die uitriep van het volk des Heeren: „Mijn ziel sterve de dood des oprechten en mijn uiterste zij gelijk het zijne".
Iets van de krachten der toekomende eeuw voer hun door de ziel en zij waren zelfs vol Jehu's ijver.
Ze zijn des Heiligen Geestes deelachtig geworden, zoals Saul die tijdelijk ook onder de profeten was. Misschien hadden zij ook wel het wondergeloof en waren zij tot grote dingen in staat. En toch raakte het bij hen niet het hart Een mens kan groot onderscheidingsvermogen en een zeldzame verlichting ontvangen en toch zelf nog buiten de zaak staan.
Er zijn mensen geweest die als keurmeesters bekend stonden in hun hele omgeving. Velen waren bang voor hen en voor hun oordeel. Toen kwamen zij zelf op het zieken sterfbed te liggen en daar moest soms bekend worden dat ze zelf nog „voor de zaak" stonden en dus niets bezaten.
„Het zal wat wezen", zeiden ze zo menigmaal tot de mensen op de begrafenissen. Maar in die gevallen zeggen wij: „Het zal wat wezen. Altijd met de weegschaal gelopen te hebben, de mond er vol van gehad te hebben, de vervolgingsijver van de ketteijager in de ziel te hebben gedragen en toch tenslotte vreemd te staan tegenover Christus".
Uit Hebreeën 6 : 4-6 blijkt wel duidelijk dat er voor hen die afvallen, geen vergeving is.
Die woedende afval van God begint eerst stil en vat ongemerkt post in het mensenhart De voorraad hellebrandhout stapelt zich langzaam op. Maar die gebalde vuist tegen de Heere, dat is wel het ontzettendste dat er is. Al weet ik wel dat veel jongeren ook hier niet weten wat ze doen
en dat de Heere machtig is van de gebalde vuist weer gebedshanden te maken.
De apostel Johannes zegt in 1 Joh. 5:16: Indien iemand zijn broeder ziet zondigen een zonde niet tot de dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen zeg ik, die zondigen niet tot de dood. Er is een zonde tot de dood; voor die zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden".
Vooral dat laatste is opmerkelijk. Johannes drukt zich hier zeer voorzichtig uit Volgens hem is het in bepaalde gevallen wel te m erken of er sprake is van de zonde tegen de dood, Waarmee hij hier zéker de zonde tegen de Heilige Geest bedoelt In die gevallen verbiedt hij niet zozeer, om voor die zonde om vergeving te bidden, hij zegt alleen: „Voor die zonde zeg ik niet dat hij zal bidden".
Ik geloof zeker dat het mogelijk is dat voor Gods kinderen het gebed voor een ander van Hogerhand wel eens afgesneden kan worden.
We hebben dus gezien dat de zonde tegen de Heilige Geest ook nog wel op andere wijze bedreven kan worden dan door te zeggen: „Deze werpt de duivelen uit door Beëlzebul, de overste der duivelen".
De stemming van deze hemeltergende zondaren kan in verschillende toonaard staan. Er zijn spotters onder hen, die de hemel uitdagen en lachen om de vergeving der zonden. Er zijn hopeloze pessimisten die in de vergeving van zonden, waaraan zij trouwens ook geen behoefte hebben, niet geloven.
Maar hoe ze ook gesteld mogen wezen: of ze lachend door het leven gaan of in somberheid (zoals ze zelf zeggen) een voorgevoel van hun verwerping hebben, zij slaan de Heere dagelijks meer in het Aangezicht en liggen hopeloos in satans handen.
Wat is de zonde tegen de Heilige Geest niet?
Laat je toch niet in verwarring brengen door satans listen. Zolang er nog droefheid is, of nog begeerte naar God, of nog angst dat je de zonde tegen de Heilige Geest gedaan hebt, zolang is er zeker geen sprake van dat je deze zonde bedreven hebt De Heere zou je dan zulke werkzaamheden zeker onthouden. Waar de Heilige Geest voorgoed geweken is, komen zulke verschijnselen niet meer voor.
„Hebt acht op uzelf'
Toch moeten we elkaar ernstig toeroepen: Heb acht op jezelf. We kunnen onszelf in gevaar begeven, ook in gevaar van in zulke aanvechting te komen. Dat kan in de eerste plaats als we de kennis van godzaligheid zouden gaan vermijden. Het kan geen kwaad goed thuis te raken in de leer der zaligheid. Deze kennis kan middellijkerwijs bewaren voor zulke aanvechtingen. Gods volk moet dicht bij de Heere leven. Dagelijks.
Een slordig leven, vooral een slordig gebedsleven kan de poorten gemakkelijk openen voor de invallen van de vijand. Schuw de zonde, met name de verborgen zonden. God leert in Zijn Woord: „Wie zijn zonden belijdt en laat, zal barmhartigheid geschieden.
Gelukkig is het kind van God, dat een teer leven mag leiden voor Zijn Aangezicht De Heere lere ons smeken om die tweede geboorte, die eerste bekering, dat ware geloof. Met Hem heb je te doen en niet met mensen, ook niet met de satan. Bedenk dat elke dag uitstel je harder maakt
Als we niet sterven als lasteraars van de Geest wat zal het ons dan baten, wanneer ons einde zal zijn als van een farizeeër, die vol van dank over zichzelf is? Hier past ons de tollenaarsgestalte. Hier hebben wij voor alles nodig de verzoening door het bloed van Gods lieve Zoon.
Ook de lauwen spuwt de Heere uit Zijn mond. Hier kunnen alleen vertroost worden zij die voor tijd en eeuwigheid op de Heere geworpen zijn. Wier harde hart in beginsel werd verbroken en die onder de slagen van de Hand van de Heere de pijn ook voelden.
De Heere laat Zich het werk niet uit handen nemen. Hij zal wannen en niet de duivel. Wat er dan uitvalt dat blijft er ook uit maar wat er dan overblijft dat blijft over. Het baatsatan nietofhij het wannen, het ziften, nog eens overdoet
Hij kan toch van hen zeggen: „Zij zijn immers Mijn volk". Kinderen die niet liegen zullen". Zij zullen steeds weer vragen: „Ben ik het Heere? " en telkens weer besluiten met „Heere, Gij weet het Gij doorgrondt en kent mij".
Het ware volk van God bedenke dat de duivel niets meer aan hen heeft om Christus' wil. Zij zijn door Christus' bloed gekocht en van alle geweld van de duivel verlost
Wat God gereinigd heeft, maakt de satan niet gemeen. Zij hebben het onderwijs van de satan niet meer nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 november 1982
Daniel | 28 Pagina's