JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KINDERMEISJE VOOR HALVE DAGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KINDERMEISJE VOOR HALVE DAGEN

DEEL II

8 minuten leestijd

Als de jasjes uit zijn, hebben Hanneke en Peter in minder dan geen tijd de waspoederton met bouwstenen ondersteboven gekeerd. Wat zullen ze eens maken? Het kistje met plastic dieren brengt hen op een idee. Ze gaan de ark van Noach bouwen, waarin al de dieren een plaats krijgen. Jeroen, losgemaakt uit zijn tuig, kraait vergenoegd en zwaait enthousiast met zijn rammelaar. Jantiens moeder heeft thee i ngeschonken en dan, tegenover elkaar aan tafel, vertelt Jantien wat mevrouw Bosma haar gezegd heeft. Ze besluit , , Ik vind het zo jammer, mam. Ikben aan de kinderen gehecht en zij aan mij. Ik maak me ook een beetje bezorgd. Als dat nieuwe meisje maargoed op hen let, als ze wandelen. Maar 't ergste vind ik, dat ze nu nooit meer uit de Bijbel horen vertellen. Als dat nieuwe meisje al van vertellen houdt, zal het wel bij een sprookje blijven".

„Ik begrijp, dat het je verdriet doet, Jantien", zegt haar moeder. „Het leven heeft soms van die onverwachte teleurstellingen. Laten we het maar in Gods hand geven. Ook zonder jou kan Hij middelen en wegen vinden om die kinderharten te bereiken".

Als Jantien even later met de kinderen door de regen huiswaarts gaat, voelt ze zich door moeders woorden een beetje opgebeurd.

Jantien legt met een zucht haar breiwerk op tafel. Ze recht haar rug, die een beetje pijnlijk aanvoelt. Het patroon van dat leuke truitje is toch moeilijker dan ze gedacht heeft Ze is me anders de breister wel. En om dan juist zo'n ingewikkeld motief te kiezen! Enfin, het zal heus ooit wel eens af komen. Tijd heeft ze genoeg, nu ze 's middags niet meer met de kinderen Bosma gaat wandelen.

Jantien kijkt naar buiten, waar de zon haar best doet door de wolken heen te breken. En weer, zoals iedere middag, zijn haar geachten bij de kleintjes. Zullen ze wel warm genoeg aangekleed zijn? Hebben zij hun regenjasjes wel bij zich? De lucht is zo donker. Hoe zou het gaan met het nieuwe meisje? Ze zal toch wel goed op Peter letten, hij is zo'n kruidje-roer-me-niet. Ze roept zichzelf tot de orde: „Hou daar mee op Jantien. Dat piekeren heeft geen zin. Het nieuwe meisje is vast heel aardig en de kinderen zullen je gauw genoeg vergeten zijn. Gedane zaken nemen geen keer".

De afgelopen weken heeft ze verschillende keren op haar fiets de stad doorkruist in de hoop hen te zien. Maar ze is steeds onverrichterzake teruggekomen. Wat Jantien het meest kwelt is, dat de kinderen nu niet meer uit de Bijbel horen vertellen. Dat, hetgeen ze hen tot nogtoe verteld heeft, vergeten zal worden. Ze zullen straks naar de openbare school gaan en als heidenen opgroeien. Maar dan is er ineens de bevrijdende gedachte in haar, de Heere heeft haar niet nodig om de kinderen in aanraking te brengen met de bijbelse boodschap van het Evangelie. En dan weet Jantien niets beters te doen dan daar dagelijks om te bidden.

Als Jantien, met de krant breed-uit vóór zich op tafel de advertentie kolommen bestudeerd, wordt er gebeld. „Ik ga wel", roept ze naar de keuken, waar haar moeder bezig is koffie te zetten. Als ze de voordeur opent, ziet ze tot haar verwonderig mevrouw Bosma staan. „Dag Jantien", groet ze vriendelijk. „Kom ik gelegen of heb je visite. Ik zou je graag het één en ander willen vertellen over de kinderen".

„Fijn mevrouw, komt u binnen. Ik heb iedere dag aan ze moeten denken". Terwijl Jantien de mantel van mevrouw Bosma aan de kapstok hangt, vraagt ze zich af, wat dit bezoek te betekenen heeft Als ze dan ook in de kamer tegenover elkaar zitten, vraagt ze: „Hoe maken de kinderen het, mevrouw? Is alles goed met ze? "

„Ze zijn gezond", antwoord mevrouw Bosma. „Maar eerlijk gezegd zijn ze alle

drie nogal overstuur. En mijzelf is de nieuwe situatie behoorlijk tegengevallen. Dat is dan ook de reden, waarom ik vanavond naar je toe gekomen ben. Toen 's maandags voor 't eerst jouw plaatsvervangster (Marjan heetze) kwam, dacht ik al gauw, dat is geen Jantien. En uit de reakties van de kinderen bleek, dat ik gelijk had. '.s Avonds zei Hanneke: , , 't Was niks gezellig vanmiddag. Marjan wilde alleen maar wandelen in al die drukke straten met die grote winkels. Bij iedere winkel bleef ze een hele tijd staan kijken. Peter deed ook een verontwaardigde duit in het zakje: Ze wilde niet eens naar het park. Ze zei: „Het park? Wat is daar nou aan! Daar zijn geen mensen en geen winkels. Nee hoor, dat doen we niet. „En", schoot hem nog te binnen, „Ze kan niet eens vertellen. Ze zegt, dat ze niet één verhaaltje weet". „En toen kwam, waar ik al bang voor was". „Wij willen Jantien terug. Die is veel liever".

„Ik suste de zaak en dacht, ze moeten gewoon nog aan elkaar wennen. De volgende dag kwam Marjan een half uur te laat. Dat zou op zichzelf nog niet zo'n ramp geweest zijn, maar toen ze zag dat de kinderen hun jasje al aan hadden zei ze: „U denkt toch niet, dat ik met zulk weer naar buiten ga? Moet u die lucht eens zien. Straks gaat het nog regenen. Nee hoor, daar begin ik niet aan. Ik hou ze vanmiddag binnen wel zoet".

Ik stond werkelijk perplex. Enfin, ik liet het maar over m'n kant gaan. Ze gingen naar de speelkamer en ik hoopte er het beste van. Maar toen na een uur de zon helemaal doorbrak, ging ik eens kijken. Ze zouden nog best een poosje kunnen gaan wandelen. Toen ik in de speelkamer kwam, merkte ik dat de kinderen zichzelf maar hadden moeten vermaken, want Marjan zat in een makkelijk stoeltje een boek te lezen. Dat vond ik typerend voor haar mentaliteit Ik zou je nog meer kunnen vertellen, maar ik laat het nier maar bij. Eén ding kan ik je wel zeggen: „Ik ben je, toen je er niet meer was, pas gaan waarderen. En het is gewoon aandoenlijk zo de kinderen van je houden. En nu kom ik tot m'n vraag. Zou je weer terug willen komen, Jantien? "

Als Jantien die vraag hoort, is ze eerder verbaasd dan verheugd. Terugkomen? Hoe kan dat nou? Marjan kan toch zo maar niet aan de kant worden gezet? Alsof mevrouw Bosma haar gedachten raadt zegt ze: „Luister eens Jantien, Marjan heeft al door laten schemeren dat ze niet blijven wil. „Mevrouw", zei ze gisteren, ik ben niet de geschikte persoon voor dit werk. Het ligt me niet om elke dag met kinderen op te trekken. Ik zal u niet in de steek laten, maar als u soms een ander weet? Ze mag mijn plaats dadelijk innemen".

Mevrouw Bosma kijkt Jantien vol verwachting aan. Als ze ziet dat Jantien aarzelt moedigt ze aan: „Zeg het maar, Jantien. We kunnen nu maar beter alles eerlijk uitpraten".

Dan zegt Jantien eerlijk, wat ze op het hart heeft. „Mevrouw, u hebt me ontslagen omdat ik de kinderen uit de Bijbel vertelde. Als dat verbod nog van kracht is, begin ik er maar liever niet meer aan. De kinderen zullen weer gaan bedelen om een verhaal en dan zou ik moeten weigeren".

Het antwoord van mevrouw Bosma laat niet lang op zich wachten. „Ik zal je wat vertellen, Jantien. Gisteravond is het bij Peter tot een uitbarsting gekomen, nad.at hij heel de week al moeilijk geweest was. „Mam", zei hij, „nou weet ik nóg niet of Mozes met al die mensen en die dieren nog in dat mooie land gekomen zijn. Weet ü dat nou niet? Toen ik zei dat ik het niet wist barstte hij los: „U weet nooit niks. U bent vreselijk dom, hoor. Bah, waarom is Jantien ook weggegaan! Ik vind het geméén!" Toen kreeg hij een huilbui, waar geen eind aan kwam. Ik wist toen niet beter te doen, dan hem iets te beloven". Schuldbewust kijkt ze Jantien aan. „Ik beloofde hem, dat ik zou vragen of jij terug wil komen. Jantien, als ik je toestemming geef om uit de Bijbel te vertellen, wil je dan weer terug komen? " Zonder aarzelen antwoord Jantien: „Heel graag, mevrouw".

Als Jantien de maandag daarop huize Bosma binnenkomt vallen Hanneke en Peter haar om de hals, terwijl Jeroen vanuit de box zich ook niet onbetuigd laat Jantien heeft haar kleine evangelisatieterrein opnieuw betreden. Even later zitten ze op hun geliefd plekje in het park. De zon schijnt. Jeroen, in de wagen, zuigt tevreden op zijn duim. Jantien, een arm om ieder kind geslagen, vertelt Ze schildertin levendige kleuren de doortocht van het volk Israël door de Jordaan en de aankomst in het beloofde land. En terwijl ze verteld is er in haar hart de bede, of het zaad, dat in alle eenvoud gestrooid wordt vruchten mag dragen, zodat ze eens, als kinderen van het geestelijk Israël mogen binnengaan in het Beloofde Land.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's

KINDERMEISJE VOOR HALVE DAGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's