ROUW IN DE KERK BRENGEN
Wat is de betekenis van rouw in de kerk te brengen? Om deze vraag te beantwoorden moeten we terug naar de tijd dat in ons land het Evangelie gebracht werd en de behoefte ontstond „Godsgebouwen" te stichten.
De omliggende grond van de kerk— vandaar kerkhof— werdgebmikt als begraafplaats van de doden. Gewoonlijk werden kerk en kerkhof ommuurd en met bomen beplant: Al spoedig werd het kerkhof als „gewijde grond" beschouwd. De mystieke gevoelens van het volk sloten zich daar geheel bij aan.
Het duurde niet lang of „de groten der aarde" waren niet tevreden met een rustplaats in gewijde grond, maar wilden in de kerk (heiligdom) begraven worden. Bekend is dat Constantijn de Grote persé in de kerk wilde begraven worden die hij in Constantinopel had laten bouwen.
Niet lang duurde het of keizers, koningen en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders werden in de kerk bijgezet
Het bijgeloof ging een steeds grotere rol in het kerkelijk leven innemen. Kerk en kerkhof werden door de priester gewijd en het requiem, de dodenmis en allerlei kerkelijke ceremoniën werden een intregerend bestanddeel bij de begrafenis van de doden. En naar de „status" van de overledenen werden de graftomben en grafstenen uitgehouwen.
In heel oude kerken kun je de dikwijls pompeuze graftomben nog bewonderen.
Tijdens en na de reformatie hebben onze vaderen veel moeite gedaan om deze bijgelovige gebruiken afgeschaft te krijgen.
Synodale besluiten, die het begraven in de kerk verboden, werden in de praktijk weinig nageleefd.
Begraven worden in of bij de kerk, bleek in het volksleven diep verankerd.
Onze vaderen waren terecht bevreesd dat het bijgeloof (superstitie) weer vaste voet zou krijgen bij de bevolking en bepaalden dat de grootst mogelijke soberheid bij de begrafenis betracht moest worden.
De Synode van 1574 besloot: , , Van de lijkpredikatièn is besloten dat men ze met grote voorzichtigheid, zoekendede opbouwing der kerk, daar ze ingevoerd zijn, afschajfe; daa ze nog niet ingevoerd zijn, niet invoere, om de perikelen der superstitieën, die daaruit voortkomen, te vermijden.
Om welker oorzaak willen wij ook dat het luiden der klokken omtrent de begrafenis der doden, alleszins afgeschaft behoort te worden". De Synoden van 1578 en 1586 onderstreepten het besluit van 1574 nog eens uitdrukkelijk.
't Bewijst wel hoe moeilijk het was om het volk in „reformatorische" banen te leiden.
Langzamerhand kwam „ de rouw in de kerk brengen" daar voorde in plaats. De dienaar des Woords herdacht de nabestaanden van de o verledene in het gebed en de hele gemeente werd de ernst van de dood onder de aandacht gebracht.
't Is schriftuurlijk. De gemeente is gelijk aan een groot huisgezin. Het sterven van een gemeentelid is een gebeuren dat heelde gemeente aangaat en op die wijze wordt de band der gemeenschap daarin tot uitdrukking gebracht.
„En hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wor zo verblijden zich al de leden mede" (1 Cor. 12 : 26). Althans zo behoort het te zijn. En wanneer de predikant de voorbede van de hele. gemeente vraagt om de rouwdragenden in het gebed op te dragen dan spreekt daaruit de gemeenschap der heiligen.
Maar bedenk daarbij dat die familie niet alleen in het kerkelijk ambtelijk gebed, maar ook in het persoonlijk gebed opgedragen moet worden !
„Rouw in de kerk brengen" is een goede christelijke traditie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982
Daniel | 28 Pagina's