KINDEREN VAN GASTARBEIDERS OP EEN REFORMATORISCHE SCHOOL?
Mogen we kinderen van gastarbeiders toelaten op een reformatorische school? Omdat de meeste gastarbeiders moslim zijn, beperk ik me bij het beantwoorden van deze vraag tot de kinderen uit moslim-gezinnen in Nederland. Omdat deze kinderen ook leerplichtig zijn, kunnen ze ook op de reformatorische school aangemeld worden.
Het is dan ook van het grootste belang dat onze scholen een standpunt innemen vóór de eerste kinderen van gastarbeiders aangemeld worden. Het schoolbestuur, de leerkrachten en de ouders moeten een gezamenlijk standpunt hebben ingenomen en op schrift gesteld.
Praktische problemen
Als men anderstaligen als leerlingen inschrijft, moet men principieel bereid zijn om dat te doen, maar daarnaast moet de school ook niet opzien tegen allerlei extra problemen, die de aanwezigheid van deze kinderen nu eenmaal met zich meebrengt. Ik denk hierbij aan het nederlands leren spreken, de algemene achterstand die deze leerlingen vaak hebben, de extra organisatie en administratie voor de school en tenslotte de klassegrootte en de aanwezigheid van dubbele klassen. Dit alles kan ertoe leiden dat men deze leerlingen niet inschrijft. Voor alles moet men echter principieel bereid zijn deze kinderen op te nemen en zo zullen er ook scholen zijn die principieel niet bereid zijn deze kinderen als hun leerlingen in te schrijven.
Een school niet - alleen - de Bijbel
Wanneer we spreken over een principe, spreken we over een beginsel, een vooraf vastgestelde gedragslijn hoe te handelen in een bepaalde situatie. De basis moet daarbij voor ons zijn Gods Woord. Wij hebben scholen met de Bijbel. Dat houdt in dat de Bijbel het richtsnoer is bij al het doen en laten, ook in het onderwijs. Er zijn tegenwoordig scholen die in hun advertenties zetten dat er ook les in de Koran wordt gegeven. Dat vermeldt men dan om ook buitenlandse kinderen te krijgen. Dat een openbare school dat doet is begrijpelijk, dat roomslcatholieke scholen en protestantschistelijke scholen dat doen is onbegrijpelijk. Is daarvoor in het verleden een schoolstrijd gevoerd? Net als in de schoolstrijd moet het gaan om de in het doopformulier vermeide „voorzeide leer". Er is geen andere naam in de Hemel en op de aarde gegeven clan de Naam van Jezus Christus. Het moet, ook in het onderwijs, alleen gaan om de gekruisigde en opgestane Christus. Gods Woord moet in alle situaties vn het leven zijn als een Licht op ons pad en een lamp voor onze voet (Psalm 119).
Waarom niet?
Het kan zijn dat het antwoord op de vraag of er op onze scholen buitenlandse leerlingen moeten worden toegelaten ontkennend is. Dit
kan zijn omdat de school vindt dat haar eigen j karakter (op grond van het bovenstaande), haar eigen identiteit hierdoor wordt aangetast. Het kan ook zijn dat men om andere redenen, niet van principiële aard, zoals hierboven aangegeven, „nee" zegt. Men kan ook van mening zijn dat naast de godsdienstige en kulturele verschillen zó groot zijn dat buitenlandse leerlingen om die reden niet tegelijkertijd met Ieelingen uit de reformatorische gezindte onderwijs kunnen volgen.
Waarom wel?
De konklusie kan ook zijn: Ja, want we vinden dat we deze kinderen niet mogen doorsturen (naar de openbare school) omdat we van mening zijn dat we de taak hebben ook aan deze kinderen het evangelie te brengen.
Godsdienstige era kulturele achtergronden De ouders van de leerlingen vinden het uiteraard goed dat hun kinderen naast de moedertaai de taal van het gastland leren beheersen. Onderwijs in de eigen taal en kuituur stelt men, naast het nederlandse onderwijs, op hoge prijs. Dit om vervreemding te voorkomen en ook met het oog op een eventuele terugkeer naar het moederland. In de grote steden zijn hiervoor ook mogelijkheden geschapen. Hiervoor heeft bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam ongeveer 50 buitenlandse leerkrachten in dienst.
De ouders zijn echter minder en soms in het geheel niet bereid hun kinderen in kontakt te laten komen met een andere godsdienst en kuituur. De Islam is een godsdienst waarin religie en kuituur tot één geheel zijn verweven. In onze wereld zijn godsdienst en maatschappelijk leven helaas vaak geheel gescheiden. Die scheiding kent de moslim in het geheel niet.
Zoals je weet komen de meeste buitenlanders uit de landen rond de Middellandse Zee. Ondanks het verschil in taal tussen Turken en Marokkanen onderling, weten zij zich onderling verbonden door hun geloof en omdat het hier om een geloof gaat dat het gehele maatschappelijke leven doortrekt, is ook de kulturele verbondenheid erg groot. De a-godsdienstigheid van onze samenleving valt hen erg tegen. Zij zien in ons land de gevolgen van de sekularisatie (verwereldlijking) en zijn erg beducht voor de gevolgen hiervan voor hun eigen gezin. De opvoeding thuis is dan ook misschien nog strenger dan in het vaderland. De botsingen die er ontstaan, vaak via de kinderen, met de hen vreemde kuituur kun je in de kranten lezen. Hun opvoeding is tóch gericht op het teruggaan naar het vaderland.
Hèt verschil
Wanneer wij op onze scholen met deze kinderen te maken krijgen is het nodig dat we iets weten over de godsdienstige en kulturele achtergronden van deze kinderen. Het bestek van dit artikel is te klein om daarop in te gaan.
Bescherming van eigen identitelt
KINDEREN VAN GASTARBEIDERS OP EEN REFORMATORISCHE SCHOOL?
Wij zijn niet klaar als we zeggen: „Mohammed is een valse profeet". Dat is niet genoeg. Het gemeenschappelijk verleden van christen en moslim is ook al niet bepaald uitnodigend voor verdere kontakten. Het is nodig om in enkele woorden het verschil, ja de kloof aan te geven die er bestaat tussen christendom en mohammedanisme.
De Heere die Zich in de Bijbel openbaart, kan en wil zondaren verlossen. Bij de islam staat de mens centraal: als je je maar aan de regels houdt. De islam is een godsdienst zonder schuld en zonde en dus zonder verlossing en Zaligmaker. Daar ligt de kloof! De centrale vraag is en blijft: „Wat dunkt u van de Christus? " En wat voor overeenkomsten er ook mogen zijn (en die zijn er wel) hier loopt de zaak totaal uiteen. Het gaat er in het onderwijs om de kinderen te wijzen op hun zonde en schuld, maar zeer zeker ook op de mogelijkheid van vergeving en genade in Jezus Christus. Wat hebben we in dit licht dan een prachtige taak, maar ook een zeer moeilijke taak om moslim-kinderen te vertellen. Vaak stuurt de mohammedaan zijn kinderen toch naar een christelijke school omdat hij ontdekt heeft dat daar tenminste nog iets aan godsdienst wordt gedaan. Wanneer er op een school echt wordt gewérkt, wanneer er orde en regel is van waaruit het werk wordt gedaan en wanneer getrouwheid aan het gezag hoog staat aangeschreven stuurt de mohammedaan zijn kinderen graag naar de christelijke school.
Moeten wij deze kinderen op onze scholen aksepteren?
Als het enigszins mogelijk is wel, dacht ik. We hebben ook daarin een taak, die we vanuit Gods Woord wel moeten omschrijven. Het is" niet zomaar aksepteren en dan maar zien wat ervan komt. Als we 't zo bekijken loopt het eigen karakter van onze school spoedig gevaar. De zorg voor de vreemdeling moet de christen na aan het hart liggen. Het gaat daarbij om het verkondigen van het Evangelie en niet alleen maar om een stukje christelijke dienstverlening. We mogen op de school instrumenten zijn in Gods Hand; wegwijzers naar Hem, die gezegd heeft: „Ik ben de Weg "
Christus, niet gezien als Profeet, maar als Zaligmaker. Mag ik dan eens vragen: „Is er een principieel verschil (volgens Gods Woord) tussen een kind uit een christelijk gezin en een kind uit een mohammedaans gezin? " Kunnen we als school van hieruit bezien een op onze school aangemeld kind doorsturen (naar de openbare school) en laten we zodoende een kans en een opdracht liggen? ? Voor die moeilijke taak is wijsheid nodig en die hebben we van onszelf niet. We weten echter toch wel waar we daarvoor terecht kunnen? ! Vele jaren heb ik met deze kinderen gewerkt en onder de ouders verkeerd. Het was een dankbare taak. Een makkelijke taak? Nee, dat zeker niet. Als we deze kinderen niet aanvaarden besparen we ons veel onderwijskundige problemen.
Bescherming van eigen identitelt
Bij de toelating moeten we echter wel eisen stellen om onze identiteit te beschermen. De ouders moeten weten waar zij aan toe zijn en een gesprek daarover is dus nodig. Ook de buitenlandse kinderen moeten de godsdienstlessen volgen, eerbiedig zijn, het psalmversje leren, hun huiswerk voor bijbelse geschiedenis maken en leren. Kortom: meedoen als ieder ander (met bid-en dankdag gingen we ook met de hele school naar de kerk!). De kennis die deze kinderen vaak hebben van de bijbelse geschiedenis, de interesse waarmee geluisterd wordt en de verrassende wijze waarop ze deze kennis toepassen, zijn vaak ontroerend en beschamend.
Ook deze kinderen moeten vanuit hun duisternis gebracht worden tot het Wonderbaar Licht. Dat is een opdracht die de Heere geeft, niet alleen aan de mensen binnen het onderwijs.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982
Daniel | 28 Pagina's