JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„Bidt om de vrede van Jeruzalem”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Bidt om de vrede van Jeruzalem”

VRAAGGESPREK N.A.V. HET 75-JARIG BESTAAN VAN DE GEREFORMEERDE GEMEENTEN

10 minuten leestijd

Woensdagmiddag 22 september 1982.

In een sfeervol ingerichte bovenkamer in het hartje van Rotterdam-Zuid worden we hartelijk ontvangen door ouderling A. van Bochove. „Van Bochove"; een bekende naam in Rotterdam. Een naam die al vele jaren is verbonden met onze Gereformeerde Gemeenten. Voor de lezers van „Daniël" buiten de randstad is de naam Van Bochove waarschijnlijk minder bekend. Vandaar dat we onze gastheer vragen iets over zichzelf te vertellen. Daar blijkt de heer Van Bochove echter was huiverig voor te zijn. „Dat doe ik liever niet. Een mens gaat zo snel met de eer strijken. Als ik wat vertel over onze gemeenten dan gaat het toch om het werk des Heeren. Ik hoop dat de Heere van alles de eer mag krijgen". Wij kunnen niet anders dan het beamen.

Nadat we verteld hebben dat het voor onze lezers toch wel belangrijk is om te weten met wie we een gesprek hebben, vertelt Van Bochove aarzelend wat over zichzelf.

In verband met het 75-jarig bestaan van onze gemeenten willen we uiteraard graag iets weten over de begintijd van de Gereformeerde Gemeenten. Kunt u als 76-jarige zich nog wat herinneren uit de begintijd van de gemeenten? Och, wat is herinneren! Als kind van een jaar of vier was ik wel geïnteresseerd in de „lange jas en de witte das". Toch had ik toen de indruk dat onze dominees er altijd al waren geweest' Ja, vroeger zongen we nog zonder orgel, de psalmen van Datheen. De dominees droegen een hoge hoed, witte das, strik en lange jas.

'k Weet nog dat ik als kind ervan stond te kijken toen ds. Van Dijke voor 't eerst met een T-Ford aan kwam rijden Een dominee in een auto, was dat wel goed? Ook herinner ik me nog wel iets van ds. Kieviet Als hij bij ons thuis kwam en in een stoel ging zitten, mocht ik naast hem zitten op de grond. De lange jas van de dominee sloeg dan naast z'n stoel over mijn schouders heen. Dan dacht ik aan de mantel van Elia die over me heen geslagen was. Als ik onder de mantel van een dominee zat, zou ik wel bekeerd worden... Wat was er toen een eerbied voor Gods knechten. Als ds. Roelofsen uit de stoomtrein stapte en voorbij de machinist liep, dan ging de hand van

de machinist naar zijn pet Zelfs de „baliekluivers" (zo noemde men de werklozen toen), die soms behoorlijk grof waren, toonden eerbied voor ds. Roelofsen. Als de dominee eraan kwam, dan ging men enkele stappen opzij en nam de pet af.

Er is in verband met het 75-jarige bestaan van de Ger. Gem. een jubileumboek verschenen onder de titel „ 'k Zal gedenken". Heeft u dit boek, en heeft u e al eens in gelezen?

Jazeker heb ik het! Als één van de eersten had ik het in mijn bezit Ik vind het een prachtig boek Al m'n kinderen heb ik een exemplaar gegeven.

Ik zeg wel eens tegen onze mensen: „Als je een paar centen over hebt, dan moetje dat boek kopen".

Voordat ik's avonds naar bed ga, lees ik er nog wel eens in.

Is er eigenlijk wel reden om dankbaar te herdenken dat 75 jaar geleden het kerkverband van de Ger. Gem. mocht ontstaan?

'k Dacht van wel. Het is een wonderdatds. G. H. Kersten vroeger „alles bij elkaar gebracht heeft, wat er maar te halen was". Dat is een werk des Heeren geweest

Ja, dan geloof ik dat we ook nu redenen hebben om dankbaar te zijn. Dankbaar tegenover God Die ons zover bracht Dankbaar omdat ik geloof dat we een onderdeel van Christus' Kerk op aarde mogen zijn, ook al zijn we nog zo klein. Dankbaar omdat ik geloof dat de waarheid die gebracht wordt een waarheid is, waar God op 't hoogst wordt verheerlijkt en de mens op 't diepst wordt vernederd. Anderzijds zijn er ook zwakke plekken aan te wijzen in het kerkelijk leven. Dingen die gebeurd zijn, waarover we ons moeten schamen voor het Aangezicht des Heeren. Nee, het past ons niet om te zeggen „Des Heeren tempel, des Heeren tempel is deze".

Hoe denkt u over onze eigen kerkelijke identiteit. Hebben wij die wel?

Jazeker hebben we onze eigen identiteit

Als klein onderdeel van Christus' openbaring op aarde hebben we eigen kerken, scholen en een theologische school. Ook ons eigen jeugdwerk. Onze identiteit komt vooral tot uiting in een schriftuurlijkbevindelijke prediking.

Wat verstaat u onder een schriftuurlijkbevindelijke prediking?

De Schrift moet verklaard worden. Dit moet gebeuren door Schrift met Schrift te vergelijken. En de Schrift moet bevindelijk toegepast worden. In een Chistusen christenprediking. Christus behoort in de preek centraal te staan. „Wat heeft Christus verdiend voor Zijn kerk? " Dat is de Christusprediking. De bevinding in de preek mag niet ontbreken. De gemeente moet horen hoe de Heilige Geest het werk van Christus toepast in het hart van een zondaar.

Ziet u verschil in de prediking van vroeger en nu?

Nee. Vanzelf zal de ene predikant meer de nadruk leggen op Christus in zijn preek, terwijl de andere dominee het aksent meer legt op de toepassing in het leven van de christen Verscheidenheid van gaven en verschil in ligging is er altijd al geweest Als beiden maar gepreekt worden. En wat dat betreft is de grondslag van de waarheid nog hetzelfde als vroeger. Vroeger was alles iets eenvoudiger. De predikanten hebben nu vaak meer ontwikkeling.

Ds. Kersten zag vroeger de noodzaak van een goede opleiding. Moet in zijn voetspoor niet verder worden gewerkt aan verbreding en verdieping?

Dat gebeurt ook. Denk maar aan het onderwijs dat de studenten ontvangen in de „dode" talen, zoals Hebreeuws, Grieks en Latijn. En, hoewel het nog niet is aangenomen, heeft de Synode er over gesproken om de studietijd aan de theologische school met een jaar te verlengen tot vijf jaar.

Erg belangrijk is het dat een predikant aan zelfstudie blijft doen.

U sprak zojuist over een verschil in ligging. Wat bedoelt u daarmee?

De één zal door de Heere bekeerd worden langs een „wettische" weg, terwijl de ander meer „evangelisch" wordt getrokken tot de Heere. Dat komt ook in de prediking tot uiting. Met de één zal het langs de afgrond gaan, terwijl een ander wordt verbroken onder de liefde Gods. De Heere is vrijmachtig in Zijn werk. Echter, hoe men ook bekeerd wordt, men zal iets kunnen vertellen van het onderwijs van de Heere. De Heere maakt altijd plaats voor dat onderwijs. Het waarachtig onderwijs des Heeren is altijd overeenkomstig de omstandigheden waarin men verkeert, en goddelijk onderwijs laat ook altijd vruchten na. Dat zijn herkenningspunten, of men nu „wettisch" is bekeerd, of wel „evangelisch" geleid.

Als u een vergelijking maakt met; het verleden, is het dan zo dat de tijdgeest tegenwoordig meer onze gezinnen binnenkomt dan vroeger?

Jazeker. Ik konstateer dat er vroeger meer indrukken waren van de waarheid. De conciënties stonden toen meer open voor wat gebracht werd.

Hoe zou dat volgens u komen?

'k Ben bang dat we de oorzaak moeten zoeken in de gezinnen. Hoe staan de ouders tegenover de waarheid?

Ook zijn de tijdsomstandigheden heel anders dan vroeger. De jeugd van nu weet van zaken af, waarvan ik in mijn jeugd geen notie had. Ik heb geleefd in twee perioden. In mijnjeugdperiode geloofde ik op het gezag van mijn ouders. Door de twee wereldoorlogen is er een ontwikkeling gekomen op allerlei gebied. Die ontwikkeling gaat niet buiten je om. De jeugd van nu heeft andere problemen dan ik had in mijn jeugd. Vandaag komen ze met alles in aanraking. De wereld is opengebroken, maar ondanks dat alles, de Heere blijft gelukkig nog werken! Onder biddend opzien moet de kerk de problemen aanpakken die tot de tijdgeest behoren om de jeugd te kunnen wapenen. Op de catechisatie en op de jeugdvereniging.

Was er al verenigingswerk in uw jeugd? Het verenigingsleven had mij al vroeg te pakken. Op 16-jarige leeftijd heb ik in m'n eentje in Nieuw-Beijerland een jeugdvereniging op willen richten. Dat is niet gelukt Gelukkig hebben we nu binnen onze gemeenten een bloeiend verenigingsleven. Daar kunnen we blij mee zijn.

Waarom vindt u jeugdwerk belangrijk? Om jonge mensen weerbaar te maken tegen de tijdgeest, onder biddend opzien tot de Heere. Ja, zet er vooral bij: onder „biddend opzien".

U heeft al heel wat jaren catechisatie mogen geven. Niet alleen in uw eigen gemeente, maar ook in andere gemeenten. Hoe denkt u over de catechese aan de jeugd?

Sinds 1951 heb ik gecatechiseerd. Het heeft de liefde van mijn hart Ja, dan zie ik onder de tegenwoordige jeugd, ondanks de geest van de tijd, ook nu nog wel een levende belangstelling voor de waarheid van Gods Woord.

Ik ben gewoon om de catechisaties te eindigen met een persoonlijk woord: daar staat de jeugd het meest voor open! Ds. Kersten zei vroeger zo vaak: „Grijp de jongens bij hun conciëntie!" We mogen goed van de Heere spreken.

Nooit genoeg kan het beklemtoond worden dat er alle aandacht besteed moet worden aan de catechese. Een catecheet mag zich er nooit van af maken om 'n praatje van drie kwartier te houden. Nee, catechese is opvoeden in de geloofsleer. Daarbij dient de catecheet de tijdgeest goed te onderkennen. Hij moet de problemen van vandaag kennen én aanpakken, om de jongeren onder biddend opzien te kunnen wapenen. De jeugd dient door de kerk biddend ondersteund te worden.

Denkt u datjongeren gemakkelijk praten over persoonlijke indrukken over het zoeken van de Heere?

Dat hangt af van de toehoorder. Erg belangrijk is dat er eerst geluisterd moet worden. En dat de hoorder het vertrouwen heeft van de jongere. Jonge mensen kunnen het juist in onze tijd moeilijk hebben. Op school of als ze werken in een ver-090zorgend beroep. Als ze merken dat er begrip is, dan ontstaat er soms onverwachts een persoonlijk gesprek. Ik zeg altijd je moet bekeerd worden en dan vraag ik ook of de Heere dat al gewerkt heeft

Ziet u ook vruchten op het werk onder de jeugd?

De Heere heeft vele jaren geleden gesproken: „Ga ook gij heen in de wijngaard". Hij heeft de weg daartoe geopend en soms ongedacht - op Zijn tijd en wijze - laten zien dat die arbeid niet tevergeefs is. De Heere werkt nog!

We bestaan nu 75 jaar als Gereformeerde Gemeenten. Heeft dat niet geleid tot kerkisme?

Kerldsme is af te keuren. Het is onbijbels. Onze houding mag niet zijn „Des Heeren tempel is deze". De Ger. Gem. is niet de alleen-zaligmakende kerk. Christus Kerk is wereldwijd. We mogen dankbaar zijn dat de Heere ook in andere kerken nog zijn kinderen en knechten heeft

Je hoort wel eens dat het kerkelijk besef vervaagt en dat juist daardoor jonge mensen overgaan naar de Nederlands Hervormde Kerk. Dat valt te betreuren. Ook al zijn daar nog getrouwe dienstknechten. De Heere heeft ons geplaatst binnen de Ger. Gem. Dat betekent dat we niet overal heen moeten draven, maar naar de kerk moeten gaan waar we dooplid of lid zijn. Meebidden en meeleven met de plaatselijke gemeente, dat is onze roeping. Dat is dan niet kerkistisch, maar getuigt van een gezond kerkelijk besef.

Meneer Van Bochove, heeft u nog een slotopmerking voor onze lezers? Bidt om de vrede van Jeruzalem en bouwt de muren van Jeruzalem.

Graag zeggen we ouderling Van Bochove namens de Daniël-lezers hartelijk dank voor zijn impressies op het 75-jarig bestaan van onze gemeenten. Alleen uit Hem en door Hem mogen wij gedenken. En wanneer wij als gemeenten door genade onze roeping mogen verstaan, dan zal het ook zijn tot Gods eer!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's

„Bidt om de vrede van Jeruzalem”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's