HOE MOET JE TEGEN HET VOLEKEN WAARSCHUWEN ?
.... noch met ons stilzwijgen en toezien zulke schrikkelijke zonden deelachtig maken ....
Dit gedeelte uit het antwoord op vraag 99 van onze H.C. zal jullie niet onbekend voorkomen. Maar hoe ontzettend moeilijk is het om te waarschuwen als anderen vloeken. (Ik neem aan dat jijzelf niet vloekt, met de daad!)
En weet je waarom dat ZO' moeilijk is? Dat komt omdat je dan jezelf moet „verloochenen". Dat wil zeggen dat je dan (al vooraf) weet dat je belachelijk gemaakt kan worden, bespot zal worden. (Dat is niet altijd zo, maar'daar reken je dan wel op in je hart). En dat wil niemand. Daar heb je jezelf niet voor over. Dat strijdt tegen je „eigenwaarde", tegen je eigen Ik. Daartegen verzet zich alles in je.
Heb je ook nooit eens bij jezelf gedacht: „Was ik maar bekeerd, dan zou dat wel anders zijn"? Ik geloof 't vast.
Maar dan moet je er toch rekening mee houden dat bekeerde mensen (die 't veel voor zichzelf beleven dat ze onbekeerd zijn) wel een nieuw hart hebben ontvangen, maar dat ze mens : zijn en blijven. (Denk maar aan. de oude erx de nieuwe mens van zondag:33 van de H.C. en lees ook eens het antwoord' op vraag 114).
Wil je een bijbels voorbeeld? Denk dan aan Petrus die z'n Meester verloochende tegenover een eenvoudig dienstmeisje!
Je blijft verantwoordelijk
Toch blijft op ons de verantwoordelijkheid liggen om te waarschuwen tegen het misbruik van Gods Naam, tegen het vervloeken van onszelf, waarbij ook Gods Naam gebruikt wordt. Als je niet waarschuwt word je schuldig aan diezelfde zonde.
De meesten; van jullie zitten op school. Misschien wel op een neutrale of „christelijke" school, waar door medeleerlingen dikwijls gevloekt wordt. Het gemakkelijkste is natuurlijk om alle kontakt uit de weg te gaan en zodoende niets te horen. Maar dat is zeker niet de juiste manier. Je kunt en mag je niet terugtrekken uit het normale schoolleven (en later niet, uit het maatschappelijke leven) hoe graag je dat soms ook zou willen. Je moet je taak, je opdracht in deze wereld toch vervullen. (Lees ook eens het laatste deel van het antwoord van vraag 124 van de H.C.)
Maar hoe dan wel?
Dan raad ik je aan om. in je morgengebed: naast een-nieuw hart te smeken, om oprecht en met ootmoed te mo'gen wandelen op je weg door dit leven. Smeek of de Heere je Zijn Liefdein je hart wil uitstorten, zodat je ook Zijn Naam van harte gaat liefhebben. Als je daar iets van mag ontvangen en beleven dan zul je van je „eigenwaarde", je eigen ik niet zoveel last hebben als-je een klasgeno(o)t(e) waarschuwt. Smeek de Heere om vrijmoedigheid om voor Zijn Naam uit te mogen komen.
Ja maar, dat bezit ik niet en dan?
Wel, dan toch waarschuwen, niet vanuit de hoogte, alsof je beter bent dan die ander die vloekt, maar met eerbied in je hart en met een stil gebed tot God.
Het hangt van de omstandigheden af hoe je het beste kunt waarschuwen. Dat moet je zelf bepalen. In een groep kun je je medeleerling soms beter niet aanspreken, omdat 't mogelijk meer gevloek of gelach uitlokt.
Verwijder je en neem hem of haar later apart. Vraag maar wat ze ervan zouden vinden als je hun naam de hele dag door te pas en te onpas als een stopwoord zou gebruiken. Praat met ze in alle rust over hun (vaak onnadenkend of onopzettelijk) gevloek. Dat er een God in de hemel woont die wel niet onmiddellijk straft maar Zich toch zeer vertoornt over het misbruik van Zijn Naam. Mogelijk bereik je in zo'n gesprek dat ze 't. nalaten op „redelijke" gronden. (Bekeren, een mens overtuigen van het
zondige, van het kwade, kan God alleen, hoewel Hij daar ook jouw woorden voor zou kunnen gebruiken.) Bereik je niets of alleen een bewuste verergering van 't vloeken dan moet je, zeker nog een keer waarschuwen ('t doet je toch ook pijn in je hart? ). Onttrek je daarna als niets helpt zoveel als mogelijk is.
Tussen twee haakjes: misschien begrijp je nu nog beter, waarom je ouders je niet naar 't voetbalveld, de padvinderij, de (vul maar in) laten gaan? Ze weten immers vooraf dat daar veel mensen komen, die met God noch gebod rekening houden en „zomaar' er op los vloeken, alle „christelijke verenigingen" ten spijt!
Vloeken in eigen kring
Heel anders weer ligt de situatie als je gevloek hoort van medeleerlingen uit eigen kring (mogelijk op eigen scholen!). Hoewel dan soms de vijandschap veel groter kan zijn, zijn ze toch altijd aanspreekbaar over deze zaken, omdat ze geen onbekende taal horen. In alle gevallen, hoe verschillend de omstandigheden ook kunnen zijn, past ons een stil en ootmoedig gebed om kracht en wijsheid in 't spreken met onze medemens over de Naam des Heeren. Dat echter voor jouzelf zou mogen 'gelden wat staat in Psalm 9 : 1: k zal met al mijn hart de Heer', Blijmoedig geven lof en eer. Mijn tongzal mijn gemoed verzeilen En al Uw wonderen vertellen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982
Daniel | 28 Pagina's