JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE AANKONDIGING VAN HET NADEREND GERICHT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE AANKONDIGING VAN HET NADEREND GERICHT

BIJBELSTUDIE OVER OPENBARINGEN 14 : 6-13

10 minuten leestijd

Nadat. Johannes* in de vorige perikoop (14 : 1-5) tot troost voor de gemeente in de verdrukking even is vooruitgelopen op de geschiedenis om hen een blik te laten slaan in de hemelse heerlijkheid, waar de gezaligden in de nabijheid van het Lam verkeren, richt hij zijn blik in deze perikoop weer naar de aarde, en verplaatst hen in de laatste eeuwen, die aan de jongste dag zullen voorafgaan. Johannes profeteert hoe er dan nog bijzondere roepstemmen zullen uitgaan over de aarde tot alle mensen, opdat zij zich alsnog, onder de schaduw van het komende gericht, zullen bekeren tot God. Drie engelen waarschuwen nog een keer de mensheid, elk in een bijzondere boodschap.

De ure Zijns oordeels gekomen (vs. 6-7)

Johannes ziet een andere engel (dus onderscheiden van die' hij reeds eerder had gezien) en deze vloog in het midden van de hemel, dat wil zeggen hoog in de lucht, tussen hemel en aarde, voor iedereen goed zichtbaar en hoorbaar. En deze engel bracht de boodschap van het eeuwig evangelie, een boodschap dus met een eeuwige waarde, met een onvergankelijke inhoud, die enerzijds een eeuwige zegen met zich meebrengt, als ze wordt aangenomen, maar die tegelijkertijd het oordeel aankondigt over de ongehoorzamen. En deze boodschap is, bestemd voor allen, die op de aarde wonen, tot welke natie of geslacht of taalgroep ze ook behoren.

Er staat letterlijk dat deze mensen op de aarde gezeten zijn, en daarmee wordt hun onverschilligheid en valse gerustheid aangewezen. Ze bekommeren zich slechts om de dingen van deze aarde, en daarop vertrouwend, op de macht van het beest, gaan ze rustig zittend de eeuwigheid tegemoet.

Welke boodschap brengt de engel? Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen. Deze boodschap is op zichzelf gezien niet nieuw. Al Gods profeten hebben deze boodschap al gebracht. Het nieuwe is alleen dat hier geen mensenmond, maar een engelenmond spreekt. Als reden van zijn boodschap noemt de engel het dreigende oordeel, dat zeer nabij is (de ure!). Evangelie kun je deze boodschap dus nauwelijks noemen. Het is meer een waarschuwing. Toch klinkt Gods grote lankmoedigheid hier in door.

Zullen al de miljoenen op deze aarde gehoor geven aan deze boodschap? Zullen de aanbidders van het beest uit hun roes ontwaken en zich bekeren? In ieder geval gaan ze niet ongewaarschuwd' het oordeel tegemoet. Ze zullen toch weten dat er een God is die leeft, en Die op aarde vonnis geeft, Ze hebben God onteerd, en gesmaad. Ze hebben Zijn woord en Zijn dienst verworpen, Zijn knechten gedood en Zijn bestaan ontkend. Ze hebben Hem vertrapt, weggestopt, ontlopen. En nu komt daar opeens die boodschap: Vreest God en geeft Hem eer! Het uur van Zijn oordeel is aangebroken, maar toch nog voor het laatst, voor het allerlaatst roept God die ondergaande wereld een halt toe. Nog eenmaal roept hij de aanbidders van het beeld op om zich los te wringen uit de macht van het beest en de aanbidding van het beeld te staken. Aanbidt Hem, die de hemel en de aarde gemaakt heeft. Knielt toch niet. neer voor het beeld van het beest, maar voor Hem, de Schepper van hemel en aarde, Die als die grote God de zee en de rivieren formeerde!

Hoe diep de mensheid ook van God is afgevallen, hoe gesekulariseerd ook en ontgroeid aan de dienst van God, God is nog lankmoedig en zendt een heraut vooraf aan Zijn komst ten gericht, opdat niemand ongewaarschuwd verloren zal gaan. Wie die engel is weten we niet. Zal de gemeente van Christus nog eenmaal voor de eindstreep uit de woenstijn terugkeren en in grote bloei en heerlijkheid haar getuigenis over heel de wereld laten weerklinken? God weet het.

Babylon gevallen (vs. 9)

Zegevierend roept nu de tweede engel uit: Zij is gevallen, zij is gevallen, Baby Ion, de grote stad. In profetisch perspektief wordt deze gebeurtenis aangekondigd, als was het al gebeurd. Zo zeker zal dit gebeuren (vgl. hoofdstuk 18). Babel is hier een beeld van de antichristelijke wereldmachten in hun opstand tegen God. Babel is de grote hoer, die de gehele wereld verleidt met de wijn van haar hoererij. Zo trekt zij alle volken van God af tot de afgoden, voornamelijk het beest en zijn beeld. En de benevelde en verdwaasde massa volgt haar willoos.

In oude tijden had de stad Babel in Mesopotamië die ongunstige betekenis al (vgl. Jes. 21 : 9 en Jer. 50 : 51). Babel is in ieder geval ook een beeld van de valse kerk, die hoereert in haar afgodendienst (vgl. Hos. 1-3). Babel vervolgt de gemeente van Christus (vgl. 18 : 2 en 9) en tracht haar uit te roeien. Het kan best zijn dat Johannes in zijn tijd aan de stad Rome gedacht heeft.

Welnu, bij zijn komen ten gerichte grijpt God eerst dat grote Babel aan, groot vanwege haar macht en vooral vanwege haar zonden. En zo ligt in de aankondiging van deze val opnieuw de raad en de waarschuwing, van de eerste engel: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid.

De drinkbeker Zijns toorns (vs. 9-11)

Met grote stem laat de derde engel opnieuw nog een laatste waarschuwing horen. Gods lankmoedigheid is nog niet ten einde, Alsnog roept de engel op om. de dienst van het beest en zijn beeld te verlaten. Over dit beest, zijn beeld en zijn merkteken hoorden we in een van de vorige bijbelstudies (13 : 11-18). De tweede engel voorspelde dat het grote Babyion eens gevallen zal zijn. Deze derde engel dreigt nu, dat allen, die niet breken met de dienst van het beest en de aanbidding van het beeld, door het zelfde oordeel dat Babel overkomt, getroffen zullen worden. Wie met Babel geleefd heeft, zal met Babel vergaan. Wie de wijn van Babels hoererij gedronken heeft, die zal ook (net als Babel) drinken uit de wijn van de toorn van God. En die wijn wordt ongemengd ingeschonken, dat wil zeggen die is niet met water aangelengd en verzwakt. Zijn toorn zal in zijn volle zwaarte openbaar komen en een onverzwakte uitwerking hebben (vgl. Psalm. 2).

De aanbidders van het beest zullen gepijnigd worden met vuur en sulfer (vgl. 19 : 20 en 20 : 10 en 15). Daar is het oordeel over Sodom en Gomorra een voorspel van geweest. Smart en benauwdheid zullen hen kwellen. Pijn en wroeging zullen hen aangrijpen. Vuur veroorzaakt een smartelijke pijn en sulfer (zwavel) verwekt door zijn benauwende dampen de verstikkinsdood.

De heilige engelen en het Lam zullen, het met deze vreselijke straf eens zijn. Ze is niet te zwaar, maar ten volle verdiend. De engelen zullen niet te hulp schieten en ook het Lam biedt dan geen redding meer, want de genadetijd is verstreken. En de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid. Er is dus geen algehele vernietiging van de verlorenen, maar een eeuwige straf. Het vuur zal eeuwig branden en de zwavel zal eeuwig roken. Natuurlijk is dit een beeld, maar het drukt wel een verschrikkelijke werkelijkheid uit. En vanwege de wroeging en wanhoop, vanwege de knagende zelfbeschuldiging en benauwdheid weten ze niet waarheen zich te wenden of te keren: ze hebben geen rust, dag en nacht. Zonder enige verlichting zal het eeuwige „te laat" als een onuitblusselijk vuur in hun gewetens branden.

Als echter de engel dit oordeel aankondigt, is het nog niet te laat. En daarom zien we achter deze aankondiging van het naderend gericht nog een wenend Lam staan en we horen Hem roepen: Och, of gij ook bekende, op deze uw dag, wat tot uw eeuwige vrede dient.

Zalig zijn de doden (vs. 12-13)

Hier in de lijdzaamheid der heiligen. In verband met de schildering van die bange tijd, die aan de wederkomst zal voorafgaan, schrijft Johannes hier nog een troostwoord neer voor de gemeente in de verdrukking. Opnieuw brengt hij in herinnering wat hij in hoofdstuk 13 : 10 heeft gezegd. Het komt voor de gelovigen aan op volharding, en die volharding komt uit in twee kenmerken, die hier worden genoemd: et bewaren van Gods geboden en het bewaren van het geloof van Jezus (vgl. hoofdstuk 12 : 17). Daar komt het in de verdrukking op aan: ods woord vasthouden en de Heiland niet, verloochenen.

Tenslotte roept opnieuw een (hier niet genoemde) engel: Schrijf, zalig zijn de doden,

die in de I-Ieere sterven. Wat een bemoedigend woord, vol troost, juist voor degenen, wier leven bedreigd wordt. Want met dit sterven in de Heere wordt in ieder geval bedoeld: m wille van de Heere, dat wil zeggen als martelaar voor de naam en dei zaak aes Heeren; al kunnen we dit woord ook opvatten alsof er stond: in gemeenschap met Hem" of „in het geloof in Hem". Hoe dan ook, ze zijn zalig, want ze mogen voor altijd bij de Heere wezen (vgl. Filip. 1 : 23).

De woorden „vom nu aan" kun je ook op twee manieren opvatten. Of het hoort bij het woordje „sterven" en dan betekent het vanaf de tijd. waarop Christus ten hemel voer, of het hoort, bij „zalig" en dan wijst het. erop, dat degenen, die-in de Heere sterven, terstond na de dood de eeuwige zaligheid binnengaan, vgl. Luk. 23 : 43. De eerste mogelijkheid lijkt het meest waarschijnlijk. De oudtestamentische gelovigen hebben de volle Zaligmaker als God en mens in de hemel niet kunnen ontmoeten. Vandaar hun geweldige blijdschap bij de verwelkoming van Hem op hemelvaartsdag.

De Heilige Geest bevestigt-(bezegelt) deze waarheid van het. zalig sterven in de Heere, en voege er aan toe: opdat zij rusten mogen van hun arbeid. Wat een tegenstelling met de goddelozen: zij hebben geen rust, dag en nacht (vs. 11). De rechtvaardigen zullen van al hu.n arbeid, van hun zorgen en moeiten, van hun .strijd tegen de zonde en tegen het beest, voor eeuwig ontslagen zijn om te genieten en te rusten in God.

Die rust in de hemel betekent echter niet, dat daar niets wordt gedaan. Integendeel: hun werken volgen met hen. Het leven voor Goöl en het prijzen van Zijn naam, waaruit hier op aarde de echtheid van hun geloof blcsk, al was het gebrekkig en met 'gebroken klanken, die werken zullen zij in de eeuwige zaligheid volmaakt mogen voortzetten. En zo zullen zij de Heere dag en nacht dienen in Zijn tempel.

Vragen

1. Lees i.v.m. deze bijbelstudie eerst Ops-nb. 19 en Matth. 24 : 1-28. Met welk vers in onze perikoop komt Matth. 24 : 6 sprekend over een?

2. Vat de boodschap van de vliegende engel met het eeuwige evangelie eens kort samen (vs. 7). Welke reden gee: t hij aan voor zijn boodschap? Waarom wordt het oordeel eerst nog aangekondigd en niot gelijk voltrokken?

3. De prediking van het naderend gericht en de ondergang van de goddelozen betekent in do Bijbel voor Gods kinderen vaak een troost. Geef hier eens een paar voorbeelden van. Denk o.a. aan jud. : 14, 15; Jes. 63 : 1-2 en Jes. 40 : 9-10.

4. Waarover gaat de boodschap van de tweede engel (vs. 8)? Wie wordt er met Babyion bedoeld? Waar is de hoererij hier een beeld van? Geef eens een paar andere voorbeelden uit de Bijbel.

5. Wat is in het kort de boodschap van do derde engel (vs. 10-11)?

6. Zijn er meer plaatsen in de Bijbel waar de wijn en d© beker een beeld zijn van de toorn? Denk o.a. aan Ps. 75 : 9; Jes. 51 : 17 en 22; Jer. 25 : 15. Weet je een voorbeeld uit het levon van Jezus?

7. Met welk doel staat de passage over het „zalig sterven in de Heere" tussen twee oordeslsaankondigingen in (6-11 en 14-20)?

8. Hoe moeten w® het , , sterven in de Heere" opvatten (13)? Waarop slaan de woorden „van nu aan"?

9. In welke zin volgen de werken de gelovigen na?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's

DE AANKONDIGING VAN HET NADEREND GERICHT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's