JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

IN MEMORIAM MEJ. W. DEN HERTOG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

IN MEMORIAM MEJ. W. DEN HERTOG

6 minuten leestijd

Op 8 september j.L is — voor ons toch nog onverwacht — overleden onze oud-presidente, mej. W. den Hertog. Vanaf 1947, het jaar van de oprichting, tot 1974 heeft zij op bekwame wijze en met veel liefde leiding gegeven aan het werk van onze bond, die in de beginjaren „Landelijk Verband van Meisjesverenigingen" heette. Samen met ds. Verhagen, jarenlang ere-voorzitter, heeft zij veel betekend voor de leden van de meisjesverenigingen voor wie zij door haar bijzondere persoonlijkheid tot grote steun werd,

Toen ook nog vrouwenverenigingen werden opgericht en de bond zich stoeds meer uitbreidde, bleef zij een moederlijk middelpunt voor ons allen. „Hoe gaat het, kind? " kon zij zo hartelijk en meelevend vragen.

Ook in het bondsbestuur nam zij een 'grote plaats in. Door haar toedoen heerste er een sfeer van liefde en waren de vergaderingen gemoedelijk. Ze zei er later zelf van: „Wat hebben we het toch altijd goed met elkaar gehad." Voor het werk van de bond mocht zij kennelijk ervaren: „En de Heere wrocht mede."

Zij zal vooral in onze herinnering blijven voortleven door haar onvergetelijke toespraken aan het eind van de bondsdagen. Wat kon zij hartelijk opwekken om de Heere te zoeken, Die zoveel zegeningen wilde schenken. En wat. was zij gunnend!

Op de jubileumbondsdag van 1972 sprak zij:

„Het is Gods goedheid dat wij vandaag nog in liefde en vrede samen mogen zijn. We moeten er maar verwonderd over zijn, dat de Heere met zulke zondige mensen als wij zijn nog te doen wil hebben. Och, konden we maar eens voor de Heere buigen, zoals het Hem toekomt. Maar als we voor Hem buigen mogen, dan zullen we het ook voor elkaar doen. En dan zal er ook voor de jonge mensen nog iets van ons uitgaan. Want in dit opzicht dragen we toch een grote verantwoordelijkheid. Het is onze plicht de jongeren op te wekken om bij de waarheid te blijven. We mochten hen in het gebed maar veel mee naar de Heere nemen. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: „Als de Heere een mens gaat bewerken tot zaligheid, dan wil hij altijd reizigers; meenemen". Dan gaat hij zeggen: „Kom, ga met ons en doe als wij!" Hij blijft nooit alleen, maar hij probeert er mee te krijgen. We mochten proberen om maar veel reizigers en reizigsters mee te krijgen. Want bij de Heere is genade genoeg. Hij werkt uit genade en uit gunst."

Velen zullen bij het lezen van deze woorden haar voor zich zien zoals zij met welluidende 'stem uit de volheid van haar gemoed en met veel liefde de dienst des Heeren mocht aanprijzen. Zij was iemand die tot jaloersheid! wist te wekken op het geluk van Gods volk.

Haar leven

Willemijntje den Hertog werd op 30 januari 1905 in Nieuwer ter Aa geboren als veertiende en jongste kind in het gezin van de godvrezende Cornelis den Hertog en Maria

van Rozelaar, die in 1881 waren gehuwd. Zij was de vierde Mijntje: drie zusje's van dezelfde naam waren jong gestorven; zij werden maar vier jaar, zes maanden en twee jaar oud.

Haar vader mocht geloven dat al zijn veertien kinderen tot de Heere bekeerd zouden worden. Het oude volk had een rijke God! Mej. Den Hertog heeft aan het eind van haar leven mogen getuigen, toen zij als laatste alleen overgebleven was: Als ik zie naar het leven van mijn overleden broers en zusters en bedenk wat ik over de jong gestorven kinderen heb horen vertellen, dan mag ik geloven dat het voor allemaal waarheid is geworden. Laat het ons tot troost zijn in een troosteloze tijd, dat het ook nu voor de Heere niet te wonderlijk is om al onze kinderen tot Hem te bekeren.

Mej. Den Hertog heeft altijd op Nieuwer ter Aa gewoond, waar zij haar ouders tot hun dood toe heeft verzorgd. Haar vader overleed in 1938 en haar moeder 8 juliii 1953. Zij zette alleen het boekwinkeltje voort dat haar vader aan huis begonnen was.

Na haar aftreden, als presidente van onze bond in 1974 kon zij niet lang meer in haar eigen huis blijven. Haar gedachten gingen achteruit en zij werd slecht ter been. Zij vond een liefdevol thuis in bejaardencentrum „Avondlicht" te Mijdrecht, waar veel van haar neven en nichten wonen. Ook hier was haar leven een getuigenis. Op den duur kon zij alleen nog in haar rolstoel zitten en het. laatste half jaar werd zij verpleegd in Maria Oord te Vinkeveen.

Na een week ziek te zijn geweest is zij in de nacht van 8 september rustig ingeslapen. Zij is ingegaan in de rust die er overblijft voor het volk van God en mag nu eeuwig en volmaakt de Heere loven en prijzen.

De begrafenis

Op zaterdag 11 september vond te Nieuwer ter Aa haar begrafenis plaats. Het kerkje waar de rouwdienst gehouden werd door ds. A. Bac was bijna geheel gevuld met neven en nichten, Ds. Bac sprak, na enkele gebeurtenissen uit haar leven gememoreerd te hebben, over Psalm 17: „Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigdi worden met Uw beeld, als ik zal opwaken." Na het dankgebed werden indrukwekkend en overtuigend de verzen 7 en 8 van Psalm 89 gezongen: „Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen".

Door het stille dorp waar op deze prachtige nazomerdag de eerste herfstbladeren neerdwarrelden volgden we mej. Den. Hertog op haar laatste gang naar dei nieuwe begraafplaats aan een smalle met wilgen omzoomde weg.

Na het neerlaten van de kist in de groeve sprak ds. M. W. Nieuwenhuijze, emerituspredikant van de Chr. Geref. Kerk te Mijdrecht, over de levende hoop die in haar was en over de eeuwige vreugde waarin zij nu mag delen. Ds. Bac besloot met een ernstige oproep tot bekering. Een neef, de heer G. den Hertog, dankte hartelijk voor al het meeleven en de betoonde belangstelling. Hij verzocht, nu zijn tante als laatste van haar bijzonder bevoorrecht geslacht was ingezameld, ter nagedachtenis aan de overleden grootouders, ouders, ooms en tantes nog eenmaal over de begraafplaats te laten klinken wat zij zelf in hun leven zo vaak hadden gezongen:

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen; Men loov' Hem vroeg en spa; De wereld hoor' en volg' mijn zangen, Met Amen, Amen, na.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's

IN MEMORIAM MEJ. W. DEN HERTOG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's