JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

2. ACHTERGRONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

2. ACHTERGRONDEN

6 minuten leestijd

2.1. Een algemene brief

Na de brief aan de Hebreeën vinden we in onze Bijbel de algemene brieven. Algemene brieven zijn niet gericht aan één bepaalde gemeente of aan een enkele persoon, zoals de brieven van Paulus. Algemene brieven hebben geen speciaal adres. Daarom wordt er ook niet geschreven over bepaalde gebeurtenissen in een gemeente en ook vinden we geen raadgevingen aan iemand, maar de brief heefteen algemeen karakter. Alleen met 2 Joh. en 3 Joh. zitten we een beetje, want die zijn naar het schijnt wat minder algemeen.

De brief die wij gaan lezen laat in het eerste vers al merken dat hij verstuurd is naar vele kanten. Hij is gericht aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Gericht dus aan meerdere gemeenten, die her en der verspreid lagen of misschien wel gericht aan groepjes mensen die nog geen echt gemeenteverband hadden, omdat ze nog niet zolang geleden door uitbrekende vervolgingen over de aarde waren verstrooid.

Maar wie zijn die twaalf stammen eigenlijk? Gaat het om gelovige Joden? Het zou kunnen maar het is zeer onwaarschijnlijk. Als we Schrift met Schrift vergelijken zien we dat de nieuwtestamentische gemeente bedoeld kan zijn. Niet alleen Openbaring 7 : 1-8 ziet in de twaalf stammen de kerk van het nieuwe verbond maar ookMatth. 19:28 wijst heel duidelijk in die richting.

2.2. De tijd

Bovengenoemde tekst (Jac. 1:1) over de stammen in de verstrooiing, past goed op de situatie zoals die was na de dood van Stefanus, toen de vervolging tegen de gemeente in alle hevigheid losbarstte en de gemeente van Jeruzalem verstrooid werd door het hele land en verder. Bovendien krijgen we de indruk bij het lezen van de brief dat de gemeenten nog niet zo georganiseerd waren en dat goede leiding in ieder geval ontbrak. We kunnen daarom het beste denken aan de tijd waarin de zendingsarbeid nog niet zo goed op gang was gekomen. De datum van deze brief zal liggen tussen 50 en 62 na Chr. de sterfdatum van Jacobus.

2.3. De schrijver

Welke Jacobus wordt er bedoeld? Zelfs de Bijbel spreekt over een aantal mensen met deze naam en ongetwijfeld zijn er nog meer geweest De auteur dieht zich in 1:1 aan als Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus. Daarmee komen we dus niets verder. Je vraagt je af of de lezers van deze brief wel begrepen hebben wie de afzender was. Of was de aanduiding Jacobus misschien voldoende voor hen, omdat hij maar van één Jacobus afkomstig kon zijn, hün Jacobus. Is dat laatste het geval dan moeten we aan een bekende Jacobus denken, aan iemand die gezag had bij de gemeente in de verstrooiing. We moeten hem dan zoeken in de Jkring van de apostelen of in ieder geval bij de vooraanstaande mensen in de gemeente. Het kan niet anders of bedoeld is de belangrijke voorganger van Jeruzalem, ook we! genoemd de broeder des Heeren. Hij was de pilaar van de gemeente in Jeruzalem (Gal. 1 : 19) en had een belangrijke stem op het apostelconvent van Hand. 15. De apostel Petrus noemt hem apart in Hand. 12 : 17.

En waarom werd hij eigenlijk broeder des Heeren genoemd? Dat is een lastige vraag. De gegevens in de Heilige Schrift lijken twee kanten uit te wijzen en het is bijna onmogelijk tussen beide te kiezen. We proberen de meningen zo goed mogelijk weer te geven.

I a. Jacobus de broeder des Heeren wordt Gal. 1 : 19 een apostel genoemd.

b. Jacobus de zoon van Zebedeüs is omstreeks 44 door Herodus gedood en kan dus moeilijk de schrijver zijn.

c. Jacobus de zoon van Alfeüs blijft ove van de apostelen.

d. Hij is de zoon van Maria (niet de moed van de Heere Jezus) Mark. 15 : 40.

e. Deze Maria zou een zus zijn van de moeder van Jezus en Jacobus dus een neef; wat dan aangeduid wordt met broeder des Heeren.

Het laatste in deze redenering is erg zwak omda' niet duidelijk is of Maria de moeder van Jacobus inderdaad een zus is van Maria de moeder des Heeren.

II a. De brief geeft niet aan dat Jacobus een apostel is. [

b. Het zal daarom gaan om de broeder de s Heeren van Hand. 15. \

c. Het is niet te verklaren waarom de zonen van Zebedeüs en Alfeüs een broeder zouden worden genoemd.

d. Matth. 13:55 spreekt over een Jacobus, broeder des Heeren.

e. Dat deze in Gal. 1:19 een apostel wordt genoemd, is te verklaren uit het feit dat hij gezag had. Net zoals Paulus.

Hoewei ik er enige moeite mee heb aan de gedachte te wennen dat de Heere Jezus broers en zussen heeft gehad, lijkt mij het laatste (II) de sterkste redenering. De Heere Jezus heette niet voor niets de eerstgeborene en Matth. 13:55 is wel erg duidelijk, want daar wordt Jacobus met name genoemd. Hoe het ook zij, iedereen is het er over eens dat de schrijver van onze brief Jacobus de broeder des Heeren is, wat daar dan ook onder verstaan moge worden. Als het echt een broer van de Heere is geweest, is hij pas later tot bekering gekomen want zijn broeders geloofden eerst niet in Hem. En misschien dat de verwantschap van Jacobus met de Heere Jezus mee heeft gewerkt om hem gezag te geven in de gemeente, maar het zal zeker niet het enige zijn geweest Uit Hand. 15 blijkt de takt en de wijsheid van deze Jacobus al te duidelijk. Hij had dan ook niet voor niets de bijnaam „de Rechtvaardige".

De geschiedschrijver Hegesippus vertelt van hem dat zijn knieën vereelt waren als van een kameel omdat hij zoveel bad in de tempel en ook dat is niet zo'n slecht getuigenis van deze „apostel".

2.4. Reden van het schrijven

De broeder des Heeren geeft aanwijzingen. Het ging blijkbaar niet zo goed met de leer en het leven van de gemeente. Juist in een chaotische tijd voor de kerk, als vervolgingen scheuren, is het gevaar voor dwalingen levensgroot r aanwezig. Als goede leiding ontbreekt, kunnen zelfs Gods kinderen ontsporen. De inhoud van er de brief moeten we dus lezen tegen de achtergrond van een vervolgde en opgejaagde gemeente die verspreid door het land, moeite heeft in het spoor te blijven omdat goede leiding afwezig was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's

2. ACHTERGRONDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1982

Daniel | 28 Pagina's