MENSEN ACHTER PRIKKELDRAAD
BEZOEK AAN EEN VLUCHTELINGENKAMP
Ongeveer vier uur rijden van Bangkok zijn ze te vinden: de Cambodjaanse vluchtelingenkampen Sa Kaeo en Khao I Dang.
Toevluchtsoorden voor talloze Cambodjanen in het grensgebied met Cambodja. Voor mensen die gevlucht zijn voor de kommunistische terreur of verdreven zijn door wrede overheersers. In 1975 begon voor de Cambodjanen een periode van verschrikkingen. In dit jaar kwamen de kommunisten, onder leiding van Pol Pot, aan de macht. De gruwelpraktijken van dit regime, ook wel de Khmer-rouge genoemd (Khmer is Cambodjaan), waren verschrikkelijk. Alle mensen die gestudeerd hadden werden vermoord. De steden werden ontvolkt, er was geen medische zorg meer en er werd honger geleden. In vier jaar tijd stierf naar schatting ongeveer de helft van het Cambodjaanse volk. Van de bijna acht miljoen inwoners zijn er nu vermoedelijk nog vier miljoen in leven. In 1979 viel Vietnam Cambodja binnen. Hevige gevechten werden gevoerd tussen de Vietnamese kommunisten en de komuunisten van het Pol Pot-regime.
Voor vele Cambodjanen bleef er nog maar één mogelijkheid over om het leven te redden: vluchten naar het naburige Thailand.
Het drama van de vluchtelingen
Bij honderdduizenden kwamen ze over de grens; slechts een gedeelte van hen bereikte de vrijheid in Thailand.
Velen waren ernstig ziek. De oorzaak was meestal ondervoeding of verwondingen door granaatscherven en landmijnen.
De gevluchte Cambodjanen werden aanvankelijk in primitieve kampen ondergebracht. Het grootste kamp, Khao I Dang, heeft tijdelijk 140.000 vluchtelingen geherbergd, terwijl in Sa Kaeo I ruim 30.000 Cambodjanen verbleven. Sa Kaeo I, kamp des doods, zeiden de hulpverleners in die dagen Velen waren zo ziek en uitgehongerd dat medische hulp en voedsel niet meer konden baten,
Het drama van de vluchtelingen uit Cambodja is op aangrijpende wijze beschreven door de journalist Jan Derix in het boek „Zolang ik leef zal ik huilen". De in dit boek beschreven gebeurtenissen hebben in hoofdzaak betrekking op de periode tussen oktober 1979 en juli 1980, de maanden waarin het kamp Sa Kaeo I heeft bestaan. Vandaag, ruim twee jaar later, zie je van Sa Kaeo I niets meer.
Er groeit gras waar eens dei tenten stonden. Er lopen wat ossen rond. Alleen een bord met het opschrift „Holding centre for Kampuscheans, Sakaew, Thailand" herinnert er aan dat hier eens de plek was van niet te beschrijven verschrikkingen.
Mensen achter prikkeldraad
Een kwartier rijden vanaf deze plek is het nieuwe kamp, Sa Kaeo II, te vinden. De vluchtelingen zijn hier gehuisvest in keurige huisjes van hout of betonplaten. Elk gezin heeft een woonruimte van twee bij vier meter! De leefomstandigheden zijn in dit kamp heel wat verbeterd. De mensen hebben voldoende te eten, er is medische zorg, onderwijs voor de kinderen en andere geode voorzieningen. Het werk van de hulpverleningsteams — ik denk met name aan het Christian Medical Team (CMT) — is rijk gezegend. Toch is daarmee het Cambodjaanse vluchtelingendrama niet ten einde
Want wat zal de toekomst hen brengen? Zal er elders in de wereld plaats voor hen zijn? De meeste Cambodjanen hebben niet de status van officiële vluchteling, maar van „displaced person" of „illegale immigrant". Rechten hebben ze daarom niet. Als er geen oplossing komt zal de thaise regering hen vroeg of laat terugsturen naar Cambodja, door de mijnenvelden in het grensgebied.
Er leven 22.000 mannen, vrouwen en kinderen in Sa Kaeo II. In onvrijheid en in afwachting
Zodra je het kamp binnen komt, proef je de sfeer van onvrijheid. Je ziet prikkeldraadversperringen om het kamp heen. Een slagboom bij de ingang, 'gewapende militairen en uitkijkposten. Je krijgt te horen dat fotograferen verbóden is en in het kamp mag je niet zonder toestemming met, een grote groep mensen bijeenkomen. Zó leven hier mensen achter prikkeldraad, schijnbaar zonder toekomstperspektief.
In gesprek met Thavy Ngeth
In het ziekenhuis is het die morgen een drukte van belang. De patienten vragen de aandacht van Anne van Veen, de nederlandse dokter, en van de verpleegsters van het CMT.
Omstreeks acht uur is het enige tijd stil. De dokter, de verpleegsters en de Cambodjaanse helpers (sters) beginnen gezamenlijk de dag met schriftlezing en gebed, in het engels en in het cambodjaans.
Als iedereen weer aan het werk is, heb ik even de gelegenheid voor een gesprek met Thavy Ngeth, een Cambodjaanse, die als sociaal werkster in het kamp werkzaam is. Thavy is 27 jaar, ze is geboren in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Haar vader werkte als ambtenaar op een ministerie, vóórdat Pol Pot aan de macht kwam. Ze studeerde in die jaren ekonomie en Frans. Thavy vertelt: Phnom Penh werd al vijf jaar door de Khmer-Rouge belegerd. Iedere nacht vielen er bommen op de stad. Vandaar dat mijn vader wilde dat ik naar het buitenland zou gaan. Mijn keus viel op Nieuw-Zeeland. Later heb ik gezien dat mijn levensweg door God zo geleid is. In Nieuw-Zeeland heb ik een emigrantengezin afkomstig uit Holland leren kennen die mij met de Bijbel in aanraking bracht. Ik behoor nu tot de protestantse kerk van Cambodja, zoals die hier in het kamp aanwezig is. Deze kerk heeft een bijbelse grondslag en ik ben daar blij mee. In Nieuw-Zeeland heb ik een graad in de sociale wetenschappen gehaald. De kennis die ik verkreeg wilde ik graag aanwenden voor mijn volk, vandaar dat ik in Frankrijk onder de Cambodjaanse vluchtelingen ben gaan werken. Ik kwam in dienst van de protestantse kerk van Cambodja als sociaal werkster. Toen de Khmer-Rouge de macht overnam in Cambodja raakte ik het kontakt met mijn ouders kwijt. Lat, er heb ik gehoord dat mijn moeder in een heropvoedingskamp is gestorven".
Thavy Ngeth werkt nu al weer enkele jaren in Sa Kaeo II voor het CMT en voor de protestantse kerk.
We vragen vanzelf ook naar de positie
van de kerk in het kamp. Thavy kan daarover wel iets vertellen, maar ze wil ons liever in kontakt brengen met de ouderlingen van de gemeente. Ze brengt ons even later in een kleine ruimte waar we achter gesloten deuren met negen personen bij elkaar zijn.
Honger naar liet Woord van God
Het valt me op dat evenals in het kamp Vinai ook hier de ouderlingen jonge mensen zijn. Thavy stelt ons voor en vertelt dat we uit Holland komen. Ze vraagt of één van hen iets kan vertellen over de kerk. Een van de ouderlingen vertelt dat de kerk momenteel vijftienhonderd leden telt. Er is geen predikant. De ouderlingen gaan voor in de diensten, ze verzorgen de katechisatie en het bijbelonderwijs. Tot voor kort kwam de gemeente meermalen in de week bijeen, maar dat is door de thaise kampleiding verboden. Men is bang voor samenscholing in het kamp. De gemeente mag alleen op de zondagmorgen bijeen komen. De kerk is veel te klein, vandaar dat in de „kerkzaal" wel duizend mensen op de grond moeten zitten. Om onderwijs te kunnen geven, wordt door de ouderlingen (en door de gemeenteleden) elke dag, meestal drie keer, een bijbelstudieuur verzorgd op verschillende plaatsen in het kamp. Dit werk moet min of meer in het geheim gebeuren om een verbod te voorkomen. Er is in het kamp, met name onder jonge mensen, een honger naar het Woord van God. De gretigheid waarmee de Bijbel gelezen en bestudeerd wordt, is voor ons vaak beschamend. Toen ik enige tijd later weer in de buurt van het ziekenhuis rondliep, zag ik een aantal jonge mensen in de „wachtkamer" van de „tandarts" samen de Bijbel onderzoeken! Is dat niet beschamend voor ons? De ouderling die ons één en ander vertelt gaat ook in op een vraag naar de situatie van de kerk in Cambodja. Er komen slechts spaarzamelijk berichten het kamp binnen over de kerk. Voor het Pol Pot-regime waren er in Cambodja ongeveer 5000 protestantse christenen met achttien predikanten.
Aantallen zijn nu niet bekend maar de kerk in Cambodja is er nog. Ondanks de vervolging bewaart de Heere Zijn gemeente. En is het geen wonder dat juist in de vluchtelingenkampen velen voor het eerst met de Bijbel in aanraking komen? Alleen door dat Woord kunnen immers zondige mensen, de Heere leren kennen tot zaligheid. En de velden zijn wit om te oogsten
Werken zolang het dag is
Terug in het ziekenhuis ontmoet ik Tonny Ebbers uit Zelhem, die sinds 18 juni jl. deel uit maakt van het CMT dat in Sa Kaeo II werkzaam is. Tonny behoort tot onze gemeente in Doetinchem en was tot voor kort aktief in het jeugdwerk binnen het distrikt Noord-Oost. Als vrijwilliger werkt hij nu voor enige tijd in het vluchtelingenkamp.
Omdat ik benieuwd ben naar de taak die Tonny heeft in het kamp vraag ik hem daarover iets te vertellen.
Tonny: „Ik werk hier nog niet zo lang, maar ik ben aangesteld voor de technische begeleiding van het CMT. De organisatie en verzorging van alle technische materialen komt voor mijn rekening en verder ben ik plaatsvervangend koördinator van ons team.
De samenwerking van ons team is erg goed. Ook de samenwerking met de Cambodjaanse helpers is plezierig. De Khmer-mensen zijn ijverig en leergierig. Je hebt er veel aan in ons werk."
Op de vraag waarom hij hier is gaan werken geeft Tonny eenvoudig als antwoord: „Ik wist van de nood die er is in de vluchtelingenkampen, het. spreekt je aan, je voelt je innerlijk gedrongen om te gaan helpen. Ik hoop dit werk voorlopig een jaar te kunnen doen. Of dat hier mogelijk is weet ik niet. Volgens de berichten uit Bangkok wil de thaise regering Sa Kaeo II voor 31 december a.s. afbreken. We werken daarom hier maar zolang het dag is "
Nadat ik hem beloofd heb alle vrienden in Nederland zijn groeten te zullen overbrengen (en hoe kan dat beter als in „Daniël"? ) neem ik afscheid: van Tonny en de andere hollandse werkers in Sa Kaeo II.
Wat de toekomst brengen moge
Wat de toekomst zal brengen voor de Cambodjaanse vluchtelingen in de thaise-kampen is voor ons verborgen. Zeker is dat de toekomst voor deze mensen niet rooskleurig is. Als de tijd werkelijk komt dat de vluchtelingen naar hun land worden teruggestuurd is vooral voor de christenen het ergste te vrezen. Wij kunnen slechts helpen zolang dat mogelijk is. Dat is de opdracht, ook voor onze gemeenten!
Jarenlang hebben amerikaanse zendelingen in Zuid-Oost-Azië op rotsen geploegd. En nu is er ondanks de prikkeldraadversperring, een geopende deur. Wat een wonderlijke leiding van de Heere. De Heere geve uit genade dat vele vluchtelingen mogen komen tot de kennis van Christus. Want: hoe donker ooit Gods weg moog' wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen! En wat kan het een troost zijn in het leven van degenen die de Heere vrezen te mogen weten dat de toekomst in Gods hand is. Dan is de toekomst in een kamp achter prikkeldraad in Zijn hand. Dan is ook de toekomst van Cambodja in Zijn hand.
En in Zijn hand is alles goed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1982
Daniel | 28 Pagina's