50 JAAR „TRYFENA” TE NIEUW-BEIJERLAND
Op de warme zomerse avond van 2 juni 1982 mocht „Tryfena" te Nieuw-Beijerland haar 50-jarig bestaan herdenken. Daarin kwam uit de trouw van de Ï-Ieere, die ondanks onze ontrouw ons een halve eeuw verenigingswerk gaf in het midden van de gemeente.
'k Zal gedenken hoe voor dezen, ons de Heer heeft gunst bewezen", was het psalmvers waar wij deze avond mee begonnen. Daarna wees dominee Moerkerken ons op Pebé, Maria en de moeder van Rufus, die ook: Paulus' moeder was, niet naar het vlees, maar naar de geest. Al deze vrouwen waren in de Heere arbeidende, dominee wenste ons dit ook toe, tot zegen van de gemeente.
„Het gezin in de branding van deze tijd" was het boeiende referaat dat volgde.
De heer I. A. Kole-bond ons op het hart om. als ouders, en vooral als moeders in ons gezin, te midden van de „branding" waarin onze kinderen leven, waarin alle gezag steeds meer verdwijnt, een open oor voor de nood te hebben waarin onze kinderen leven, die toch ook kinderen van de gemeente zijn. Köhlbrugge zegt: „Ouders zijn de handen van God". Een mooie maar verantwoordelijke taak. Indien wijsheid ontbreekt dat wij ze dan van de Heerei zouden, begeren.
De stille aandacht waarmee geluisterd werd, was tastbaar. We kregen op de 50e verjaardag van „Tryfena" wijze lessen mee.
Na de pauze liet mevr. J. Moree-v. d. Bochove ons het verleden van „Tryfena" in dichtvorm horen, terwijl mevr. L. Snijders-van der Spek een oud gedicht voorlas over de eerste 25 jaar.
De oprichter van de. „krans", de reeds overleden heer P. J. Lamoré, van wie op deze avond twee familieleden aanwezig waren, werd herdacht, evenals de oud-presidente mej. J. M. v. d. Bochove. Beiden zijn reeds voorgegaan in de eeuwige rust. De gedachtenis van de rechtvaardige zal tot zegening zijn.
Drie leden van het „eerste uur" zijn nu nog trouwe leden van „Tryfena": mevr. Van Belle-Huisman als oud-presidente, mevr. van den Donk-van Bochove en mej. T. de Winter; zij kregen als aandenken een. boek van „Tryfena".
Dat was voor hen een grote verrassing, daar ze er geen erg: in hadden dat ze gelijk met de „krans" jubileerden. Wij zongen hen samen toe: „De Heere zal u steeds gadeslaan, opdat Hij in gevaar, uw ziel voor ramp bewaar".
In het dankwoord werd een dringend appél gedaan om niet. in mensen te eindigen, „Maar wie roemt, die roeme in de Heere", in ons is geen prijzenstof. Terugziende op „50" jaar in dankbaar gedenken wat de Heere ons gegeven heeft, zongen wij de Morgenzang:
Dat wij ons ambt en plicht, o Heer', Getrouw verrichten, tot Uw eer; Dat Uwe gunst ons werk bekroon, Uw Geest ons leid', en in ons woon'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1982
Daniel | 28 Pagina's