VERBLIJD U..... MAAR WEET.....
Verblijd u o jongeling in uw jeugd en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap en wandel in de wegen uws harten en in de aanschouwing uwer ogen, maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen voor het gericht. Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd en de jonkheid is ijdelheid. Prediker 11 : 9 en 10
Zoals een mug rond een kaars blijft vliegen totdat de vlam hem verbrandt, zo 'gaat het ook met hen die onbevreesd met de zonde spelen.
Tegen dat grote gevaar — het. eeuwige verderf —• waarschuwt Salomo. In deze tekst • woorden ligt een heilige ironie. De profeet Jeremia zegt in de Klaagliederen tegen de dochter van Edom: „Wees vrolijk en verblijd u gij dochter van Edom, die in het land Uz woont, maar de beker der gramschap zal ook aan u komen".
Zo zegt ook Salomo als het ware tot de jongeren die God niet vrezen: „Verblijd je maar jongeren in je jeugd, verheug je en wees vrolijk, heb goede moed in je jonge leven, leid een ongebonden leven, leef naar de begeerte van je1 verdorven hart, , aanbid de duivel, de zonde en de wereld maar en stel de dag van de dood maar ver van je. Maar weet dat God je om al deze dingen zal doen komen voor het gericht".
Het gericht komt. Dat is iets dat zeker is.
God kan je oproepen, midden uit een leven buiten God, midden uit een leven in. zonde en werelddienst. Wanneer dat zal zijn, weet je niet. Je weet niet eens wat je deze dag nog zal overkomen. Maar eens zal God je oproepen en voor Zijn rechterstoel stellen. Op een door God vastgesteld tijdstip. Elk jaar, iedere dag, ja elk uur is een stap naar dit tijdstip. Elk ogenblik komt deze werkelijkheid dichterbij en je kunt geen stap terugdoen.
Zo stelt Salomo met een heilige ironie de werkelijkheid je voor ogen. De verschrikkelijke werkelijkheid dat je straks met je zondige leven voor het gericht van God zult staan. Hij roept je als het ware toe wat Paulus in Galaten 6 : 7 schrijft: Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait dat zal hij ook maaien".
Maar misschien heb je het voor God moeten opgeven en moest je met Paulus uitroepen, ziende op dat gericht, en op je zonden: „Heere wat wilt Gij dat ik doen zal? " Misschien ben je overtuigd dat je zonder Borg en Middelaar niet voor het gericht van God kunt verschijnen en is er honger en dorst naar Zijn gerechtigheid, maar weet je niet hoe je daar ooit deel aan kunt krijgen,
Hoor dan wat Jesaja zegt: „In de Heere Heere zijn gerechtigheden en sterkte, tot Hem zal men komen".
Maar hoe moet dat? Hoe zal ik die geen gerechtigheid heb, maar ellendig, arm, jammerlijk, blind en naakt ben, tot Hem komen?
Het antwoord hierop is: met honger en dorst naar de gerechtigheid. Er i.s geen betere aanbeveling dan een hart dat, door schuld getroffen en verslagen is. Hoe groot is het te mogen weten in het gericht van God niet verdoemd te zullen worden, omdat een Ander voor mij in dit gericht heeft gestaan. Van deze liefde zegt de bruid: „Al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachten".
Welk een ernstige waarschuwing zijn deze woorden voor al degenen die Gods genade niet deelachtig zijn, die geen deel aan Christus hebben, die voortleven in hun oude natuurstaat. Weet dat God om al deze dingen je zal doen komen voor heb gericht. Deze dingen, dat zijn al je zonden, al je dwaasheden en verwerpen van het Evangelie. Om al deze dingen zul je straks in het gericht door God verdoemd worden. De boeken zullen geopend worden en op duizend vragen zul je geen antwoord hebben.
Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil en troostrijk woord, Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 september 1982
Daniel | 28 Pagina's