WAAR DE ZON IN ’T OOSTEN STRAALT
IMPRESSIE VAN EEN REIS NAAR THAILAND
Ongeveer vier uur nadat de Boeing, 747 opsteeg van Schiphol klinkt de stem van de gezagvoerder in de mikrofoons van het vliegtuig: „Dames en heren, we vliegen thans over Libanon "
't Is niet de eerste keer dati er een mededeling voor de passagiers door de luidsprekers klinkt. Op dit moment ervaar ik het echter als een bijzondere mededeling. Je realiseert je plotseling dat ver beneden je mensen in oorlogssituatie verkeren. Vaag kan ik vanuit het vliegtuig de kontouren van een stad onderscheiden. Dat moet Beiroet zijn, 't centrum van het strijdtoneel. Zo wisselen de taferelen zich af, soms meer en soms minder zichtbaar vanuit het vliegtuig.
Ver beneden mij weet ik de arabische volkerenzee. Daar wisselen de tonelen Ik zie immense woestijnen, waarvan je je thuis, in ons kleine landje aan de zee, nauwelijks enige voorstelling kunt) maken. Dat moet Saoedi-Arabië zijn.
't, Wordt plotseling donker boven het woestijngebied. Na korte tijd-kan ik buiten het vliegtuig niets meer onderscheiden. Zelfs de maan heeft zich verscholen en ook de sterren zijn onzichtbaar. Op mijn horloge zie ik dat. het half zeven is. We vliegen een duistere nacht in. Door 't raampje tuur ik in de duisternis. Hoeveel mensen zullen er ver beneden mij leven en wonen?
Hoeveel mensen zullen daar leven in de stikdonkere nacht van een leven zonder God? Het zijn vragen waarop ik het antwoord niet weet.
Soms zie ik ver beneden steden in kunstlicht; Dubai aan de Perzische Golf en Karachi in India, we maken er een tussenlanding.
Als we op weg zijn naar New-Delhi, 't is nog middernacht, breekt plotseling de zon door! De duisternis wijkt. Na korte tijd straalt de zon als een overweldigende lichtbron aan de hemel, 't Doet mij denken aan de titel van het boekje voor de vluchtelingenaktie. „Vanwaar de zon in 't oosten straalt". Hier straalt de zon in 't oosten, straks zal ze in 't westen nederdalen. En: Waar de zon in 't oosten straalt, tot waar ze in 't westen nederdaalt, zij 's HEEREN name lof gegeven Ook in Zuid-Oost-Azië?
Een andere wereld?
Na zestier^ uren vliegen landt ons vliegtuig op de luchthaven van Bangkok, de hoofdstad van Thailand. Even later sta ik in een heel andere wereld dan de onze. Je ziet nauwelijks meer westerlingen en alles schijnt anders dan je gewend bent. In de ontvangsthal ontmoet ik volgens afspraak de heer M. Burggraaf uit Rotterdam. De heer Burggraaf, sekretaris van het deputaatschap bijzondere noden, heeft reeds een bezoek gebracht aan een vluchtelingenkamp op de Philippijnen. In Thailand hopen we samen enkele vluchtelingenkampen te bezoeken.
De dag van aankomst brengen we in Bangkok door. In de hoofdstad van Thailand wonen ruim vijf miljoen mensen. Soms in prachtige woningen, vaak
in krotten en in erbarmelijke omstandigheden. Bangkok was amper twee eeuwen geleden niet meer dan een dorp. Het is nu een wereldstad met een druk en chaotisch verkeer. Het rijdt links, maar het lijkt wel allemaal door elkaar heen te (c)rossen! Tot 's avonds laat raast het verkeer door de stad. Oude vrachtwagens volgepakt met mensen en gammele taxi's banen zich een weg door de donkere stad. Kleine kinderen lopen dan nog langs de weg te bedelen en je ruikt uitlaatgassen, vis, geroosterd vlees (dat overal op straat verkocht wordt), afval, wierook en geurige bloemenslingers. Overdag zitten kinderen en ouderen overal langs de weg bloemen tot slingers te verwerken. De koper kan zo'n slinger een plaatsje geven in een boeddha-tempel. Een andere wereld Inderdaad!
Een andere wereld, dan de wereld die ons in de folders van de reisorganisaties gepresenteerd wordt. Een wereld van materiële en geestelijke nood.
In mijn hotelkamer is het geraas niet meer te horen. Als ik vanuit het raam kijk, lijkt het wel of de stad slaapt. Onweerstaanbaar dringt zich de vraag op hoeveel mensen in deze stad en in dit land ooit gehoord zullen hebben van de Enige Naam die onder de hemel gegeven is tot zaligheid En onwillekeurig denk ik aan. thuis Aan onze kinderen. Aan de jongeren van onze gemeenten. Elke dag mogen wij in vrijheid de Bijbel lezen. Elke zondag kunnen wij Gods Woord horen. Is die Enige Naam ons dierbaar geworden?
Op reis naar Vinai
Rond het middaguur vertrekken we vanaf het vliegveld met een klein vliegtuigje van Thai Airways naar het noorden van Thailand. Ongeveer 700 km ten noorden van Bangkok ligt het vluchtelingenkamp Vinai, waar de Hmongs verblijven. Voor deze mensen hebben de jongeren van onze verenigingen vorig jaar gelden ingezameld. Onderwijs voor vluchtelingen, dat was het motief! Ruim ƒ 400.000, - werd bijeengebracht. Ongeveer de helft van dit bedrag is tot nu toe besteed. Vandaar ons bezoek aan dit kamp. Hoe is dit geld besteed en op welke wijze kan het resterende aktiegeld aangewend worden?
Ons vliegtuigje brengt ons niet verder dan Udon. Daar staat de amerikaanse zendeling Wayne Persons ons op te wachten. Met een busje van het Christian-Medical Team rijden we Leoi, waar we hartelijk verwelkomd worden door de echtgenote van zendeling Persons. De volgende dag vervolgen we onze weg. In Shian Kaen, een dorpje aan de rivier de Mekong, onderbreken we onze reis. We drinken echte hollandse koffie bij een drietal hollandse verpleegsters die deel uitmaken van het Christian-Medical-Team dat in het kamp Vinai werkt. Vanuit Nederland wordt het werk van het CMT ondermeer mogelijk gemaakt door St. Hulpverlening Zuid-Oost-Azië (ZOA). Twee bestuursleden van ZOA, waarmee we vanuit Bangkok op reis zijn gegaan, blijven voor besprekingen in Shian Kaen. Mijnheer Burggraaf en ik zullen de dag verder doorbrengen in kamp Vinai. Wayne Persons is onze gids. Nauwelijks buiten het dorpje zie ik een brede rivier, de Mekong, tevens de grens met Laos. Aan de overkant van de rivier is het land waar zoveel duizenden Hmongs onder de kommunistische terreur zijn omgekomen. Daar woont een volk dat zucht onder de knoet van een totalitair re-
giem. Wayne Persons vertelt over de vlucht van tienduizenden Iimongs. Velen zijn hier in-de rivier verdronken. Sommigen tengevolge van beschietingen door de Laotiaanse grenswacht, anderen omdat hun'wrakke bootje of het zelfgemaakte vlot het begaf.
Ik denk aan onze bondsdag van vorig jaar. Fragmenten uit het dagboek van een vluchteling I-Iier was het. En hier komen nog steeds vluchtelingen de grens over. Vanwege de strenge bewaking is het aantal klein, maar ze komen nog steeds. Ongeveer 500 per maand. Momenteel verblijven 55.000 Hmong-vluchtelingen in Thailand, waarvan 32.000 in kamp Vinai.
We vervolgen onze weg langs de Mekong. We komen door kleine dorpjes waar mensen in hutten wonen. Waar de mensen bedelen om een deken als er een transport met dekens e.d. langs komt op weg naar een vluchtelingenkamp. We rijden een heuvelachtig gebied binnen. Twintig kilometer over een zandweg, ver van de bewoonde wereld. Plotseling staan we voor de ingang van het kamp. Met ons toegangsbewijs mogen we van de bewaking het kamp binnen. Op bezoek bij vluchtelingen, bij ongewenste vreemdelingen, bij mensen die opnieuw in onvrijheid leven.
Hulpverlening in het kamp
We gaan te voet het kamp binnen. Wayne Persons wijst ons de weg. Ons eerste bezoek is aan de enige Hmongpredikant in het kamp. Hij herkent de heer Burggraaf van eerder bezoek. (Samen met ds. L. Blok bezocht, hij Vinai vorig jaar). De predikant vertelt ons het een ën ander over het kerkelijk leven. Vele Hmongs zijn animist, dat wil zeggen dat men op heidense wijze gelooft in geestelijke wezens. Toch is er een behoorlijke groep onder hen die christen is geworden, nadat men door de amerikaanse zending met de Bijbel in aanraking werd gebracht. Wayne Persons, onze geleide, heeft 25 jaar onder de Hmongs 'gewerkt in China, Vietnam en Laos. Vandaar dat. hij de beide Hmongtalen spreekt en gedurende ons bezoek in Vinai telkens opnieuw voor ons als tolk optreedt.
De dominee van de Hmongs vertelt dat het aantal leden sterk wisselt, omdat er steeds mensen bijkomen, maar ook omdat er mensen weggaan die elders in de wereld een nieuw bestaan gaan opbouwen.
De mensen bezoeken trouw de kerkdiensten, lezen in de Bijbel en vooral de jonge mensen besteden veel tijd aan bijbelstudie.
De Hmongpredikant zou echter graag meer aandacht willen besteden aan bijbelonderwijs aan kinderen en volwassenen. Hierover heeft hij vorig jaar reeds met d.e heer Burggraaf gesproken. Er wordt momenteel op bescheiden schaal iets gedaan op dit terrein, dit werk zou echter uitgebreid kunnen worden.
Enige tijd later staan we in één van de schooltjes waarvan de bouw mogelijk werd gemaakt door onze aktie. Naast de leslokalen is in sommige gebouwtjes ook een westerse modelwoning te vinden! De mensen die straks het kamp gaan verlaten krijgen hier praktisch onderwijs. We hopen dat de schooltjes straks ook gebruikt kunnen worden voor het bijbelonderwijs dat de Hmongdominee graag zou uitbouwen met behulp van enkele Thai-onderwijzers.
Naast de bouw van de schooltjes en de bijbelverspreiding, projekten die al gerealiseerd zijn, en de uitbreiding van het bijbelonderwijs willen we het resterende deel van het aktiegeld besteden in het kader van de medische zorg in het kamp. In samenwerking met andere hulpverleningsorganisaties kan de opleiding van een aantal Hmong-verplegers (sters) ter hand worden genomen. Tevens zal op onze kosten een Hmongevangelist worden aangesteld om in het ziekenhuis werkzaam te zijn. Het bestuur van de Jeugdbond heeft op voorstel van het deputaatschap dit projekt in principe aanvaard. In het kampziekenhuis wordt van dag tot dag gewerkt, ondermeer door de nederlandse arts en de verpleegsters die deel uitmaken van het medisch team (CMT). Wat een mogelijkheden zijn hier aanwezig om niet alleen in de lichamelijke noden te voorzien, maar bovenal om heen te wijzen
naar de enige Helper in onze geestelijke nood.
Een zondag in een vluchtelingenkamp
Terwijl we naar de kerk lopen zie ik overal mensen. Mensen die aan 't werk zijn, en mensen die naar de kerk gaan. In een vluchtelingenkamp is het niet anders dan in ons land. Wel is het een wonder dat ook hier de deuren van het huis Gods mogen opengaan. Dat het Woord Gods gepredikt mag worden aan mensen die daarvan nog nooit gehoord hebben. Evenals de vorige dag zien we veel kinderen, sommigen staan stil en wijzen elkaar op de westerlingen. Een jongetje houdt zijn hand hoog boven zijn vriendje. Nu begrijp ik het: mijnheer Burggraaf en ik zijn reuzen temidden van al die kleine mensen! Dichtbij de kerk ontmoeten we de oudste ouderling van de gemeente. Ruim zeven jaar woont hij in het kamp. Hij vertelt ons dat z'n kinderen en kleinkinderen allemaal in Amerika wonen. Ze hebben hem al verschillende malen 'gevraagd om samen met z'n vrouw ook daar te komen wonen.
Soms verlangt hij wel naar z'n kinderen. Maar... hij kan zijn gemeente niet loslaten. De Heere heeft hem hier een taak gegeven. En menigmaal heeft de Heere 't werk willen zegenen, tot uitbreiding van de gemeente en tot heil van zondaren. Zo lang de Heere hem het leven geeft, hoopt hij hier te kunnen blijven. Om dienstbaar te zijn in Gods Kerk. Een ontroerend getuigenis.
In de kerk zitten de mannen en vrouwen gescheiden. De moeders verzorgen tijdens de dienst hun baby. De kinderen zitten stil te luisteren. Soms stelt de voorganger een vraag, dan mogen om de beurt antwoord geven!
Eerst gaan de vragen over de preek van de vorige zondag. Daarna klinkt soms een persoonlijke vraag. Een ernstige vraag die morgen: ie van jullie is er wel eens bang voor de dood? De prediker vertelt dat hij vroeger vaak bang was voor de dood. Hij vertelt, wat daarvan de oorzaak is. De Bijbel zegt: e dood is de bezoldiging van de zonde. Wij zullen allen eenmaal sterven, en daarna volgt het oordeel. Wij leven niet zomaar, maar ons leven heeft een bestemming. De genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus. Wie niet door het geloof in Christus leeft, kan slechts zeggen: aten we eten en drinken, want morgen sterven wij. Maar wie in Christus is, zal bewaard worden in de dag van het oordeel. Tot hen zegt Jezus: k ga heen om u plaats te bereiden (Joh. 14 : 2). Vanuit deze tekst sprak de predikant die morgen tot de gemeente, ook tot ons. Ver van huis kwam ook tot ons de vraag: al het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken?
Met een glimlach, door Thailand
De westerse toerist wordt uitgenodigd in reklamefolders om „met een glimlach door Thailand te reizen". Om zo de magische sfeer van het oosten te proeven.
Als je de materiële en geestelijke nood in Thailand ziet en in de vluchtelingenkampen, kun je dan nog met „een glimlach door Thailand reizen"?
Je kunt je ondanks alles wèl verwonderen. Daaraan moest ik denken de volgende dag in het vliegtuig naar Bangkok, na ons bezoek aan Vinai. Na ons bezoek aan het Cambodjaanse, vluchtelingenkamp Sa Kaeo II, waarover ik in een volgend artikel iets hoop te schrijven, was dit opnieuw in m'n gedachten. Verwondering, dat ook in Thailand, waar de zon nog straalt, de Naam des HEEREN lof wordt gegeven. Omdat de Heere voor Zijn eigen werk zorgt. In dè middellijke weg mag ook daaraan het hulpverleningswerk dienstbaar zijn. Het heeft mij getroffen dat mensen temidden van alle ellende mogen horen van de enige Naam tot zaligheid.
Dat verwondert.
Laat het voor ons een aansporing zijn om deze vluchtelingen in het gebed niet te vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1982
Daniel | 27 Pagina's