HET LAM EN ZIJN VOLGELINGEN
BIJBELSTUDIE OVER OPENBARING 14 : 1 - 5
In de hoofdstukken 12 en 13 zagen we het rijk van de draak en zijn volgelingen getekend. Dat rijk, met zijn haat tegen God, met zijn onbeperkte vertrouwen in de macht van de mens en met zijn enige hoop in het leven hier op aarde. Het rijk van de draak, dat in stand gehouden wordt door de macht, van de wereldse overheden en de leugen van de valse profetie. En de gemeente van Christus wordt vervolgd en bestreden, overwonnen en bijna uitgeroeid. Zal dat het einde zijn? Onmogelijk! Het rijk van God zal dwars door alle tegenstand heenbreken, alleen, niet op deze aarde. Het rijk van de draak zal als een kaartenhuis ineenstorten. De draak en zijn volgelingen zullen in de poel des vuurs geworpen worden. Daarover spreekt Johannes in het vervolg. Maar eerst laat hij, tot troost van de verdrukte en strijdende gemeente op aarde, als het ware even in een korte flits van onbeschrijfelijke grootheid zien, wat de toekomst is voor de volgelingen van het Lam: de eeuwige zaligheid van de triumferende kerk. Johannes opent hier voor het betraande oog van zijn medegenoten in de verdrukking een venster naar de hemel. En die hoop doet alle leed verzachten.
Het Lam op de. berg Sion (vs. 1)
En ik zag, en ziet, het Lam stond op de berg. Sion. Voor het oog van Johannes ontsluit, zich een nieuw visioen. Hij ziet niet de listige draak of het machtige beest, maar hij ziet het Lam, een zinnebeeld, van de Heere Jezus Christus, de Koning van Zijn gemeente, Die alle macht heeft in hemel en op aarde.
Het Lam. staat op de berg Sion. Dat is de plaats van Gods woning, en het betekent hier uiteraard niet de aardse stad Jeruzalem, maar de hemelse. Het gaat hier om de eeuwige woning van God, kort gezegd: e hemel. Het Kind dat was weggerukt tot God en Zijn troon (12 : 5) staat hier als het zegevierende en overwinnende Lam, niet alleen, maar omringd door Zijn volgelingen. Voor hen was Hij immers afgedaald naar de aarde, voor hen had Hij Zich laten slachten.
En met Hem honderd vierenveertig duizend. Dat is de triumferende kerk, vergaderd uit alle geslachten, talen, natiën en tongen. Het zijn de gezaligden uit de gehele kerk van alle tijden en plaatsen, vanaf het be'gin van de schepping tot aan het eind van de wereld. Johannes sluit hier aan bij hoofdstuk 7 vers 4 en 9. Daar werden de volgelingen van het Lam verzegeld om tegen het. verderf van de komende oordelen beveiligd te zijn. Daar waren ze nog op aarde en stonden ze voor de grote verdrukkingen, hier (hoofdst. 14) is de geschiedenis en het eindgericht afgelopen en zijn ze in de hemel. Het geslachte Lam heeft ze hier reeds gevoerd tot voor de troon van God, Uit het verband van hoofdstuk 7 is duidelijk, dat de 144.000 niet een onderdeel vormen van de grote schare, die niemand tellen kan (7 : 9), maar dat het daar gaat over een en dezelfde zaak: lle volgelingen van het Lam, de 'gehele kerk van Christus, zowel uit het Oude, als het Nieuwe Testament. En daarbij moeten we het getal 144.000 zinnebeeldig opvatten, zoals alle getallen in de Openbaringen. Het getal 12, dat afgeleid is van de 12 stammen van Israël doelt op de volheid van de mensen. En het getal uit onze perikoop is daar een veelvoud van. Het wijst op de volzaligheid van de hemelingen, en ook wat hun aantal betreft, daar is geen gebrek in, niemand is achtergebleven. Daar stond het Lam garant voor.
Alle gezaligden hebben de naam van de Vader geschreven, op hun voorhoofd. Wij schrijven onze naam op datgene, wat ons eigendom is. Zo ook hier. Ze zijn het eigendom van de Vader. Ze hebben het merkteken van het beest uit de zee niet ontvangen en zich niet gebogen voor zijn beeld. Ze hebben zich de naam van hun God niet geschaamd. De vrucht, van die geloofsvolharding mogen ze nu genieten. Het Lam bracht ze tot de troon van God om op de berg Sion voor eeuwig met Hem gemeenschap te hebben, zonder zonde of onderbreking.
Een nieuw gezang in de hemel (vs. 2-3)
En ik hoorde een stem uit de hemel, als een stem van vele wateren (overweldigend, zoals het machtige geluid van een waterval) en als de stem van een grote donderslag (met een enorm stemvolume), maar tegelijk liefelijk en innig teer, zoals het snarenspel op de citer. Wat moet dat indrukwekkend geweest zijn voor Johannes, om zo'n ontelbare schare uit volle borst en met alle kracht te horen zingen!
En zij zongen een nieuw gezang. Welk lied? Ongetwijfeld een overwinningslied en een loflied tot eer van God en het Lam, Dat hen allen tot de overwinning heeft 'gevoerd. Gij o Lam Gods hebt ons Gode gekocht met uw bloed (vgl. 5 : 9). Gij zijt waardig om te ontvangen alle eer ! Waarom is dat lied nieuw? Omdat de gemeente hier op aarde alleen met gebroken klanken kan zingen, met een onvolmaakt hart, soms zelfs snikkend en zuchtend. Dat nieuwe lied is echter volmaakt, naar inhoud en vorm.
Dit gezang klonk op voor de troon, dat wil zeggen in Gods tegenwoordigheid. Ook de vier dieren, die als symbolische gestalten de gehele schepping vertegenwoordigen, hoorden dit gezang, en de ouderlingen, (4 : 4) als vertegenwoordigers van Christus' gemeente uit het Oude en Nieuwe Testament. En niemand anders kon dat gezang leren. De engelen waren hiertoe niet in staat, want zij waren niet uit de grote verdrukking verlost. Ook de rampzaligen zullen dit lied nooit kunnen zingen, want zij zijn nooit, van de aarde vrijgekocht door het bloed van het Lam. Deze rijke genade wijst erop, dat de volgelingen van het Lam op aarde reeds los van de aarde waren, zodat zij door hun aards bezit of aardse-banden niet meer gedwongen werden om; de Heere te verloochenen en te knielen voor het beeld. Integendeel, uit liefde tot het Lam hadden zij alles over voor de Heere en Zijn dienst. Een zalig geheim, om zo van de aarde los(gekocht) te zijn! (Vgl. Matth. 19 : 29 en Matth. 10 : 37-39).
Eerstelingen voor God en liet Lam (vs. 4-5)
In dit gedeelte wordt nader uitgewerkt wie met die „gekochten van de aarde" bedoeld worden. Wie waren de hemellingen vroeger op aarde?
Het zijn degenen, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want ze zijn maagden. Uiteraard ziet dit niet op de ongehuwde staat, maar hier wordt figuurlijk gesproken over de dienst aan de wereld en de afgoden, die in de bijbel wel vaker „hoererij" genoemd wordt (vgl. Hos. 2). Zij hebben zich niet gebogen voor het beeld van het beest en zijn niet bezweken voor de verleiding van de valse profetie, maar zij zijn rein gebleven, zoals een reine maagd, verlangend naar de Bruidegom (vgl. 2 Kor. 11 : 2-3).
In de tweede plaats hebben zij het Lam gevolgd, waar het ook heenging. Op aarde volgden! zij het Lam door alle smaad en verachting heen. Onder al het woeden van de draak droegen zij lijdzaam het kruis achter Jezus aan. Tot in de dood bleven ze trouw, en nu mogen zij het Lam volgen in zijn heerlijkheid.
In de derde plaats zijn zij gekocht uit de mensen tot eerstelingen voor God en het Lam. Dat wil niet zeggen dat zij de voorhoede vormen van de hemelingen en dat er na hen nog velen zullen volgen, maar het betekent dat zij uit alle mensen zijn vrijgekocht, namelijk uit de heerschappij van de draak, en dat ze nu op een bijzondere wijze de Heere God en het Lam toebehoren, Zoals onder Israël de eerstelingen, van de oogst aan de Heere werden gewijd, zo zijn ook de eerstelingen uit de oogst van de volkerenwereld (vgl. vs. 14-16) voor God en het Lam bestemd, en de rest (vgl. vs. 17-20) 'gaat naar de draak' (vgl. Jak. 1 : 18). Tenslotte wordt van hen gezegd dat. geen bedrog in hun mond is gevonden. Geen leugen wordt hier bedoeld. Ze zijn de leugenprofeten niet gevolgd. Zij dragen niet het beeld van de draak, maar van het Lam. In Zijn mond is immers nooit bedrog geweest, Door Gods genade zijn ze oprecht gemaakt, Natuurlijk betekent dit niet dat ze op aarde zondeloos hebben 'geleefd. Het bloed van het Lam heeft hen echter gewassen, en daarom kregen ze de Heere lief met een oprecht hart en zijn ze rein gebleven van de besmetting der wereld (vgl. Jak. 1 : 27). En nu voor de troon van God zijl? ze onberispelijk, d.w.z. zonder zonde.
Weest daarom hier op aarde getrouw in het volgen van het Lam, in de strijd tegen de zonde, in de volharding van het geloof, tot in de dood, want dan alleen wacht de kroon des levens. Niet als loon op onze trouw, maar als loon op* de verdiensten van het Lam. Dan alleen kun je zingen: „Maar 't blij vooruitzicht, dat mij streelt". En als je het Lam niet volgt, maar diep in je hart buigt voor het beeld van het beest, dan zul. je met het beest vergaan. Weet echter, dat het Lam voor vijanden gestorven is, en dat Hij van vijanden nog vrienden wil maken.
Vragen
1. Lees eerst de volgende schriftgedeelten na: salm 48; Openb. 14 : 1-20; 15 : 1-8; 19 : 6-10; 7 : 1-17; 2 Pelr. 3.
2. Voor de dorde keer heeft lohannes de loop van de geschiedenis beschreven. Bij de zeven zegelen lag de nadruk op wat de te verduren had, bij de zeven bazuinen het over het leed van de wereld. En in kerk ging draaktaferelen zien we hoe de duivel de wereld opzet togen de kerk. Alle drie deze beschrijvingen van de wereldgeschiedenis eindigen met een beschrijving van d.e triumferende kerk. Ga dit zelf eens na in dit bijbelboek. 7 : 9 e.v.; 11 : 12 en 14 : 1 e.v.
3. Wie worden hier bedoeld met de 144.000? (VB. 1). Wat betekent dit getal? (VgL 7 : 4 en 9). Zijn daar de 144.000! een onderdeel van de groie schare, die niemand tellen kan, of zijn die twee gelijk? Motiveer je antwoord.
4. Welke betekenis kan de naam , , Sion" in de Bijbel allemaal hebben? Zie o.a. Ps. 50 : 2; Jes. 2 ; 2; 2 Petr. 2 : 6.
5. Wat betekent hef dat de volgelingen van het Lam de naam van de Vader op hun voorhoofd geschreven hebben? Welke namen staan er zinnebeeldig op ons voorhoofd geschreven? Zie doopsformulier. En wat betekent dat voor ons?
6. Zongen de engelen ook mee in dat nieuwe hemelse gezang? (vs. 3).
7. Wat betekent de uitdrukking „van de aarde gekocht zijn"? (vs. 3)).
8. , , Met vrouwen niet bevlekt zijn" wijst hier op de figuurlijke hoererij in de vorm van afgodendienst. Geef eens een paar voorbeelden uit de Bijbel, waar we dit beeld ook aantreffen. Denk o.a. aan Hos. 2; Jer. 3; en Openb. 17.
9. Wat betekent in vs. 4 het woord „eerstelingen"? Israël moest aan de Heere ook van alles de eerstelingen geven: an de oogst, van de mensen en van het vee. Ga dit eens na in de bijbel: x. 23 : 14; Ex. 22 : 29; Ex. 13 : 2 en ook 12 en 15. In welke zin wordt Christus de eersteling genoemd (1 Kor. 15 : 20 en 23)? Hoe zijn de gelovigen eerstelingen (lak. 1 : 18)?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1982
Daniel | 27 Pagina's