OOK DAAR WERD HET ZAAD GESTROOID
BONDSDAGVERHAAL
DEEL II
Hij stapt op moeder toe en wil het Boek pakken. Maar moeder gaat vlug staan, met het Boek tegen zich aangedrukt.
„Nee Iwan, dit Boek krijg je niet. Dit is nog uit ons ouderlijk huis." En ze kijkt vader doordringend aan.
Hij laat zijn hand zakken, draait zich om en gaat met grote stappen de kamer uit. De deur slaat hij hard achter zich dicht. Moeder en de jongens beven.
„Hier was ik al bang voor, zegt moeder zacht. jongens",
De jongens zitten zacht te snikken. Ook bij moeder lopen de tranen over haar wangen. Stilletjes staat ze op en loopt de kamer uit om het Boek op zijn geheime plaatsje te leggen. Dan gaat ze voor het eten zorgen. Als alles klaar is, gaan ze maar eten, want vader is nog niet thuis. Na het. eten, als de jongens al lang op bed liggen, horen ze vader thuis komen. Hij is nog steeds boos, dat horen ze aan zijn stem.
Na een paar dagen wordt vader wat vriendelijker. Moeder durft eigenlijk niet meer naar een bijeenkomst van de kerk; maar ze verlangt er wel naar, en zo gebeurt het dat na enkele weken Natasja weer eens oppast. Vader werkt weer over en moeder is naar de kerk. Waar die kerkdienst gehouden wordt, weten de jongens niet.
Het lijkt wel of vader weet dat zijn vrouw weg is, want weer is hij vroeger thuis dan anders. Hij ziet Natasja zitten. „Waar is mijn vrouw? " vraagt hij met strakke stem.
Natasja krijgt een kleur. „Ik weet niet, ze moest ergens naar toe", hakkelt ze. „O, dan weet ik genoeg."
Natasja zit niet meer op haar Vader merkt het. gemak.
„Je kunt wel weggaan, Natasja".
Vlug staat het meisje op en zegt goedendag.
Al gauw komt moeder thuis. Niets vermoedend komt ze de kamer binnen, maar dan schrikt ze vreselijk.
Vader kijkt haar ijskoud aan.
„Waar kom jij vandaan? "
Moeder slaat haar ogen neer.
„Begrijp je niet, man, waar ik geweest hen? "
„En óf ik het begrijp!" buldert vader. „Stiekum weggaan hè, en bij die christenen gaan zitten. Ze hadden wel gelijk op de fabriek."
„Op de fabriek? "
„Ja, op de fabriek! M'n baas zei dat, er vanavond een bijeenkomst was en dat ik thuis maar eens moest kijken waar m'n vrouw was. Mooi hoor, als m'n baas dat al weet en zelf weet ik er niets van."
„Iwan", zegt moeder, „hoe kón ik het je vertellen. Je zou het me toch verbieden."
„Natuurlijk verbied ik het! Je zet daar geen voet meer binnen."
De beide jongens boven zijn wakker geworden. Met schrik liggen ze te luisteren. Vader is weer kwaad. Gespannen luisteren ze naar wat er allemaal gebeurt.
Ze schrikken hevig als ze moeder „au" horen roepen. Vlug rent moeder de trap op naar de slaapkamer. Ze hebben diep medelijden meb haar.
„Joerki, zullen we voor moeder bidden? " vraagt Alexei.
Ja, dat doen ze en samen vragen ze aan de Heere of Hij moeder helpen wil.
De sfeer in het gezin is vanaf deze tijd ontzettend naar. Vader blijft kwaad of doet heel koeltjes. Moeder is steeds erg stil. Wél praat ze veel met de jongens. Ze hebben moeder verteld dat ze voor haar gebeden hebben.
„Fijn kinderen, maar jullie moeten ook voor vader bidden. De Heere God is zó machtig. Hij kan ook het hart van. vader veranderen, zodat vader óók Hem gaat liefhebben."
Joerki en Alexei knikken wat ongelovig. Ze merken dat vader veel vaker onverwachts thuiskomt.
„Hoe komt dat? " vragen ze aan moeder. „Fedorov, vaders baas, is bij de geheime politie. Die weet dat ik lid ben van de kerk en nu, laat hij vader steeds kontroleren of ik wel thuis ben. Jullie moeten het. vader niet zo kwalijk nemen, want hij wordt door Fedorov opgestookt."
Het is een paar maanden later. Vader gaat steeds lelijker doen tegen moeder. Hij slaat haar zelfs vaak. Moeder klaagt nooit, maar ze kan het niet laten om de bijeenkomsten te verzuimen. „Het is dan net of ik de Heere Jezus verraad", zegt ze tegen baboesjka, als zij daar komt.
De toestand wordt steeds slechter. Vader, opgehitst door zijn baas, mishandelt moeder steeds meer. De beide kinderen kunnen het soms niet aanzien en dat zeggen ze dan ook. Op een keer wordt vader zo woedend' dat hij Joerki vreselijk hard slaat en schopt. Moeder komt tussenbeide, want dit kan ze niet hebben. De klap die voor Joerki bestemd was, komt in moeders gezicht. Met een bloedneus en een bloedlip loopt ze huilend weg. Haar twee jongens neemt ze bij de hand. Dit kan zo niet langer. Ze gaat naar boven, pakt wat kleren en met z'n drieën gaan ze de deur uit. Ze gaan naar vrienden, daar zullen zij een vriendelijk onderkomen krijgen.
Als vader gekalmeerd is, krijgt hij toch wel spijt van zijn woede. Hij hield toch altijd veel van zijn vrouw en kinderen, maar dat geloof ! Hij weet niet waar ze heen zijn. De volgende dag gaat hij bij baboesjka informeren. De beide oude mensen schrikken. Nee, zij weten ook niet. waar hun dochter is. Verdrietig zeggen ze tegen vader, dat hij het niet zo ver had moeten laten komen, maar ze begrijpen wel dat hij ook onder druk staat. Het kan hem zelfs zijn baan kosten, als hij niet optreedt tegen zijn vrouw.
Na een paar dagen is vader er eindelijk achter waar zijn vrouw en kinderen zijn. Hij stuurt hen een brief waarin hij vraagt, of ze alsjeblieft terug willen komen. Blij leest moeder dit alles en vol vreugde zegt ze: „Ga mee jongens, naar huis! Vader is niet boos meer."
Een tijdlang gaat het goed. Het is in het gezin bijna weer zo als vroeger. Bijna. Want helemaal weg is het wantrouwen van vader niet. Hij probeert de eerste tijd zich niet te storen aan de praatjes van zijn baas. Maar dat houdt hij niet zo lang vol.
„Hoor eens, Iwan", zegt Fedorov, „als je vrouw dit blijft doen, en dat doet ze, dan geef ik het aan bij de KGB en dan kan hier een ander werken in jouw plaats. Ben jij een vent, die niet tegen z'n vrouw op kan? "
wordt vervolgd
M, Houtman-Vavier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 september 1982
Daniel | 27 Pagina's