OOK DAAR WERD HET ZAAD GESTROOID
BONDSDAGVERHAAL
DEEL I
In ïssikoel is het omstreeks het middaguur erg rustig. De zon schijnt. Het is volop zomer.
Veel kinderen spelen er niet buiten, want de meeste zitten op de staatscrèche en de grotere kinderen zijn op school. Wat oude mensen zitten te praten op een bank, die midden op het dorpsplein staat. Maar zo rustig als het nu is, blijft het niet de hele dag.
Als de school uitgaat, lopen de kinderen joelend naar buiten. Ook Joerki. Hij is 10 jaar. Joerki gaat nog niet direkt naar huis. Hij wacht op zijn broer Alexei. Alexei is 12 jaar. Meestal gaan ze samen naar huis. Het is een heel eind lopen, want hun huis staat een flink eind buiten het dorp. Maar dat geeft niet, dat zijn ze gewend. Soms gaan ze nog even naar baboesjka, maar dat gebeurt bijna nooit. Baboesjka, zoals in Rusland grootmoeder genoemd wordt, en dedoesjka, dat grootvader betekent, wonen in een klein huisje midden in het dorp, vlak bij de kerk.
Maar die kerk wordt al lang niet meer gebruikt. Niemand ging er meer naar toe, dus toen hebben ze de kerk gesloten. Een enkele keer wordt er nog wel eens een feest in gevierd, bijvoorbeeld met de 1 mei-viering. Dat is altijd een fijne feestdag in hun land. Iedereen is dan vrij en overal viert men feest.
Tegenwoordig gaan de twee jongens niet zo vaak meer bij baboesjka langs. Ze willen wel graag. O ja, maar ze mogen niet van vader. Ze mogen niet?
Nee, vader heeft hun verboden naar baboesjka te gaan zonder dat hij er zelf bij is. Baboesjka en dedoesjka zijn de vader en moeder van hun moeder. Ze zijn altijd heel aardig en een poosje geleden heeft baboesjka een verhaal verteld. O, Joerki en Alexei weten het nog goed. Het ging over een herder die een verloren schaap ging zoeken. Het was een mooi verhaal. Baboesjka zei ook nog dat. zij verloren schapen zijn en dat zij nu naar die goede Herder mogen komen, naar de He_ere Jezus. Zo noemde baboesjka de Zoon van God. De twee jongens begrepen er niet zo veel van, maar mooi was het wel en baboesjka had tranen in haar ogen. Maar toen ze thuiskwamen, en 's avonds alles aan vader en moeder vertelden, werd vader vreselijk kwaad.
„Zie je wel", brieste hij tegen moeder, „zie je wel dat zij tot dat vervloekte geloof behoren. Ik vermoedde het al. De jongens gaan er niet meer naar toe als ik er niet bij ben."
Joerki loopt, aan dit alles te denken op weg naar huis. Wat is dat toch voor een geloof? Op school horen ze haast nooit van zoiets. Ze zijn nu vlak bij huis. Moeder kijkt al uit het raam waar ze blijven.
„Ha, zijn jullie daar? Kom maar gauw binnen."
Moeder schenkt een kom thee in. Daar hebben ze best zin in, na zo'n hele schooldag.
'k Had zo graag naar baboesjka gewild", zegt Joerki, „misschien zou baboesjka wel weer zo'n mooi verhaal vertellen."
Moeder en Alexei kijken Joerki verschrikt aan.
„Zeg dat alsjeblieft nooit waar bij is", zegt moeder. vader
„Maar waarom mag dat eigenlijk niet van vader? " vraagt Alexei.
Dan vertelt moeder dat de christenen hun geloof niet mogen belijden van de regering en dat je daarom nooit over die dingen mag spreken, omdat de politie je dan kan straffen,
„Maar moeder, wat is dat dan, wie zijn dan de christenen en wat doen ze? Weet u daar meer van, moeder? " vraagt Joerki.
Moeder krijgt een kleur en kijkt om zich heen. Alle deuren en ramen zijn dicht.
„Ja Joerki", zegt ze zacht, „ik weet er meer van en daar ben ik heel blij om. Ik zal jullie er ook van vertellen, maar je moet. me beloven dat je er met niemand over praat. Moeder gaat 's avonds als jullie op bed liggen wel eens weg hè, en dan past Natasja op. Jullie denken dan dat ik naar tante Anoesjka ben, maar dat is niet zo. We hebben dan een samenkomst bij iemand en daar komen ook baboesjka en dedoesjka. Daar wordt verteld over de Heere God. Ja, nu zie ik jullie vreemd kijken, maar die goede Herder, waar jullie laatst over gehoord hebben, daar bedoelde baboesjka de Zoon van God mee. En wie God is? Kinderen, de Heere God woont in de hemel. Dat kunnen wij niet zien. Maar de Heere God heeft alles gemaakt. De hemel en de aarde, en alles wat er leeft en groeit. De bomen, de planten, de dieren en de mensen."
„Ons ook, moeder? "
„Ja kinderen, de Heere heeft jullie ook geboren laten worden. De Heere zorgt ook voor ons, en voor alle mensen. De Heere zorgt er voor dat wij eten krijgen. Maar nu is er heel lang geleden iets gebeurd." En moeder vertelt het verhaal van de schepping en de zondeval. De jongens luisteren ademloos.
„En jongens", gaat moeder verder, „nu was het boze in de wereld gekomen en toen was alles heel verdrietig. Maar toen heeft de Heere beloofd, dat Hij Zijn Zoon zou geven. En vele jaren later is die Zoon op aarde gekomen, als een klein Kindje, geboren. Dat Kind is toen een Man geworden en Hij is gestorven aan het kruis. Daarom kunnen onze zonden, onze boosheden, vergeven worden, zodat de Heere ons een nieuw hart kan geven, waarmee wij Hem liefhebben."
De jongens luisteren vol aandacht.
„Hè, moeder, vertelt u ons vaker er over? " vraagt Alexei.
„Ja jongens, moeder heeft nog een kinderbijbel van vroeger, van baboesjka. Daar staan allemaal verhalen in over de Heere. Die zijn echt gebeurd. Er staan ook platen in."
„Mogen we die nu pakken moeder? "
„Nee, nee, ik moet nu voor het eten gaan zorgen, anders is er niets klaar als vader thuiskomt. En die Bijbel pak ik zelf. Ik heb hem op een plekje dat niemand weet. En denk erom, jongens (hier kijkt moeder heel verdrietig), vader mag hier niets van horen. Hij zou juist heel boos worden als hij het wist." De jongens knikken als teken dat zij het begrepen hebben.
De volgende avond horen de jongens, als zij op bed liggen, dat Natasja komt. Ze stoten elkaar aan. Zou moeder weer naar een bijeenkomst gaan? Ja hoor, even later horen ze de deur zachtjes in het slot vallen. Moeder is weg en Natasja past op. Dat kan want vader werkt vanavond.
Het is een paar maanden later. Moeder heeft de jongens al heel veel verteld uit de platenbijbel. De jongens luisteren steeds met heel hun hart. Ze beseffen nu ook goed, wat zondig is. 's Avonds, als zij naar bed gaan, bidden ze in hun bed tot de Heere. Maar zij bidden alleen voor hunzelf en hun moeder. Vader weet nog steeds niets, en hij is ontzettend vijandig.
Op een dag zitten ze met z'n drieën bij de tafel met de platenbijbel voor zich. Moeder leest zachtjes voor. Opeens gaat de kamerdeur open en vader stapt binnen. Zijn ogen worden eerst groot van verbazing. Maar dat duurt niet lang. Dan barst hij woedend uit: „Wat is dat hier in mijn huis? "
Moeder kijkt hem angstig aan en de jongens zijn bang tegen haar aan gekropen.
„Nou, vertel op! Wat is dat? ! Wat hoorde ik daar net? "
„Ik was de jongens aan het vertellen uit dit boek", zegt moeder zachtjes.
„ 't Is dus tóch waar, wat ik hoorde", gaat vader bulderend verder. „Op de fabriek vertelden ze al dat jij bij die vervloekte godsdienst hoort, 'k Heb ze uitgelachen en gezegd dat er niets van waar is. Maar dat jij die jongens ook nog meesleept, dat valt me helemaal tegen. Ik wü het niet. Geef hier!"
wordt vervolgd
M. Houtman-Va vier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 augustus 1982
Daniel | 28 Pagina's