VRAGENBEANTWOORDING
Naar aanleiding van het referaat „Man en vrouw schiep Hij hen" op de bondsdag van de vrouwenverenigingen op 6 mei j.1. zijn een heleboel vragen gesteld. Enkele zijn er tijdens de bondsdag al beantwoord. Een paar vragen worden nu in Daniël besproken. Tenslotte worden alle vragen en antwoorden bij het referaat gevoegd, dat ter zijner tijd door onze Bond wordt uitgegeven.
Dominee, ik krijg de indruk dat u de emancipatieuitleving van de wereld ook doortrekt naar onze kringen. Is dat zo?
Ja dat is zo. Alleen is er verschil in de uitleving, Laten we nooit denken dat de macht van de boze zich beperkt tot buiten onze kringen. Ook ONS hart is arglistig meer dan enig ding. Onder de discipelen van de Heere Jezus was een steeds weerkerende twist v/ie toch de meeste was. De vrouw van Zebedeus deed er ook aan mee. De Heere Jezus heeft leren bidden: leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Ook in onze kringen zijn we zonder onderscheid onbekwaam tot enig goed en geneigd tot (d.w.z. verbonden aan) alle kwaad. Ingenomen zijn met ons zelf is een groot gevaar. Als we het niet voor mogelijk achten, dat zoiets bij ons gebeuren kan, dan verslappen we in de waakzaamheid en sluiten we de ogen voor de werkelijkheid. We lopen dan wel niet mee met demonstratieve optochten naar het Binnenhof, maar ondertussen hangen we wel een prachtige tegel in de hal met opschrift: „Mijn man is de baas in huis, maar wat mijn vrouw zegt zal gebeuren". Dat komt ook in onze kringen voor. Die meent te staan, zie toe dat hij niet valle.
Er staat in de Bijbel: Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Hoe is het dan te verklaren, dat er vandaag aan de dag ook in onze kringen zoveel huwelijken worden ontbonden, die eertijds wel kerkelijk werden bevestigd?
Laten we voorop stellen dat een kerkelijke bevestiging van een huwelijk geen garantie is voor een goed huwelijk. De twee, die door de overheid, als Gods dienares, tot één worden, zijn zondige mensen. Samen hebben ze in afhankelijkheid van de hulp van de Heere, voortdurend te strijden om de gelegde band te bewaren en te verstevigen. Nooit zijn we daarmee klaar. Altijd is er het gevaar van verbreking. Soms kunnen heel kleine oorzaken grote gevolgen hebben. Als de gevaren niet onderkend worden en de bereidheid ontbreekt om te herstellen, dan ligt de breuk voor de hand. Toch hebben we vast te houden, aan het grondbeginsel van de Heilige Schrift dat elk huwelijk in wezen onontbindbaar is. Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Maar de mens doet dat-wel. De overheid maakt het daarbij heel gemakkelijk. We mogen echter niet vergeten dat het verzoek om te scheiden niet van de overheid uitgaat, maar van de •jetrouwde(n). Vaak maken we mee dat zelfs de bereidheid ontbreekt om opnieuw te beginnen. Er wordt meer vanuit de omstandigheden gehandeld dan vanuit het bevel des Heeren. Ik ben van gedachten, dat wanneer Gods gebod in ons leven bovenaan staat, dat er minder sprake zal zijn van echtscheidingen. Daarmee wil ik de moeilijkheden niet bagatelliseren. Die kunnen echt een zwaar kruis zijn, maar in het gelovig vluchten tot. d.e Heere zullen we ook verzekerd mogen zijn van de gewisse hulp van God in ons kruis. Dan zal ons ook alles wat ons in die weg overkomt ten beste en ter zaligheid gedijen.
Om opnieuw te beginnen is voor velen niet mogelijk.
Er kunnen inderdaad omstandigheden zijn dat opnieuw beginnen niet mogelijk is bijvoorbeeld als de ontrouwe weer hertrouwd is of onwillig blijft. Er kunnen ook zulke eisen aan de ander worden gesteld dat men het zelf onmogelijk maakt om de breuk te herstellen. We mogen niet te gauw vaststellen dat de mogelijkheden zijn uitgeput. God baande door de woeste baren en brede stromen ons een pad. Gelooft gij dat?
Vind u ook dat geboortebeperking in onze gezinnen toeneemt? Er zijn zo weinig grote gezinnen. (Ik zelf heb gelukkig acht kinderen).
De laatste opmerking zult u wel anders bedoeld hebben, dan het overkomt. U zult wel bedoelen dat u samen met uw man acht kinderen hebt. Zo klinkt het wat minder geëmancipeerd. Overigens komt het veel voor (ook bij mannen) dat men zegt: „Ik heb zoveel kinderen " Zulke verkeerde uitdrukkingen moeten we afleren.
Ik beschik niet over vergelijkingsmateriaal wat betreft het aantal geboorten in onze gezinnen. Ik wil met klem tot voorzichtigheid manen om in deze tere zaken ons niet met het doen van anderen te bemoeien. Ik weet dat er op dit gebied ook sprake is van zorg in onze gezinnen. We hebben dagelijks in het wonen bij elkaar nodig het gebed: „Geef mij verstand met goddelijk licht bestraald". Overigens geldt het ook in dit verband dat we niet moeten menen dat het veranderende normbesef bij onze gezinnen stil houdt.
Hoe moeten we Gen. 3 : 16 verstaan, bijzonder het „over u heerschappij hebben"?
Het woord heerschappij is hetzelfde dat gebruikt wordt om de regeermacht van een vorst aan te duiden. De ervaring leert, dat de man in en buiten het huwelijk van deze positie en macht op vele manieren misbruik heeft, gemaakt. De heer der vrouw is niet altijd een gemakkelijk heer. Deze heerschappij ligt niet in de scheppingsordinantie, maar is het gevolg van de verbreking daarvan. Het is een gevolg van de zonde. Heerschappij is een opvoedingsmiddel tot herstel. De kanttekenaren zeggen: Gij zult gehouden zijn u naar uws mans wil te voegen. En hij zal macht over u hebben, om u te gebieden hetwelk u naar den vlese lastig zal zijn, terwijl het u voor de val niet dan lieflijk was. Hieruit blijkt dat ook voor de val de man gezag toevertrouwd was. Er was toen echter geen sprake van bevelen en gehoorzamen, maar de man ging voor en de vrouw volgde. Door de zonde is deze verhouding zodanig verstoord, dat het gezag een juk wordt. De regeerder is tot despotisme en de onderdane tot opstandigheid geneigd.
Het kan toch zijn dat een vrouw soms meer kapaciteiten heeft in de opvoeding dan de man. Vind u dit heersend of geëmancipeerd?
Opvoeden van de kinderen is de taak van beide ouders. Geen van beide mag die verantwoordelijkheid afschuiven op de ander. Als dat voorop staat en aanvaard wordt, dan zal ieder doen wat zijn of haar hand vindt 1 onu te doen, naar de mate van de kapaciteiten zo de Heere die geeft. Als uit de eenheidsgedachte van man en vrouw de taken verdeeld zijn en de kapaciteiten worden aangewend, dan zeggen we niet dit of dat heb ik gedaan, of het meeste heb ik gedaan, maar dan is het: dit hebben we samen gedaan. Dan zijn we beiden onnutte „dienstknechten". Wat hebben we dat we niet hebben ontvangen? Zou het woord uit 1 Cor. 11 waar staat dat de vrouw de heerlijkheid van de man is, hier niet van toepassing zijn?
In Psalm 127 : 3 zingen we: ie kinderen voortbrengt tot Gods eer, verkrijgt een erfdeel van de Heer. Kunt u zeggen wat dit erfdeel is?
Het is beter om de onberijmde psalm te lezen dan de berijmde. Door berijming krijgen we de indruk dat „het erfdeel des Heeren" iets anders is dan de kinderen. Toch is dat niet zo. Als u in uW Bijbel Psalm 127 : 3 leest, staat er: iet, de kinderen zijn een erfdeel des Heeren. De kanttekenaren zeggen: en zegen van de Heere gegeven. Calvijn merkt daarbij op dat de meeste mensen denken dat de kinderen door een verborgen werking van de natuur worden voortgebracht. Nu wil Salomo de mensen van deze grote dwaling terug brengen en noemt daarom de kinderen het erfdeel Gods en de vrucht van de buik Zijn loon. Erfdeel en loon hebben dezelfde betekenis. Calvijn noemt het ontvangen van kinderen een genadegave Gods en dat moet een uitnemende prikkel zijn om de kinderen met blijdschap te ontvangen en op te voeden.
Als je man een besluit neemt en je bent het er zelf helemaal niet mee eens, je hebt het ook in het gebd gbracht, maar r komt gen duidlijk antwoord; moet je er als vrouw dan maar in berusten?
In deze vraag wordt niet gesproken over konkrete situaties, daardoor wordt de beantwoording moeilijk gemaakt. Ik kan daarom niet anders dan in het algemeen antwoorden. Elke dag worden er beslissingen genomen, waarvoor geen overleg met elkaar vereist is. Dat gaat. zomaar, vanzelfsprekend. Als er bijzondere en ingrijpende omstan-
digheden zijn, zal er altijd overleg met el dat de één ja zegt en de ander nee. U z' ar moeten zijn. Dan kan het best voorkomen in dat geval eerlijk en grondig met elkaar moeten doorspreken waarom u ja of nee zegt. In de meeste gevallen komt u dan wel tot een eensluidend antwoord. Pas er altijd voor op dat u niet door dik en dun gelijk wilt hebben en uw zin wilt doordrijven. Dat levert voor de toekomst meestal verwijten en verwijdering op. Eén van beide kan beter een „stapje over" doen dan dat. de meningen verdeeld blijven. U moot daarbij ook altijd onderscheid maken tussen bijzaken en hoofdzaken. In de eerste plaats zult u moeten weten of de zaak waar het over gaat „naar de Schrift" is. Daar moeten we allen voor buigen. Als de meningen verdeeld blijven, moet niet één van beide het in het gebed voor de Heere brengen, maar doet u dat samen. Te veel wordt dat vergeten en nagelaten. Zegt de Heere Zelf niet: „Indien iemand wijsheid ontbreke, dat hij ze van Mij begere? " Zal Hij dan uw paden niet rechtmaken? Zal Hij het dan zeggen en niet doen? Zo geeft de Heere vaak oplossingen in de weg van Zijn voorzienigheid die wij in de verste verte niet verwacht hadden.
Behalve ons voorbeeld voor de kinderen om in liefde en kameraadschap met elkaar als man en vrouw, praten we ook wel genoeg met onze kinderen over het huwelijk als ze verkering hebben?
Het voorleven als man en vrouw gaat vanzelf. Ik bedoel: wij zijn altijd een voorbeeld voor de kinderen. Ze zien o zo scherp het leven van de ouders. Of het altijd een goed voorbeeld is, is een andere zaak. Daarom hebben we zo nauwkeurig toe te zien op onze woorden en daden als echtpaar. We moeten ons altijd realiseren dat we voetstappen voordrukken die gevolgd worden. Ook al is er sprake van een goed voorbeeld, is dat t.och niet genoeg. Het gesprek met de kinderen is ook van het allergrootste belang. En heus niet alleen als ze verkering hebben. Dan zijn we minstens aan de late kant, om niet te zeggen, te laat. Dat gesprek moet niet verzanden in een eindeloos bepreken, kommanderen of alleen maar waarschuwen. Wees niet eenzijdig. Het huwelijk is toch veel meer dan alleen maar gevaarlijk? Spreek er vooral eerlijk over met de kinderen. Noem de zaken zo ze zijn en bij de naam. Wijs op de gevaren, die we immers zelf ook kennen? Op het. goede, de vreugde van het dienen, liefhebben, waarderen, verdragen van elkaar. Op de zegen en de vrede die de Heere daaraan verbonden heeft. Natuurlijk zullen we rekening moeten houden met de leeftijd; van de kinderen. Ook kan het nuttig zijn om onder vier ogen met elkaar te spreken. Neem in ieder geval de tijd en de gelegenheid waar. Zo zal er onder de zegen van de Heere een band van liefde en vertrouwen groeien, als onze woorden tenminste niet door onze daden worden tegengesproken. Veel jonge mensen hebben tegen mij gezegd: thuis kan ik er niet over spreken. Ouders, uw kinderen wachten op u. Ze hebben behoefte aan een gesprek. Dat begint met luisteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1982
Daniel | 28 Pagina's