LICHT IN DE WORSTIJN
ONS VERVOLGVERHAAL
SLOT
De beide mannen worden bewustloos afgevoerd. Ze zullen voor nader onderzoek naar een ziekenhuis in de stad gebracht. worden.
Ook ziekenhuis „De Verwachting" neemt enkele slachtoffers op. Dr. Willems staat bij de ingang.
Opeens... ziet hij het goed... is dat de vader van Fedjah... was hij ook op reis in de woestijn... vergist hij zich niet? Alle boze gedachten verdwijnen echter: hij is arts en zijn roeping is om alle mensen hulp te bieden, dus ook hem.
's Avonds na het eten komt dr. Willems bij Fedjah binnen. Hij neemt zijn hand in de zijne en begint zachtjes te praten. Weer is er die warmte, dat rustgevende in zijn stem. Hij spreekt over de Heere Jezus, over de zieken en blinden die Hij genas...
Fedjah luistert aandachtig. Hij weet er zo weinig vanaf, alleen over Allah is hem vroeger verteld. Iiij wil er zo graag meer over horen, net zo gaan leven als de dokter, misschien wel dicht bij de dokter, zodat hij nog meer verhalen uit de Bijbel kan horen.
Over Fedjah's vader, die slechts enkele kamers verder ligt, zwijgt de dokter, dat is beter, vindt hij, teveel opwinding is nog niet zo goed voor zijn kleine patiënt-
Vader is uit zijn bewusteloosheid ontwaakt. Hij heeft nog wel pijn in z'n borst en z'n rechterbeen is zo slap, maar verder heeft hij geen nadelige gevolgen van de zandstorm.
De deur van de kamer wordt geopend, hij draait z'n hoofd wat opzij om. te zien wie er binnen komt. Dan ligt hij oog in oog met de dokter... Zijn mond zakt. open van verbazing... Is hij geholpen door die dokter?
„Dokter, u... heeft u mij...? "
Dr. Willems legt zijn hand op vaders schouder. „Ja, ik ben het, wees maar gerust. Een mens in nood kan bij ons altijd terecht, en niet alleen u heb ik geholpen, maar ook uw kleine Fedjah... uw jongen, en hij verlangt ernaar om u te zien."
Veel wordt er nog gesproken tussen die twee. Over vaders plannen om: zijn zoon terug te halen. Over de storm, die hem tegenhield en over zijn belofte om meer over de God te weten te komen. Het is bijna een uur later als dr. Willems opstaan. Hij helpt vader langzaam uit bed. Met wat pijn en moeite kan hij toch staan. Ondersteund door de dokter loopt hij naar Fedjah's kamer. Daar laat de dokter hem alleen gaan.
„Fedjah!!" „Vader"
Ontroerend is hun beider Tranen lopen over hun wangen. ontmoeting.
De dokter loopt naar zijn spreekkamer. Zijn oog valt opnieuw op de tekst aan de wand: „Mijn hulp is van de Heere". Hoe ervaart, hij hier de hulp van de Heere, hoe voelt hij dat hij hier niet voor niets arbeidt. Ook hier in de woestijn mag hij arts zijn, maar bovenal ook vertellen en wijzen op de enige weg tot behoud, wijzen op de Heere Jezus waar wij onze hulp van moeten verwachten.
Er is veel veranderd in El-Asban. Nee, niet het dorpje zelf. Dat vind je nog steeds niet op de atlas. Het blijft klein, de huizen blijven armoedig. De bron ligt nog steeds onder de bomen aan de ingang van het dorp.
Alleen vind je er nu geen blinde jongen meer. Fedjah mag bij de dokter blijven. In het ziekenhuis mag hij allerlei werkjes doen.
Vader is teruggekeerd naar het dorp. Dagelijks is hij aan het mandenvlechten. En toch is er veel veranderd in El-Asban, want één avond in de week komt Fedjah met de dokter. Dan stopt hij met z'n jeep onder de bomen bij de bron. Dan zitten reeds een paar mensen te wachten. Dan komt de dokter spreken over de Bijbel. Vertellen dat niet Allah, maar God gediend moet worden. Aandachtig luisteren ze dan. Eén is er die de woorden als het ware indrinkt... vader!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1982
Daniel | 28 Pagina's