GODS BELOFTEN
Gods beloften zijn beloofde zaken van de God Die niet liegen kan. Ze zijn. zo betrouwbaar dat men er rustig zijn ziel voor de eeuwigheid aan toevertrouwen kan. Het is de grond waarop een zondaar zijn hoofd neerleggen kan als hij sterft. Een belofte geloven is meer dan een ij-del zeggen: „God heeft het beloofd, Jezus is voor alle mensen gestorven, waar zou ik mij bezorgd over maken? "
Ik hoop dat jullie begrijpen dat men zich niet ijdel, maar door een waar geloof op Gods beloften verlaten moet, wil men zich niet bedriegen voor de eeuwigheid.
Wat zijn Gods beloften?
De bekende dr. Owen heeft getracht er een omschrijving van te 'geven die op z'n minst gezegd zeer bijbels is:
„Evangeliebeloften zijn de vrije en genadige bedelingen en ontdekkingen van Gods welbehagen en liefde tot zondaren, door Christus, is een genadeverbond, waarin op de zuaarheid en getrouwheid de Heere Zichzelf verbindt hun God te zijn, Zijn Zoon aan hen en voor hen te geven, Zijn Heilige Geest om met hen te blijven, met alle dingen die óf vereist zijn in hen óf noodzakelijk zijn voor hen, om hen welbehaaglijk voor Hem te maken en om hen te brengen tot een eeuwige genieting van Hem" (Al de werken van Owen, deel 11, blz. 227).
In de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten wordt van de belofte van het Evangelie gezegd:
„Voorts is de belofte des Evangelies dat een iegelijk die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe, welke belofte alle volken en mensen tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden met bevel van bekering en geloof."
Dr. John Owen over de beloften.
Owen noemt de beloften „evangeliebeloften". Niet omdat zij alleen in het Nieuwe Testament voorkomen, want God heeft Zijn belofte van genade direkt na de val gegeven, maar om ze te onderscheiden van de beloften van de Wet. De Wet heeft ook een belofte, namelijk dat degene die deze dingen doet, leven ds. C. Harinck zal (Galaten 3 : 12). Maar de beloften van het Evangelie zijn niet uit de Wet, ze vinden hun oorsprong in de genade van God. Owen zegt dan ook verder dat de beloften van het Evangelie „de vrije en genadige bedelingen en ontdekkingen van Gods welbehagen en liefde" zijn.
Wat God belooft is dus niet het loon op door ons verrichte arbeid. Gedreven door genade en welbehagen belooft, God zondaren in het Evangelie de zaligheid in Christus. Dr. Owen zegt; „Zij die een andere oorzaak voor de belofte kunnen vinden dan in Gods vrije genade, hebben een andere Bijbel dan ik".
De voorwaarden van de beloften wijzen de weg
Nu weten we dat veel beloften toch iets eisen van de mens. Denk alleen maar aan de bekende belofte uit Joh. 3 : 16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."
Toch moeten ook deze „voorwaardelijke beloften" teruggebracht worden tot Gods onvoorwaardelijke en vrije genade.
Hoewel er een konditie (voorwaarde) genoemd wordt, is het niet zo dat wij in eigen kracht eerst aan deze voorwaarden moeten voldoen om de beloofde genade te ontvangen. We zouden dan van het Evangelie een Wet maken, iets dat helaas maar al t.e veel gebeurt.
Misschien herinner je je wat Hellenbroek hierover zegt: „De voorwaarden zijn tevens de beloften van het verbond". God belooft ook het geloof, de boetvaar-
digheid en de volharding in Zijn uitverkorenen te werken.
Het zijn dus geen voorwaarden door ons te volbrengen, maar zij wijzen de weg aan waarin de Heere de beloofde goederen een mens deelachtig maakt.
God belooft al het vereiste in Zijn uitverkorenen te werken
Wanneer God belooft Zijn wet in onze harten te schrijven, Zijn vrees in ons te planten, een nieuw hart in ons te scheppen, ons hart te besnijden en de Heilige Geest aan ons te geven, die het uit Christus nemen zal en alles wat Christus verworven heeft ons deelachtig zal maken, dan leren we uit deze beloften dat ook het vereiste beloofd wordt.
Zulke beloften noemen we „absolute beloften". Ze zijn niet afhankelijk van iets in ons of van enige voorwaarde door ons te volbrengen.
Meestal laten we ons ontmoedigen door de voorwaardelijke beloften: „als God het geloof niet in mij werkt dat vereist is, heb ik niets aan Gods beloften". Bedenk echter dat God niet alleen belooft het eeuwige leven te geven aan degenen die geloven, maar dat Hij ook belooft het geloof te werken in hen die geen geloof bezitten. Hij belooft het stenen hart weg te nemen en een vlesen hart te geven.
Als in de „voorwaardelijke beloften" gewezen wordt op het vereiste 'geloof, het nieuwe harten het willen en het werken, werpen deze beloften ons niet terug op onszelf, maar op God, Die belooft beide te werken naar Zijn welbehagen. God spot in Zijn evangeliebeloften niet met ons alsof Hij de zaligheid belooft, maar dan zulke eisen daaraan verbindt dat niemand daar ooit aan voldoen kan. Owen zegt daarvan:
„Indien iemand een persoon zou beloven dat hij op een zekere tijd en een zekere plaats hem honderd pond zal geven om zijn schulden te betalen, op voorwaarde dat deze persoon op die plaats zou komen en zelf het geld met zich mee zou brengen, zou dit niet moeten beschouwd worden als een bewijs dat hij meer in de gedachte had deze man in zijn nood te bespotten, dan dat hij in de gedachte had de arme man te helpen? "
Nu, God spot niet met ons, maar heeft in de gedachte ons te helpen. De Heere vraagt alleen maar te komen en het beloofde om niet in ontvangst te nemen. Indien God zondaren beloften van zaligheid deed zonder bekering en geloof te eisen en dus als het ware zeggen zou: blijf maar rustig onbekeerd en ongelovig, zou de mens dan wel verlost zijn uit zijn ellende?
Bekering en geloof worden geëist omdat zij overeenstemmen met de natuur van Gods redding. Een redding zonder bekering en geloof is geen redding. God belooft verder ook te werken wat Hij eist. De eis moet ons tot God brengen en doen zien op de beloften waarin God belooft deze bekering en het geloof te werken.
We lezen hiervan ook in Ezechiël 36. God heeft beloofd aan de Israëlieten een nieuw hart en een nieuwe geest te geven. Het is een hoofdstuk waar het „Ik zal" steeds terugkeert. Souverein en barmhartig zegt de Heere tot een volk dat alles verzondigd had: „Ik zal u geven... een nieuw hart, Mijn Geest, rein water tot reiniging, aanneming tot kinderen." En wat lezen we aan het einde van het hoofdstuk? Alzo zegt de Heere: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israëls verzocht worden, dat Ik het hun doe."
Nee, Gods beloften werpen ons niet op onszelf terug, maar zij werpen ons op God Die genadig belooft te willen schenken wat wij niet bezitten en niet. kunnen voortbrengen,
Gods welbehagen en liefde
Beloften zijn verder volgens Owen: ontdekkingen van Gods welbehagen en liefde". Gods welbehagen wordt in de evangeliebeloften bekend gemaakt. Zo was het met de eerste belofte in Genesis 3 : 15. God openbaarde in die belofte dat het Zijn welbehagen was om geval-
len zondaren te redden uit het verderf waarin zij zichzelf gestort hadden.
Gods rijke en onverdiende genade wordt in de belofte bekend gemaakt. God belooft gerechtigheid aan ongerechtigen, heiligheid aan onheiligen, wijsheid aan dwazen en een kleed aan; naakten. Gods verborgen gedachten om zondaren door een Middelaar uit enkel genade te redden, worden in het evangelie geopenbaard (zie Titus 1 : 2 en 3).
De beloften worden gedaan tot zondaren als zondaren
Als de beloften niet aan zondaren gedaan waren, aan wie zouden ze dan gedaan moeten worden? Er is immers niemand die van nature in een andere staat is. In die staat was Adam toen de eerste belofte tot hem kwam..
Owen zegt hierover:
„Te zeggen dat de evangeliebeloften vermaakt worden aan mensen in een bepaalde konditie en alleen goed gemaakt worden op voorwaarde dat mensen in een bepaalde konditie zijn, is te zeggen dat de mensen eerst zelf de staat der zonden moeten verlaten om verder gered te kunnen worden. Dat is de weg om alle beloften Gods te verderven. Alle verlossing uit de staat der zonde is uit genade; alle genade is in de vorm van belofte. Onder deze voorwaarde dat de mens zondaar is, vindt de belofte hem en van die staat verlost hij hem" (Promises blz. 230).
De beloften van het evangelie komen dus tot alle mensen en niet alleen tot hen die aan een zekere voorwaarde, zoals de verbrokenheid des harten en besef van ellende voldoen.
De Heere zegt in Jesaja 46 : 12 zelfs tot stijven en harden van hart: Hoort naar Mij, gij stijven van hart, gij die verre van de gerechtigheid zijt. Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen".
De beloften zijn gegeven door Christus
Christus is de enige Persoon, Die al die goede dingen verworven heeft die in de beloften zijn. Neem Christus uit de beloften weg en ze worden leeg en ijdel. Hij is het kanaal waardoor al de zegeningen van de beloften tot zondaren vloeien. Ze zijn gegeven „in een genadeverbond" zegt de definitie van Owen. De beloften zijn takken en stromen van het verbond der genade. Zij worden daarom „verbondsbeloften" genoemd (Efeze 2 : 12). Het slot van de definitie van Owen luidt:
„Waarin op de waarheid en getrouwheid, Hij Zichzelf verbindt om hun God te zijn, om Zijn Zoon aan hen en voor hen te geven en Zijn Heilige Geest om met hen te blijven, met alle dingen die óf vereist zijn in hen óf noodzakelijk zijn voor hen om hen welbehaaglijk voor Hem te maken en om hen te brengen tot de genieting van Hem".
Het fundament en de zekerheid van Gods beloften is God Zelf in Zijn getrouwheid en waarheid. God staat borg voor de betrouwbaarheid van Zijn beloften.
Hoe komt iemand nu aan de inhoud van Gods beloften?
Eigenlijk heb ik dit al gezegd, toen ik wees op de weg en de wijze waarop de Iieere Zijn beloften vervult en het daarin beloofde ons eigendom wordt. Ik zou in verband hiermee nog willen wijzen op een verhandeling over het genadeverbond door J. Fisher en de gebr. Erskine, die door ds. G. H. Kersten opnieuw werd uitgegeven omdat hij het grote belang daarvan inzag voor ons kerkvolk.
In de bespreking van de beloften van het genadeverbond (die dezelfde zijn als de beloften van het Evangelie) maken zij onderscheid tussen een „recht van toegang en aanneming" van de beloften en een „recht van bezit" aan het beloofde.
Vr. 82: an wie worden de beloften van hel verbond voorgesteld? Antw.: an allen die het Evangelie horen met hun zaad. Hand. 2 : 39: komt de belofte toe en uw kinderen. Vr. 83: elk recht hebben zij die het Evangelie horen op de beloften als ze hun zo in het algemeen overgemaakt worden?
Antw.: Een recht van aanneming van de beloften en van al de goederen die er in vervat zijn, zodat ze daardoor niet te verontschuldigen zijn als ze niet geloven.
Vr. 84: Welk recht geeft het geloof of de daad van het geloven op de beloften?
Antw.: en recht van bezit uit kracht van de vereniging met Christus in Wie al de beloften Ja en Amen zijn. Joh. 3 : 36: ij die gelooft heeft het eeuwige leven.
Het is goed hierop te letten. De beloften
van het Evangelie komen tot alle hoorders van het Evangelie. Zij komen niet vrijblijvend tot' ons, want zij komen tot ons met bevel van geloof en bekering. Zondaren hebben toegang tot de belofte. Zondaren als zondaren mogen komen om het. beloofde van God op te eisen en zich te begeven onder de band des verbonds.
Alleen door bekering en geloof
Maar hoe ruim de nodiging om te kopen zonder prijs en geld ook is, hoe wijd de deur der genade ook door de belofte wordt geopend, een recht van bezit aan de belofte en de beloofde goederen krijgt men alleen in de weg van geloof en bekering.
Wanneer iemand zonder bekering en geloof zich het beloofde zou toeëigenen en zeggen: „God belooft het, dus daarop vertrouw ik", dan bedriegt hij zich voor de eeuwigheid. Wie de handen uitstrekt naar de beloften van God, moet zich bekeren van zijn vorige wegen en geloven in het heil dat in Christus is. Dat is geen voorwaarde, maar de weg of wijze waarop de beloften Gods in ons bezit komen. Er mag dus geen ij del roemen in de beloften zijn, zonder bekering en geloof.
De toegang tot de beloften is vrij en ruim. Laat de duivel en de wet de zondaar nog zo beschuldigen, zij kunnen van hem geen erger mens maken dan een zondaar of de voornaamste der zondaren en aan zulken zijn de beloften van het Evangelie gedaan. Maar in het bezit van die beloften komen we alleen in de weg van bekering en 'geloof in Christus. Er moet een worstelen met God in de belofte plaats vinden in ons hart. Laat Gods beloften je enige grond van hoop zijn en worstel om de vervulling er van te verkrijgen.
Een citaat van Bunyan
Ik wens jullie toe wat Bunyan er van zegt in zijn levensbeschrijving:
„Deze Schriftuurplaats trof ook allerzaligst mijn ziel: „En hij, die tot Mij komt zal Ik geenszins uitiuerpen". O welk een troost had ik van deze woorden: „in genen dele of geenszins". Alsof zij zeggen wilden: volstrekt niet. Niets zal dat bewerken, wat hij ook moge gedaan hebben. Maar de Satan deed zeer zijn best om deze belofte uit mijn hart te rukken, mij wijsmakende, dat Christus niet mij bedoelde, of die zo waren als ik, maar zondaars van een lagere rang, die niet gedaan hadden wat ik bedreven had. Doch ik antwoordde hem weder: Satan, in dit woord is geen enkele uitzondering, maar: hij dAe komt, onverschillig wie, hij die komt zal Ik geenszins uitwerpen.
En dit herinner ik mij nog wel, dat van al de listen die de Satan gebruikte, om deze Schriftuur van mij weg te nemen, hij nooit een zo dikwijls gebruikte als deze vraag: Maar komt gij dan wel op de rechte wijze? En ik heb gedacht dat de reden daarvoor was, omdat hij meende dat ik heel goed •wist, wat komen op de rechte wijze was, te komen gelijk ik was, een slechte, een goddeloze zondaar in mijzelf te werpen aan de voeten der Barmhartigheid, terwijl ik mijzelf om de zonde veroordeelde. Zo ooit Satan en ik worstelden om een Woord van God, gedurende mijn ganse leven, dan was het om dit heerlijke Woord van Christus. Ik trok aan het ene en hij aan het andere einde. Hij trok en ik trok, maar God zij geloofd, ik kreeg menigmaal de overhand op hem."
De beloften van God moeten de grond van ons komen en geloven zijn. Ja zij moeten de grond van ons worstelen worden, zo lang tot wij met Bunyan de overhand verkrijgen.
Ons moet overblijven: „Op Uw Woord heb ik gehoopt".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1982
Daniel | 28 Pagina's