JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET WONDER VAN GROOTEGAST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET WONDER VAN GROOTEGAST

10 minuten leestijd

Wat is een opwekking?

Het is een periode waarin de Heere in korte tijd veel mensen op krachtige wijze bekeert. Overigens noemen de Dordtse Leerregels (III-IV, 12) iedere bekering „in haar kracht niet minder noch geringer dan de schepping of de opwekking der doden". In een opwekking worden geestelijk doden levend gemaakt door het werk van de Heilige Geest.

In de 18e en 19e-eeuw vonden op verschillende plaatsen, onder andere in Amerika, Engeland en Nederland, 'geestelijke opwekkingen plaats. Het is goed om hier eens aandacht aan te besteden. Het herinnert ons er aan dat ook in donkere tijden voor de kerk Gods Geest werkt.

Vaak wordt het begrip opwekking verbonden met bewegingen en sekten. Zij vinden dat de kerk in slaap is geraakt, daar werkt, de Heilige Geest niet meer, nee, daarvoor moet je bij hen zijn.

Nu is het daarentegen opvallend dat opwekkingen in ons land meestal plaats hebben gevonden in de gewone christelijke gemeente, klein begonnen met een of twee personen, onverwachts, niet georganiseerd, door het Woord en onder de bediening van het Woord.

Opwekkingen in Nederland

Rond 1750 zijn er in Nederland veel opwekkingen. De meest bekende is die te Nijkerk in 1749. Deze staat bij velen te boek als „de Nijkerker beroerten", een omschrijving die geen recht doet aan Gods bijzondere zegen daar. Dan volgen opwekkingen te Putten, Aalten, Barneveld, Kootwijk, Hoevelaken, Voorthuizen, Nunspeet, Lunteren, Sliedrecht, Alblasserdam, Streefkerk, Giessendam, Hardinxveld, Papendrecht, op Voorne en Putten, te Gorkum, Dordrecht, Rotterdam, Groningen, Hoogeveen, Dieren, Vledder, Gorredijk en Zwartsluis .In Werkendam vindt het plaats in 1746 en daarna nog in 1751 en 1752. Je ziet het, het is een lange rij. Wij kunnen dan ook spreken van een gezegende tijd. Zeker, de emoties kunnen mensen meeslepen, maar van velen bleek de bekering blijvend te zijn.

Het buitenland

In dezelfde eeuw zijn er ook buitengewone opwekkingen in Engeland, Schotland, Wales en Noord~A.merika. De aantallen bekeerden liggen daar veel hoger dan bij ons. Laat ik daar slechts één voorbeeld van geven. In , 1734-'35 worden onder de prediking van ds. Jonathan Edwards in het stadje Northampton, Massachusetts in een half jaar tijds meer dan 300 van de ongeveer 1300 inwoners volgens Edwards' eigen woorden zaligmakend overgebracht in Christus. Ds. Edwards was een ernstig man, die zeer ontdekkend predikte. Zijn schatting berust niet op een lichtvaardig oordeel.

Grootegast

In de 19e eeuw zijn er opwekkingen onder andere te Nijkerk (1821) en te Bunschoten (1840). Het is erg verleide-

lijk om van beide meer te zeggen, want het is hartverwarmend en bemoedigend om te zien, hoe krachtig de Heilige Geest daar werkte. Ik ga daar nu niet verder op in, omdat het de bedoeling is samen na te gaan wat de Heere deed in Grootegast, een plaats in het westen van Groningen.

In de afgescheiden gemeente aldaar, toen geheten de Christelijk Gereformeerde Kerk, staat van 1852-1898 ds. E. van de Berekamp. Iiet is zijn eerste en enige gemeente. Op een heel merkwaardige manier is hij te Grootegast beroepen. Trouwens, op een heel merkwaardige manier is hij predikant geworden. Tijdens zijn ambtsperiode vindt „het wonder van Grootegast" plaats, een aantal geestelijke opwekkingen, namelijk in 1860, 1875, 1885-J 86 en 1894, tijdens welke de Heere velen toebrengt.

De eerste acht jaren zijn erg moeilijk voor ds. Van de Berekamp. Hij ziet geen vrucht op zijn prediking. Daarnaast stelt hij voor zichzelf vast dat hij niet preken kan, en bekruipt hem de gedachte dat het beroep dat de gemeente te Grootegast indertijd op hem uitbracht, op een misverstand heeft berust. Zij moeten toen een ander hebben bedoeld en nu zitten zij aan hem vast.

Maar dan breekt het jaar 1860 aan. Van de Berekamp zelf is einde 1859 en begin 1860 geestelijk zeer goed gesteld. Een bepaalde moeilijkheid in de gemeente heeft hem veel verwachting gegeven dat de Heere het goed maken zal. Iiij legt zijn gedachten vast in een „gedicht", waarvan het slot luidt:

Zoo 'k alles dan kom te overwegen, Dan komt mijn ziel tot dit besluit: Dat Gij, o God, ons maakt verlegen, Om heerlijk ons te redden uit.

In de duisternis schept hij moed, omdat hij zeker weet dat de Heere heerlijke uitkomst zal geven.

Deze opgewektheid raakt hij echter kwijt. Midden augustus besluit hij eens te preken over Joh. 3:8: De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is". Niet omdat hij zo bijzonder bij deze tekst was bepaald, nee, meer uit sleur en misschien nog meer uit gemak, omdat hij al eerder over deze tekst had gepreekt. Achteraf heeft hij daarom veel beschuldiging en is hij bang dat hem weer een geestelijk benauwde en donkere tijd wacht. Maar nu gaat de Heere werken!

De eerste opwekkingen

Dezelfde week hoort hij dat iemand uit de gemeente aan zijn zonden is ontdekt en dat een ander, die lange tijd het zeer benauwd heeft gehad, nu met veel levendigheid en ernst over God en Zijn dienst spreekt. En zo gaat het verder.

Al gauw hoort, men dat verschillenden zichzelf aanklagen om hun zonden en dat zij zolang zichzelf en de wereld gediend hebben en hun tijd zo slecht be-'steed. Zij verlangen om van hun zonde verlost te worden en de Heere te mogen dienen. Het gaat hun om. de genade van de Heere Jezus. Van de Berekamp preekt driemaal per zondag, de kerk is iedere dienst steeds vol, men luistert met aandacht en 's avonds na de laatste dienst, is de pastorie overvol. Men komt daar samen om te spreken over wat de Heere gedaan heeft aan de ziel en de zegen die men onder de prediking heeft ontvangen. De meesten van de bekommerden komen na de angst over de zonden na kortere of langere tijd tot geloof, licht, vrede en blijdschap in de Heere, Alom hoort men psalmgezang; psalm 68 is de lievelingspsalm. Zij trekken de dominee de woorden als het ware uit de mond en zij vinden dat. hij heel anders preekt dan vroeger. De werkelijkheid is volgens Van de Berekamp zelf, dat hij juist met minder lust en inzicht preekt dan in het begin van het jaar. Iiet verschil zit in de luisteraars!

Zijn eigen zieletoestand is heel eigenaardig. Hij heeft wel geen angst of bestrijding en hij is blij met het goede dat er is en kan zo zijn werkelijk gemakkelijk doen. Maar vaak gebeurt het dat als de blijde menigte 's avonds de pastorie verlaat, hij zelf de Heere smeekt om ook hem deze vreugde en blijdschap in God te schenken.

De prediking

Het is begrijpelijk dat Van de Berekamp teksten zoekt, die tijdens deze opwekking het meest nuttig kunnen zijn. Hij kiest teksten waarin ellende, verlossing en dankbaarheid ter sprake komen. Vooral probeert hij de grote liefde en genade van de Heere Jezus voor te stellen. Zo had hij steeds voor zichzelf de meeste vrede genoten door veel over de Heere Jezus Christus te spreken als de enige Weg, de Waarheid en het Le-

ven, en op Hem t.e zien en alles van Hem te verwachten. Ook bij anderen had hij gemerkt, dat zij de beste en gelukkigste christenen waren, die het helderste zicht op de Persoon en het werk van Christus hebben.

Zo gebeurt het dat vele van schuld overtuigden tot de volle vrijheid in Christus komen en juichend zeggen: e Heere is mijn Herder, Hij is mijn deel, met het gevolg dat zij naar de kerkeraad gaan om belijdenis te doen. Men deed daar pas belijdenis als men tot bekering was gekomen, iets dat ook nu nog in sommige streken van ons land gebruikelijk is. Bij de komst van Van de Berekamp waren er 124 belijdende leden. Nu doen er in vier a vijf maanden ruim 40 mensen belijdenis. Stel je dat eens goed voor en vergelijk het eens met onze tijd. Acht jaren is er geen zichtbare zegen op de prediking en dan ineens komen in enkele maanden ruim 40 personen, de een na de ander, de kerkeraadskamer binnen om te vertellen wat de Heere aan hun ziel gedaan heeft. Op dankdag preekt ds. Van de Berekamp dan ook heel terecht over Psalm 93 : 1: De Heere regeert!"

Het valt Van de Berekamp op, dat hij vóór de opwekking zelf geestelijk levendig gesteld was, en tijdens de opwekking daarentegen dor. Hij ziet, dat de Heere zeer wijs gehandeld heeft om zo duidelijk uit te laten komen dat het alles Gods werk was en dat er niets van Van de Berekamp bij was. Graag had .hij meer talenten gehad en hij heeft veel gesmeekt of de Heere hem in staat wilde stellen om beter voor te gaan. Maar nu dankt hij God, dat Hij hem onthouden heeft, wat hij zo graag ontvangen had. Bovendien werd hij bewaard voor te veel emoties en zo voor veel dwaasheden, zoals hij zelf zei.

De tweede opwekking

In 1875 geeft de Heere weer een opwekking te Grootegast. Net daarvoor is de toestand in de gemeente nogal verdrietig, zelfs zo dat Van de Beregamp naar een beroep gaat verlangen. Hij wil uit Grootegast weg, het gaat niet meer. Maar het vurig verlangde beroep komt niet en dat brengt hem nog meer in de put. In november 1874 zijn er enkele plotselinge sterfgevallen in de gemeente, en dat maakt grote indruk. Er komt roering in de gemeente en een van de oudste leden, een zeer gewichtig man, zegt tegesi de dominee: „Let er op, nu gebeurt er spoedig, iets bijzonders. Het zal niet bij een enkeling blijven, die tot God bekeerd wordt., het wordt een hele schaar, daar kunt u op rekenen."

Nu, dat gebeurt. Op 1 januari 1875 is er kerk era ads ver ga dering en de. eerste drie bekeerden doen belijdenis, waaronder de 13-jarige zoon van de dominee. Op 30 juni doet de zestigste van dit jaar belijdenis voor de kerkeraad. Dus in precies een half jaar verklaren zestig, overwegend jonge mensen, dat zij zich als zondaar voor God hebben leren kennen, op de Heere Jezus alleen hun hoop stellen tot vergeving van hun zonden en dat het de keus van hun hart is om met de zonde en de dienst van de wereld te breken en voor de Heere te leven.

... niet de uitnemendheid van de talenten

In deze bijzondere tijd moet Van de Berekamp veel denken aan wat een oude kollega hem eens zei: „Geloof toch dat God Zijn Woord zegent en niet de uitnemendheid van wijsheid en talenten". Dit bemoedigt hem en het spoort hem nog meer aan om zich op de Heere en Zijn Woord alleen te verlaten. Hij voelt zich heel gelukkig door de vrede en de band die er is in de gemeente. Het is voor hem een zegen dat hij met vrijheid al de raad Gods kan prediken zonder spanning en kritiek. En dan het vooruitzicht om straks met een grote schaar naar de hemel te gaan!

Ook in 1885 en 1894 vinden nog opwekkingen plaats. Velen komen helder en krachtig tot bekering.

Is het niet hartverwarmend om van „Het wonder van Grootegast" kennis te nemen? Laten wij moed scheppen uit hun behoudenis. De toestand van onze gemeenten lijkt maar al te zeer op die van de gemeente te Grootegast voor de opwekkingen. De Heere werkt echter niet als er al wat beweging is, nee steeds wordt vervuld wat er staat dn Joh. 5 : 25: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: e ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord zullen hebben, zullen leven". Laten wij samen daar om bidden en daar naar uitzien." „Zo doe Hij ook aan mij".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1982

Daniel | 28 Pagina's

HET WONDER VAN GROOTEGAST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1982

Daniel | 28 Pagina's