EVANGELISATIE ONDER BOOTVLUCHTELINGE
Het is woensdagmiddag als evangelist Th. Sehultink voor rijdt. Omdat hij 's avonds in Dordrecht moest zijn, kwam hij wel naar Moerkapelle, zei hij de avond er voor door de telefoon. Dat bespaarde ons een reis naar Bennekom. Na de koffie deelde , de heer Sehultink enkele mooie plaatjes aan de kinderen uit, die hij in z'n evangelisatiewerk gebruikt. Daarna begonnen we ons gesprek.
Mijnheer Sehultink, het is leuk om de kennismaking tussen u en de „Daniël"-lezers op deze wijze te hernieuwen. Anderhalf jaar geleden stond er een kort interview met u in ons blad. We zijn benieuwd naar wat er in de tijd daarna gebeurd is. Misschien wilt u ons vertellen hoe u dit werk aan bent gaan pakken. U stond toch voor een volkomen onontgonnen terrrein?
Ja, dat laatste is zo. Het gaat er natuurlijk in de eerste plaats om dat je kontakt zoekt met de Vietnamezen. Daar heb je adressen voor nodig. M'n eerste aktie was dan ook het opzoeken van adressen, o.a. door publikaties in het R.D., Daniël en De Saambinder waarin ik onze mensen vroeg, met mij kontakt op te nemen als zij Vietnamezen kenden of wisten te wonen. Daar zijn nog al wat reakties op gekomen. Op dit ogenblik ben ik in het bezit van zo'n driehonderd adressen verspreid over het hele land.
En toen ging u op pad. Het lijkt me niet zo gemakklijk om bij deze mensen aan te bellen en u voor te stellen als evangelist. Hoe gaat zo'n bezoek eigenlijk in z'n werk?
Zoals je misschien nog weet uit het vorige stukje in Daniël heb ik naast bijbelstudie ook veel taalstudie gedaan. Het is een enorm voordeel als je een beetje Vietnamees spreekt. Als je aanbelt en je je in het Vietnamees voorstelt, dan vinden de Vietnamezen dat erg fijn. Je bent iemand die hun taal spreekt en dan ben je al gauw binnen. Maar dan begint het pas, want dan moet je vertellen met welk doel je komt. Het ene gesprek loopt natuurlijk anders dan het andere. Vaak vraag je eerst naar de welstand: „Kunt u een beetje wennen in Nederland? " En dan ga je naar het punt waar je wezen wilt: de Bijbel. Soms verloopt zo'n gesprek erg stroef. Per situatie kan dat erg verschillen.
Als u met hen over de Bijbel gaat praten, dan hebt u natuurlijk al gauw door of ze iets van de Bijbel weten of niet. Als je de totale leefgemeenschap van de Vietnamezen bekijkt, zijn er dan veel christenen onder, of mensen die wel eens iets van de Bijbel gehoord hebben?
Er zijn Vietnamezen die in Vietnam Christen zijn geworden. Deze weten heel goed wat de Bijbel is en kennen ook veel bijbelse verhalen. Maar je moet er rekening mee houden dat 80 a 90% van de Vietnamezen boeddhistisch is. Ik vraag bij zulke mensen wel: „Hebt u wel eens van de Bijbel gehoord? " Daar hebben ze wel eens van gehoord. Ze
weten ook de naam „Tin Lan". Zo heet de protestantse kerk in Vietnam. Maar van wat de Bijbel in wezen zegt, wet-en ze niets. Er zijn er ook die katholiek zijn opgevoed. Zij weten wat meer van de Bijbel, maar het katholicisme is nogal gemakkelijk in zijn zendingsopvatting, want je kunt heel gemakkelijk ook het boeddhisme blijven aanhouden.
Ik denk dat het ook voor ons evangelisatiewerk een gevaar is dat de Vietnamezen de bijbelse boodschap gaan aanvaarden met een sterk boeddhistische vulling. Wat doet u er aan om dat op te sjioren en om daar op in te spelen?
Ja, je weet uit je studie dat het boeddhisme de verlossing door jezelf leert. Het christendom is de enige godsdienst, waarbij de verlossing door de Ander, de Heere Jezus Christus is aangebracht. En daar moet je erg op letten. Ik denk dat je nooit konkreet genoeg kunt zijn in het evangelisatiewerk: niet door eigen kracht. De Bijbel roept heel konkreet op tot bekering, maar laat aan de andere kant dit werk plaatsvinden door de Heilige Geest.
De Vietnamezen hebben ook hun eigen ethiek. Ze weten in het algeemeen echt wel wat 'goed en wat verkeerd is, maar in het gehoorzamen aan die regels denken zij de verlossing te verkrijgen. Hier staat de bijbelse boodschap natuurlijk haaks op.
Ik wil nog even terugkomen op de christenen. Kunt u daar nog meer van zeggen? Hoe ervaart u hen als christenen?
Je kunt ze niet los zien van hun geschiedenis. Dit jaar bestaat de protestantse kerk in Vietnam 75 jaar. Het is dus nog een erg jonge kerk. Vietnamese christenen zijn veel ongestruktureerder en veel minder dogmatisch dan wij. Ze zijn soms erg vrij in hun denkbeelden. Je zou kunnen zeggen: ze denken niet in leerstellige termen. Er zijn er onder deze mensen waar ik veel achting voor heb, omdat leer en leven een heel sterke eenheid vormen. Uit de verslagen van het zendingsveld in „Paulus" proef ik soms dezelfde sfeer: een stuk frisheid die hartverwarmend aandoet.
Laten vje het nog even hebben over de methode van het evangelisatiewerk. U verzamelt adressen, legt bezoeken af, schrijft brieven, stuurt de Vietnamezen folders toe. Maar Nederland is natuurlijk nogal uitgestrekt en daardoor rijdt u waarschijnlijk van de ene plaats naar de andere. Is het daardoor mogelijk ook organisatorisch iets op te bouwen?
Dat is inderdaad een probleem. Er wonen in Nederland ongeveer 6000 Vietnamezen, over het hele land verspreid. De ene keer ga je naar Zeeland1 en Brabant en de andere keer zit je in Friesland of Groningen. Echt iets opbouwen kan natuurlijk niet op deze manier. Toch proberen we steeds meer struktuur in het werk te krijgen. Toen we de
Op de +16 bondsdag in „De Doelen" was 's middags ook een groep Vietnamezen aanwezig o.l.v. de heer Schultink. We laten hem daarover zelf aan het woord: „Om kwart voor zeven 's morgens stond de bus in Groningen gereed. Toen er appèl gehouden werd, bleek dat er een Vietnamees ontbrak. Hij lag nog heerlijk te slapen. Al wrijvend in z'n ogen kwam hij even later de bus in. Ook de leden van de jeugdvereniging in Groningen reisden mee. Drie uur duurde de reis naar Rotterdam. De tijd werd gevuld met het zingen van psalmen en gezangen, afwisselend in het nederlands en Vietnamees. De Groningers werden bij de Doelen afgeleverd; de Vietnamezen zouden slechts een gedeelte van de bondsdag meemaken, omdat ze het toch niet zouden kunnen volgen.
We zijn toen naar de Euromast gereden. Daar heb ik als geboren Rotterdammer de omgeving laten zien. Het huis waar ik geboren ben was van de Euromast goed te zien. Daarna zijn we de havens gaan bezoeken. Daar werden veel herinneringen opgehaald, omdat zij indertijd door een nederlands schip uit zee zijn opgepikt. Daarna waren de rotterdamse winkels aan de beurt.
's Middags hebben we een gedeelte van de bondsdag meegemaakt. Het bondsdagkoor vonden de Vietnamezen erg mooi. Je kon merken dat het „insloeg", want ze wilden allemaal als souvenir een bondsdagprogramma mee naar huis nemen.
Daarna hebben we in een andere zaal het klankbeeld dat 's morgens op de bondsdag vertoond was, gezien. De heer Phung vertaalde het gesprokene in het Vietnamees. We hebben de bondsdag met gebed afgesloten.
Om half zes reden we Amersfoort binnen xoaar we in een chinees restaurant de maaltijd gebruikt hebben. De terugreis verliep verder ook zonder problemen en iedereen wes erg tevreden over wat ze gezien en gehoord hadden.
Ook dit is een manier om deze Vietnamezen bij onze gemeenten te betrekken en opnieuw in kontakt te brengen met het evangelie. De zondag daarop mocht ik twee nieuwe Vietnamezen in de samenkomst waarnemen, die de vorige dag waren meegeweest."
adressen in kaart brachten, kwamen er duidelijke koncentraties tevoorschijn. We zijn nu zo'n koncentratie intensief aan het bewerken, zodat we daar onder de zegen des Heeren iets kunnen opbouwen.
Ik neem aan dat het ook de bedoeling is dat u Vietnamezen verzamelt of is het de bedoeling ze in onze plaatselijke Gereformeerde Gemeenten onder te brengen?
We werken vanwege de verspreidheid van de Vietnamezen op twee manieren. Daar waar koncentraties zijn, proberen we om tot zondagse samenkomsten te komen, aparte Vietnamese bijeenkomsten dus. Als er maar een paar Vietnamezen wonen, probeer ik ze ook bij elkaar te krijgen, maar dan in een bijbelstudiegroep op een doordeweekse avond.
Als het om zo'n paar Vietnamezen gaat-, probeert u ze ook in kontakt te brengen met onze plaatselijke gemeenten.
Ik stel in alle gevallen de kerkeraad op de hoogte als ik in hun gebied werkzaam ben. In overleg met hen probeer ik dan deze mensen naar de kerk te brengen, 's zondags bijvoorbeeld via kontakten met gemeenteleden.
Bent u op dit moment al bezig met zondagse bijeenkomsten en bijbelstudies?
Ja. Vorig jaar oktober ben ik op twee plaatsen gestart, met bij bel studiegroepen. Op de ene plaats doen twee personen mee, op de andere drie. Deze mensen komen ook elke zondag in de dichtsbijzijnde Gereformeerde Gemeente. In Groningen wordt elke zondag een samenkomst belegd met een gemiddelde opkomst van tien personen.
Kunt u iets meer zeggen over de wijze waarop deze mensen op de bijbelstudie en tijdens de zondagse kerkdiensten met deze dingen bezig zijn?
Er zijn er die werkelijk op hartverwarmende wijze uiting geven van hun ernst met. het Woord van God. Tijdens een van de bijbelstudies was er bijvoorbeeld een Vietnamees die nog geen Bijbel had. Hij vroeg of hij ook een Bijbel kon krijgen en ik gaf hem er een. Enige weken later — hij is trouw elke week present — vroeg ik hem: „Lees je nog wel eens in je Bijbel? " „Ja", zei hij, „ik heb het hele Nieuwe Testament al doorgelezen." Er ontstond een gesprek hierover en toen bleek dat. hij inderdaad met veel interesse van de .inhoud van de Bijbel had kennis genomen. Een ander las de Bijbel achter elkaar door en wist vele bijbelse verhalen uit zijn hoofd te vertellen. Het gaat er dan natuurlijk om de kern van de bijbelse boodschap zo eenvoudig mogelijk te verklaren. Bij verscheidenen is duidelijk te merken dat ze steeds meer historiële kennis krijgen. En dat is erg. belangrijk. Onze oudvaders zeiden al: historiële kennis is de bedding waar het zaligmakend geloof door vloeit.
Kunt u al spreken van een doorwerking van de Heilige GeesÉ bij de Vietnamezen? We moeten hierin erg voorzichtig zijn. Wij zien slechts wat voor ogen : is. Toch merk je soms zaken op die bemoedigend zijn. Er zijn momenten dat het Woord van God kennelijk beslag legt als je met hen spreekt over Wie God wil zijn voor Zijn kinderen en wat het betekent om zonder God door het leven te gaan en te sterven. Laatst zei een Vietnamees tegen me: „Ik moet de tien geboden onderhouden, maar ik kan het niet." Nogmaals, laten we voorzichtig zijn, maar laten we ook niet te klein van de I-Ieere denken. Zijn arm is onverkort.
U bent uitgezonden door onze gemeenten. Merkt u ook dat uw werk belangstelling van onze gemeenten krijgt?
Gelukkig mag ik in de gemeenten als. 'geheel merken dat men erg behulpzaam is, meeleeft en er ook daadwerkelijk steun aan geeft. Hartverwarmend is bijvoorbeld de medewerking van de kerkeraad en gemeenteleden van onze gemeente in Groningen bij de samenkomsten daar.
De Bijbel leert ons ook onze zorg te hebben voor de vreemdeling in onze poorten. De Heere vraagt van ons en de vreemdeling dat wij beiden Hem'leren dienen. Wij hopen van harte dat uw werk ook in die zin vrucht mag dragen.
Graag wil ik daarbij aansluiten. In wezen gaat het om het Koninkrijk van God. Of we nu vreemdeling zijn of behoren tot de Gereformeerde Gemeenten, het belangrijkste is: hebben we deel aan het nieuwe leven? En als ik dan door de Gereformeerde Gemeenten ben uitgezonden om dit werk te doen onder de vreemdelingen, onder de heidenen, dan betekent dat voor de Gereformeerde Gemeenten, ook een grote verantwoordelijkheid. Ik bedoel dit: funktioneren wij wel waarlijk als een christelijke gemeente, waarin ootmoed en liefde als vrucht van Gods genade een plaats hebben, zodat ook de Vietnamezen zich bij ons „thuis" kunnen voelen, ook al blijven de kuituren zo geheel verschillend?
Mijnheer Schultink, hartelijk dank voor uw komst en voor het gesprek dat we met elkaar hadden.Heel veel sterkte in dit werk en vooral Gods zegen toegewenst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1982
Daniel | 28 Pagina's