DE DOEDTSE LEERREGELS (Vragenbeantwoording)
Donderdag 1 paril j.1. mocht 'ik een lezing houden voor een regionale vergadering van de Vrouwenbond te Vlissingen over het onderwerp: „Het vergeten dokument van Dordt". De lezing, die ik al meer gehouden heb zo hier en daar in het land, lokte nogal wat vragen uit. De beantwoording kon die avond niet helemaal worden afgerond zodat er vragen overbleven. Ik heb toen beloofd om de overgebleven vragen in Daniël te zullen beantwoorden. Thans wil ik proberen die belofte in te lossen.
Waarom wordt er nooit uit de vijf artikelen gepreekt?
Dat is inderdaad een vraag. De Dordtse Leerregels bieden overvloedige stof voor preekdiensten. Rijk is de inhoud van deze artikelen. Schriftuurlijk-bevindelijk zouden we de vertolking van de beleden geloofsstukken kunnen noemen. Ik weet dat dn andere kerkverbanden deze artikelen soms bepreekt worden, niet vaak echter en dan in de middagdienst, ter afwiseling van de catechismusprediking. In onze gemeenten, voor zover ik weet althans, niet.
Er zijn wel redenen daarvoor aan te geven en wel in de eerste plaats, dat de Dordtse Kerkorde in artikel 68 bepaalde dat: „de dienaars zullen a'lomme des zondags ordinairlijk in de namiddagse predikatie, de somma der ch7'istelijke leer in de catechismus, die tegenvjoordig in de Nederlandse kerken aangenomen is, vervat, kortelijk uitleggen, alzo, dat dezelve jaarlijks mag geëindigd worden volgende de afdeling van de katechismus zelve daarop gemaakt."
Aan een deel van dit artikel houden we dus' de hand, namelijk dat in de middagdienst doorgaans de catechismus wordt gepreekt. Voor een deel echter wordt deze bepaling niet nageleefd, in zoverre dat de zondagsafdeling niet wordt aangehouden, zodat men in een jaar niet rond komt met de catechismus.
Verder moeten we bedenken dat in de Dordtse Leerregels niet alle geloofsstukken aan de orde komen zoals in de Heidelbergse Catechismus. Alleen die geloofsstukken worden behandeld die in het geding waren bij de strijd met, de Remonstranten.
De Dordtse Leerregels lenen zich wel voor verenigingen of lidmatencatechisat'ies. Het is toch wel nodig om ze van tijd tot tijd te behandelen anders wordt dit belijdenisgeschrift inderdaad een vergeten dokument. Dit ondanks het volgende.
Dominee, u had het over onbekend. Bij ons is er nog drie keer dienst, 's Avonds worden de 36 artikelen van de geloofsbelijdenis gelezen en daarna de vijf artikelen tegen de Remonstranten in gedeelten. Ze zijn dus bij ons nog wel bekend.
Het is een goede zaak om in de gemeente de vijf artikelen als belijdenis van het geloof te lezen. Het wordt in vele zeeuwse gemeenten nog gedaan en in de week ben ik het ook een aantal malen tegengekomen dat men in de diensten vóór de schriftlezing een gedeelte van de Dordtse Leerregels las.
Het is een goede zaak, schreef ik, omdat ze zo nog onder onze ogen komen. Een andere vraag is echter of wij dan ook wéten, wat er in beleden wordt en daar ben ik niet zo zeker van, moet ik u eerlijk bekennen. Het zou al een heel ding zijn als we voor onszelf daar regelmatig in zouden lezen. I-Iet zou goed zijn om eens een verklaring van de artikelen ter hand te nemen. Het is een bron van rijke onderwijzingen.
U zegt: Er bestaat geen afval der heiligen". Wat betekenen de woorden in Hebr. 6 : 4 en volgende?
Het klinkt wat triomfantelijk, alsof de vraagstelster mij in een soort klem heeft zitten. , , U zegt", zo begint ze, alsof ik iets beweerd zou hebben dat uit eigen koker kwam. Ik sprak echter maar na wat de belijdenis leert. En in het vijfde hoofdstuk van de Dordtse Leerregels gaat het over de volharding der heiligen, dat wil dus zeggen dat er geen afval der heiligen is. Niet vanuit menselijke kracht of trouw, maar vanwege Goddelijke genadetrouw.
Het stond er zo mooi: „Maar God is getrouw, die hem in de genade, hun eenmaal ge-
geven, barmJiartiglijk bevestigt, en in dezelve ten einde toe krachtiglijk beivaart" (D.L. V, 3). Het kon ook niet anders, want: „dewijl noch Zijn raad veranderd, noch Zijn belofte gebroken noch de roeping naar Zijn voornemen wederroepen, noch de verdiensten, voorbidding en bewaring van Christus krachteloos gemaakt, noch de verzegeling des Heiligen Geestes verijdeld of vernietigd kan loorclen" (D.L. V, 8).
Maar dan Hebr. 6 : 4 e.v.? Wat staat, daar? We schrijven dat eerst voor een deel over: Womt hei is onmogelijk, dienen die eens verlicht zijn geweest en de hemelse gaoven gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig geioorden zijn, en gesmaakt hebben het goede Woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, en afvallig worden, die zeg ik wederom te vernieuwen tot bekering."
Welnu, zo zegt de vraagstelster: Daar staat het toch? Ja, er staat wel dat er mensen afvallig kunnen worden, zo zelfs dat het onmogelijk is hen te vernieuwen tot bekering. Maar er staat niet, dat dat heiligen zijn. Heiligen in Christus Jezus, gewassen door zijn bloed en verzegeld door Zijn Geest.
Daarover gaat het in deze tekst niet. Het gaat niet over de heiligen in Christus. Wel over mensen die onder de prediking van het Woord hebben geleefd. En die, zoals allen die onder de prediking van het evangelie leven, gaven van de Heere ontvangen hebben. (Dat wordt ook beleden in de vijf artikelen).
Er wordt gesproken over: die eens verlicht zijn geweest. Onze kanttekënaren zeggen heel eenvoudig: namelijk in het verstand door de prediking des evangelies. Verder wordt er gesproken van het smaken van de hemelse gaven, van het goede Woord Gods en van de krachten van de toekomende eeuw. Er is een smaken, een proeven dus, en dat staat, zo zeggen de kanttekeningen, tegenover innemen. Dus wel geproefd, maar niet gegeten. Men kan zelfs van de Heilige Geest gaven hebben ontvangen.
Welnu, er is veel, maar het is niet genoeg. Het was niet hetgeen de verkorenen ontvangen, zoals Calvijn zegt over deze tekst. Die ontvangen namelijk dat zij vernieuwd worden naar Zijn beeld', en zij ontvangen het onderpand van de Geest in de hoop op een komende erfenis' en door dezelfde Geest is het evangelie verzegeld in hun harten. De verworpenen echter raakt Hij aan met een smaak van Zijn genade, of verlicht hun verstand met enige schijnsels van Zijn licht, of doet hen aan met enig gevoel van Zijn goedheid of brengt in zekere mate Zijn Woord in hun harten. Aldus Calvijn.
De kanttekenaren volgen dit spoor van Calvijn. Iiet gaat dus om mensen die onder het Woord komen. Zij hebben daar aan het evangelie, de beloften van het evangelie mogen proeven. En dan vallen zij af. Hier is geen sprake van in zonden vallen zoals Petrus en David, maar van afvallen van de Christelijke godsdienst, die moedwillig geschiedt en met lastering derzelve, tegen de getuigenis van de Heilige Geest in hun gemoed, gevoed is, zoals Christus betuigt: atth. 12 : 31 (kanttekeningen). Het is de zonde tegen de Heilige Geest. Voor die zonde worden de heiligen bewaard. Er is dus geen afval der heiligen.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1982
Daniel | 28 Pagina's