DE PREDIKING EN HET HEMELRIJK
Elke zondag ga je tiaar de kerk. Dat is vanzelfsprekend. Tenminste, ik hoop dat dat zo is. Maar wat ga je in cle kerk doen? Waarom ga je naar de kerk? Ga je omdat het zondag is? Of omdat het nu eenmaal zo hoort? Of omdat het hele gezin gaat? Je kunt ook de vraag stellen: wat gebeurt er in de kerk? Wat moet je er gaan. doen? De Heiclelbergse Catechismus leert ons dat we op de rustdag naar Gods huis gaan (naarstig!) om Gods Woord te horen. In de kerk spreekt de Heere door middel van de dienaren des Woord«. Zij hebben de taak om het hemelrijk te openen en te sluiten.
Het hemelrijk
Het hemelrijk Onze kerkgang heeft dus alles te maken met het hemelrijk. Dat is toch wel de moeite waard om daarbij stil te staan. Het is het rijk van de hemel en uit de hemel. En dat hemelrijk wordt hier op aarde door een sleutel geopend en gesloten. Dat is natuurlijk een zinnebeeldig spreken, maar niettemin zinvol. In Openb. 3 : 7 wordt de Heere Jezus aangewezen als de Enige Sleutel drager, Die opent en niemand sluit, en Die sluit en niemand opent. Christus heeft die macht aan Zijn dienaars gegeven. En Ik zal u geven de sleutels van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn. En zo wat gij zult ontbinden op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn (Matth. 16 : 19). En in Matth. 18 : 20 staat: aar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen.
De bediening van de sleutelmacht
De bediening van de sleutelmacht De prediking is de bediening van de sleutelmacht. Daardoor wordt het hemelrijk geopend en gesloten. Die sleutel moet gebruikt worden overeenkomstig het bevel van Christus: „Gaat heen in de gehele wereld, predikende het evangelie aan alle kreaturen lerende hen onderhouden-, alles wat Ik u geboden heb." En waar de sleutel zo gebruikt wordt, heeft ze een geweldige macht. De Heere Jezus zegt: „Wie u hoort, hoort Mij en wie u verwerpt, verwerpt Mij." Het zijn gezanten van Christus' wege. En zij moeten het evangelie brengen. In Naam van hun Zender. Aan alle kreaturen. Hoe diep verloren ook. Ja aan doden wordt het evangelie verkondigd. Altijd zal weer de oproep moeten klinken: gaat in door de enge poort, want breed is de weg en wijd is de poort die tot het verderf leidt. En eng is de poort en smal de weg die tot het leven leidt. De rijkdom van Gods genade voor een alles verbeurd hebbend zondaar wordt in Christus Naam verkondigd.
Ja, van Christus' wege wordt ons toegeroepen: laat u met God verzoenen. Maar ook de gruwel van de zonde, het gevaar van het leven zonder God, onze diepe verlorenheid, onze moedwillige ongehoorzaamheid, onze onmogelijkheid en onwil om de weg des Heeren te gaan moet gepredikt worden.
Een tweezijdige prediking
Een tweezijdige prediking Deze tweezijdige prediking zal altijd gebracht moeten worden. Zo is het Gods bevel: zeg het de rechtvaardige dat het hem wel zal gaan, wee de goddeloze, het zal hem kwalijk gaan. Zo moet het hemelrijk in elke prediking geopend en gesloten worden. Gebeurt dat niet, dan is de prediking niet getrouw.
Het gevaar van eenzijdigheid is niet denkbeeldig, Het kan voorkomen dat er alleen maar gesloten wordt. Dat alleen over zonde en oordeel gepreekt wordt. De Heere Jezus spreekt daar het wee over uit (Matth. 23 : 13): ij sluit het koninkrijk der hemelen voor de
mensen, overmits gij daar niet in gaat, nog dengenen, die ingaan zouden, laat ingaan.
We moeten uitgaan in de stegen en dwingen in te gaan.
Het kan ook voorkomen dat er alleen maar geopend wordt. Het is een even groot gevaar, als de toorn van God over de zonde en onbekeerlijkheid wordt verzwegen. Als het kwade goed genoemd wordt. Als het hemelrijk voor de gelovigen wordt gesloten en voor de ongelovigen wordt geopend.
De uitwerking
De uitwerking van de bediening van de woordsleutel kan slechts tweeërlei zijn: penen en sluiten. Aan elk der gelovigen moet verkondigd en openlijk betuigd worden, dat hun zo dikwijls als zij de belofte des Evangelies met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden van God, om de verdiensten van Christus' wil, vergeven zijn. Alle gelovigen, dat zijn zij die door de Heilige Geest overtuigd zijn van hun eigen bankroet, dat aanvaarden en de toevlucht nemen tot de geopende fontein van Christus' bloed. Die zo tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen. Ze ontvangen vergeving van hun zonden. Dikwijls doen ze dat. Telkens is er weer het afzwerven van de Heere. Het dwalen als een schaap. Het zich keren tot hun weg. Maar telkens is er ook weer de kracht van Christus' bloed, dat reinigt van alle zonden. Zo hebben ze nodig de dagelijkse bekering. Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, de toorn Gods blijft op hem. Hij zal het leven niet zien (Joh. 3 : 36).
De ongelovigen... dat zijn zij die de duisternis liever hebben dan het licht, die Zijn Woord niet gaarne aannemen, die voortleven met hun onbekeerlijke hart, die het ruim genot van de wereld tot hun heilgoed achten, of in eigen gerechtigheid hun leven voortzetten. Het wel van de rechtvaardige maakt hen niet jaloers, het wee van de goddeloze verschrikt hen niet. Er wordt niet geweend als er klaagliederen gezongen worden, er wordt niet gedanst als er op de fluit gespeeld wordt. Zij zitten op de markt. Ze doen niet mee. Het ene is te licht en het andere is te zwaar. De Heere noemt ongeloof ongehoorzaamheid. Het hemelrijk wordt hen gesloten. Ze komen er niet in. Zolang zij zich niet bekeren, ligt de toorn Gods op hen.
En jij ...
Wat gebeurt er in de kerk? Het gaat over jou. In feite zit je altijd alleen in de kerk. En dat geldt voor iedereen. Ieder is persoonlijk verantwoordelijk. Niet hoe er gepreekt wordt, maar hoe je luistert. Je moet gaan horen op welke weg je gaat. Of het hemelrijk voor jou geopend wordt of gesloten is.
Is dat niet belangrijk? Ga je nooit naar d'e kerk met die levensvraag? Leef je zo oppervlakkig dat je daar niet mee bezig bent? Stel je jezelf nooit de vraag: mijn ziel doorziet ge uw lot, hoe zult ge rechtvaardig verschijnen voor God? Zet je naarstig en biddend onder de bediening van de sleutelmacht. En als ons dan het hemelrijk gesloten wordt, doe dan als de christen in d; e Christenreis. Hem was door Evangelist een poortje gewezen. Daar moest hij heengaan. En kloppen. En hij ging en klopte, niet eenmaal maar telkens. Hij zei in zijn hart: „Och mocht ik hier eens binnen gaan, ik, snood en boos rebel, die niets verdien dan de hel."
De poortwachter doet open en vraagt wie hij is en vanwaar hij komt. Christen antwoordt: „Ik ben een arm beladen zondaar en kom uit de stad verderf." De poort gaat wijd open en de poortwachter zegt: „Ik ben gewillig met geheel mijn hart."
Zul jij zo ook eenmaal binnengaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1982
Daniel | 28 Pagina's