COCA-COLAGENERATIE
Het ontstaan van aparte jeugdgroepen, los van de wereld van de volwassenen, is een tamelijk recent verschijnsel. De zestiger jaren zullen in de geschiedenis bekend blijven als de jaren van het jeugdprotest. Studentenverzet en jeugdbewegingen deden van zich horen. Het begon met het verschijnsel nozem. Er waren verschillende groepen nozems, •meestal kenbaar aan de sociale laag van de bevolking waaruit ze afkomstig waren. Naast het type nozem dat afkomstig was uit de typische volkswijken van de stad, waren er ook nozemgroepen uit de keurige middenstandswijken, of zelfs de elite-straten. Onaangepast jeugdgedrag kwam over de volle breedte van de westerse jeugd naar voren.
Het karakteristieke beeld van deze nozems werd door de kriminoloog prof. Buikhuizen in beeld gebracht. Het, beeld bestond o.a. uit de volgende elementen: rijden op opgevoerde en lawaai-producerende brommers, rondhangen bij en in cafetaria's, meisjes „versieren", onderlinge vechtpartijen en lastig vallen van voorbijgangers, leegte overstemd door jukebox-lawaai! Buikhuizen boog zich over „de achtergronden van het nozemgedrag" en meende een vast patroon te ontdekken. Hij lanceerde in dit verband voor het eerst de term „provoceren". Deze jongeren provoceerden politie en andere volwassenen. Ze daagden uit zonder vast plan en zonder omlijnd doel en vroegen daarbij onbewust de aandacht van ouderen. Voor Buikhuizen waren deze „provo's" aandachttrekkers zonder doel en uitzicht. Ze wisten de aandacht op zich te richten, genoten vaak ook van die aandacht, maar zonder zelf ergens warm voor te lopen, zonder te weten wat ze wilden.
De provo-beweging, die startte in Amsterdam, nam Buikhuizens naamgeving over, maar bracht er een duidelijker protest-element in. Protest tegen de bestaande maatschappij, protest tegen de en maatschappelijk orde, dit laatste vooral via harde konfrontaties met de politie! De provo's zochten en vonden de publiciteit. Na die tijd kon de jeugdbeweging zeker niet meer genegeerd worden.
Uit Amerika waaide de „flower-power"beweging over. Het hippie-dom met zijn bloemenkinderen, zijn „love and peace", beïnvloedde ook de nederlandse jeugdbeweging. De kabouters legden de nadruk op geweldloze aktie, op demonstraties voor de vrede, op zorg voor het milieu e.d. Vergeleken met de oorspronkelijke nozemgroepen zien we bij provo's en kabouters een meer politiekbewuste jeugd naar voren komen. Zo werden de zestiger jaren de jaren van rumoerig jeugdverzet.
In de zeventiger jaren keerde de rust langzaam weer. We kunnen hier — als in zo veel dingen — een golfbeweging zien. Na een periode van verhoogde aktiviteit en hooggespannen verwachting komt vaak de reaktie in gevoelens van teleurstelling en een verlammende passiviteit. Zo volgden ook de zeventiger jaren op de zestiger jaren als jaren van reaktie. Toekomstverwachting en hervormingsidealen werden verwisseld door „ik-kultuur" en „doemdenken".
Toch is de jeugdbeweging niet verdwenen. Veel van wat voorheen onaangepast, onmaatschappelijk gedrag werd genoemd, is nu algemeen aanvaard gedrag geworden. De idealen van de zestiger jaren spelen nog wel degelijk mee in akties als tegen kernenergie, kern-
bewapening en munitietransporten. Toch moet anderzijds gezegd worden dat de meeste uitingen van jeugdgedrag in deze tijd: meer doen denken aan de nozemtijd dan aan de tijd van provo's en kabouters.
Een bont geheel
I-Iet is erg moeilijk een duidelijk beeld te schetsen van de uitingsvormen van alternatief jeugdgedrag in onze tijd. Het is een bont gekleurde film van jeugdgroepen die aan onze ogen voorbij trekt. Namen als skinheads, rockers, bombers, mods, punks en disko's geven alleen voor de echt ingewijden een duidelijk beeld. Bij iedere groep horen vaste herkenningstekens in kleding, haardracht, houding en levenswijze. De meeste namen doen denken aan de glorietijd van de nozems, toen bijvoorbeeld pleiners en natnekken elkaar in Amsterdam bestookten. Volstrekt nieuwe namen zijn wel die van punks en. disko's en juist deze groepen zijn, het grootst en daarmee het meest representatief voor jeugdgroepen in onze tijd. Punks en disko's vertegenwoordigen de uitersten.
Daartussen zitten groepen die van beide uitersten karaktertrekken vertonen.
Een jeugdgroep vormt op zichzelf een gesloten geheel. De buitenstaander is een potentiële vijand, een andere jeugdgroep is een vijand die zich aandient om mee te vechten. De groep heeft vaste gedragkodes in de verhouding tot de medeleden en naar buiten toe. Een jeugdgroep heeft vaak iets van een. clan; je moet er echt intreden en de regels van de groep volledig tot de jouwe maken. Je hoort er dan echt bij, je bent dan pa's „in". Zoals de oude dorpsgemeenschap sociale kontrole uitoefende op de leden ervan, zo kent de jeugdgroep een vergaande (a-)sociale kontrole. De groep „voedt op" en vormt de leden. De invloed van een jeugdgroep is — ontstellende gedachte voor opvoeders! — vaak groter dan die van gezin en school. De regels gesteld door ouderen worden ontdoken of aangevochten, de regels van de jeugdgroep worden loyaal nageleefd. Jongeren schijnen ook in deze tijd wel degelijk behoefte te hebben aan vaste regels, alleen het zijn wel hun regels en niet die van de volwassenen.....
Punks en disko's
De twee meest representatieve groepen zijn de punks en de disko's. Het is daarom verhelderend ze uit de doolhof van groepen te lichten en daarmee ook de uitersten wat meer reliëf te geven.
De punker is het hardere, maatschappijkritisch ingestelde type. Jongeren van dit type voeren agressieve akties, houden van gevechten met de Mobiele Eenheid e.d. Het kan heel kort worden gezegd: „Punk is verzet".
De disko is het zachtere, konsumptief ingestelde type. De disko houdt van zo maar wat rondhangen, heeft zorg voor opvallende, modieuze kleding en makeup. De vrije tijd wordt „gevuld" met disko in en disko uit. „Je drinkt wat, praat, danst op een goede plaat." Buiten de vrije tijd draait dit type jongere veelal gewoon mee in de tredmolen van de dagelijkse gang op school of op het werk. De verdeling in punks en disko's is maar heel globaal, vele variaties zijn mogelijk.
Coco-coïageneratie?
Als gezocht wordt, naar een etiketje voor allerlei jeugdgedrag en verschillende jeugdgroepen, dan heeft mem het wel eens over de coca-colageneratie. Boven dit stukje is dit etiketje van een vraagteken voorzien: in hoeverre kunnen we een dergelijk etiketje drukken op „de" jeugdbeweging van onze tijd? Coca-cola roept bij mij associatie op met de cafetaria, waar wat jongeren rondhangen bij de jukebox of de flipperkast. Het zal meteen duidelijk zijn dat zo'n beeld
zeker niet voor de hele jeugdbeweging opgaat. Veel jongeren vinden coca-cola maar een kinderdrankje. Alkohol-en druggebruik tieren weliger dan ooit tevoren. De aanduiding coca-colageneratie moet dus niet al te letterlijk worden genomen.
Moeten we dan toch wel denken aan de cafetaria als ontmoetingsruimte van jongeren? De sfeer van de cafetaria „om de hoek" is niet direkt de sfeer die veel jongeren zoeken. Er is variatie in ontmoetingsruimte: de cafetaria, de bar, de disko(theek), de jongerensoos of het klubhuis. En dan is er toch ook nog wel verschil tussen bijvoorbeeld een diskotheek en — om maar een heel extreem voorbeeld te noemen — het klubhuis van de Black Harleys in Gouda, waar achter de dichtgelaste ramen en versterkte deuren allerlei kriminele praktijken plaatsvonden.
Die verscheidenheid zien we ook in het jeugdgedrag. Wat brengt jongeren samen in deze ontmoetingsruimten? Wat beweegt ze? Wat zoeken ze? Is het verzet tegen de maatschappelijke orde? Of volgen ze volledig de maatschappelijke orde in een slaafse konsumptieraentaliteit? Of zien we wellicht een merkwaardige vermenging van dergelijke, op het oog tegengestelde elementen? Komen jongeren samen voor aktie of voor een passief „er gewoon zijn"? Roept de muziek van de „The sex pistols" latente agressiviteit in je wakker of maakt de burgerlijke, verkommercialiseerde muziek van „Abba" dat je je happy voelt in de disko van deze avond?
De etikettering van „de" jeugdbeweging als coca-colageneratie maakt de „zachtste" uitingen van jeugdgedrag te veel tot dé uitingen van jeugdgedrag. Er zijn ook „harden"; er zijn ook punks! En deze punks schreeuwen hard en overstemmen wellicht de „zachten"! En toch zijn er meer disko's dan punks en daarom is het waarschijnlijk nog zo gek niet dat we spreken van een coca-colageneratie......
Een disko-avondje
Een disko-avondje is dé vulling van een vrije avond voor veel jongeren. In de di'skotheek schettert een lawaaierige, maar goed in het gehoor liggend muziek. Er wordt wat gehangen aan de bar en eindeloos gekletst. Er wordt wat gedanst. Je bent samen. Je kijkt naar elkaar en je doet als de anderen. Onschuldig, niet waar? Of leegte!
Maar zo onschuldig is ook een diskoavondje niet. Alles is wel verburgerlijkt en aangepast aan de smaak van de massa. Maar de achterliggende normen en waarden zijn zeker niet de waarden en normen die ons vanuit de Heilige Schrift en een daarop gebaseerde traditie worden aangereikt. De in de disko gebruikelijke „vrije omgang" tussen jongens en meisjes en de dans als „sexueel ge-
schuifel", maken sexualiteit tot een konsumptieartikel. De muziek is modern en goedkoop. Ilct drankgebruik is een zeker niet te verwaarlozen faktor. De gesprekken en de sfeer doen geen beroep op positieve inzet in het leven.
Jeugdbeweging en kerkelijke jongeren
De vraag kan worden gesteld: gaat dit alles aan kerkelijke jongeren voorbij? Allereerst kennen ook wij een groep randkerkelijke jongeren, die in rechtstreeks kontakt staat met het verschijnsel jeugdbeweging, in welke vorm dan ook. Daarnaast zijn cr de meer indirekte invloeden. Er is de sluipende beïnvloeding via muziek, reklame, de massamedia. Het lijkt wel alsof het vaak alleen maar in d.e lucht zit, in het totale leefklimaat van onze tijd.
Die invloeden zou ik vooral op een viertal aspekten van het gedrag van ook kerkelijke jongeren willen betrekken:
- In de eerste plaats kan ook bij kerkelijke jongeren worden gekonstateerd dat het gezag minder vanzelfsprekend wordt geaksepteerd, dat de gezagsdrager rekening moet houden met kritische vragen en uitingen.
Iets van het moderne vrijheidsstreven, in d.e zin van bevrijding van betutteling is hierin best herkenbaar.
- In de tweede plaats konstateer ik toch ook symptomen van normvervaging en vervaging. van wat tot nu toe altijd als goede omgangsvormen golden.
- In de derde plaats gaat ook het konsumptiegedrag — maar niet alleen onder jongeren! — vaak grote overeenkomsten vertonen met dat van leeftijdsgenoten uit de jeugdbeweging. De coca-colageneratie 'staat wat dat betreft ook zeker niet buiten ons. Allerlei bijbaantjes naast de studie moet de voorwaarde scheppen een bepaald bestedingspatroon te kunnen verwezenlijken.
- In de vierde plaats wil ik toch ook nog wijzen op de neiging onder veel jongeren onder te duiken in de groep. Het groepsproces, zoals het boven werd geschetst — al of niet van een alternatief karakter — is ook onze jongeren niet vreemd.
We kunnen deze zaken signaleren, maar wat doen we er mee? Elk kind van een nieuwe generatie is, meer dan we wellicht willen toegeven, kind van zijn tijd. Het is daarom ook onvermijdelijk dat jongeren iets van het tijdsbeeld vertonen. Volwassenen doen er goed aan dit te erkennen. Ideaal is het nooit geweest! Echter zullen kerkelijke jongeren herkenbaar dienen te blijven, ook in hun levensstijl. Hun mentaliteit, hun omgang met elkaar mag best opvallen, in de goede zin van het woord. Ook dat behoort tot het „zich onbesmet bewaren van de wereld".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982
Daniel | 28 Pagina's