LICHT IN DE WOESTIJN
ONS VERVOLGVERHAAL
Ook deze avond duurt het erg lang voor Fedjah slaapt. Zijn gedachten gaan nog naar de dokter uit, en naar vader die dit alles zomaar zonder meer afwees.
Dan denkt hij weer aan wat de dokter heeft gezegd. En langzaam vouwt hij zijn handen, nee bidden kan hij niet, durft hij ook niet, het is alsof hij fluistert: „O, God van de dokter, help ook mij..." Zo slaapt hij in.
Een week gaat voorbij. Vader heeft inmiddels alles aan moeder verteld. Eerst opperde zij om het toch te proberen bij die dokter, vooral als het toch niet kost. Maar toen zag zij vaders gezicht steeds donkerder worden. Toen hield ze haar mond maar.
Vandaag zou de dokter terugkomen, misschien vergeet hij het wel. Wat betekent zo'n jongetje nu, zo midden in het woestijnzand?
Maar dr. Willems is Fedjah niet vergeten. 's Morgens vroeg is hij weer op reis gegaan. En weer in de brandende zon komt hij aan bij de bron. Zijn jeep zet hij onder de bomen.
Hij kijkt om zich heen. Zou Fedjah er niet zijn? Hij loopt heen en weer, maar er is niemand. Zou hij ziek zijn? Of is er wat anders gebeurd?
Hij is juist van plan het dorpje binnen te wandelen, als er een man op hem af komt.
„Bent u die vreemde dokter, waar mijn zoon mee gesproken heeft? "
„Als u Fedjah bedoelt, ja, dan ben ik het."
De dokter fronst zijn voorhoofd. Is dit Fedjah's vader en wat wil hij? Lang hoeft hij niet op antwoord te wachten. Vader komt dreigend dichterbij.
„Begrijp dan een ding goed, Fedjah zal nooit met mijn toestemming bij u in het ziekenhuis komen. Het is de straf van Allah dat hij blind is, daar kan ik niets aan veranderen en u helemaal niet... en maak nu dat u weg komt."
Verwonderd kijkt de dokter vader aan. Is er zo veel vijandschap? Hij keert zich om naar zijn jeep Hij ziet het vuur in vaders ogen
Als je goed zou luisteren, hoor je een jongen huilen. Een jongen die door zijn vader in een donker schuurtje achter het huis is opgesloten. Een jongen die blind is... en blind moet blijven... Fedjah!
De dagen vliegen voorbij, de weken rijgen zich aaneen. Vader spreekt bijna niet meer. Fedjah gaat weer elke dag naar de bron in de hoop de dokter nog eens te ontmoeten. Het blijft bij een stille verwachting.
Eén is er, die echter niets vergeten is... moeder! Alles wil ze vader wel vergeven, dat hij haar wel eens slaat, dat hij oneerlijk is in zijn handel, och, wie is dat niet? !
Maar dat hij haar liefste jongen zomaar opsloot en zelf naar die vreemde dokter ging, hem zomaar bars wegstuurde, terwijl er toch misschien, heel misschien een vleugje hoop was... neen, dat niet, dat vindt ze verschrikkelijk. En binnen in haar groeit een plan, wel gevaarlijk, maar toch als het lukt
Door de straten van de stad loopt een vrouw. Af en toe kijkt ze achterom net of ze bang is dat ze gevolgd wordt. Een paar keer heeft, ze de weg al gevraagd.
Dan plotseling blijft ze staan voor een groot wit gebouw. Hier moet het zijn.
Dan valt haar oog op een groot bord, waarop met zwarte letters geschreven staat: Hospitaal „De Verwachting".
Ze opent het hek, gaat de drie treden voor de ingang op, voelt aan de deur... Ja, gelukkig, deze is open. Wat angstig kijkt ze rond. Mag je zo maar binnen lopen, en mag je zomaar iets gaan vragen? Voordat ze zelf een antwoord op deze vragen kan geven, komt er een vriendelijke zuster naar haar toe. „Zoekt u iets? " vraagt zij.
Weifelend kijkt Fedjah's moeder, want zij is het, de zuster aan.
„Uh, ja... ik zou... ik wil graag de dokter spreken... als het kan."
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982
Daniel | 28 Pagina's