JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE WERELD VAN DE POPMUZIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WERELD VAN DE POPMUZIEK

6 minuten leestijd

Na de Tweede Wereldoorlog, hebben jongeren langzamerhand een geheel eigen plaats binnen de westerse samenleving gekregen.

Tieners zijn niet gewoon maar jongelui van zo ergens tussen twaalf en twintig jaar, maar mensen met een eigen status en de daarmee gepaard gaande uiterlijke kenmerken als kleding en haardracht. De industrie — beter misschien de kommercie — heeft dit heel goed begrepen. Er zijn boeken voor tieners, truien voor tieners, tijdschriften voor tieners, dranken voor tieners (of dat nu melk of shandy is, dat doet niet ter zake), giroblauwe betaalkaarten voor tieners en — last but not least — grammofoonplaten voor tieners.

Muziek voor tieners

Er is muziek voor tieners: popmuziek. (Ik waag me er niet aan het begrip „popmuziek" —• een afkorting van popular music — duidelijk af te bakenen. Iedereen begrijpt wat er mee bedoeld wordt).

Iedereen die een beetje op de hoogte is van het huidige pop-gebeuren, weet dat er een stortvloed van l.p.'s en singletjes over de hoofden van jongeren wordt uitgestort. Grammofoonplatenzaken, die gespecialiseerd zijn in pop, beat en underground, zijn als paddestoelen uit de grond geschoten. Popmuziek als „kreatieve" uiting van de westerse jeugd is niet meer weg te denken in onze samenleving. Iedereen, jong en oud, christen en niet-christen, komt in meerdere of mindere mate met deze muziek in aanraking. Vooral als je jong bent is de kans dat je er mee gekonfronteerd wordt erg groot. En als je er mee gekonfronteerd wordt, zul je ook je houding er tegenover moeten bepalen. Dat is onvermijdelijk. Om je mening te vormen moet je er echter wel iets van afweten. Ik heb te weinig ruimte om er diep op in te gaan. Daarom wil ik met behulp van een aantal citaten uit boeken en artikelen je de sfeer laten proeven van de leefwereld waarin pop-musici en hun aanhang verkeren.

In '69 waren 450.000 bezoekers in Woodstock voor „drie dagen liefde, vrede en muziek" en het heette dat niemand die daar aanwezig was, ooit nog de oude zou zijn. Het jaar daarop werden zulke toogdagen (Kralingse Bos) ook in Nederland belegd .... (H.P. 22-12-'79).

.... Een weeïge lucht van marihuana hangt in het gehele bos. Een foldertje dat ik opraap, gelijkt sterk op het traktaat van een of andere godsdienst; een zwevend „boeddha"-beeld, omgeven door een stralenkrans van licht staat er op afgebeeld. Aan de bomen zijn overal grote affiches vastgeplakt of gespijkerd: „transcedente meditatie", „kosmocentrum", „paradiso" staat er op .. . Popmuziek, oosterse mystiek en verdovende middelen houden drie dagen lang tienduizenden jongeren in hun magische greep )t . . (J. A. E. Vermaat: Signalen van de eindtijd).

Popmicsici hebben zelf toegegeven dat „de duivel in de popmuziek is gevaren". De bekende popgroep „The Rolling Stones" heeft een song op de markt gebracht die als titel draagt: sympathie voor de duivel. En in een ander lied wordt opgeroepen liefde en gunst te geven aan de duivel, als vorst der duisternis . . . (J. A. E. Vermaat: Signalen van de eindtijd).

„De Stones zijn niet zomaar een groep, ze zijn een manier van leven", heette het destijds. Wat hield die manier van leven dan in? In ieder geval niets dat opvoeders bovenmatig gerust vermocht te stellen. Zalen veranderden in ruines, het ene proces wegens druggebruik ging logisch in het volgende over. Een publiciteitsfoto uit 1966 liet de heren zien in een engels legeruniform en opgemaakt als dames van middelbare leeftijd, de groep in nazi-uniform bezig zachtroze poppen onder laarzen te vertrappen en de opwekking op een hoes voor een elpee om een blinde te beroven om op deze wijze de aanschaf te kunnen bekostigen. Paniek alom ., . . . (Popscore, tien jaar popjournalistiek). Wat we vooral in de popmuziek van de beginjaren '70 zien, is het opblazen van de „mind". De teksten behelzen odes aan mystieke heuvelen, de rand van de aarde, terioijl demonen, tovenaars en magische magisters in de songs de hoofdrol vervullen. (Haagse Post).

De muziek is hier een soort bizarre godsdienst geworden, die een mystieke sfeer ademt, een sfeer waarin het rationele op de achtergrond raakt en druggebruik en oosterse mystiek een belangrijke rol spelen.

Halverwege '72 treedt een nieuwe generatie sterren aan. Ze keren zich af van de rumoerige bombast en keren terug naar de rock & roll. Veclsatijn, mascara, avondkostuums, bonte opsmuk. Travestie en perversiteit als basis-ingrediënten voor de theatrale shows.

David Boioie, een vertegenwoordiger van de nieuwe stroming, zegt: „Ik doe geen uitspraken over mijn bi-sexualiteit, omdat dat een goede publiektrekkcr zou zijn. Llijn li-sexualiteit en extravagantie zijn onvervreemdbare karaktertrekken van mij. Ik vertik ('k heb z'n taal iets gekuist, K) het om me er voor te schamen."

Dit zijn sexuele uitspattingen in de meest, bizarre vorm.

Pank

Eind '76 meldt zich de „punk" aan, uiteraard-kompleet met piekkuifjes, veiligheidsspelden en vals gestemde gitaren, vechtpartijen en... een hoop herrie. Het is een reaktie op de ivoren-torenmentaliteit van popmusici uit de jaren zestig. „I hate hippies", zegt John Rotten (rotten kun je gewoon letterlijk vertalen, dat is de bedoeling).

„Niks samen een nieuwe wereld opbouwen, de maatschappij is één grote rotzooi en je moet pakken wat je pakken kunt, I'm an antichrist, I'm an antichrist I don't know zohat I want but I know how to get is."

„De punk heeft zichzelf omgebracht", zegt Jip Golsteijn, popredakteur van De Telegraaf, „het verschijnsel was gericht op destruktie en het is een oud verhaal: destruktie leidt tot zelf-destruktie."

Disko

Na een hele week van sleur, saai werk of nog saaiere werkloosheid, leef je toe naar die ene avond dat je met een snelle outfit, bestudeerde haarcoupe, dure drankjes en dope de ster kunt zijn op de dansvloer. De muziek komt op het tweede plan. Alleen het ritme telt nog mee. De sterren zijn verdwenen.

De muur van geluid overdondert en dwingt om te dansen, „Everybody get up and boogie". En daar ga je, met een partner of alleen, dat doet er niet toe, het gaat om jou, jij bent de ster.

Het eindpunt is bereikt. Iedereen is zijn eigen ster.

Tot slot

Ik heb slechts een beperkt aantal facetten van de popmuziek kunnen aanhalen. Onvolledigheid (en misschien ook eenzijdigheid) zijn onvermijdelijk wanneer je het komplexe geheel van de populaire muziek overziet.

Toch hoop ik dat je na deze informatie begrijpt wat de gevaren van de popmuziek zijn. Het is een wereld waar christenen niet thuis horen.

Het is eenzelfde wereld als waarvan Paulus tegen de Korinthiërs zegt:

En wat samenstelling heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met de ongelovige? Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: k zal in hen wonen en Ik zal onder hen wandelen en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mij een volk zijn. Daaroin gaat uit het midden van hen en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is en Ik zal idieden aannemen (2 Kor. 6 : 15-17).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

Daniel | 28 Pagina's

DE WERELD VAN DE POPMUZIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

Daniel | 28 Pagina's