JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE DOMME VOS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DOMME VOS

VEERVOLGVERHAAL DEEL II

7 minuten leestijd

Straks zullen er duizenden en duizenden overvliegen om: naar de broedplaatsen te gaan in het hoge noorden.

De poolvos likt zich de lippen.

In gedachten ziet hij de eenden, ganzen, burgemeestersmeeuwen, parelduikers en de vele, vele andere soorten vogels. Straks zullen hun nesten vol heerlijke eieren liggen!

Zal hij het wagen ?

Iedere dag kan het ijs de vos meevoeren naar zijn hol op de toendra. Hij kan echter de beer nog. niet missen en haast zich hem na het spel met de meeuw op te zoeken. Als hij weer bovenop de ijsrug staat, moet hij even zijn lange, zangerige roep laten horen. Zijn vrouwtje kan hem niet horen, anders zou ze vast en zeker antwoorden. Toch roept hij nog een paar keer, maar alleen het grommende, krakende ijs, dat door de vloed bewogen wordt, geeft hem antwoord. Het ijs en...? De vos hoort plotseling een enorme plons, hij steekt' zijn spitse snuit in de lucht. Daar, een paar honderd meter naar het oosten toe, is de beer in een open geul gedoken! Langzaam zwemt hij over de brede strook water, zijn bontjas drijft om hem heen en maakt hem. twee maal zo breed. Zijn kop lijkt net een stukje ijs, dat langzaam naar een enorme schots drijft. Met een 'sneltreinvaart rent de vos langs de ijsrug omlaag naar de geul. Hij kan zeker zo goed zwemmen als dé beer, maar doet het. nooit, behalve als de nood dringt.. Zijn pels is niet ge-olied zoals die van de beer, zodat hij kletsnet en rillend van de kou uit het water zou komen.

Maar hij kan springen! Een onregelmatige rij ijsblokken leidt naar de schots, die door de beer als uitkijkpost is uitgekozen. De vos staat een ogenblik vol spanning te wachten tot de beer uit het water klimt. Als hij het lawaai hoort waarmee de dikke ijsberevacht terugklatert in de geul, trekt hij teleurgesteld z'11 zwarte neus op. Voor al die herrie gaat elke prooi op de loop. Hij aarzelt even. Als hij hier blijft, zal hij vast en zeker met een lege maag moeten gaan slapen. Speurend volgen zijn scherpe ogen de reeks losse schotsen die hem scheiden van het ijs-eiland dat de beer heeft uitgekozen. Zal hij het wagen? Zijn dunne poten trillen, hij schat nog één keer de afstand, dan springt hij en bereikt met droge poten het bere-eiland.

Dan... een sprong!

Midden op de schots ligt een stapeltje oude ijsblokken. De vos beklimt het zonder ook maar het enigste geluid te maken. Vlakbij de top vindt hij een prachtig plekje om ongezien naar de beer te gluren. Deze zit plat op zijn brede achterste, hij heeft de voorpoten gestrekt en loert om de hoek van een brok ijs naar het wateroppervlak in de hoop dat er een zeehond op zal duiken. Zijn geduld is eindeloos.

De middag is al bijna voorbij als er plotseling een „oogrok", een baardige zeehond — bijna zo groot als de beer — uit het water omhoogschiet. 't Is alsof hij vol lucht zit, zo krachtig schieten zijn kop en schouders boven het water uit. Een paar minuten wel blijft hij zo rechtstandig drijven, uitkijkend naar gevaar. De slimme ijsbeer zit roerloos en de vos durft amper adem te halen. Met een enorme zet van zijn rug en achtervinnen duikt hij omhoog op het ijs. Daar draait hij zich om en met de voorvinnen over de rand, gereed om bij het minste teken van onx"aad in zee te duiken, laat hij zich koesteren door de zon. Met tussenpozen van vijftien hartslagen licht hij zijn kop op om er zeker van te zijn dat hij veilig is.

De beer weet precies hoelang die pauzes duren. Als het een pelsrob was, zouden de tussenpozen half zo lang zijn. Iiij past zijn sluipende gang aan bij de kijktijden van de zeehond. Plat op het ijs, met wijd uitgestrekte poten schuift hij voorwaarts. Net voor de zeehond opkijkt, ligt hij stil, een sneeuwhoop te midden van de vele andere en even roerloos. De pels van de oogrok is door de zonnewarmte al gedroogd en heeft de zilveren kleur van het ijs aangenomen, als de beer hem op enkele meters na genaderd is. Over de uitgespreide achtervinnen van de oogrok valt nu de schaduw van het stapeltje ijsblokken waarop de vo's vol spanning zit te wachten. De zeehond' trekt ze samen, zijn neus beweegt omlaag naar het water.....

Dan, een sprong! Met alle kracht die hij bezit werpt de beer zich op zijn prooi. En met één klap van zijn poot doodt hij het te laat wegvluchtende dier.

Naar het oosten

Dwars door het pakijs, dat naar het oosten voert, baant de beer zich een weg. Na d'e kostelijke maaltijd heeft, hij twaalf uren aan een stuk geslapen. Hoewel er nog heel wat over is van zijn prooi heeft hij er niets meer van gegeten. Vanaf de rand van de schots kijkt de vos hem na. Ook hij heeft evenlang geslapen als de beer. Toen zijn gastheer zich dik gegeten had, is hij begonnen. Het was goed rusten met een volle maag. Nu staat hij trillend van spanning dé beer na te kijken.

De vele geulen die door het pakijs lopen, zijn met een dunne laag ijs bedekt. De beer kan er gemakkelijk door heen zwemmen, maar dit „rubberijs" is te dun voor de vos om er overheen te lopen. En er is nóg wat! De beer gaat de verkeerde kant op! Hij behoort naar het noorden te reizen, net als hij! Dit ijs drijft zoetjesaan naar de Beringstraat.

Aarzelend doet de vos een paar stapjes in de richting van de Beringzee, daar moet hij heen wil hij niet met het ijs mee de Nortonsont in gedreven worden. Maar hij moet ook eten! De jonge zeehonden bevinden zich in deze tijd van het jaar allemaal onder het ijs, daar kan hij nooit bij en hoewel de paar garnalen die hij uit het ijs zou kunnen krabben hem wel in het leven zouden kunnen houden, helemaal zeker is dat niet. Er is ook nog een kansje dat hij een andere beer zal kunnen vinden, maar ook dat is te onzeker.

Hij kan de beer niet meer zien, maar zijn spoor is gemakkelijk te volgen door het rubberijs heen. Nog aarzelt de vos. Zijn instinkt vertelt hem dat hij dom doet zijn logge gastheer te volgen, maar de angst om honger te lijden is sterker. Voorzichtig laat hij zich van de schots glijden; hij houdt zijn poten wijd opzij uitgestrekt, zoals de beer deed toen hij de zeehond besloop. Het dunne ijs geeft mee onder hem, maar het breekt niet. Als hij: op een andere schots springt, gaat het stuk, niet zoals zoetwaterijs barst, het verbrokkelt. Alleen zijn achterpoten worden nat. Binnen tien minuten heeft hij de beer ingehaald.

Deze ligt te rusten op een grote schots. Langs de zijkant is een hoge rand'. De vos loopt er overheen en verschijnt brutaalweg vlak voor zijn gastheer. Hij doet alsof hij hem niet in de gaten heeft, alsof hij hem volmaakt onbelangrijk vindt. Hij krabbelt aan de rand van een ijsblok. De beer gromt van woede. Wat! Is hij dat ellendige beest nou nog niet kwijt!? Die plaaggeest, die treiteraar! Dat dier dat hem al maanden het leven zuur maakt en altijd' kans ziet hem te vlug af te zijn! Impulsief springt hij op de vos af, maar zijn klauw blijft haken in een scheur en vlak voor de keffende vos smakt hij op zijn gezicht. Deze maakt brutaal een rondedansje en lacht hem vierkant uit. Nu kent de woede van de beer geen grenzen meer en laaiend van boosheid zet hij de vos na. Deze ontwijkt hem handig en springt op d'e hoge ijsrand. De beer ziet nijdig van een verdere vervolging af en alsof er niets gebeurd is wordt hun verhouding weer hervat. Een wrokkige leider en een slaafse volgeling!

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

Daniel | 28 Pagina's

DE DOMME VOS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1982

Daniel | 28 Pagina's