MIJLPAAL VOOR DE GEMEENTEN IN IRIAN
„Als kleine jongen was ik nogal eens zoek, en het trekken zat mij wel wat in het bloed", vertelt ds. Mijnders ons. Hij blijkt graag te reizen. Zo is hij o.a. enkele keren in Amerika geweest en in Zuid-Afrika, en nu dan naar Indonesië. Hij is duidelijk nog vol van de reis. Pas enkele dagen thuis, 't Was al lang zijn wens ons zendingsterrein in Irian eens te bezoeken, vooral na het zien van een zendingsfilm. Toen hij dan ook hoorde dat er enkele gembala's zouden worden bevestigd, zei hij tegen z'n vrouw: „Daar zou ik graag heengaan."
Na lang wikken en wegen — en natuurlijk ook de nodige voorbereidingen — vertrok ds. Mijnders samen met zijn vrouw en een bevriende familie. Dat was 14 januari. Op het laatste moment viel er nog een schaduw over het vertrek: er waren geen visa voor het binnenland verleend. Toch vertrokken ze naar Bali. Groot was de vreugde toen ze na een kleine week hoorden, dat ze toch het binnenland in mochten. De vrouwen keerden nu terug naar Nederland.
In Djakarta troffen ze zendingsdeputaat ds. H. Paul aan met ouderling Polder uit Veenendaal en d.e moeder van ds. Vreugdenhil. Gezamenlijk reisde men. naar Biak. Daar werd d.e zondag doorgebracht. „De warmte was erg benauwend", vertelt, ds. Mijnders, „en de badcel in ons „hotel" vol ongedierte."
Maandag. 25 januari vertrok men naar Sentani, waar de heer G. Nieuwenhuis hen opwachtte. Op die dag werden ook de verdere papieren in orde gemaakt, en de volgende dag vertrok men naar Pass Valley. Ds. Paul, ouderling Polder en mevrouw Vreugdenhil met een vliegtuigje van de M.A.F., ds. Mijnders en twee vrienden met een gecharterd vliegtuigje. Zendingsarbeider Looijen loodste hen bekwaam binnen op de strip. „Ja", vertelt onze gastheer, „dat was een hele belevenis. Je hebt er veel over gehoord en gezien, maar het is toch heel anders als je er komt. 't Is een totaal andere wereld en erg geïsoleerd."
Even later arriveerden ook de andere zendingsarbeiders, o.a. ds. G. Kuyt en zuster Marry van Moolenbroek. Ds. Kuyt zou twee van d.e zes gembala's in Pass Valley bevestigen. Hoe gevaarlijk het reizen daar is, bleek wel uit wat ds. Kuyt vertelde. Waarschijnlijk door een foutieve handeling van de piloot, of een bepaalde luchtstroom, dreigde het vliegtuigje te verongelukken. Vooral Marry van Moolenbroek was erg geschrokken. Dat was te begrijpen. Zij heeft al eens een vliegtuigongeluk meegemaakt. „Het is daar toch wel een heel afhankelijk leven", merkt ds. Mijnders op. Ook heel anders. Onze gastheer vertelt, dat hij, op z'n vraag hoe laat de volgende dag de bevestigingsdienst zou beginnen, te horen kreeg dat men dat niet precies wist. Er zou namelijk een gezamenlijke maaltijd worden gehouden na d.e dienst, een zogenaamd varkensfeest. Er moesten echter eerst nog de nodige voorbereidingen getroffen worden, o.a. het verhitten van de kookput. In plaats van een varkensfeest werd het echter een koeienfeest. Eén van de reisgenoten van ds. Mijnders kocht namelijk de koe
van de heer Looijen en schonk die aan de Papoea's. 'Met levendige gebaren wordt ons verteld hoe de Papoea's met z'n allen de koe, die toch al niet zo mak was, probeerden te vangen en te doden. Ook het klaarmaken werd gezamenlijk gedaan. Alles aan de koe bleek bruikbaar. En dus ook eetbaar.
De volgende dag, dur-woensdag 27 januari, vond de bevestiging plaats. De klok werd geluid, , , 't Was indrukwekkend, overal kwamen de mensen vandaan. De kerk liep stampvol." Ds. Mijnders dacht dat er ongeveer 500 a 600 kerkgangers waren. Door ds. Kuyt werden Thomas en Yen in het ambt van gembala bevestigd. Hoewel ds. Mijnders van de dienst zelf niets had kunnen verstaan, had het geheel wel grote indruk op hem gemaakt. Wat een zegen was deze gebeurtenis voor het zendingswerk. Zelf had ds. Mijnders aan de handoplegging deelgenomen en wel met de tekst uit. Hebr. 13 : 5b: want Hij heeft gezegd: k zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten." Ds. Paul had via twee tolken de gembala's toegesproken.
Zondag 31 januari vond de; bevestiging in Landikma plaats. Hier werden Sobanwarek, Enos en Onggawarlog als gembala's de wijngaard van hun grote Meester ingezonden. Van deze dienst wist ds. Mijnders meer te vertellen, omdat, hij van ds. Vreugdenhil een samenvatting, in het nederlands gekregen had. Als tek'st had ds. Vreugdenhil de eerste vier verzen uit 1 Petrus 5 gekozen. Naar goed gebruik was dit uitgewerkt in drie punten. Zo kwamen achtereenvolgens het ambt, het. werk en het loon van de gembala aan de orde.
Heel konkreet ging ds. Vreugdenhil op deze punten in. Zo hield hij hen voor dat het ambt van gembala mee zal brengen een „lijden voor het evangelie". Ze mogen niet heersen over de kudde, maar moeten ze weiden in de grazige vlakten van het Woord van God. Vooral moeten ze zelf het voorbeeld, geven in leer èn leven. „Geef het goede voorbeeld, mannen. Heers niet, maar dien! Zoals d.e schapen achter hun herder aangaan, zo zullen de gemeenteleden u volgen. Geeft u niets in de kollekte, dan zullen zij dat ook niet doen. Mishandelt u uw vrouw, dan zullen zij u daarin volgen. Leeft u voor deze wereld, zo zullen zij u daarin volgen. Hebt u daarentegen Christus hartelijk lief, bent u betrouwbaar, regeert u uw gezin zoals het hoort, zo zullen uw schapen daarin het goede voorbeeld hebben en in uw leven zelf al een getuigenis."
Aan 't eind van de dienst werd hen voorgehouden wat het uiteindelijke loon voor een getrouwe gembala zijn zal. „En als dan de overste Herder verschijnen zal, zal het van Zijn lippen klinken: Enos, u hebt getrouw uw werk gedaan in Landikma, ga in in de vreugde uws Heeren. Sabonwarek, u werkte trouw in. Nipsan, ga in in de vreugde uws Heeren. Onggawarlog, u gaf het goede voorbeeld in Bommela, Ik heb uw woord gebruikt tot bekering van zondaren, ga in in de vreugde uws Heeren."
De betekenis van deze bevestigingen is natuurlijk erg groot, 't Is een mijlpaal op weg naar de zelfstandigheid van de zendingskerk op Irian. Eerder was dat al de instituering van plaatselijke gemeenten met een eigen kerkeraad. Nu kunnen Woord en Sakrament bediend worden door eigen dienaren des Woords.
En al zal leiding en vooral begeleiding nog wel nodig blijven, het begin van zelfstandigheid is er. Het is een bewuste keus geweest van onze zending om in Irian tot een snelle zelfstandigwording. Simpel gezegd betekent dat, dat onze zendingsmedewerkers zich zo snel mogelijk overbodig moeten maken. De gemeenten op Irian moeten zonodig op eigen benen kunnen staan. In China bijv. was dat niet gebeurd. Toen Mao in 1952 alle buitenlandse zendelingen het land uitzette, was er geen eigen chinees kader dat de leiding over kon nemen. De gevolgen waren desastreus.
Voor pionier (ds. Kuyt) en bouwer (ds. Vreugdenhil) — of, bijbelser: planter en natmaker — moeten deze dagen dan ook heel bijzonder geweest zijn.
Op onze vraag wat nu de meeste indruk op ds. Mijnders gemaakt heeft, vertelt hij over z'n gesprek met Sabonwarek. „Dat is een jongen die in zijn hele handel en wandel de vreze des Heeren uitstraalt. Hij gaat naar Nipsan, de meest gevaarlijke post. 'k Zei tegen hem: ga je niet liever naar een andere plaats? Hij was echter overtuigd dat de Heere hem daar een werkterrein had aangewezen. Zijn leven was in de hand van. de I-Ieere. Hij verwonderde zich erover dat de Heere hem voor dit werk had uitgekozen, terwijl hij niet beter was dan z'n stamgenoten."
De geloofsblijheid is daar erg sterk, de geloofsverwondering groot. Ze zijn nog zo pas uit het heidendom gehaald. En bovendien zijn ze in hun uitingen zo ongekunsteld. Wij schamen ons zo vaak, vertelt de dominee. Bij de handoplegging had hij diep ervaren „dat God geen aannemer des persoons is. Straks vóór de troon zal het zijn één kudde en één Herder." Hier werden de drie gembala's weer via twee tolken door ds. Mijnders toegesproken. Ook had ds. Mijnders diep respekt voor de zendingsarbeiders. Met eigen ogen had hij de brug gezien over de Landi (zie RD van 16 febr.). Hij had gezien met hoeveel overgave en zelfopoffering er gewerkt wordt. Hoe de zieken daar worden geholpen en welke teleurstellingen zich hierbij vaak voordoen. Teleurstellingen, omdat bijvoorbeeld ouders hun zieke kind toch weer uit de kliniek mee haar huis nemen, terwijl men weet dat zo'n kind dan vrijwel zeker ten dode is opgeschreven.
Er zou nog veel te vertellen zijn., maar onze ruimte is beperkt. Bovendien zal in. de komende „Paulus" uitvoerig op een en ander ingegaan worden. Wel is het nog. aardig te vermelden dat ds. Mijnders bij een van zijn overnachtingen in Pass Valley twee keer in één nacht door z'n bed zakte. In een oogwenk stond ieder om z'n bed, geschrokken door de klap, maar al gauw lachend om het schouwspel. Ds. Kuyt vertelde dat het nog wel een van de eerste bedden was die hij zelf getimmerd had. Het slachtoffer antwoordde: het is te hopen dat je een betere zendeling dan een timmerman bent.
Tot slot. We moeten niet al te romantische gedachten hebben van het zendingswerk. De arbeid daar is zwaar en moeilijk. En vooral: de macht van de vorst der duisternis te groot, 't Is geen wonder dat de zendingsarbeiders steeds weer vragen om ons gebed. Want op dat-gebed doet Hij grote wonderen. Ook dat blijkt. Het mag ons allen — jongeren, ouderen en predikanten — wel wat zeggen (en ook te denken geven) als we zien hoe kennelijk het werk in Irian gezegend wordt. Het moge ons aansporen diezelfde God te zoeken. Er mag dan gesproken worden van de donkerheid der tijden, maar dat ligt dan wel aan ons. In Irian is de macht van het heidendom, sterk, maar toch niet sterk genoeg voor het almachtige Woord van God. Bij ons is de macht; van de oppervlakkigheid en het moderne heidendom eveneens, groot, maar toch ook weer niet té groot. Gods werk gaat door. De regenboog van Zijn beloften 'staat nog wijd over ons heen. Op de markt van vrije genade wordt het heil om niet aangeboden. In Irian, maar ook in Nederland. Die genade hebben we nodig. De Papoea's, maar ook wij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1982
Daniel | 28 Pagina's