EEN BLIJDE PAASJUBEL
EEN BLIJDE PAASJUBEL
De Heere is waarlijk opgestaan! Lucas 24 : 34m Hoe wordt in deze paasjubel de heerlijkheid van Christus bezongen. Hij, Die Zich tot in de dood vernederde, is weer levend geworden. De vijand meende het gewonnen te hebben. Maar steen, zegel en wachters konden Hem niet in de dood besluiten. Met hemelse luister wordt het graf geopend. De aarde beeft, de hemel scheurt, een engel daalt neer, de wachters worden als doden. En als de steen afgewenteld is, verrijst Christus triumferend uit het graf i Als de leeuw uit Juda's stam schudt Hij het stof van de dood van Zich. Welk een glorierijke dag voor Christus! Alle lijden ligt voor altoos achter Hem; smaad, spot en hoon is Hij voor eeuwig te boven. Satans kop is vermorzeld, de wereld overwonnen, de dood te niet gedaan, de kracht der zonde gebroken, de vloek der wet weggedragen en het leven en de gerechtigheid aangebracht. Was Hij even tevoren door honden omsingeld, nu wordt Hij door engelen gehuldigd! Doch deze Paasjubel strekt ook tot schrik van de vijand! Het is opmerkelijk, dat men van stonde aan getracht heeft de opstanding te ontkennen. Denk slechts aan de wachters. Dodelijk verschrikt zijn zij weggesneld om de overpriesters te vertellen wat er in de hof geschiedde. Bevend van schrik zijn zij ongewild getuigen van Christus' kracht en Goddelijkheid! Toch laten zij zich omkopen om de waarheid der opstanding te loochenen. Tegen beter weten in, praten zij na, wat hen is voorgezegd, En hoe doorzichtig is de leugen! Zij hebben zo vast geslapen, dat ze niets hebben gemerkt. Toch weten zij precies te vertellen, wat er gebeurd is, want terwijl zij sliepen, kwamen de discipelen en namen het lichaam, van Christus weg. Waarom heeft men dan de discipelen niet gearresteerd? Toch is deze leugen, geloofd geworden tot op de huidige dag! Het Sanhedrin is er zeker van geweest, dat Christus was opgestaan. Wij lezen niet, dat zij naar het graf gingen om een diepgaand onderzoek in te stellen. Toch weigeren zij Iiem als de Messias te erkennen. Want dat zou betekenen, dat ze hun schuld zouden moeten bekennen. Dan zouden zij Hem om genade moeten smeken. Doch liever gaan ze voor
eeuwig verloren. Zo is het nu nog. Op de meest drieste wijze wordt gespot met de heiligste waarheden. De moderne theologen trachten de grondzuilen van het christendom omver te stoten.
Ook nu wordt de leugen verbreid, dat Christus nooit is opgestaan. En de wereld hoopt, dat het waar is, want dan is er geen dag van vergelding, dan is er geen wederkomst ten oordeel. Dan kan met een gerust hart geleefd worden, zoals men zelf wil.
Onder ons wordt algemeen de opstanding van Christus gelukkig nog beleden. Maar houden wij er ook rekening mee? Hebben wij de Zoon al gekust? Wat doen wij met d.e wetenschap dat Hij leeft? Leggen wij het naast ons neer, zonder ons er iets van aan te trekken? Dat doen wij, als wij geen ernst maken met. ons eeuwig welzijn. Ontzettend toch, als wij, onvernieuwd: van hart, voor Zijn troon zullen gesteld worden! Dan zal het voor ons niet meevallen, want een vreselijk oordeel zal gaan over allen, die niet
wilden, dat Hij over hen zou Koning zijn. In deze paasjubel beluisteren wij echter ook de blijdschap van de discipelen over de opstanding. Want die opstanding strekt hen tot zaligheid. Nooit hadden zij gedacht, dat het zo laag met Christus zou aflopen. Wie zal hun smart beschrijven, toen het ontzielde lichaam van Christus grafwaarts gedragen werd! Doch hun weeklacht en geschrei veranderden in een blijde rei! Hij is waarlijk opgestaan! Nu ontvingen zij ook licht over wat hen tevoren een groot raadsel was, namelijk dat Hij gestorven was om
hun zonden en opgewekt om hun rechtvaardigmaking! Hoe gelukkig zijn zij, die Christus leerden kennen in de kracht Zijner opstanding. Dat is méér dan een oog te krijgen voor Zijn gewilligheid en algenoegzaamheid. Ja, dat is méér, dan ingeleid te worden in Zijn lijden en sterven. Doch de weg om Hem te leren kennen als de Opstanding en het Leven, is een stervensweg. Wij zullen eerst het leven uit eigen hand moeten verliezen, zullen wij het in Christus vinden. Maar als wij dan ook, afgesneden van alle levensbronnen, uit Zijn mond mogen horen: Ik leef en gij zult leven! Wat al zaligheid wordt dan gesmaakt! Dan stemmen wij in met de disci-
pelen: De Heere is waarlijk opgestaan! Zeker, wat Christus verwierf komt heel Zijn kerk ten goede, doch de troost wordt slechts gesmaakt voorzover wij deze weldaad met een gelovig hart mogen omhelzen. En toch, hoe bestreden ook, het komt goed, want als de Levensvorst zal Hij voor al de Zijnen zorgen. Hoe satan ook woedt, zij zullen niet omkomen, want zijn kop is vermorzeld. Hoe de dood ook benauwt, geen nood, want hij is teniet gedaan. Ja, de p aas jubel van onze tekst geeft uitzicht op een zalige toekomst, want zo zeker als Christus is opgestaan en verheerlijkt, zo zeker zullen opstaan tot eeuwige zaligheid allen, die Zijn verschijning hebben, liefgehad. Want wanneer Christus zal geopenbaard worden en Hij ons leven is, dan zullen ook wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1982
Daniel | 28 Pagina's