KAN EEN CHRISTEN BLIJ ZIJN?
Wat een vreemde vraag eigenlijk, 't Is een vragen naar de bekende weg! De Bijbel laat ons toch niet in het onzekere of een christen blij kan zijn. Integendeel bij de christen hoort blijdschap!
De Bijbel spreekt tientallen malen over „verblijd" zijn, over „blijdschap" hebben en over het van „vreugde" opspringen voor Gods aangezicht. En deze blijdschap is nota bene niet afhankelijk van voorspoed maar zij is er ook in tegenspoed en verdrukking.
Zegt de apostel Paulus niet dat hij ook roemde in de verdrukkingen?
En roept dezelfde apostel niet om zich te allen tijd te verblijden? Hoe zou het ook anders kunnen! Psalm 97 zegt: „I-Iet licht is voor de rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart." En Psalm 100: „Dient de HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang."
Het blij zijn en blijdschap in bijbelse zin is niet een bepaalde gevoelsstemming zonder oorzaak, maar ze is gegrond in het heil in Christus. De vraag die hierboven gesteld is, kan zonder restrictie met een volmondig ja en nog eens ja beantwoord worden.
In gedachten zie ik de wenkbrauwen van, vooral jonge lezers, omhoog gaan. Het is niet denkbeeldig dat de vraag naar voren komt: „Ja, dat geloof ik wel, het staat in de Bijbel, maar klopt dat wel? Ik zie zo dikwijls bij christenen het tegenovergestelde! Ik kan er echt niet jaloers op worden, 't Is me een raadsel!" En toch is naar ik meen het raadsel niet zo groot.
We vergeten maar al te veel dat het blij zijn en de blijdschap van de christen niet los te koppelen is van het waar christelijk leven. Hoe meer het aardse, het materiële, het wereldse bij de christen gaat domineren, hoe meer hij de blijdschap in God verliest. Dan gaat een christen aan geestelijke bloedarmoede lijden. De Bron van alle blijdschap is nog even vol, maar onze geesteloosheid is zo groot omdat de wereld een veel te grote plaats in het hart en de gedachten inneemt.
We gaan het „vroeger" niet idealiseren. Maar wel kan ik' me herinneren dat kinderen des Heeren bijeen kwamen en blijmoedig (wat een prachtig woord: blij-moedig) spraken over de Heere en Zijn zalige dienst. Met wat een opgewektheid konden ze spreken over de liefde Gods in Christus, over de uitreddingen van de Heere in ziekte en allerlei tegenspoed. Ze zaten echt niet met lange gezichten en grote zuchten bij elkaar. Maar verwacht niet dat ze veel tijd en praat besteden aan vakantieplannen, mooie huizen en dure auto's! De Heere en Zijn dienst stonden in het middelpunt en de bekering van zondaren.
Wat is de wereld ook bij de christen ingeslopen. Wat een verschraling van het geestelijk leven heeft dat tot gevolg. Zoek de oorzaak niet bij de HEERE. Die is nog Dezelfde en is en blijft de God van zaligheid en blijdschap.
De christen berooft zich door eigen schuld van de blijdschap in God. De HEERE geve ons allen die genade om met David te gaan zingen: „Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn."
Kan een christen blij zijn? Ja! Een blijdschap in God die het hart der vromen streelt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1982
Daniel | 28 Pagina's