HET TEKEN
KORT VERHAAL
KORT VERH Hup Met een grote zwaai springt André op zijn fiets. Wat is het een fijne dag geweest. Maanden heeft de —16 klub gewerkt voor de verkoping. Ze hebben onderzetters, lijstjes, lampjes, schilderijen, kaarten enz. gemaakt. Vandaag is alles verkocht. Prachtig.
Er was veel belangstelling. Jong en oud kwam kijken en kopen. De opbrengst is voor de kerk. Er is pas een nieuw verenigingsgebouw gekomen. Maar nog geen orgel. De —16 groep zal een steentje bijdragen. Wie weet hoe gauw het instrument er staat. Prettig, om op deze manier ook iets voor de kerk te doen. André fietst alleen naar huis. Zijn ouders zijn met de auto. Jan, zijn vriend, blijft nog even om het geld te tellen. Hij is penningmeester zie je. Ja, als je in het bestuur zit, heb je altijd iets meer te doen.
André hoort de openingswoorden van de dominee nog naklinken.
„Jongelui, wat ben ik blij dat jullie zoveel interesse voor de kerk hebt. Ik weet zeker, dat door jullie inzet, er straks een prachtig orgel komt. 'k Hoop dat er ook door jullie veel gebruik van gemaakt zal worden. David had ook muziekinstrumenten laten maken. Niet om naar te kijken, maar om de Iieere lof te zingen. In psalm 105 staat: ingt Hem, psalmzingt Hem. Mirjam, de zuster van Mozes, riep ook uit: ingt de Iieere. En in Openbaring 15:3 wordt er over zangers gesproken, die het lied zingen van Mozes en het Lam. Die zangers dankten de Heere voor de verlossing en vergeving van hun zonden. Dat is het werk van allen, die door het bloed van de Heere Jezus rein gemaakt zijn. 'k Hoop dat jullie zulke zangers worden. Dat het mogelijk is, staat op je voorhoofd. Jullie dragen allemaal een teken. Het teken van de doop. Dat teken maakt iets bekend. Je bent door de zonde een verloren mens, dat weet je. Maar je kunt door het bloed van de Heere Jezus nog behouden worden, Is dat geen grote liefde? Het is een heilig teken. Laat het maar aan de Heere zien. God vraagt verloren mensen. De Heere Jezus is het Teken ervan. Weet je nog wat de engelen tegen de bedrukte herders zeiden? „En dit zal u het teken zijn, gij zult het Kindeke vinden..." De Heilige Geest wil je leren wat er allemaal beloofd is bij je doop. Die heb je nodig om eerlijk, vragend voor de Heere te worden. Je kunt heel veel voorrechten hebben. En toch nog zonder God. Maar je bent gedoopt, Je draagt het teken niet voor niets. Het kan nog goed komen tussen God en jou. Uit genade..."
André heeft ademloos geluisterd. Hij moet zo vaak aan de doop denken. Als er kinderen gedoopt worden, lijkt het net. of er iets door hem. heen gaat. Wat? Ja, hoe moet hij dat uitdrukken. Aan één kant voelt hij zich ongelukkig. Maar dan ineens dat blijde gevoel dat hij nog gelukkig kan worden. André vlucht dikwijls naar een stil plaatsje. Wat hij dan tegen de Heere zegt, zegt hij nu ook hardop. „Heere, mijn hart is zo hard als een steen. Maar U kunt het veranderen, Vernieuwen. U hebt het. beloofd." Ineens moet hij aan een preek denken die hij pas gehoord heeft.
Ezechiël 36 : 26: En Ik zal u een nieuw hart geven en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en zal u een vlesen hart geven."
Eerst begreep hij er niets van. Maar dominee ging de woorden zo duidelijk uitleggen. Als klein kind vraag je eigenlijk al om een nieuw hart. Dikwijls uit gewoonte. Je begrijpt eigenlijk niet wat je vraagt. Het betekent dat je uit jezelf
geen kracht hebt om je tot God te bekeren. Maar de Heere is almachtig. Hij kan van een onwillige (= stenen hart) een gewillige (= nieuw hart) maken.
Dan ga je willen wat God wil. Toen geloofde André dat de Heere dat wonder bij hem ook wilde doen. Uit genade. Wat gaf dat rust. Geen rust om stil te zitten, maar nog meer te bidden. En al vragend het teken van de doop aan de Heere tonen... Ik ben gedoopt... Opa heeft hem ook veel verteld over het werk van de Heere. Hij leeft niet meer. Opa zingt voor eeuwig in de hemel. Met de zangers waar de dominee over sprak. Iié, wat krijgt hij heimwee. Naar opa. Maar nog meer naar de Heere...
André, kijk uit... Te laat. Hij hoort de auto niet aankomen. André wordt geschept. Met een smak komt hij op de grond terecht. Remmen knarsen. Een gil. Stilte.....
Portieren vliegen open. Mensen knielen bij André. Daar ligt hij. Het. bloed sijpelt uit een hoofdwond. Af en toe slaat hij zijn ogen op. De chauffeur haalt vlug. een plaid uit z'n wagen. Er stoppen nog meer auto's Hier moet vlug gehandeld worden. André wordt toegedekt. Een dame gaat de polikliniek bellen.
Dan komt Jan, André's vriend, aangefietst. Een ongeluk. Even kijken. Er gaat een schok door hem heen als hij de fiets ziet. Die is van André. Hij duwt de mensen opzij en vraagt: „Is het erg? " Er wordt geknikt. Al heel snel komt de ziekenauto er aan. En nog een auto. De ouders van André.
Ze praten nog na over de verkoping. Wat was het een sukses. Fijn, zoveel jongelui bij elkaar te zien. Iié, een ongeluk. Er ligt iemand onder een plaid. Er komt nog net een voet vanonder. Die sok... Ze kijken en denken gelijk hetzelfde. André...
„Blijf jij zitten", zegt vader, „ik ga." Maar moeder blijft niet in de auto. Ze weet het zeker... een rode sok... van André... Vader holt en trekt gelijk de plaid weg. Zie je wel. André.
„André", kreunt vader, „jochie".
Als André zijn naam hoort, reageert hij even. Ma zit er natuurlijk ook al bij. Spierwit. „Leeft hij nog? "
Vader kan alleen maar knikken. Hij ziet zoveel bloed.
„Weg allemaal..." klinkt het. De brancard. André wordt voorzichtig in de ziekenauto gedragen.
„Wij zijn zijn ouders", zegt vader. „Kom mee", zegt de broeder.
Vader denkt niet eens meer aan zijn auto. Er is er meer één waar hij aan denkt, André... zijn zoon... Er wordt niet gesproken in de ziekenauto. Met zwaailicht en geloei komen ze in het ziekenhuis.
„Ernstig ongeval", horen vader en moeder zeggen. Wat is het verplegend personeel in de weer. „Wacht u maar op de gang", zegt een zuster tegen de ouders.
Ma kijkt naar de grond. Ze ziet bloed. Dan pakt ze vaders arm beet en zegt: „O, als André eens sterft. Laten we bidden of hij door het bloed van de Heere Jezus rein gemaakt mag worden. Het is nog mogelijk."
Vader stamelt een paar regels. Ze zijn zo zenuwachtig. Maar de Heere hoort het. Ook zenuwachtige stemmen worden door Hem opgevangen. Hij, de God van leven en dood, heeft hier Zijn wijze bedoeling mee.
Er gaat een deur open. De dokter. „Bent u de ouders van "
„Ja", valt moeder hem in de rede, „dokter leeft hij nog? "
„Nog wel", zegt de dokter, „maar het is heel ernstig. Ik vrees... Af en toe is hij bij kennis. Dan zegt hij iets, maar ik begrijp er niets van. Gaat u maar kijken."
Ze gaan. André ligt met zijn ogen dicht. „André", roept ma, „André..." Moeizaam slaat hij zijn ogen op. Hij kijkt naar zijn ouders.
„Goed..." fluistert hij, „naar... de Heere ... en... opa..." Dan zakt hij weer weg.
Even later slaat hij z'n ogen weer op. Met een glimlach op zijn gezicht fluistert hij nog één keer: „Beloofd... teken ... zonde vergeven... Heere Jezus... ook voor... mij... Dagpa... dag ma..."
Nog een snik, de laatste en André is niet meer. De zuster, die er ook bij staat, pakt de hand van de ouders en zegt: „U ziet het... sterkte."
En op hetzelfde moment, als André voor het laatst ademt, geeft de Heere, als teken dat André nu bij Hem i's, deze woorden in het hart van vader:
„Maar 't vrome volk, in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen..."
Hij pakt zijn vrouw beet en zegt: „Ma, André is verlost, God heeft hem welgedaan. Hij mag nu al meezingen met de zangers in de hemel." Wat een wonder.....
Nu volgen er ontroerende dagen. Er worden voorbereidingen gemaakt voor
de begrafenis. Er is droefheid maar ook verwondering. Verwondering omdat de Heere André tot Zich genomen heeft. Dat maakt de Heere ook aan verschillende van Zijn kinderen bekend. Als bevestiging dat het echt waar is. Ze mogen er gelovig van spreken dat André bij de Heere is. Ze hebben hem door het geloof mogen zien bij die kinderschare die juicht voor de Troon.
Voor André begraven wordt, wordt er een rouwdienst gehouden in het nieuwe verenigingsgebouw. Dominee spreekt uit psalm 105: „God zal Zijn Waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken."
Hij mag met vrijmoedigheid zeggen dat er een kind Thuisgehaald is. Dat troost de ouders en familie. Anders zou je in je verdriet bezwijken.
De vrienden van André dragen de kist naar de begraafplaats. Ontroerend...
Aan het open graf spreekt dominee nog over de kortstondigheid van het. aardse leven. Maar ook over het grote geluk van het eeuwige leven. En dat geluk is nog te krijgen.
Hij spreekt vooral de jongelui aan. „Jullie dragen het teken op je voorhoofd. Het teken, dat genade en liefde bekend maakt. Spreek dat teken niet tegen. Dat doe je, als je blijft leven zoals je geboren bent. In de zonde. Maar jullie zijn gedoopt. En het doopsformulier spreekt ook van grondeloze barmhartigheid. Denk maar aan een fontein. Je ziet het water er uitvloeien. Zo vloeit de genade nog uit de Heere God om jullie zonden te vergeven. Daar is ook André een bewijs van. En zo'n teken dragen jullie dag en nacht mee." Wat doe je er mee?
Na dit ernstig ogenblik verlaten ze allemaal in stilte deze plaats. Wat is er veel, oneindig veel, om over na te denken... En André zingt voor eeuwig met de zangers voor de Troon.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1982
Daniel | 28 Pagina's