JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EEN WONDERLIJKE VRAAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EEN WONDERLIJKE VRAAG

4 minuten leestijd

En Jezus antwoordende, zeide tot hem: at wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: abboni, dat ik ziende mag worden. Markus 10 : 51

De blinde Bartimeüs had met grote stem geroepen: „Zone Davids, ontferm U mijner".

Nu hij bij Jezus is stelt de Heere hem de vraag: „Wat wilt gij dat Ik u doen zal? " Het is een wonderlijke vraag, die de Heere Jezus hier stelt. In de eerste plaats: de Heere weet toch precies wat er in ieders hart leeft. Waar het ons om. te doen is. Wat ons oogmerk is met ons bidden, kerkgaan, enz. Alle dingen zijn naakt en geopenbaard voor Hem met Wie wij te doen hebben. Van Hem 'staat geschreven, dat Hij niet van node heeft dat iemand Hem getuigenis geeft van de mens; want Hij weet wat in de mens is. Maar waarom stelt de Heere Jezus dan deze vraag? Niet voor Zichzelf, maar voor Bartimeüs. De Heere wil hem innerlijk overtuigen dat Hij machtig, maar ook gewillig is om hem te genezen. Bartimeüs behoefde alleen maar te zeggen wat hij begeerde en Jezus zou het. doen. Zo handelt de Heere ook nu. Hij, de Heilige, vraagt aan gevallen mensen: wat wilt gij dat Ik u doen zal? Wat daalt de Heere laag af in het evangelie! In Zijn Woord bidt Hij de mens om zich met Hem te laten verzoenen zoals Paulus zegt: „Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Chrustuswege: Laat u met God verzienen".

Nooit zullen wij als wij onbekeerd sterven de schuld van onze verdoemenis op Iiem kunnen werpen. Hij is vrij van ons bloed. Hoe vaak heeft Hij ook jullie toegeroepen en gebeden: „Waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls? " Wat een groot wonder is het voor Bartimeüs geweest dat d.e Heere Jezus hem deze vraag stelde. En dit geldt ook nu nog voor zondaren die door schuldbesef getroffen en verslagen de toevlucht tot Hem nemen en aan Zijn voeten buigen en dan. horen: „Wat wilt gij dat Ik u doen zal? " Vertel Mij maar uw beweegredenen, zegt de Heere. Wat een wonder is dat voor een schuldverslagen zondaar. Christus roept hem toe: „Toon Mij uw gedaante en doe Mij uw stem horen". Zondaren verdienen dat de Heere zal zeggen: „Ga weg van Mij". In plaats daarvan zegt Hij: „Wat wilt gij dat Ik u doen zal". Zij mogen al hun noden aan Hem bekend maken. Hij, die machtig is t.e verlossen en Wiens bloed wast en reinigt van alle zonden, Hij is gewillig om te verlossen en te reinigen van alle ongerechtigheden. Bartimeüs zei: „Rabboni, dat ik ziende mag worden". Hij had niet. veel tijd nodig om een antwoord te geven. Gods kinderen verstaan het wat dit geweest is voor Bartimeüs, om zó zijn nood uit te mogen spreken. Niemand kon hem redding: geven maar nu mag hij zijn nood aan Hem bekend maken, Die machtig is om te verlossen. In dit leven van de ontdekte zondaar komt er een tijd1 dat hij de Heere alles mag vertellen. Zijn blindheid, zijn schuld die hem, zo zwaar weegt, zijn ellende, zijn onreinheid, zijn honger en dorst naar de vergeving en naar de reiniging van al zijn zonden.

Maar Bartimeüs mag horen: „Ga heen, uw geloof heeft u behouden". Terstond werd hij ziende en volgde Jezus op de weg. Zojuist was hij nog blind, nu is hij ziende. De altoosdurende nacht i nzijn leven is weg en hij ziet de bomen, de vogels, de hemel, de mensen, maar vooral zijn Weldoener, de Heere Jezus. Wie zal ooit kunnen zeggen wat in hem is omgegaan? Zo werkt de I-Ieere ook nu in het leven van Zijn volk. Ongedacht en onverwacht breekt Hij hun banden en hun kluisters. Hij maakt hun. zielen vrij door Zijn tussentreding, met Zijn bloed, vrij van alle banden en alle aanklachten van de wet. Wat een wonder! Eerst niets anders verwacht en verdiend dan eeuwig door God verstoten te worden. En dan de bevrijding. Wat een wonder, in het bijzonder als we zien op de prijs die Christus daartoe heeft betaald. En hij volgde Hem! De genade, de ontfermende liefde van de Heere Jezus verbindt de zondaar aan Hem. Mag jij met Asaf zeggen: „Wie heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog: op aarde nevens U toch lusten? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1982

Daniel | 28 Pagina's

EEN WONDERLIJKE VRAAG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1982

Daniel | 28 Pagina's