JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VELEN ZEGGEN: „WIE ZAL ONS HET GOEDE DOEN ZIEN?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VELEN ZEGGEN: „WIE ZAL ONS HET GOEDE DOEN ZIEN?”

7 minuten leestijd

Ondergangsstemming

Het is niet teveel gezegd als wij vaststellen dat we leven in spanningsvolle tijden. Werkloosheid bedreigt vele gezinnen. Het ongeboren en het oudgeworden leven is niet •meer veilig. De internationale politiek doet ons iedere avond haastig .de krant pakken.

Is de vulkaan nog niet aktief geworden? De ondergangsstemming weeft zich als een rode draad door al ons doen en laten heen. Wanneer barst de bom? Wanneer wordt die onheilspellende belofte waar dat deze aarde, Gods schepping, zal branden?

Opvoeden in een bedreigde wereld?

Is het wel mogelijk om. in een naar het eind spoedende wereld op te voeden? Heeft het wel zin om: doelen op verre afstand te stellen als morgen de wereld vergaat? De dreiging in de lucht tast de zin aan voor de overdracht van waarden. Vele ouders zijn moedeloos. Velen maken een identiteitskrisis door. Wat beteken ik als ouder voor mijn naar houvast zoekende jongen of meisje? Ik weet het immers zelf ook niet meer! Alle zekerheid is uit mijn leven weg. Ik voel mij als wrakhout drijven naar open water waar geen gedachte meer is. De strijd is gestreden. Ik heb verloren. Nu dein ik mee met het lied der eeuw: Pluk de dag! De gelederen sluiten 'zich aaneen. Oud en jong staan schouder aan schouder. Een angstaanjagende massafikatie manifesteert zich. Opvoeden? Ach dwaas, waartoe?

Opvoeden? Ja!

Opvoeden is in onze dagen meer dan ooit eis. Onze jongeren vragen in deze stikdonkere tijd naar duidelijkheid. Een zware verantwoordelijkheid rust er dan ook op ons als ouders. Zijn wij duidelijk in ons leven? Kan onze jeugd zich op ons oriënteren? Ons leven houdt ze bezig. De jongeren stellen belang in ons doen en laten. Is het de moeite waard om in de voetstappen van mijn ouders te gaan staan? Het moet duidelijk zijn dat ons hele zijn voor onze kinderen geen waardevrij bestaan is. Het is geen privézaak! Fouten en misstappen komen daarom zo hard aan. Het leidt tot desoriëntatie. Laten we daar als ouders en ambtsdragers voor waken. Het is een ontstellende zaak als door ons slordig leven onze jongeren zich teleurgesteld van ons afwenden.

Opvoeden is eis. Juist nu in deze tijd vol ondergangsstemmen. Dit atoomtijdperk is een beproevingstijd. De jongeren houden de adem in om te zien hoe de ouderen zich gedragen in deze dagen. Wat is het dan een grote ontgoocheling als ze bij hun ouders dezelfde moedeloosheid en uitzichtloosheid bespeuren als bij de buren die nergens aan doen.

Betekent die-godsdienst dan zo weinig? Schokkend is het voor de jeugd als zij moet ontdekken dat het ge'styleerde godsdienstige leven van hun ouders slechts pose (vorm) is. Wat is daarom broodnodig in onze tijd? Die opvoeding waar beleefd wordt wat beleden wordt. Waar echtheid heerst. Waar kinderen weten en zien dat hun ouders met de nood van hun leven, hun gezin, kerk en wereld worstelen aan Gods genadetroon. Die opvoeding waar God volstrekte realiteit is, is duidelijk. Daar ervaart de jeugd dat vader en moeder de Heere mogen kennen als d.é Schuilplaats tegen de vloed. Opvoeden? Ja, omdat de ITeere niemand zal beschamen die het van Hem verwacht. Ouders wijs dan door uw leven uw

kinderen in deze bedreigde wereld naar die Rotssteen. In dit verband geldt: woorden wekken, maar voorbeelden trekken.

Het wapen in de geestelijke strijd? Het gebed!

Niet alleen wij horen in onze ondergaande wereld de naderende voetstappen van Christus, ook satan. Zijn tijd is kort. I-Iier verschijnt hij als een brullende leeuw. Daar openbaart, hij zich als een engel des lichts. Zijn ijver kent geen grenzen. Met demonische grimmigheid bespeelt hij de snaren van het twijfelende hart. Waar twijfel heerst is geen verwachting. Alle initiatieven zijn begraven. Als ter dood veroordeelden gaat de op zichzelf geworpen mens zijn weg. Die mens treffen we niet alleen in de wereld aan. Hij zit naast u in de gemeente. Misschien bent u het zelf wel. Radeloos. Alles beklemt. Geen uitzicht. En dan vader en moeder zijn met geleende panden rond uw tafel. Voorleven? Mooi gezegd, maar hoe? Mijn leven is ten diepste een vlucht. Zie ik mijn kinderen, dan loop ik nog harder. Schrijnend ervaar ik dat ik ze niets kan bieden. Bidden! Bidden? Ik kan niet bidden. Ik wil het ook niet, want het helpt toch niet. Alles gaat zoals het gaat. Daar verandert mijn bidden niets aan. Satan gaat rond..... Hij fluistert u het onredelijke maar ook het nutteloze in van een verborgen leven met de I-Ieere. Bidden zet geen zoden aan de dijk. En ons twijfelachtig hart is als een opengebroken stad voor zijn aanvallen. De zinloosheid grijnst ons aan. Is-dan alles verloren? Moeten we dan maar niet langer onze handen vouwen? Moeten we met de moed der wanhoop vuistenballend het licht forceren in deze wereldnacht? Satan gaat rond... Stroop de mouwen op en ga aan de slag. God is dood! Wij moeten het alleen zien te redden......

De strijd met de geestelijke boosheden wordt gestreden in onze huiskamers aan tafel, voor ons bed. Wat zijn onze wapens? Wie waakt die bidt. Ontzettend is de strijd om dwars tegen de omstandigheden in zich te sterken in de Heere. Dat leidt tot eenzaamheid. In het schema van deze wereld passen geen bidders, wel werkers. Samen sta je sterk. De massafikatie is een enorme bedreiging voor het verborgen gebedsleven. Eenzaamheid doet pijn. Maar het kan niet anders. De strijd' wordt, gestreden op de knieën in het verborgene. Daar wordt de genadetroon bestormd en geroepen: „O, God, behoud! Heere, zie onze kinderen. Zie deze wereld waar velen in wanhoop het uitschreeuwen: „Wie zal ons het goede doen zien? " Wilt U nog in ontferming aan ons denken, Uw Naam is toch Wonderlijk, Raad, Sterke God? Geef dan, o Heere, raad aan radelozen. Moed aan moedelozen. Uitzicht aan uitzichtlozen opdat Uw Naam geprezen zou worden. Wilt U om Jezus' wil ons geloof schenken om al onze vragen en noden in Uw hand te leggen. Doe ons door het geloof zien dat heel het wereldbestuur in de doorboorde middelaarshanden rust van Uw lieve Zoon Jezus Christus. Niets gebeurt hier toch buiten Zijn wil."

Ouders verwacht het in deze bange dagen niet langer van uzelf of van wereldgroten, maar van Hem Die gezegd heeft: „Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde". Smeek als David met uw kinderen: „Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o Heere". Ouders, dat vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht. Dan zullen de omstandigheden dezelfde blijven. Maar dan mag, o wonder, ziende op die milde handen en die vriendelijke ogen doorleefd worden dat in de grootste smarten onze harten hun rust vinden in de Heere.

De Bruidegom komt. De bruiloft is aanstaande. Hebben wij al een bruiloftskleed aan? Zien we reikhalzend naar Zijn komst uit? Zijn komst zal vreselijk zijn voor allen die

Zijn verschijning in dit leven niet. hebben liefgehad. Nog stelt Hij Zijn komst uit. Jongen oud zoek de Heere en leef. Voor allen in wie de Heere een goed werk begonnen is is Zijn wederkomst de dag der dagen. Dan zullen alle tranen van hun ogen afgewist worden. Daar zal God zijn alles en in allen. Maranatha, Jezus komt. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1982

Daniel | 28 Pagina's

VELEN ZEGGEN: „WIE ZAL ONS HET GOEDE DOEN ZIEN?”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1982

Daniel | 28 Pagina's