JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE ZEKERHEID VAN HET GELOOF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ZEKERHEID VAN HET GELOOF

10 minuten leestijd

„Mijn vader kwam uit een rechts konventioneel milieu. Eigenlijk zeer bevindelijk. Bij mijn grootouders in Vriezenveen heb ik nog wel een konventikel meegemaakt. Ik had eerbied voor hun geloofsleven. Maar wat mij in die bevindelijke kringen afschrikte, neerslachtig maakte, was het bijna volstrekte gebrek aan geloofszekerheid. Ik kwam haast nooit iemand tegen die zei: ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, mij kan scheiden van de liefde van Christus. Dat kwam op het sterfbed wel, maar in het leven tobben ze er altijd mee."

In het Reformatorisch Dagblad van 8 september 1981 stond een interview met prof. dr. Ii. Berkhof, (emeritus) hoogleraar vanwege de Ned. I-Ierv. Kerk aan de theologische fakulteit van de Rijksuniversiteit te Leiden. Uit dit vraaggesprek heb ik het bovenstaande citaat overgenomen.

Wat ons treft in dit gedeelte is, dat prof. Berkhof zegt, dat hij geschokt werd door het bijna volstrekte gebrek aan geloofszekerheid, dat hij in de bevindelijke kringen, waarin zijn grootouders leefden, waarnam, In de omschrijving van die kringen, zoals de hoogleraar die gaf, voelen wij ons aangesproken, lijkt me, en dan moeten we toch op zijn minst onszelf afvragen: is dit zo?

Het weergegeven citaat was in ieder geval een stimulans om na te gaan hoe het zit met de zekerheid van het geloof. Niet dat ik daar in een paar bladzijden nu alles van kan zeggen wat ervan gezegd moet worden. Dat kan ik niet en dat zal ik ook niet proberen. Over de zekerheid' van het geloof zijn dikke boeken geschreven, zelfs debatten over gevoerd in het verleden, die zeer verhit waren. We denken aan de geschillen die rezen tussen Van der Groe en Groenewegen op dit punt. Ook de namen van Brakel en Comrie zijn daaraan verbonden.

Geloof Is zekerheid

Het eerste dat ik wil zeggen is, dat het geloof op zich zekerheid is. Dat is al verwoord in onze Catechismus in zondag 7. Daar lezen we dat het oprechte, het ware geloof een zekere kennis is waardoor ik alles voor waarachtig houd dat ons God' in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt......

Het geloof is een vaste kennis, maar ook een. hartelijk vertrouwen. Dat behoort tot het wezen van het geloof. En natuurlijk wordt met kennis niet maar een pure verstandelijke kennis bedoeld. Daarover zou vanuit; de Institutie van Calvijn, het derde boek, veel te zeggen zijn. Het is een weten door de innerlijke verlichting van de Heilige Geest. En aan die kennis is verbonden, het hartelijk vertrouwen. En een hartelijk vertrouwen is zekerheid. Zonder dit vertrouwen is er van het ware geloof geen sprake. En zonder het ware geloof is er geen zaligheid. Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Het is dus een zaak van leven of dood.

Geloof is dus zekerheid. Die zekerheid van het geloof vloeit voort uit het voorwerp van het geloof, dat is hetgeen waarop het geloof zich richt. Het geloof richt zich in de meest ruime zin op het Woord van God, en daarin op God zelf; en in de meest eigenlijke zin richt het geloof zich op Christus en op de beloften van het evangelie. Wat is nu vaster dan het Woord van God, dan God, dan Christus, dan de beloften van het evangelie, die in Christus ja en amen zijn? Wat is vaster dan het „vastgestaafd verbond, dat van geen wankelen weet"? Het geloof rust en richt zich op deze onwankelbare zaken. Elk vertrouwen dat zich niet gegrond weet, in het Woord van God, mag de naam van geloof niet dragen. Het Woord, dat was de zekerheid van David:

Ik roem in God', ik prijs het onfeilbaar Woord Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord.

En zo komt deze dichter toti het: „Dit weet ik' vast: God zal mij nooit begeven."

Niet altijd even krachtig

Toch is de zekerheid van het geloof in hel hart van Gods kinderen niet altijd even krachtig. Laten we bedenken, dat hoezeer wij ook vasthouden aan hetgeen ik hiervoor geschreven heb, dat het geloof zekerheid is, omdat het op het Woord, op God, op Christus gericht is, dat de beoefening van het geloof aan wisselingen onderhevig is. Spreekt de Heere Jezus Zijn discipelen niet aan met klein-gelovigen? Dat deed Hij juist dan, wanneer hun gebrek aan vertrouwen zo duidelijk openbaar kwam. Toen Hij tot hen kwam in de nacht, in de storm, wandelende op de golven, hebben zij gedacht dat zij een spooksel zagen. Zij hebben geschreeuwd van angst. En daarop moet toch gezegd worden dat zij klein-gelovigen zijn. Wel gelovigen, maar klein, zwak in hun vertrouwen.

Twee dingen moeten we daarvan zeggen. In de eerste plaats wil ik naast hetgeen hierboven geschreven werd als grond voor de zekerheid van het geloof, stellen, dat niet. alleen het voorwerp van het geloof zekerheid biedt, maar ook de Heilige Geest die niet alleen de beloften van het evangelie aan het verstand openbaart, maar ook in het hart verzegelt. Dit laatste is genomen uit de omschrijving van het geloof zoals Calvijn die geeft en daar moeten wij even op letten. Want daardoor is de kerk zo afhankelijk van de bediening van Gods Geest. Afhankelijk is de kerk, maar daardoor ook rijk gezegend. Want de Geest van Christus, de Geest der aanneming, schenkt aan het geloof zulk een vastheid, dat zij in de grootste noden roemen mogen in de God des heils. Ik denk hierbij aan Job, die zijn kinderen kwijt was, zijn vrouw tegen had, zijn vrienden als bestrijders tegenover zich vond, al zijn bezittingen verloren had en toch boven dit alles uit mocht zien: „Ik weet mijn Verlosser leeft!" Dan worden er zelfs psalmen gezongen in de nacht. Ik denk aan Paulus en Silas die Gode lofzangen zongen in de gevangenis van Filippi. De Heilige Geest openbaart dus aan het verstand en verzegelt in het hart de beloften van het evangelie. Dan kan niemand afnemen wat de Heere geschonken heeft. Zelfs het leven'sleed kan het uit mijn geheugen niet wissen. Dus nu zijn we voor de tweede keer bij de zekerheid van het geloof uitgekomen. We moeten nu naar de kleingelovigen toe, zoals de Schrift ons die laat zien.

Want wil dat nu zeggen dat ieder van Gods kinderen op deze hoogten staat? En staan zij daar altijd? Bepaald niet. Dan zou de Schrift weersproken worden. Daarin komen komen we de wankelmoedigen, de kleingelovigen tegen. Daarin worden ons getekend de worstelaars in de diepten met de onbegrepen wegen. De praktijk van alle eeuwen leert het echter ook. Comrie bijvoorbeeld klaagde dat er in zijn dagen weinigen waren. Niet voor niets werd Smytegelt gedreven zijn verhandelingen te schrijven over het gekrookte riet, waarin hij zocht naar degenen die geen zekerheid konden vinden. Men mist de kracht, zo schrijft hij, om zich van zijn geloof verzekerd t.e houden. Men is in de genadestaat en het kan toch duister zijn.

Sakramenten tot versterking

Bovendien is er nog iets heel anders. Ik wil wijzen op de sakramenten die de Heere tot versterking van het geloof aan Zijn kerk gegeven heeft. Onze catechismus zegt zo mooi, zo onovertrefbaar mooi, dat de Heere door het gebruik van de sakramenten de beloften van het evangelie d; es te beter te verstaan geve en verzegele. Daar is dus nog een keer het woord verzegelen. Nu door middel van de sakramenten. En natuurlijk is het de Geest van de Heere die de sakramenten daarvoor gebruikt en zo de kracht van de sakramenten doet ervaren. De sakramenten zijn tot versterking van het geloof.

De Heere wist wel wat Zijn gemeente nodig had. Onze Ned. Geloofsbelijdenis belijdt in art. 33: Onze goede God acht hebbende op onze grovigheid en zwakheid, heeft ons verordend 1 de sakramenten, om aan ons zijn beloften te verzegelen en om panden te zijn van Gods goedwilligheid en genade te onswaarts, en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden.

Nee, niet allen hebben dat. verzekerde vertrouwen. De Heere wist dat wel. Het Avondmaalsformulier belijdt: Daarom al is het dat zich nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk dat wij geen volkomen geloof hebben... maar dagelijks met de zwakheid van ons geloof te strijden hebben Al deze dingen moeten ons leren dat niet allen zulk een verzekerd vertrouwen hebben, dat in het aangezicht van de dood en de duivel roemen kan. De Heere heeft veel zorg om het gebrek en de zwakheden van Zijn kinderen.

Toch hebben zij allen te staan naar de volle verzekerdheid van het geloof. liet is ook de aard van het nieuwe leven om daarnaar te staan. Het zal daar naar zoeken. Niet uit nieuwsgierigheid, ook niet om een gemakkelijk leven te leiden en nog veel minder om zich daar op te verhovaardigen. Het gaat alleen om God en om Zijn gunst. Daarom bidden de kinderen van God: Iieere, zeg Gij tot mijn ziel: Ik ben uw heil!

Oorzaken van liet weinig verzekerd zijn

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen waardoor zo veel die volle verzekerdheid 1 ontbreekt. Oorzaken, die liggen aan de kant van de gelovige. De gelovige is zolang hij hier op aarde is, zo onvolkomen in alles. Ook in zijn geloof, ook in zijn bekering. Daar is het ongeloof. Calvijn zegt dat het een ziekte is waarvan we nooit geheel genezen kunnen worden. Bunyan schrijft daarvan in. de Heilige Oorlog dat in de stad Mensenziel nadat vorst Immanuel bezit van haar genomen en al de vijanden gevangen zijn genomen, een van die boze lieden ontvlucht is en nu in de stad rondwaart en dat men hem nooit heeft kunnen vangen. Dat, ongeloof is de oorzaak van veel twijfeling.

En wat denken we van onkunde? Er kan zoveel onkunde zijn in. het Woord, vooral in het begin van. het geloofsleven. Iiet is niet goed wanneer deze onkunde een blijvende gast is. Wat dat betreft, moeten we zeggen dat geen lust in het onderzoek van het Woord, niet gepaard kan gaan met het oprechte geloof. Want het geloof dat de Heilige Geest door het Woord werkt, maakt ijverig. Hij doorzoekt die ijverig en bestendig. Er kan van een verzekerdheid, sprake zijn die niet anders is dan een vleselijke gerustheid en zorgeloosheid. Die kan ook geweldig roemen. Maar deze zorgeloosheid roemt altijd en is werkeloos. De Geest van de Heere doet dat echter niet.

Onkunde kan echter een oorzaak van weinig verzekerdheid zijn. Want het blijft toch, hoe ver gevorderd ook, slechts ten dele.

Duisternis in onszelf, aanvechtingen door verzoekingen en beproevingen, een bittere strijd met een driehoofdige vijand, het zijn allemaal zaken die oorzaken van wankelen kunnen zijn. Maar

Dit is het laatste wat ik hiervan wel zeggen. Elk' kind des Heeren weet van de zekerheid van het geloof. Hoe zwak het geloof in de oefening van de kinderen Gods ook wezen moge, in elke oefening is het vertrouwen te vinden. Laat, het geloof maar enige greep ontvangen op het Woord van God dan zal er zijn die zekerheid. Dan is er een vertrouwen in de bedekking van de zonden; in de opening van het evangelie; in het smaken van de liefde en de vrede van God. En naarmate die oefening van het geloof, door de kracht van de Heilige Geest sterker wordt, vermeerdert niet alleen de kennis, maar ook het vertrouwen. En zo moge dan misschien niet altijd openbaar komen de volle verzekerdheid, maar dit is er wel:

Zo ik niet had geloofd dat in dit leven Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou, Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1982

Daniel | 28 Pagina's

DE ZEKERHEID VAN HET GELOOF

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1982

Daniel | 28 Pagina's