OPNAME OP EEN „HARTBEWAKING”
Er is mij gevraagd iets te schrijven over wat er gebeurt wanneer iemand op een afdeling hartbewaking moet worden opgenomen. De naam van de afdeling zegt al dat het gaat om „bewaken" en dan vooral gericht op de werking van het hart van de patiënt en wat daar nauw mee samenhangt, zoals bijvoorbeeld de bloeddruk.
Er zijn tegenwoordig veel apparaturen en hulpmiddelen die daarvoor gebruikt kunnen worden. Het hangt soms van de aard van de ziekte af welke apparatuur gebruikt wordt, ook kan dit per ziekenhuis verschillen.
Wanneer iemand opgenomen wordt zal hij/zij wel altijd aangesloten worden aan een monitor. Het. liggen aan een monitor is nodig om te zien wat er gebeurt in het hart, of de hartslagen normaal van vorm zijn of ze regelmatig zijn of de hartslag niet te snel of te langzaam is. Het is dus geen behandeling, maar het is wel nodig om te kunnen behandelen. Nu geeft een monitor maar een klein gedeelte weer van wat er gebeurt, daarom wordt er regelmatig een cardiogram (ECG) gemaakt, dat is een lange strook waarop de werking van het hart weergegeven wordt van verschillende kanten. Hierop kan men bijvoorbeeld, wanneer er een gedeelte van het. hart beschadigd is, zien op welke plaats de beschadiging is. Ook in het bloed kunnen aanwijzigingen zijn of iemand bijvoorbeeld een hartinfarct heeft; daarom worden er regelmatig bloedonderzoeken gedaan. In de meeste gevallen krijgt men ook een infuus, zodat, wanneer dit nodig mocht zijn er direkt medicijnen via dat infuus toegediend kunnen worden. De bloeddruk moet regelmatig gekontroleerd worden; er zijn mogelijkheden om dit automatisch te doen. Het hart en de longen worden meestal ook gekontroleerd door een röntgenfoto.
Bovenstaande opsomming is niet volledig; dit kan ook niet omdat er nog vele andere mogelijkheden zijn van kontrolemiddelen die gebruikt kunnen worden. Maar het zou te ver voeren daar in dit artikeltje op in te gaan. De meeste patiënten die op een afdeling hartbewaking opgenomen worden, komen daar onverwachts. Ze zijn vaak erg ziek, hebben veel pijn en kunnen hevig benauwd zijn. Voor hen is het belangrijk dat ze zo snel mogelijk geholpen worden en van hun pijn en benauwdheid af raken. Tijdens de opname is men vaak lang en intensief met de patiënt bezig. Voor de familie, die-zit te wachten lijkt die tijd nog veel langer te duren. Het is een angstig wachten, de onzekerheid omdat je niet precies weet wat er aan de hand' is, en wat ze nu eigenlijk aan het doen zijn. Wanneer men dan eindelijk bij de patiënt gelaten wordt, die dan inmiddels aan de nodige apparatuur is aangesloten, schrikt men daar vaak van en dat is begrijpelijk want het lijkt haast niet anders te zijn dan slangen en snoeren. Meestal zal men van te voren wel enigszins ingelicht zijn, toch is het moeilijk zich voor te stellen hoe het zijn zal. Het is altijd mogelijk om uitleg te vragen waar alles nu voor dient, dat kan duidelijkheid geven en een, stukje angst, en onzekerheid wegnemen.
Nu is niet iedereen die opgenomen wordt, even ziek, het. kan zelfs voorkomen dat men van te voren wel weet op deze afdeling te komen (als men bijvoorbeeld ingesteld moet worden op medicijnen voor het hart, wat nodig is onder monitorbewaking). Toch kan ik me voorstellen dat het liggen op zo'n afdeling iets bedreigends blijft houden, men wordt immers vaak van heel dichtbij gekonfronteerd met de dood.
Wat de apparatuur betreft: probeer daar door heen te zien. Het zijn hulpmiddelen die we zo goed mogelijk dienen te gebruiken en de gegevens die zij ons verstrekken zijn nodig om te kunnen behandelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1982
Daniel | 28 Pagina's