EEN DOMEIN VAN DE SUING
KOET VERHAAL
„En Lineke? "
In de opening van de direkteurskamer staat een meisje van een jaar of zestien, een volle tas op haar linkerheup en pijnlijk dichtgeknepen ogen in een wit gezichtje. „Kom eens wat dichterbij", nodigt meneer Hertog. „Ik wilde vragen of ik naar huis mag meneer". „Migraine? " „Ja meneer". „Niet uit te houden? " Lineke schudt van nee. „Kun je alleen? " „Ja meneer, 't is nog niet op z'n ergst, ik " Met de hand voor haar mond draait Lineke zich plotseling om en holt de deur uit, de volgepropte boekentas neergesmakt op de vloer.
Ik heb ook zo'ix pijn!
„Is 't weer mis, kind? " Met een zwaai doet mevrouw van Haaren de deur open. „Ik zag je aankomen. Nee, je fiets breng ik wel achterom". Met de ogen half dichtgeknepen tegen de pijn loopt Lineke regelrecht naar haar kamer. Daar laat ze zich als een kind door moeder in bed stoppen. „Die ellendige koppijn", kreunt ze, „ik houd' het niet langer uit. 't Komt steeds vaker terug".
Mevrouw van Haaren zegt niets. Ze vouwt een 'schone theedoek tot een brede band en bindt hem zo strak mogelijk om Lineke's hoofd. „Zo goed? " „Fijn moeder", fluistert Lineke, „let u maar niet op m'n grove woorden hoor, ik heb ook zo'n pijn". Moeders hand gaat even strelend langs Linekes wang. Ze laar de luxaflex zakken en sluit de overgordijnen. Op haar tenen gaat ze de kamer uit en doet: de deur geruisloos dicht.
Er is niets geheimzïnnings in
'k Heb het adres van een dokter, die gespecialiseerd is in gevallen als Lineke". Met deze woorden begroet meneer Van Haaren zijn vrouw als hij om half één thuiskomt. „We kregen vanmorgen onder het koffiedrinken een praatje over alternatieve geneeswijzen. Ik vertelde dat Lineke verleden week weer een hevige migraineaanval had. De Koning gaf me toen dit adres, 't Is op de Bovenkamp, nummer 46. Ik heb clirekt maar een afspraak gemaakt. Volgende week woensdag om half vier kan ze terecht". Als haar man weer naar de zaak is, laat mevrouw Van Haaren alles waar ze over gesproken hebben de revue nog eens passeren. Alternatieve geneeswijzen! Je hoort tegenwoordig niet anders. „Terug-naar-de-natuur" is het parool. Maar Lineke moet geholpen worden. Zo kan het niet langer. Al die poeders en pillen nemen wel de pijn weg, maar de kwaal lijkt steeds erger te worden.
Toch kan ze een gevoel van onbehagen niet onderdrukken. „Hij is heel goed, Anneke", had haar man met nadruk gezegd. „Er is ook niets geheimzinnigs in zijn geneeswijze. Hij kijkt in je ogen en ziet precies wat je mankeert". Mevrouw Van Haaren staat op en begint de tafel af te ruimen. Helemaal gerust is ze er niet op. Ze gaat in ieder geval met Lineke mee naar binnen. Als die man met handoplegging of zoiets begint, zal ze hem direkt vertellen dat hij aan 't verkeerde adres is. „Je moet niet zoveel bezwaren opperen, Anneke. Het geeft toch niet hóé die dokter Lineke geneest, als ze maar beter wordt".
„Daar ben ik het niet mee eens, Henk. 't Is echt niet eender door wie en hoe je genezen wordt. De satan heeft grote macht en kan óók wonderen en tekenen doen. Als iemand genezingen verricht, ik bedoel op een andere manier dan een gewone arts, dan is het geen wet van Meden en Perzen dat hij die gave van de Heere heeft." Meneer, Van Haaren
had zijn schouders opgehaald. „Jij ziet altijd leeuwen en heren op de weg. Als hij Lineke maar kan helpen, daar gaat het toch om". Lineke! Mevrouw Van I-Iaaren kijkt op de klok. Half twee al. Straks komt ze uit school en dan is de tafel nog niet afgeruimd.
„Waar komme jullie voor? "
De kleine wachtkamer is overvol als Lineke en haar moeder binnenkomen. Ze kunnen samen nog op het puntje van een bank zitten. Op de ronde tafel ligt wat lektuur. Lineke stoot haar moeder aan. Ze wijst naar de tijdschriften. Mevrouw Van I-Iaaren heeft het ook al gezien. Zusterlijk naast elkaar liggen daar de Gezinsgids en de Story en wat verscholen onder Donald Duck en de Privé, een oud puzzelblad van het RD. „Waar komrae jullie voor? " wil een dikke mevrouw naast Lineke weten. „Ik hebbet an me maag, hij zag et meteen, nog vóór ik binnen was. Hij hep er kruien voor gegeve, maar die hellepe niet erg. Ik kom nou pas voor de tweede keer hoor, je ken er nog niks van zegge. M'n buurvrouw d'r man en daar een nichie van, is helemaal beter geworde. Dat meisie had een zere rug. Ze kon bijna niet meer lope. Ligge ging nog wel. Elke keer as ze bij em kwam-, lag ie z'n hand op de zere plek en na vijf keer was ze beter. Ze kreeg er niet eens kruien voor, net as ik. Hij mot straks z'n hand maar op me maag legge, dat hellept beter dan kruien denk ik. Wat hebbe jullie? " Voor Lineke kan antwoorden klinkt er een belletje. „U ben an de beurt", wijst de maag, „U ben voor mij". Een mager vrouwtje staat, op en loopt naar de deur waar „Spreekkamer" op staat. „Uw tassie", waarschuwt de dikkerd, „dat ken. u 1 nie misse, want je mot wel betale hoor. Niks voor niks."
Het magere vrouwtje bedankt 'schichtig. „Die steekt in geen goed vel", fluistert de praatzieke mevrouw hardop, „dat zien ik' zo."
Met een zachte klik valt de deur in 't slot. „Da's nou ook wat, ik wis nie dat ze nog nie weg was. Zou ze 't gehoord hebbe? " Lineke bijt op haar lip. Wat een mens!
Mevrouw Van Haaren heeft met gemengde gevoelens het relaas van „mondje-praat-maar-raak" aangehoord. Toch handoplegging. Ze was er al bang voor. Onopvallend bekijkt ze de patiënten in de wachtkamer, 't Is al net als met de lektuur: van alles wat. Mensen van gereformeerde signatuur — de meesten zo te zien — en „van de wereld".
Vreemd eigenlijk dat er juist zoveel christenen naar alternatieve genezers gaan. Hoe zou dat toch komen?
„Mevrouw u ken opschuive. Ik hoor de buitendeur, het belletje gaat zo. Ik gaan maar vast staan." Ondanks alles schiet mevrouw Van I-Iaaren in de lach. „Dank u wel", zegt ze vriendelijk. De dikkerd draait zich — met de knop van de deur in de hand— nog even om.
„Het belletje laat op zich wachte. Hij mot zeker effe bijtanken", zegt ze met kennis van zaken. „Da's altijd as tie een paar patiënten gehad hep, dan is tie uitgeput zogezeid. Het kost kracht om mense te geneze, geloof u niet? O, daar gaat et." Met een dreun valt de deur achter haar in 't' slot.
Heere, help me
Het is kwart over vier als mevrouw Van Haaren en Lineke de spreekkamer binnenkomen. Achter een groot buro zit een man van een jaar of veertig. Hij heeft een witte dokters jas aan en zijn helblauwe ogen kijken hen vriendelijk aan. De gebruikelijke vragen worden gesteld 1 ; naam, adres, geboortedatum, enz. Terwijl Lineke antwoordt, kijkt mevrouw Van Haaren de spreekkamer eens rond, Wat ze ziet, versterkt haar in de mening dat het fout zit bij deze „dokter". Aan de wand achter het buro hangt een plaat van het rechter-en linkeroog van een mens. Irisdiagnostiek staat eronder. Daarnaast een tekening van de Dierenriem: . De tekens staan, in een kring, die als middelpunt de aardbol heeft. De aardbol is gevat in een magische zeshoek en daar omheen is een mensenfiguur zo getekend, dat zijn voetzolen bijna zijn achterhoofd raken. Elk teken van de Dierenriem staat tegenover een bepaald lichaamsdeel. Mevrouw Van Haaren ijst ervan. Aan deze geneeswijze mag ze Lineke niet blootstellen.-Dit is puur heidens en dus totaal onbijbels. Als de „dokter" zich dan ook gereed maakt om in Lineke's ogen te kijken, staat ze op. „Iieere, help me om de juiste woorden te vinden", bidt ze in haar hart,
De Medicijnmeester bij uitnemendheid
Het is al laat als meneer en mevrouw Van Haaren naar bed gaan. Lineke
slaapt al. Na de belevenissen bij dealternatieve genezer is ze direkt aan haar huiswerk begonnen. Veel was het niet, ze heeft morgen maar tot kwart over elf les. Na het eten hebben ze alles aan vader verteld. Deze had geluisterd zonder één keer in de rede te vallen.
„Ik merkte dat het fout zat toen die mevrouw over dat „nichie" vertelde, Henk. En wat ik in de spreekkamer zag, gaf de doorslag. Er lag notabene een Bijbel op zijn buro! Toen ik vroeg wat hij daarmee deed, zei hij dat er veel gelovige mensen op zijn 'spreekuur kwamen. De Bijbel spreekt immers ook van handoplegging bij zieken.
„Alleen Christus en de apostelen doen dat", zei ik, „en dan lang niet altijd." Hij vroeg me dat. te bewijzen. „De Heere gaf me het goede antwoord", zegt moeder met tranen in de ogen. „Ik wees hem op de genezing van de geraakte en op de man met de verdorde hand en op Bartimeus. Ook zei ik dat Petrus en Johannes een kreupele genazen in de Naam van de Heere Jezus, zonder dat zij deze man de handen oplegden. Uw genezingen zijn niet van de Heere, zei ik en ik wees op die afschuwelijke tekening van de Dierenriem. Alleen God kan ziekten genezen. We mogen en moeten wel gebruik maken van de middelen die Hij ons geeft, natuurlijk, maar niet zoals u dat doet. Hemellichamen hebben geen enkele invloed op ons lichaam, dat i's bijgeloof. U denkt misschien wel dat de gave die u hebt om te genezen van God is, maar u kunt op deze manier de mensen die bij u komen heel ongelukkig maken."
Toen moeder uitverteld was, had meneer Van Ha aren gevraagd: „En Lineke nu? Er zijn toch ook alternatieve genezers die zonder al die heidense en onbijbelse methoden werken? "
„Natuurlijk", had moeder geantwoord, „als we er maar biddend heengaan. En dat geldt net zo goed voor een gewone arts. Ik zeg niet dat alle alternatieve geneeswijzen verkeerd zijn. Het is wel zo, dat de satan vooral op dit gebied een engel des lichts schijnt. Overal is satan bezig mensen te verleiden, maar dit is wel een uitgezocht domein van de slang." Meneer Van Haaren had geknikt. „Je hebt gelijk, Anneke. Ik heb het al te eenvoudig gezien. Het maakt wel degelijk verschil wie je geneest en hoe je van een kwaal wordt verlost."
Nadat; Lineke naar bed was gegaan, hadden ze er samen nog lang over nagepraat. „Naar welke arts we ook gaan, Henk, het is noodzakelijk dat we de Heere om Zijn zegen en bescherming bidden. Hij is de Medicijnmeester bij uitnemendheid."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1982
Daniel | 28 Pagina's