JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE CHRISTINNEREIS (Vragenbeantwoording)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CHRISTINNEREIS (Vragenbeantwoording)

8 minuten leestijd

Op verzoek van het bestuur van de Bond' van Vrouwenverenigingen wil ik nog enige vragen beantwoorden van de vele die me zijn gesteld na het referaat over „De Christinnereis", gehouden op de huishoudelijke vergadering van 8 oktober 1981.

Is de Christinnereis inderdaad door John Bunyan zelf geschreven?

Ds. Landwehr en prof. Nauta vermelden dit werk onder de boeken van Bunyan in de Chr. Encyclopaedie, resp. eerste en tweede druk. Ook de Bunyankenner ds. Gunning is deze mening toegedaan. Hij schrijft als volgt: „Het publiek verlangde naar een echt vervolg op de Pelgrimsreis. Het wilde weten hoe het met de vrouw en kinderen van de reeds zo geliefde Christen afliep. Een anonieme schrijver, die zich achter de letters T. S. verschool, gaf brutaalweg uit: „Het tweede deel van de Pelgrimsreis van deze tegenwoordige wereld van boosheid en ellende naar een eeuwigheid van heiligheid en geluk, nauwkeurig beschreven onder de vorm van een droom" Het is op één exemplaar na totaal verdwenen en absoluut onbetekenend.

Toen besloot Bunyan zelf een „vervolg" te geven en zo verscheen dan in het begin van 1685 het tweede deel van de Pelgrimsreis, eveneens bij Nathaniël Ponder uitgegeven. Een boek, dat, al mist het de volle kracht en de schilderachtige rijkdommen van het eerste deel, toch gewis de liefde en aandacht der christenen verdient, die het dan ook in ruime mate ontvangen heeft." Aldus dr. Gunning.

Van Christen lees je dat hij zijn pak van zonde en schuld kwijtraakte, dus dat hij wist dat hem zijn zonden waren vergeven. Dat lees je bij Christinne niet. Heeft zij dat niet bewust ervaren?

De vergeving der zonden is de rijkste genade die de Iieere de Zijnen schenkt om Christus wil. Zij opent de deur tot de gemeenschap met God, tot de vrede met Hem en tot het zalig eeuwig leven. Ieder rechtgeaard kind van God is het er om te doen kennis van vergeving van zonden te verkrijgen.

In de Christinnereis lezen we van het pak der zonden dat Christen meedraagt en dat hem zwaar drukt. Bij het kruis raakt hij 'het kwijt toen hij in het geloof opzag tot de gekruiste Christus, Die voor hem. alles had volbracht. En hij werd van Gods gunst en genade verzekerd door de drie blinkende personen die hem hierna toespreken.

In de Christinnereis lezen we dat Grootmoedige (in andere vertalingen/uitgaven lezen we soms een andere naam) bij de plaats waar Christen, z'n zondepak kwijtraakte uitvoerig spreekt van de rijkdom van Christus' verdiensten. Zo spreekt hij er over d'at gelijk door de ongehoorzaamheid van enen velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo ook door de gehoorzaamheid van Enen, velen tot rechtvaardigen gesteld worden (Romeinen 5 : 19). Het onderwijs wordt voor Christinne rijk gezegend. Ook zij omhelst door het geloof de kruisverdienste van Christus, zodat , , 't haar tienmaal klaarder en vrolijker geworden is". Ze weet dat Christus ook Zijn bloed voor haar heeft gestort.

Enerzijds zien we hierbij dat Bunyan om het lezen van zijn boek levendig te houden niet steeds in herhaling valt. Anderzijds ook: dat er onderscheid is in de wegen Gods, die Hij met de Zijnen houdt (denk bijvoorbeeld ook aan Getrouw en Hopende). Zoals geen twee mensen eender zijn, zo zijn ook geen twee bekeringswegen eender. We halen duisternis over ons zieleleven als we denken dat de Heere alleen langs één. bepaalde weg kan brengen tot wasdom in d.e genade.

Ursinus schrijft in zijn uitleg van de Catechismus (het Sehatboek): „Gods besluit om de Zijnen de zonden te vergeven is van eeuwigheid, maar de uitvoering ervan geschiedt, wanneer wij de vergeving der zonden, in het Evangelie voorgedragen, door het geloof ons toeëigenen. Dus heeft God Zijn uitverkorenen wel altijd lief, maar deze liefde Gods wordt in de harten der uitverkorenen niet uitgestort vóór de bekering. En opdat wij van de vergeving der zonden verzekerd mogen zijn, is een oprecht geloof en ware bekering nodig" (Verklaring Zondag 21).

Zie ook Vraag 84 van de Catechismus waar ons geleerd wordt dat de gelovigen wordt betuigd, dat hun zo dikwijls zij de beloftenis van het; Evangelie met een waar geloof aannemen, al hun zonden van God om. de verdiensten van Christus wil vergeven zijn. Zo schrijft Ursinus bij de uitleg van Vraag 126: „De gelovigen hebben wel in beginsel dé vergeving der zonden, maar nog niet volkomen, ook niet wat de voortduur betreft. Want aangezien wij nog voortdurend in de zonden voortgaan, moet ook. de vergeving der zonden voortdurend plaatshebben, aangezien de wedergeborenen nog dagelijks zondigen."

Er is dus onderscheid tussen het bezitten van de genade van de vergeving der zonden én het verzekerd zijn deze genade te bezitten. Het is het werk van de Heilige Geest daarvan verzekering te schenken (zie 1 Korinthe 2 : 12). Dat kan de Heilige Geest doen door met kracht de vrijspraak in het geweten af te kondigen uit het Evangelie. Anderzijds is het meer Gods gewone weg de Zijnen meer en meer langs de weg der geleidelijkheid ervan te overtuigen, dat Hij hun zonden vergeven heeft en hen in genade heeft aangenomen. Dat doet de Heere door Woord en Sakrament.

Wat in de wedergeboorte geschonken is en toegerekend wordt, is volledig. Maar de geloofszekerheid van deze zaken en de geloofskennis en het geloofsvertrouwen zijn bij de één van Gods kinderen zwak, soms zeer zwak en ook wel aan schommeling onderhevig, bij de ander meer bevestigd. Op dit terrein heerst veel misvatting. Het is zo goed daarbij bij onze oudvaders in de leer te gaan. Lees bijvoorbeeld Het gekrookte riet van Smytegelt, deel 1, 17e en 18e preek; Comrie, de Eigenschappen des geloofs, tweede preek (over Romeinen 5:1); Brakel, de Redelijke Godsdienst, o.a. deel 2 over de geestelijke wasdom, enz. Er is dus een groot onderscheid in geloofskennis en geloofszekerheid in deze zaken. Daarom blijft de vermaning van de apostel Petrus van zo'n grote betekenis: ast op in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus.

Speelt het karakter van iemand ook een rol op die weg tot bekering? Vreesachtig kon toch moeilijker verder dan de anderen?

Het karakter speelt geen doorslaggevende rol op de weg der bekering. Maar wel heeft het invloed op het geestelijke leven. De geloofstroost — en blijdschap wordt bij iemand met een zwaarmoedig karakter eerder onderdrukt door eigen zwakheid' dan bij iemand met een meer gelijkmatig karakter. Denk aan Thomas: hij beroofde zich van veel troost door niet te willen aanvaarden dat de Heere Jezus was opgestaan. Anderzijds viel hem bijzonder onderwijs ten deel. De: Heere weet, gelukkig, wat van Zijn maaksel te wachten is.

Zit er geen gevaar in bij het lezen van de Christen-en Christinnereis te gaan moraliseren ten opzichte van ons eigen geestelijk leven, vooral de zwakken in het geloof?

Er is maar één vaste en goede norm waaraan iedere bevinding getoetst moet worden, namelijk Gods Woord. Bunyan zelf was als geen ander thuis in zijn Bijbel. Hij beschrijft in zijn boeken naast eigen ervaringen ook geestelijke ervaringen die hij bij anderen opmerkte. Het onderscheid in Gods leiding wordt toch ook in de verschillende personen beschreven. Denk aan Getrouw, Hopende, Christinne, enz. Tenslotte wijzen ze allen naar de enige grond van zaligheid die in Christus is en naar de heiligmaking van heb leven, zonder welke niemand de Heere zien zal. Ik meen dat .de zwakken in het geloof daarnaar behandeld moeten worden en zodanig geestelijk voedsel dienen te ontvangen dat er met 's Heeren hulp opwas in het geloof verkregen mag worden.

In de Christenreis krijgt Christen zelf telkens met moeilijkheden te kampen, in de Christinnereis zijn er steeds helpers om haar door de moeilijkheden heen te helpen. Is haar reis dan niet gemakkelijker?

Christen heeft zelf ook veel steun ondervonden van anderen. Denk bijvoorbeeld aan Evangelist, Uitlegger, de vier Gezellinnen en Hopende. Wel wordt meer eigen strijld en zwakheid getekend. Maar daarom kon hij ook anderen tot steun zijn. Zo ook met Grootmoedige, die bijvoorbeeld zelf diverse malen door de vallei van ootmoed en van de schaduw des doods heenging. Beide zaken komen dus in deze boeken naar voren: a) de persoonlijke strijd en b) het tot nut zijn van de ander. In 't eerste deel wordt het eerste, in het tweede deel het andere meer benadrukt.

Waren de vier kinderen allen bekeerd? Genade is toch geen erfgoed?

Het is uiteraard niet doenlijk in één boek en in één verhaal de onderscheiden gangen die ieder heeft ervaren apart weer te geven. Dat brengt de beperktheid van een boek met zich mee. Al is er dus onderscheid, er is ook overeenkomst.

Dat hier de vier kinderen allen bekeerd zijn, wil niet zeggen dat het altijd zo gaat. Voor ieder zal apart een daad van de Heere nodig zijn. Allen moeten levend gemaakt worden. Anderzijds is de Heere de God der geslachten, Die beloofd heeft dat ze Hem zullen vrezen van geslacht tot geslacht. Zie Psalm 72 : 5 en 17. Laten daar maar werkzaamheden mee zijn!

Zijn deze mensen nu op hoop of in zekerheid ingegaan?

Waar gegronde hoop is, daar is ook zekerheid. Zekerheid is geloofszekerheid, En geloof, hoop en liefde zijn niet te scheiden. Wel is er verschil in kracht in het geloof, dus ook van de hoop: er is een toevluchtnemend en een bevestigd geloof. En daarmee parallel: een mindere of meer sterkere hoop.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1982

Daniel | 28 Pagina's

DE CHRISTINNEREIS (Vragenbeantwoording)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1982

Daniel | 28 Pagina's