HET HERLEEFDE HEDEN
REïNCARNATIE
Het menselijk leven kent veel onzekerheden. Weinig voorvallen daarin zijn door mensen ten volle te overzien.
Maar er is tenminste één ding, waarvan de zekerheid wel vaststaat: aan het eind van het leven komt de dood. Nu is het leven voor velen niet dat wat zij ervan zouden willen verwachten. Velen kunnen zich de idee van een beter bestaan indenken. Wat lijkt er nu aantrekkelijker dan de mogelijkheid het leven nog eens over te doen, niet één keer maar vele malen, en dan beter, mooier of rijker?
Behalve dat voor ieder het leven ongewis is en het einde zeker, is het leven bovendien voor sommigen kennelijk boeiender en van meer gemakken voorzien dan voor anderen.
De gedachte van de zielsverhuizing levert zowel op de vraag naar het vóórbestaan, als op de wens naar een rijker leven een antwoord. Daarbij gaat het om een soort wedergeboorte in een nieuw leven, na de dood van een vorig bestaan. Deze gedachte, ook wel het geloof in reïncarnatie genoemd, geeft wie pech had de hoop op geluk, wie arm was de kans op rijkdom, wie kwaad doet de dreiging van straf.
Het is opmerkelijk, dat de gedachte van reïncarnatie (— opnieuw in het leven terugkeren), die van oorsprong vooral in India ontwikkeld werd, ook in het Westen ingang heeft gevonden en sinds het midden van de jaren '60 steeds meer aanhangers vindt. In het verleden is de gedachte verkondigd door een op indiaas denkgoed gebaseerde stroming als de theosofie, sinds de jaren '60 is ze gemeengoed bij volgelingen van verschillende „moderne" religieuze subkülturen in bijvoorbeeld Nederland (zie Kranenborg, Zelfverwerkelijking). Maar ook elders lijkt de gedachte veld te winnen. Een voorbeeld: het blad Elsevier gaf enige tijd geleden aandacht aan literatuur op het gebied van de reïncarnatie, waarin gespeeld werd met de waarschijnlijkheid ervan, terwijl tevens een therapeut aan bod kwam, die psychische storingen niet alleen wilde herleiden tot wat mensen in dit leven aan psychische beschadigingen oplopen maar tevens keek of in vorige levens soms oorzaken waren te vinden voor hedendaagse verschijnselen, terwijl een redaktrice zich onder hypnose liet terugvoeren tot een aantal vorige levens.
Merkwaardig dit alles? Misschien niet in een samenleving, die een aantal christelijke kenmerken uit het verleden langzaam verliest en het genot van materiële rijkdom ook na dit leven wel wil voortzetten.
De opvatting van de geschiedenis als een oneindige kringloop is in de westerse kuituren tot voor kort afwezig geweest. Dat hangt samen met het feit, dat de Bijbel de geschiedenis laat zien als een afgebakend proces, met een duidelijk begin en einde.
Het menselijk leven deelt in dit tijdelijk karakter, tenminste voor zover het onderdeel van de geschiedenis is (zie Pred. 3).
Ook uit het Westen voortgekomen, maar verwereldlijkte stromingen als het marxisme, hebben de gedachte aan de geschiedenis als een niet-omkeerbaar proces behouden.
Het indiase denken
Heel anders was dat in het oude India. Daar beschouwde men de geschiedenis als een eindeloos gebeuren, een eeuwige stroom van opgaan en verzinken.
Ook al dachten sommige filosofen daar, dat er duidelijke tijdsperken te onderscheiden waren, ook die waren dan nog onderdeel van het immer voortwentelende rad der geschiedenis. Het individuele mensenbestaan leek in dat rad van weinig betekenis. Zoals een vliegende vis wel eens boven het water zweeft, zo was de zichzelf bewuste mens even boven, waarna hij terugploepte in de zee van het Zijn.
De gedachte van de reïncarnatie nu ver-
leende aan het bestaan toch nog een zin, die bevrijdend 1 kon werken. Wie in reïncarnatie geloofde, meende dat zijn ziel na de dood opnieuw geboren zou worden in een ander levend wezen. Dat hoefde niet noodzakelijk een mens te zijn. Hst indiase denken was doortrokken van het gevoel van eenheid van de kosmos. Een mens kon bijvoorbeeld als dier herboren worden. Dat was weliswaar geen aanlokkelijke gedachte, maar als het gebeurde was het eigen schuld.
Want de mens zelf bepaalde waarheen de koers van de hergeboorte zou leiden. Wat elk mens deed-tijdens zijn leven werd om zo te zeggen op zijn kerfstok bijgehouden. De optelsom van de goede daden van de mens en die van zijn kwade daden geven samen de einduitslag van de waarde van het bestaan. Als het morele saldo negatief uitviel, betekende dat een hergeboorte in een lagere orde. Was het karma, zo heette dat saldo, positief, dan leverde dat een betere startpositie voor het vervolgbestaan op. Herhaalde malen is beschreven ivat de resultaten van verschillende gedragingen voor het nieuwe leven zouden zijn. De idee van reïncarnatie ging hier dus samen met morele verantwoordelijkheid. Dat werd aan de andere kant weer gematigd door het besef, dat een vergrijp tegen de morele orde geen absolute betekenis had: in een volgend leven kon opnieuw en beter gedaan worden wat nu verkeerd ging.
Het orfisme in Griekenland en Rome
Ook de voorgeschiedenis van de europese kuituur heeft een voorbeeld van reïncarnatiegeloof te bieden. In de zesde eeuw voor onze jaartelling werd in de hogere kringen van Griekenland en Rome het zogenaamde orfisme aangehangen, een tamelijk onbekende en ten dele ook geheimzinnige leer, die in afzondering beleefd en beleden werd. Het vermoeden is gewettigd, dat dit orfisme door het indiase denken beïnvloed is. De Grieken zelf wezen ene Orpheus als 'stichter aan. In de griekse mythologie is Orpheus bekend als de befaamde musicus, die door zang en citerspel niet alleen mensen, maar ook' planten en dieren wist te ontroeren. Hij was ook bekend, omdat hij gesteund door deze ontroerende gaven zijn overleden vrouw zou terug gehaald hebben uit het dodenrijk. Daarin is du : s reeds een element, van reïncarnatie te ontdekken.
De latere orfisten geloofden dat de zondige ziel (ook hier dus weer een moreel element) verschillende stadia van mens-zijn moest doorlopen om tenslotte in het heerlijke rijk, het Elyseum, terecht te kunnen komen.
Als we terugkeren naar het indiase reïncarnatiegeloof zien we dat ook daar, tenminste in verschillende stromingen, de mogelijkheid van de uiteindelijke kringloop van bestaanswijzen mogelijk is. Dat geldt voor die individuen, die hun leven in opeenvolgende fasen en via de voorgeschreven wegen zo inrichten, dat zij in verhevenheid en onthechting van de wereld het Nirvana bereiken, een toestand van verlossing van de doem der tijdelijkheid. In het boeddhisme kan de weg van verlossing nog sneller verlopen.
Invloed op liet Westen
Hoezeer tegenwoordig ook in het Westen het geloof in reïncarnatie mensen bezig houdt, blijkt niet alleen uit het feit, dat westerlingen, en zeker niet, alleen jongeren, hun leefwijze veranderen en aanpassen bij het systeem van de een of andere guru, of zelfs naar India verhuizen en in een asrama de rest van hun leven doorbrengen, maar ook uit onderzoek, dat naar reincarnatie gedaan wordt.
Het blad Bres, dat zich o.a. beijvert om oosterse religiositeit in het westen bekend te maken, gaf in 1966 een verslag van onderzoekingen door zes hoogleraren aan de universiteit van Ra jasthan in de indiase provincie Jaïpur, waarin zij probeerden gedokument, eerde gevallen van reïncarnatie te beschrijven, of zoals zij het zeiden, van „buiten-zintuiglijke herinneringen aan een vroeger leven". De vraag blijft hierbij hoe zulke „vroeger-leven-ervaringen", als ze al voldoende gedokumenteerd zouden zijn, geïnterpreteerd
kunnen worden. Daar zijn wel andere mogelijkheden voor dan een beroep te doen op het geloof in reïncarnatie. De menselijke geest is verbluffend rijk als het gaat om het scheppen van allerlei voorstellingen.
Veel recenter deed een nederlandse arts naspeuringen over de gedachte van sommige mensen aan een vroeger bestaan. Hoewel hij de idee van zielsverhuizing niet als enige verklaring wilde beschouwen, liet hij de mogelijkheid van zo'n verklaring voorzichtig open.
En wat, tenslotte te denken van de voor het voorjaar van 1982 aangekondigde komst van de heilbrenger Maitreya in deze wereld? Hij zal, aldus de advertenties, opnieuw de heilsleer verkondigen, zoals Boeddha dat in het verleden deed. Opmerkelijk is hier weer, dat niet alleen maar de terugkomst van een verkondiger wordt aangekondigd, maar dat het hierbij tevens zou gaan om de wederkomst van Christus, en d.e verschijning van cle eindtijd-profeet van de Islam. Hier zijn elementen uit verschillende godsdiensten bijeengeweven tot een bont kleed. Als de mensen deze boodschap willen horen, zal er een geweldige tijd aanbreken, tenminste zo vertelt de schotse profeet van Maitreya. Inmiddels zijn er in het nederlands al twee geschriften verschenen over deze materie, één, waarin met verwachting naar de komst van Maitreya wordt uitgezien, en een tweede, waarin gevraagd wordt „Is Maitreya de Christus van de Bijbel? ", een vraag die met een geargumenteerd nee beantwoord wordt.
Een bijbels antwoord
Er is dus veel in beweging in het religieuze denken, ook in het Westen. Meer dan men ooit had kunnen denken is religie weer een thema geworden, waar velen zich mee bezig houden. Ik bedoel hier religie in de bovennatuurlijke zin van het woord. Wereldse religiositeit is in het Westen sinds de invloed van de Bijbel in het leven van velen ging tanen, altijd aanwezig geweest. Op het specifieke gebied van de reïncarnatie laat de Bijbei overigens duidelijk zien, dat het ook hier, zoals in zoveel gevallen gaat om een menselijk bedenksel. De volle nadruk valt in de bijbelse boodschap op het unieke historische bestaan van het menselijk individu. Zeker is er in die bood'schap sprake van nieuw leven. Maar daarbij gaat het om de vernieuwing van het denken en doen van mensen in de tijd met een perspektief op de eeuwigheid. De kringloopgedachte is daarbij afwezig. Bovendien, het nieuwe leven is er slechts door het geloof in Hem, die de dood overwon.
Christus' komst en wederkomst .zijn volstrekt uniek. Eeuwig leven is het uitzicht voor wie zich in het werk van de Zaligmaker geborgen weet. En dat is van geheel andere kwaliteit dan het telkens opnieuw beginnen van een aan de vergankelijkheid onderworpen aards bestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1982
Daniel | 28 Pagina's